1805
STR 290505
Passage van Jouke Gerrits (opm: kof GOEDE HOOP, bouwjaar 1804), Papenburg, van Amsterdam naar Oostrisoer, in ballast.
1814
Op 10 april 1814 werd de eerste zeebrief verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor Jouke Gerrits als kapitein.
1815
STR 290415
Passage van Jouke Gerrits, Hollands, Lemmer, van Amsterdam naar Oostrisoer, ballast.
LCO 260515
Terschelling binnengekomen de GOEDE HOOP, kapt. J. Gerrits, van de Oostzee.
LCO 080416
Amsterdam, 6 april. Sedert onze laatste is te Texel uitgezeild de GOEDE HOOP, kapt. J. Gerrits, naar Oleron.
1817
RC 190817
Hellevoetsluis, 16 augustus. Heden arriveerde het schip de GOEDE HOOP, kapt. J. Gerrits, van Riga.
Op 6 september 1817 werd een Turkse pas voor een reis naar Bordeaux verstrekt voor GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor Jouke Gerrits als kapitein.
1818
RC 100118
Londen, 6 januari. Den 1 dezer is het schip de GOEDE HOOP, kapt. Gerrits, van Bordeaux naar Amsterdam, te Plymouth aangekomen.
Op 28 maart 1818 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor Jouke Gerrits als kapitein.
NGVB 211118
Antwerpen, 19 november. Binnengekomen het Hollandse schip de GOEDE HOOP, kapt. J. Gerrits, van Havre-de-Grace, geladen met 430 kisten Havanna suiker, 49 balen potasch, 30 balen katoen van Georgia, 54 balen wol, 8 vaten gomme (rubber) van Senegal, 3 balen nankin (dichte roodgele Chinese katoenen stof).
1819
LC 220119
Advertentie. Men prefereert, ten overstaan van de Notaris J. Ruardi, te Sloten, publiek te verkopen een extra welbezeild Koffeschip, genaamd de GOEDE HOOP, gevoerd bij Schipper Jouke G. Wiersma, thans leggende in het binnendok te Antwerpen, lang 86, wijd 20,5 en hol 11 voeten,Vriesche Scheepstimmermans maat, en zulks met Ankers en Touwen, rondhout, staand en lopend want, zeilen, kajuits-, stuurmans-, koks- en bootsmansgoed; breder bïj inventaris vermeld.
Wie hier aan gading maakt, kome op maandag den 8 februari 1819 des nademiddags ten twee uren bij de beschrijving en des avonds ten zes uren bij de fïnale toewijzing ten huize van H. Ie Heux, kastelein in het Logement de Wildeman in de Lemmer, en kope op conditien die intussen met de Inventaris te zien zijn bij bovengemelde Notaris alsmede bij de Boekhouder F. Sleeswyk in de Lemmer.
(opm: Vanaf 1810 kreeg Jouke Gerrits de achternaam Wiersma maar gebruikte die voor 1819 niet)
Op 20 februari 1819 werd de zeebrief van de GOEDE HOOP, kapt. Jouke Gerrits, van 28 maart 1818, door de solliciteur L.C. Vonk, Antwerpen, naar de Staatsraad te Den Haag geretourneerd, met vermelding van gedeeltelijk verandering van eigenaar, waarna op 22 februari royement volgde.
Op 24 februari 1819 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor Folkert Haijes Klein als kapitein.
1820
RC 230520
Rotterdam, 20 mei. Des avonds arriveerde de GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein, van Bordeaux.
1821
RC 310521
Hellevoetsluis, 29 mei. Des morgens arriveerde de GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein, van Bordeaux.
Op 27 juni 1821 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor F.H. Klein als kapitein.
1822
RC 160222
Amsterdam, 14 februari. Kapt. F.H. Klein, voerende het schip de GOEDE HOOP, van Amsterdam naar Marseille, is te Toulon met een lek en beschadigd schip binnengelopen. Dezelve heeft den 4 januari, op de hoogte van Kaap Sené, in de mast van een gestrand schip een matroos gezien, die hij gered heeft, en die reeds acht dagen daar gezeten had, geen ander voedsel hebbende dan wat rum; hij behoorde tot het Franse schip NEPTUNE, kapt. L. Brun, te huis behorende te Boulogne, en van Cette naar Rouaan gedestineerd. Kapitein Klein is vanwege dit geval onder quarantaine gelegd.
RC 110622
Rotterdam, 10 juni.
Den 10 zeilden de GOEDE HOOP, F.H. Kleijn, naar Nerva; de JONGE DIRK, D.D. Kuitse, naar … (opm: geen opgave).
LC 181022
Advertentie. De notaris J. Jongbloed, te Langweer, zal op woensdag den 8 november 1822, des morgens ten 10 uur, bij de beschrijving, en des namiddags ten 4 uur, bij de finale toewijzing, in het logement De Wildeman, te Lemmer, publiek bij strijk en verhoog geld presenteren te verkopen, en zulks bij twee en dertigste gedeeltes:
2: 2/32 Gedeelten in het Kofschip de GOEDE HOOP, in 1805 nieuw uitgehaald, gevoerd bij schipper Folkert Hayes Klein, thans leggende te Lemmer.
Breder volgens geassigneerde biljetten, de conditiën te vernemen bij bovengemelde notaris te Langweer, en de heer A. Witteveen, notaris te Lemmer. (opm: bekort)
Op 2 november 1822 werd een Turkse pas voor een reis naar Lissabon verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor F.H. Klein als kapitein.
1823
DC 260723
Vlissingen, 19 juli. Van den 16 dezer tot heden zijn, voor Antwerpen bestemd, alhier ter rede gekomen METEORE, kapt. M. Mestdagh (opm: fregat, thuishaven Antwerpen, kapt. M.J. Mesdagh), van Rio de Janeiro met koffij en huiden; de VROUW JANNETTE, kapt. G. van Broeker, van London, en de GOEDE JAN (opm: waarschijnlijk de smak JONGE JAN), kapt. B. Kuyt, van Hull, beide met stukgoederen; de GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein, van Tremblade met zout;
DC 280823
Brielle, 25 augustus. Heden arriveerde uit zee FLORA, kapt. J. Beresford, van Rochester; en zeilden in zee TWEE GEBROEDERS (opm: smak), kapt. S.L. Pinksterboer en HOFFNUNG, kapt. H. Brave, beide naar Rouaan; JONGE RICHARD (opm: bom), kapt. J. Parlevliet, naar Ipswich; ONDERNEMING (opm: kof), kapt. J. Rooderkerk, naar Liverpool; JONGE CORNELIS (opm: kof), kapt. C. Wapenaar, naar Hamburg; MATHIA, kapt. J.M. Fisher, naar Manningtree; CHRISTINA, kapt. J. Henderson, naar Dundee; HARMONIE, kapt. A. Jongebloed, naar Londen; GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein, naar Dublin;
DC 081123
Brielle, 6 november. Gisteren na posttijd zeilden in zee CONCORDIA, kapt. H.H. Lucht, naar de Oostzee; en arriveerde uit zee GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein, van Liverpool. Kapt. H.W. Drent is binnen door naar Amsterdam gezeild.
DC 111123
Dordrecht, 10 november. Aan deze stad zijn gearriveerd: de schepen DE JONGE JOHAN GEORGE (opm: hoeker), kapt. G. Metzon, met zout en cacao en DE GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein, met zout, beide van Liverpool.
1824
RC 030124
Advertentie. Te Rotterdam liggen in lading naar:
Dublin: het Nederlandse Kofschip GOEDE HOOP, kapt. Folkert H. Klein.
DC 050224
Hellevoetsluis, 2 februari. Heden zeilden naar zee: GOEDE HOOP, kapt. J.H. Klein, naar Dublin, en KLAZINA en DIRKJE, kapt. C. Schilperoort, naar Brest.
RC 160924
Rotterdam, 15 september. Den 15 arriveerde de GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein, van Belfast.
RC 091024
Advertentie. Te Rotterdam liggen in lading naar:
Dublin: het Nederlands Kofschip GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein.
Adres bij D. Burger & Zoon
Op 19 oktober 1824 werd een Turkse pas verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor F.H. Klein als kapitein.
DC 231124
Brielle, 20 november. Heden zeilden naar zee HANNA MARIA, kapt. J. Hervé, naar St. Malo; PROSPÉRITÉ, kapt. J.F. de la Mare Bignon, naar Havre; LOUISE, kapt. A. Enols, naar St. Brieux; VROUW JANTINA, kapt. Z. Jans, naar Bayonne; ’s LANDS WELVAREN (opm: hoeker), kapt. K. Storm, naar Gibraltar; JANTINA MARGARETHA, kapt. K.J. van Greeven, en VROUW GEERTRUIDA, kapt. L.T. Sok, beide naar Hull; VROUW FEMMEGINA, kapt. A.K. Braam, naar Londen; NEERLANDS KROONPRINS, kapt. A. van der Weijden, naar Liverpool; WILHELMINA, kapt. C. Cordia, naar Collerijn (opm: Coleraine); JONGE ALIDA, kapt. A. Gaag van Berkel, naar Marseille; ALGEMEEN BELANG, kapt. W. van der Horden, en ABRAHAM JOHANNA, kapt. M.G. Visser, beide naar Belfast; RESOLUTION, kapt. K. Parrel, naar Lissabon; SUSANNA, kapt. J. Askow, naar Ipswich; GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein, naar Dublin;
1825
DC 250125
Brielle, 21 januari.Heden zeilden naar zee: CLARA MARGARETHA, kapt. P.D. Dik, en ZEEGEWIN, kapt. J. van Teijlingen, beide naar Newry; GOEDE HOOP, kapt. F.H. Klein en HARMONIE, kapt. J. de Best, beide naar Dublin; VROUW ARENDJE, kapt. A. de Jong, en JONGE ALIDA, kapt. H. Brinkman, beide naar Rouaan; VROUW LAMMEGINA, kapt. O.P. Smith naar Jersey; MAGDALENA, kapt. H.C. Brathering naar Cherbourg; VROUW NEELTJE, kapt. J. van Gelderen, DE HOOP, kapt. E.G. Jonker en DE HOOP, kapt. P.J. de Boer, alle naar Belfast;
Op 26 juli 1825 werd een zeebrief en een Turkse pas verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor F.H. Klein als kapitein.
1826
AC 220426
Texel, 20 april.
Uitgezeild: IDA ALIDA, kapt. C. Zwaan, naar Batavia; ZORGVULDIGHEID, kapt. J. Hulsen, naar Suriname; THALIA, kapt. A. Bakker, naar Demerary; BRISCUS, kapt. P. Bakker, naar Smyrna; GOEDE HOOP, per pr. kapt. H.F. Klein, naar Marseille;
(opm: Folkert Haijes Klein werd opgevolgd door zijn zoon Haye Folkerts Klein.)
RC 021226
Amsterdam, 30 november. Het schip DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein, zou, volgens brief van Messina, van den 4 november, den 10 dito van daar naar Antwerpen vertrekken.
1827
RC 130327
Rotterdam, 12 maart. Te Antwerpen zijn gearriveerd MATHILDA, kapt. Groenendaal, van Batavia; DRIJ GEBROEDERS, kapt. Smet, van Marseille, EENIGHEDEN, kapt. Fasher, van Barcelona; JOSEPH, kapt. Arends, van Bordeaux, GOEDE HOOP, kapt. Klein, van Messina; NIEUWE UNION, kapt. J. van den Broecke, van Londen, en THERESIA, kapt. Besseling, van Marennes.
Op 14 mei 1827 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door F. Sleeswijk, Lemmer, voor H.F. Klein als kapitein.
( Waarschijnlijk een administratieve fout: Fredrik Sleeswijk overleed op 22-12-1826. Bedoeld wordt erven van Frederik Sleeswijk )
RC 070627
Rotterdam, 6 juni. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild WILLEM DE EERSTE, kapt. J. Langethee, naar Rio-Janeiro; HEMMINA, kapt. S.F. Taay, naar Noirmoutier; DE JONGE PIETER, kapt. J.R. Brons en DE VROUW JANTINA, kapt. G.G. Smit, naar Londen; JACOBA HENRIETTA, kapt. J.G. Bart, naar Portsmouth en DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein, naar Petersburg.
1828
RC 270328
Rotterdam, 26 maart. Te Antwerpen zijn gearriveerd GOEDE HOOP, kapt. Klein, van Bordeaux; DRIJ GEBROEDERS, kapt. Van der Borden, van Messina en ANN, kapt. Petersen, van Menton.
RC 220528
Rotterdam, 21 mei. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild DE VIJF GEBROEDERS, kapt. J.F. Poodts, naar Mayo; DE VRIENDSCHAP, kapt. T. Jurgens, naar Bremen en ANTWERPEN, kapt. H.C. Schuth, naar Petersburg, DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Kleijn, naar Leith;
RC 190828
Rotterdam, 18 augustus. De 15e dezer, des namiddags, arriveerden DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein; DE WELVAART, kapt. A.H. Dijkhuis en DE LIEFDE, kapt. K.S. Hagedoorn van Riga.
AH 230828
Rotterdam, 20 augustus. DE LIEFDE, kapt. K.J. Hagedoorn en DE GOEDE HOOP kapt. H.F. Klein en DE STAD MEPPEN, kapt. E. Harders, van Riga; ORANIA, kapt. C.F. Maas, van Rostock.
RC 180928
Helvoetsluis 16 september. Uitgezeild DE TWEE GEBROEDERS, kapt. C. Muller, naar St. Ubes; HARMANIA, kapt. J.F. Thiel, ZEEVOGEL, kapt. J.J. Gotschalk, ANNA MARGARETHA, kapt. C. Permien, DE STAD MEPPEL, kapt. E. Harders, naar de Oostzee; DE VRIENDSCHAP, kapt. F. Plokker, naar Lynn; ANTHONIE CORNELIA, kapt. O.P. Blom en JULIE, kapt. P.C. Kerkham, naar …. ; DE VRIENDSCHAP, kapt. A.W. Westerberg, DE JONGE JACOB, kapt. B.J. Zietzes en DE VROUW FEMMEGINA, kapt. A.K. Braam, naar Havre; WILLEM EN AUGUST, kapt. G.H. Schröder, naar Elseneur; CHARLOTTE FREDERIKA, kapt. E.D. Schrele, naar Greifswald; DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein, naar Jersey.
1829
AH 010729
Advertentie. In lading liggende schepen te Amsterdam, naar de volgende plaatsen:
Bordeaux. Het Nederlands kofschip GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein. Adres bij Jan Corver & Co.
Op 17 juli 1829 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door S.W. Visser, Lemmer, voor H.F. Klein als kapitein.
1830
RC 200430
Rotterdam, 19 april. De 19e dezer, des morgens, zeilden uit de Maas FLORA, kapt. D. Rooderkerk, naar Liverpool; de GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein, naar Windau en de VRIENDSCHAP, kapt. J.R. Krens, naar Elseneur; de JONGE GERRIT, kapt. L. Hus, naar Elnmouth.
RC 170730
Rotterdam, 16 juli. De 14e dezer, des avonds zeilden uit de Maas KLASINA EN DIRKJE, kapt. C. Schilperoord, naar Lissabon; DE JONGE MARGARETHA, kapt. J.K. Wykmeyer, naar de Oost Zee; de 15e, des morgens, arriveerden DE NOORDSTAR, kapt. B.G. Wartelboer, van Liverpool; DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein, van Libau.
RC 120830
Rotterdam, 11 augustus. De 10e, des morgens, zeilde DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein, naar Hull.
AH 031130
Advertentie. In lading liggend te Amsterdam naar Bordeaux: het Nederlands kofschip DE GOEDE HOOP, kapt. Haye Folkerts Klein. Adres bij Jan Corver & Co.
1831
PGC 240631
Van Riga wordt van den 2 juni gemeld, dat de cholera morbus aldaar sedert derzelve eerste verschijning niet toegenomen had, doch niettemin steeds aanhield; tot dien dag toe werden 707 personen door derzelve aangetast van welke 417 gestorven, 75 hersteld en 215 nog lijdende waren. Volgens brief van kapt. H.F. Klein, voerende het schip DE GOEDE HOOP, van Lissabon aldaar gearriveerd, in dato den 30 Mei, was reeds één matroos van zijne equipage in het hospitaal aan de cholera overleden en een ander door dezelve aangetast, daarin ziek liggende, doch overigens aan boord nog alles wel: van verscheiden andere schepen was al het volk ziek.
Volgens bericht van Danzig, van den 5 juni, waren aldaar reeds 30 mensen aan cholera overleden en 31 anderen door dezelve aangetast van welke laatsten men vreesde dat nog niet de helft hersteld zoude worden.
Te Lübeck worden alle de schepen van Riga en Danzig, met welke gezondheidsattesten dezelve ook voorzien mochten zijn, geheel afgegeven en ook uit andere verdachte havens onder een strenge quarantaine gelegd.
Van Elseneur wordt van den 11 dito gemeld, dat schepen niet dadelijk besmette plaatsen aldaar een quarantaine van 40 dagen en die uit verdachte havens een van 4 tot 14 dagen moeten houden, waarna dezelve wel zijnde zouden worden toegelaten: Danzig was aldaar evenals Riga in staat van besmetting en alle overige Pruisische havens als verdacht verklaard; alle schepen vandaar komende moeten onder quarantainevlag de reis naar de Noordzee vervolgen.
Te Hamburg was het schip WINNANDS, kapt. H. Barnholdt, van Kopenhagen, benevens nog een ander, dadelijk na derzelve aankomst onder behoorlijke bewaking als verdacht naar Cuxhaven terug gezonden, om quarantaine te houden. In Oost Friesland waren mede de meest doeltreffende maatregelen tot wering der cholera genomen.
Van wege de Nederlandsche Regering is Zr.Ms. oorlogsbrik DE VLIEGENDE VISCH, naar Vlieland, het adviesvaartuig DE GIER, als mede twee kanonneerboten, naar Terschelling, twee andere kanonneerboten naar Wieringen en nog twee anderen naar de Eems afgezonden, ten einde aldaar gestationeerd te blijven om toe te zien dat aan de quarantaine-verordeningen het behoorlijk gevolg worde gegeven.
AH 140731
Vlie, 10 juli. Binnengekomen: DE GEBROEDERS, kapt. Fijn, van St. Petersburg; DE GOEDE HOOP, kapt. Klein, van Riga;
Op 10 november 1831 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door S.W. Visser, Lemmer, voor H.F. Klein als kapitein.
AH 291131
Texel, 27 november. Vertrokken: DE ADMIRAAL DE RUITER, kapt. P. Kraay, naar Batavia; HANDEL MAATSCHAPPIJ, kapt. P.H. Millers, naar Batavia; WILHELMINA MARIA, kapt. J.J. Bart, naar Suriname; ANNA EN LOUISA, kapt. J.K. de Jong, naar Suriname; NICOLAAS WITSEN, kapt. L. Wildschut, naar Suriname; AURORA, kapt. J.A. de Haas, naar Suriname; GUIJANA, kapt. D.G. Visser, naar Suriname; DE FAAM, kapt. J. Andresen, naar Suriname; WILHELMINA, kapt. J.N. Klint, naar Suriname; DE ZORGVULDIGHEID, kapt. E.D. Dekker, naar Curaçao en Suriname; LOUISA, kapt. N. Brewer?, naar New York; OAK, kapt. E. Sears, naar Boston; FOREST, kapt. W. Laurence, van Bremen naar Philadelphia; GEERTRUIDA, kapt. N. van Santen, naar Genua en Livorno; ADRIANA JACOBA, kapt. T.J. Rens, naar Cette; DE TROMP, kapt. R.T. Nolles, naar Cette; ONDERNEMING, kapt. G.B. Flik (opm: Flick), naar Cadiz en Gibraltar; BALTICUM, kapt. A.K. Voigt, naar Lissabon; GOEDE HOOP, kapt. H.F. Kleijn, naar Bordeaux;
1832
AH 280132
Texel, 26 januari. Binnengekomen: DIE GUTE HOFFNUNG, kapt. J. Bolwin, van Bordeaux; de GOEDE HOOP, kapt. H.L. Klein, van Bordeaux. Dezelve is met schade door behulp van een schuit in het Nieuwe Diep gebracht.
AH 090532
Schepen in lading te Amsterdam:
- Naar Marseille. De Nederlandse kof DE GOEDE HOOP, kapt. Haye Folkerts Klein.
Adres bij C. de Grijs en Zonen en Jan Daniels en Arbman.
Op 14 juli 1832 werd een Turkse pas verstrekt voor de GOEDE HOOP, aangevraagd door S.W. Visser (boekhouder), Lemmer, voor H.F. Klein als kapitein.
AH 090832
Texel, 7 augustus. Vertrokken: DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Kleyn, naar Marseille;
RC 241132
Rotterdam, 23 november. Het schip MARGARETHA, kapt. J.H. Buining, is te Boulogne onder embargo gelegd.
De schepen DE GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein en HELENA JACOBA, kapt. W. Zelling, zijn den 9 dezer te Marseille onder embargo gelegd. Ook een te Toulon binnengelopen Hollands schip was aldaar aan die maatregel onderworpen geworden.
AH 271132
Als een gevolg op vroegere berichten (zie ons vorig nummer), wegens het aanhouden van schepen in Frankrijk en Engeland, is men als nu in de gelegenheid om op te geven, dat embargo gelegd is op de volgende Nederlandse schepen:
- Te Bayonne: DE VRIENDSCHAP, kapt. T.G. van Rhyn; GEZYNA JOHANNA (opm: GEZIENA JOHANNA), kapt. J. Remkes Sap; VROUW ALIDA, kapt. J. Harms Jonker.
- Te Marseille: DE HELENA JACOBA, kapt. Zelling; DE GOEDE HOOP, kapt. Klein.
1833
DC 070933
Door kapt. H.F. Klein, voerende het Nederlandse kofschip GOEDE HOOP, te Vlissingen met zeeschade binnen gelopen, zijn gepraaid de volgende schepen, als: op 36º34’ NB 7º30’ Lengte het Hanovers kofschip de VERWACHTING, kapt. Bloem, komende van Cette, bestemd naar Rotterdam; en op 48º52’ NB 4º56’ Lengte passeerde er een driemastschip, tonende de Dordrechtse nummervlag No. 1.
DC 011033
Dordrecht, 30 september. Aan deze stad zijn gearriveerd: de schepen de GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein, van Torreveya (opm: waarschijnlijk Torrevieja), met Spaans zout;
1834
DC 250334
Advertentie. De notaris Maritz, residerende te Dordrecht, is voornemens, op maandag 14 april 1834, des middags ten 12 ure, in het logement De Gouden Leeuw, bij de Vuilpoort, te Dordrecht, publiek te veilen en bij afslag finaal te verkopen het extraordinair welbezeild Nederlands kofschip, genaamd de GOEDE HOOP, laatst gevoerd door kapt. Haije Folkerts Klein, groot volgens meetbrief 124 tonnen, lang 23 ellen 20 duimen, wijd 4 ellen 87 duimen, hol 2 ellen 46 duimen, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve is liggende in de Nieuwehaven, te Dordrecht. Nadere onderrichting bij de Heren Sandberg en Co., cargadoors, en de heer Henri Vriesendorp, makelaar, beiden te Dordrecht, en bij voornoemde notaris.
(Opm: Koper werd voor NLG 2.200,- de koopman de heer Adriaan van der Linden, Dordrecht. Verder informatie ontbreekt.)
Op 17 april 1834 werd de zeebrief van de GOEDE HOOP, kapt. H.F. Klein, door de Ontvanger der Inkomende- en Uitgaande Regten en Accijnzen te Dordrecht naar Den Haag geretourneerd, met vermelding ‘schip verkocht’, waarna op 19 april royement volgde.