1818
De bijlbrief schijnt verloren te zijn gegaan en dus verklaart scheepstimmerbaas Tjalling Jans uit Lemmer op 6 augustus 1818 dat de JONGE TRIJNTJE in 1807 door hem is gebouwd en aan hem geheel is betaald.
1814
Op 17 maart 1814 werd de eerste zeebrief voor de JONGE TRIJNTJE aangevraagd door Wybe Wybes, te Schiermonnikoog, voor zichzelf als enig eigenaar.
LCO 150614
Terschelling, den 9 of 10 juni is alhier binnengekomen de JONGE TRIENTJE, (opm: JONGE TRIJNTJE) kapt. W. Wybes, van Koningsbergen.
Na hermeting van de JONGE TRIJNTJE werd op 8 juli 1814 een nieuwe zeebrief verstrekt, aangevraagd door Wybe Wybes, te Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
1816
Op 26 juni 1816 werd een nieuwe zeebrief voor de JONGE TRIJNTJE aangevraagd door Jacob Sappuit, te Amsterdam, voor kapt. Wybe Wybes.
1818
Op 25 augustus 1818 werd een nieuwe zeebrief voor de JONGE TRIJNTJE aangevraagd door Wybe Wybes, te Schiermonnikoog, voor zichzelf.
1820
Op 7 september 1820 werd een nieuwe zeebrief voor de JONGE TRIJNTJE aangevraagd door Gerrit Willems, te Amsterdam, voor kapt. Wybe Wybes.
1822
RC 190922
Amsterdam, 17 september. Kapt. W. Wybes, voerende het schip de JONGE TRIJNTJE, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Amsterdam, meldt van Blexen, op de Weser, den 11 september, dat hij, na 47 dagen in zee en zelfs acht dagen te voren aan het westeinde van Ameland aan de wal geweest, doch teruggestormd te zjn, veel onweder doorgestaan en slijtaadje bekomen te hebben, door de hulp van een loods op de Weser is binnengelopen
1824
Op 4 oktober 1824 werd een nieuwe zeebrief voor de JONGE TRIJNTJE aangevraagd door Wybe Wybes, te Schiermonnikoog, voor zichzelf.
1825
RC 060125
Amsterdam, 4 januari. Het schip de JONGE TRIJNTJE, kapt. W. Wijbes, van Wismar naar Amsterdam, was, benevens verscheiden andere, den 26 dezer te Friedrichstadt (opm: aan de Eider) in goede staat liggende.
DC 230725
Brielle, 20 juli. Gisteren arriveerden uit zee: ANNA CORNELIA, kapt. R. Coercamp van Dantzig; JONGE TRIJNTJE, kapt. W. Wijbes van Elbing en GUTE HOFFNUNG, kapt. L.G. Buy van Greifswald.
DC 200825
Brielle, 13 augustus. Heden zeilden naar zee: CHRISTINA, kapt. G.A. Boomgaard naar Perth; JONGE DAVID, kapt. J.D. Kupper, JONGE TRIJNTJE, kapt. W. Wiebes, alle naar Hull. De wind ZW.
Den 14 dito. De kapiteins Wiebes en G.A. Boomgaard zijn wel in zee gekomen.
1826
OHC 160326
Amsterdam, 15 maart. Den 11 dezer is in Terschelling aangekomen (opm: kof JONGE TRIJNTJE) W. Wybes, van Dantzig (Gdansk).
Kapt. Wybe Wybes overleed te Amsterdam op 17 mei 1826. Zijn zoon Marten Wybes nam het stokje over. De kranten waren hiervan nog niet van op de hoogte.
OHC 290626
Amsterdam, 27 juni. Den 24 juni is te Vlie uitgezeild W. Wybes (opm: JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wybes) naar Stettin.
1827
Op 24 mei 1827 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de JONGE TRIJNTJE, aangevraagd door Wed. W. Wybes, Schiermonnikoog, voor M. Wybes als kapitein.
1828
AH 240528
Cargalijsten. Amsterdam, 22 mei. MARIA, kapt. J.F. Brouwer, van Koningsbergen; HERMANUS, kapt. H.A. Jongebloed, van Dantzig; DE TWEE GEBROEDERS, kapt. J.L. Tieman, van Dantzig; VIER GEBROEDERS, kapt. A.D. Pot, van Wismar; TWEE GEBROEDERS, kapt. H.D. Hancken, van Rostock; DE JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wijbes, van Kiel;
RC 220728
Rotterdam, 20 juli, des namiddags, zeilde uit de Maas FORTUNA, kapt. J.J. Cordes, naar de Oostzee en arriveerde DE JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wiebes, van Wismar; DE VRIENDSCHAP, kapt. D. Geuchies, van Koningsbergen en DE VROUW GEZINA, kapt. A.J. Boomgaard, van Londen.
AH 051128
Carga-lijsten. Amsterdam, 4 november. ENGELINA JANTINA, kapt. B.J. Wijgers, van Bordeaux; DE HERSTELLING, kapt. H.J. Bruining en ROELFINA, kapt. J.K. Bolhuis van Memel; VROUW STIJNTJE, kapt. T.M. Visser; EUROPA, kapt. K.J. Scholtens; DE JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wijbes en VROUW GEZINA, kapt. A.E. Pot, van Koningsbergen; HENRIETTE, kapt. C. Fik, van Otterndorf.
1829
Op 20 maart 1829 werd een nieuwe zeebrief voor de JONGE TRIJNTJE aangevraagd door Marten Wybes, te Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
DC 260529
Dordrecht, 25 mei. Aan deze stad zijn gearriveerd: de schepen JOHANNA EN ANNA ALIDA, kapt. J.J. Kortrijk van Christiaansand met hout, en de JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wiebes van Heiligenhafen met raapzaad.
1830
AH 180930
Carga-lijsten. Amsterdam, 17 september. SOPHIA MARIA, kapt. G.L. Raperhoff en PRINS DER NEDERLANDEN, kapt. J. Hilbrands, van Suriname; MARIA CLASINA, kapt. S.H. Hooghoudt, van Petersburg; VIJF GEBROEDERS, kapt. P.G. Bakker en AMPHRITRITE, kapt. H.B. Lut, van Koningsbergen; VROUW ANTJE, kapt. M.G. Feijse, DE ZES GEBROEDERS, kapt. H.J. Waterberg, DE JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wiebes, GOEDE VERWACHTING, kapt. J.S. Vegter, DE VROUW ANNA, kapt. H.J. Nagel, IDA CORNELIA, kapt. G.E. Broekema, MARGARETHA GEZINA, kapt. J.J. Wever en JETSKA CORNELIA, kapt. L.K. de Boer, van Dantzig; VROUW MAAYKE, kapt. E.J. Visser, van Elbing; WILLEM DE EERSTE, kapt. H.C. Kool, van Hamburg.
1833
Doordat Nederland na de afscheiding van België in november 1829 weigerde de Belgische vlag vrije doorvaart over de Schelde te verlenen stelden Engeland en Frankrijk een handelsblokkade in. Hierdoor werd veel verkeer naar en van Antwerpen omgeleid via Oostende en Brugge, terwijl veel Nederlandse schepen tijdelijk de wijk namen naar een buitenlandse vlag. Deze blokkade duurde van half november 1832 tot 21 mei 1833, toen er in Londen een wapenstilstand werd overeengekomen en de Belgen hun vrije doorvaart kregen. Daarop keerden vrijwel alle Nederlandse schepen terug naar de Nederlandse vlag.
Kapitein Marten Wybes week uit naar de neutrale vlag van Denemarken. De scheepsnaam bleef hetzelfde, de JONGE TRIJNTJE, maar Marten Wybes maakte gebruik van de achternaam Bok die hij kreeg toegewezen bij de loting voor de militie tijdens de Franse tijd.
In mei 1834 keerde kapitein Marten Wybes met de JONGE TRIJNTJE weer terug onder Nederlandse vlag.
AH 270533
Terschelling, 22 mei. Binnengekomen: DE VROUW ELISABETH, kapt. J.H. Cappen, van Dantzig; DE JONGE TRIJNTJE, kapt. M.W. Bok, van Tonningen.
AH 290533
Schepen in lading te Amsterdam.
Naar Lubeck, het Deens kofscheepje de JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wiebes Bok.
Adres bij Hendrik Gullen.
1834
Op 2 mei 1834 werd de ‘eerste’ zeebrief verstrekt voor de JONGE TRIJNTJE, aangevraagd door M. Wijbes, Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
AH 030734
Carga-lijsten Amsterdam: GEZINA, kapt. B.A. Visser, van Bordeaux met wijn, koopm., azijn, brandewijn, anijszaad, kurk, vruchten op brandewijn en olijfolie; FENNIGINA ELISABETH, kapt. W.A. Wykman, van Dantzig met tarwe en rogge; HERSTELLING, kapt. W.A. Smit, van Dantzig met rogge en lijnzaad; DE JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wybes, van Lübeck met hennep-olie en kopermunt; CATHARINA ELISABETH, kapt. H.A. Wagenaar, van Stettin met rogge.
AH 040734
Binnengekomen:
Vlie, 29 juni. GOEDE HOOP, kapt. H.B. de Jong, van Newcastle; ANTONIA FRANCINA, kapt. R.H. Lutje, van Petersburg; REMKE, kapt. J.J. Oltmans, van Nerva; SPECULATION, kapt. H.G. Heerma, van Libau; VROUW TRIJNTJE, kapt. P.G. Karst, van Pillau; GELIDA, kapt. M.J. Louwerens, van Koningsbergen; TWEE GEBROEDERS, kapt. H.H. Sprik, van Dantzig; CATHARINA, kapt. J.B. Mulder, van Holmstrand; CLASINA MARGARETHA, kapt. J.R. Schippers, JUFVROUW JOHANNA, kapt. J.G. Seiffers en JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, alle drie van Oosterisoer; JONGE JAN, kapt. J.E. Bart, van Christiaansand. 30 juni. STAD GRONINGEN, kapt. J.J. Kortryk, van Nerva; HERSTELLING, kapt. A.H. Karsyns, van Libau; DIANA, kapt. R.H. Duyt, van Koningsbergen; JANTINA ROELFINA, kapt. J.B. Kuiper, van Dantzig; JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wybes, van Lübeck; GESINA, R.L. Roelfsema, van Egersund; VROUW LUBBEGINA, kapt. K.H. de Weerd, van Oosterisoer; CLOTILDA, kapt. H.J. Polter, van Fahrsund.
AH 240934
Binnengekomen:
Terschelling, 20 september. DE JONGE BAREND, kapt. J.J. Ruiten, van Greifswald; DOROTHEA FREDERIKA, kapt. O.J.N. Sands, van Tetenbultenspieker; JONGE PIETER, kapt. H.P. Boer, van Dantzig; DE VROUW ALIDA, kapt. H.R. Roelfsema, van Hamburg; DE JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wybes, van Wismar; MEINSINA, kapt. J.A. Zeilinga, van Dantzig; HERMINA, kapt. M.J. Siebolds, van Stralsund; FORTUNA, kapt. J.T. Mewes, van Cuxhaven; DE VROUW TRYNTJE, kapt. J.A. Meyer, van Wismar; GELIDA, kapt. M.S. Louwerens, van Lübeck; CONCORDIA, kapt. H. Bornholst, van Sjelskior; ZES GEBROEDERS, kapt. H.J. Waterberg, van Tonningen.
AH 021034
Carga-lijsten Amsterdam: ANNA MARIA, kapt. J.F. Muys, van Londen met suiker en tin; GOEDE HOOP, kapt. J.J. de Boer, van New-Castle met steenkolen; GEZINA, kapt. A.H. Bekkering, van Rostock met tarwe; NEERLANDS TROUW, kapt. B.J. de Groot, van Drammen met hout; HARMONIE, kapt. A.S. Gille, van Riga met balken; DE GOEDE VERWACHTING, kapt. F.F. Lieffijn, van Koningsbergen met tarwe en hennep; ZEELUST, kapt. J.J. Dekker, van Wismar met raapzaad; JONGE TRIJNTJE, kapt. M. Wijbes, van Wismar met tarwe; LISETTE, kapt. F. Helling, van Wismar met raapzaad; MARIA, kapt. D.H. Duit, van Wismar met tarwe; GOEDE VERWACHTING, kapt. T. Wijnstok, van Stettin, met tarwe en lijnzaad; VROUW REBECCA, kapt. L. Grundman, van Stettin met rogge.
PGC 261234
Advertentie. Uit de hand te koop een welbezeild kofschipshol, groot pl.m. 63 roggelasten, oud 19 jaren, liggende te Harlingen, laatst bevaren doot kapt. Jan Gerbens Boon van Veendam. Te bevragen bij Ipe A. Hooites, scheepsbouwer te Hoogezand.
Bij bovengenoemde is nog te koop een kofschipshol, liggende op het Hoogezand, groot pl.m. 40 roggelasten, gevoerd door kapt. Marten Wybes van Schiermonnikoog. (opm: de JONGE TRIJNTJE, bouwjaar 1807)
1835
Op 25 februari 1835 werd de zeebrief van de JONGE TRIJNTJE, kapt. W. Wijbes, door de Ontvanger der Inkomende- en Uitgaande Regten en Accijnzen te Hoogezand naar Den Haag geretourneerd, met vermelding ‘van eigenaar veranderd’, waarna op 27 februari 1835 royement volgde.