1826
Op 22-05-1826 wordt voor de VROUW GRIETJE door kapitein/ eigenaar Egbert Roelofs Smilde uit Nijehaske een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
OHC 120926
Vlie, 6 september. Uitgezeild E.R. Smelde naar Hamburg.
LCO021026
Te Terschelling binnengekomen E.R. Smelde van Hamburg.
1827
OHC 200227
Arrivementen: Te Gravesend E.R. Smelde van Groningen.
LC 170427
Harlingen. De 7 april binnen gekomen het schoenerschip HOPE, kapt. Wm. Cousins, met ballast van Londen; het tjalkschip de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smelde, met hout van Noorwegen.
LC 240427
Harlingen. De 18 april. Uitgezeild het kofschip de VROUW LOLLINA, kapt. B. Jaski, met dakpannen naar Dantzig; het tjalkschip de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smilde, met ballast naar Noorwegen.
RC 010527
Van Terschelling uitgezeild E.R. Smelde naar Noorwegen.
LC 220527
Harlingen. De 12 mei binnen gekomen het tjalkschip de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smilde; het kofschip GEZINA, kapt. B.A. Visser, ledig van de Joure. De 18e mei uitgezeild het tjalkschip de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smilde; de kofschepen de JONGE JAN, kapt. J.E. Bart; de VROUW ANTJE, kapt. D.K. de Groot; de VRIENDSCHAP, kapt. Jan Klasen, met ballast naar Noorwegen.
RC 061027
Bij Terschelling binnengekomen E.R. Smilde van Heiligenhaven.
1828
Op 19-05-1828 wordt voor de VROUW GRIETJE door kapitein/ eigenaar Egbert Roelofs Smilde uit Heerenveen een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
OHC 250928
Arrivementen: Te Pillau E.R. Smilde van Antwerpen.
LCO 131028
Zeetijdingen. Bij Terschelling binnengekomen E.R. Smilde van Koningsbergen.
RC 301028
Rotterdam, 29 oktober. Te Antwerpen zijn gearriveerd JONGE RENTE, kapt. Huisman en JONGE EGBERTUS, kapt. J.B. Mulder, van Liverpool; de VROUW GRIETJE, kapt. Smelte (opm: E.R. Smilde) en SANDARINA, kapt. Jongbloed, van Koningsbergen.
AH 291128
Cargalijst Antwerpen. VROUW GRIETJE, E.R. Smelde van Koningsbergen met 35 last gerst en 4 last rogge.
RC 061228
Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild de LEEUW, kapt. J. Verbruggen; de MERCURIUS, kapt. J. Roose, ST. PIERRE, kapt. J.D. Potter en de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smelde, naar Londen.
1829
RC 170129
Rotterdam, 16 januari. Te Antwerpen zijn gearriveerd EENDRAGT, kapt Dillewyns, van Yarmouth en VROUW GRIETJE, kapt. Smelden, van Londen.
RC 280229
Rotterdam, 27 februari. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smelden, de EENDRAGT, kapt. J. Dillewyns en ENGELINA, kapt. J.K. de Jonge, naar Leith; de NIEUWE UNIE, kapt. J. van den Broeke naar Londen en de MEELZAK, kapt. J.H. Witteveen naar Lancaster.
OHC 070429
Volgens brief van kapt. K.J. Hagedoorn, voerende het schip de LIEFDE, van Cardiff naar de Pillau, in dato Elseneur den 27 maart, is bij dien dag aldaar aangekomen, doch alles nog daar zo vol ijs gevonden had dat men geen schepen meer in de haven kon bergen, hierdoor was hij genoodzaakt geweest naar het Kattegat te moeten terugkeren; het schip de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smelde, van Borrowstoness naar de Oostzee, was om dezelfde reden teruggekeerd; ook meldt men van Elseneur van den 28 maart, dat alle de aldaar ingeklaarde vaartuigen ten getale van 85 in de haven gekomen waren, waaronder de Nederlandse schepen de EENDRAGT, kapt. J. Dillewijns, van Leith; ENGELINA, kapt. J.K. de Jonge, van Borrowstoness, beide naar Koningsbergen en de GEZUSTERS, kapt. E.IJ. Post, van Amsterdam naar de Oostzee, als toen kon men geen meer in dezelve bergen, en zou de na dien dag aankomende schepen moeten terugkeren; van daar tot aan Koppenhagen zat het ijs nog vast.
MCO 190529
Vlissingen, 16 mei. Voor Antwerpen bestemd op onze rede gekomen VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smelde van Niobory met rogge.
RC 130629
Rotterdam, 12 juni. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild THERESIA, kapt. L.J. Besseling en de JULIA, kapt. J.P. Visser, naar Liverpool; de HOOP, kapt. S. Koorn, naar Nantes; FORTITUDE, kapt. D.J. Bulsing, naar Batavia en de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smilde, naar Rouaan.
AH 190929
Cargalijst Amsterdam. VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smelde van Dantzig met 31 last tarwe en 12 last rogge.
1830
Op 23-06-1830 wordt voor de VROUW GRIETJE door kapitein/ eigenaar Egbert Roelofs Smilde uit Heerenveen een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
RC 070930
Amsterdam, 5 september. Het schip de VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smelde, met gerst van Libau naar Schiedam, is, volgens brief van Tonningen van de 29e augustus, met schade aldaar binnengelopen; de lading was min en meer beschadigd gelost, waarvan circa 200 tonnen, welke geheel nat waren, de volgende dag openlijk zouden verkocht worden.
1832
AH 080832
Texel, 6 augustus. Binnengekomen: TROOST VOOR MOEDERLOOS, kapt. B. Nieveen, van Rouaan; VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smelde, van Rouaan.
Op 28-09-1832 wordt de zeebrief van de VROUW GRIETJE door de ontvager te Amsterdam naar Den Haag teruggezonden met als reden: Schip verkocht