|
In de vergadering van de Staten der Provincie Groningen, den 7 l.l. alhier geopend, is het gewone verslag van de Gedeputeerde Staten der Provincie Groningen medegedeeld. Omtrent de koophandel en zeevaart luidt het verslag ongunstig. Over het geheel heeft de handel in 1834 weinige gunstige ogenblikken opgeleverd en menige speculant teleurgesteld. Ook heeft de handel voor eigen rekening zijn ondernemingen moeten staken, hetwelk men meent hoofdzakelijk te moeten toeschrijven aan de verbodswetten, waarmede men bijna overal zou te strijden hebben. In de enkele gevallen, dat hier of daar buiten 's lands enige behoefte ontstaat, is dezelve meestal van korte duur en de aanvoer zo algemeen, dat de verzendingen zeer zelden een gewenste uitkomst opleveren. Desniettemin hebben de meeste artikelen te Groningen een goede vraag gevonden. In de zogenaamde kleinhandel binnen deze provincie is geen verbetering te bespeuren, evenmin in de toestand der zee- of buitenvaart. Daar de voorafgegane winter bijzonder zacht was geweest, was ook de scheepvaart bijna onafgebroken voortgezet, en waren de vrachten daardoor op haar lage koers gebleven. De grootste vloot onzer kofschepen zeilde in het voorjaar met ballast naar de korenhavens in de Oostzee, om van daar naar Petersburg beladen te worden, alwaar de invoer van granen, bij Keizerlijk besluit, was aangemoedigd. Door de menigte van schepen leverden echter deze vrachten nauwelijks enig voordeel op. Daar het loon van het scheepsvolk nog even hoog gebleven is en de schepen thans bijna even hoge uitgaven hebben, als in vroegere jaren, ofschoon zij nagenoeg voor de helft der vrachtpenningen moeten varen, zo is het gemakkelijk optemaken, hoe deerniswaardig het met de buitenvaart in dit gewest gesteld is. De zogenaamde binnenvaarders of tjalkschippers varen bijna zonder uitzondering voor eigen rekening. Vroeger vonden zij schier uitsluitend hun bestaan op de afvallige Zuidelijke gewesten. De hevige najaarsstormen hebben de aanzienlijke vloot onzer gewestelijke koopvaardijschepen weder op een allerongelukkigste wijze getroffen. De grootte dezer ramp blijkt ten duidelijksten uit navolgende opgave der in den jare 1834 verongelukte schepen (opm: zie ook GSG 070735): E.K. Lugies, van Groningen, kof de GRONINGER WELVAART, met man en muis. H.A. Zeven, van Groningen, smak de VROUW ANNEGIENA, met man en muis. C. Brink, van Groningen, tjalk JOHANNA, met man en muis (opm: binnenvaarder). A.F. Rasker, van Groningen, tjalk de DAGERAAD, het volk gered. H.P. de Jonge, van Groningen, kof de SNELHEID, het volk gered. B.G. Haverbult, van Appingedam, kof de VRIENDSCHAP, met man en muis. G. Postema, van Sappemeer, kof IKIENA, het volk gered. Klaas D. Mulder, van Sappemeer, tjalk RENTIENA, met man en muis. R.R. Keizer, van 't Hoogezand, tjalk de VRIENDSCHAP, het volk gered. R.R. Sap, van Veendam, smak de VRIENDSCHAP, het volk gered. Pieter E. Boer, van Veendam, kof MARIA, vijf man bij verongelukt. Aaldrik W. Hazewinkel, van Veendam, kof EBELIA, het volk gered. Berend K. Dekker, van de Wildervank, tjalk, drie man verongelukt. (opm: GERARDA MARIA) Berend H. Schuur, van de Wildervank, tjalk, het volk gered. (opm: VROUW WIEGERDINA) Geert Fijn, van de Pekela, kof, zes man bij omgekomen. (opm: HEMMINA) Jan Steernborg, van de Pekela, kof, het volk gered. (opm: RESOLUTION, J.H. Sterenborg) Hendrik Drewes, van de Pekela, vijf man bij omgekomen. (opm: kof VROUW JACOBA) Hindrik Klaassens Wijkmeijer, van de Pekela, kof, vijf man bij omgekomen. (opm: kof VROUW ANNA) Klaas Pijbes, van de Pekela, kof, vijf man bij omgekomen. (opm: FROUWINA) Jacob Jurjens Schuring, van de Pekela, kof, vijf man bij omgekomen.(opm: GOEDE VERWACHTING) Egbert Meilofs de Jonge, van de Pekela, kof, zeven man bij omgekomen. (opm: JACOBA) Frederik Johan de Winter, van de Pekela, kof, het volk gered. (opm: VROUW HELENA) Klaas Derks de Groot, van de Pekela, kof, het volk gered. (opm: GERBERDINA) Hk.H. Koster, van de Pekela, kof, het volk gered. (opm: METTINA MARGARETHA) Berend Wiegers (opm: Berend Jacobs Wijgers, kof AURORA), van de Pekela, kof, drie man bij omgekomen. Nanne Willems Hazewinkel, van de Pekela, kof, het volk gered. (opm: VRIENDSCHAP) J.K. de Jonge, van de Pekela, kof, het volk gered. (opm: ENGELINA) P. Krak, van Delfzijl, kof, met man en muis. (opm: JUFFER CLARA)
|