|
Amsterdam, 11 november. De schepen ZEELUST, kapt. Coerkamp, van Colberg (opm: Kolobrzeg), MORGENSTER, kapt. Drent, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad), HENDRIKA BOUWINA, kapt. Joosten, van dito, TJAKKINA, kapt. Van Sluis, van Horsens, alle herwaarts gedestineerd; GEZIENA DERKINA, kapt. Klok, van Rügenwalde (opm: Darlowo) naar Engeland, de VROUW HILLEGINA, kapt. Joosten, van Kjöge, en IDA MARIA, kapt. Ter Poorter, van Dantzig (opm: Gdansk) naar de Maas, en de JONGE GERRIT, kapt. Gerritsma, van Stege naar Rotterdam, zijn volgens brief van Delfzijl van de 10e dezer aldaar lek en met meer andere schade binnengelopen. Zij moeten lossen om te repareren.
|