Inloggen
CLASINA EN MAGRETA - ID 9800


Kroniekberichten

Datum 27 april 1838
Krant ZP - Zeepost

De schepen ROELFINA, kapt. Doewes, van Amsterdam naar de Oostzee, EENDRAGT, kapt. Koops, van Amsterdam naar Dantzig (opm: Gdansk), CLASINA MARGARETHA (opm: kof CLASINA EN MAGRETA), kapt. J.R. Schippers, van dito naar dito, VRIESLAND, kapt. Stuit, van dito naar dito, ANNA ALIDA, kapt. Kortrijk, van dito naar dito, en JOHANNES, kapt. Douwes, van dito naar dito, zijn volgens bericht van Ystad van 18 april genoodzaakt geweest wegens drijfijs aldaar binnen te lopen.

Afbeelding
Datum 14 december 1838
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Het schip CLASINA MARGARETA (opm: kof CLASINA EN MAGRETA), J.R. Schippers, van Newport naar Amsterdam, is den 29 november te Plymouth binnengelopen, met gescheurde bezaanmast en verlies van een anker en ketting.

Afbeelding
Datum 27 juli 1841
Krant OVC - Overijsselsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Zwolle, 23 juli. Binnengekomen de STAD ENSCHEDE, A.P. de Boer van Hull.
24 Juli. Binnengekomen ANNA, F. Fokken van Bremen.
24 Juli. Uitgezeild J.R. Schippers, CLASINA MARGARETHA naar Osterrisoer.
26 Juli. T.H. de Jonge, ARGO, naar Drammen.

Afbeelding
Datum 22 juli 1845
Krant GRC - Groninger Courant

 
Datum 22 juli 1845
Krant GRC - Groninger Courant
Lijst van de Nederlandse schepen, welke de Sont gepasseerd zijn.
9 juli: De Jong, DE WAAKZAAMHEID (Harlingen), van Petersburg naar Amsterdam; Kuiper, GUSTAAF (Pekela), van Aarhus naar de Oostzee.
10 juli: De Jonge, ALIDA IKINA (Veendam), van Antwerpen naar Windau; Smit, JAN FREERK (Harlingen), van Amsterdam naar Petersburg; Nagel, AFINA ALBERDINA (Pekela), van Maassluis naar de Oostzee.
11 juli. Wijnstok, DE VRIENDSCHAP (Groningen), van Amsterdam naar Stettin; Beekman, CORNELIA, (Groningen), van Danzig naar Buiksloot; Postema, JUFFER FRESINA (Hoogezand), van Stettin naar Rotterdam.
12 juli. Bakker, ALEXANDER (Veendam), van Petersburg naar Zwolle; Brons, FENNA (Groningen), van St. Petersburg naar Amsterdam; Mulder, ALIDA (Veendam), van Amsterdam naar St. Petersburg.
13 juli: Ekamp, ANNA CLARA (Muiden), van Amsterdam naar Koningsbergen; De Weerd, DE WAAKZAAMHEID (Pekela), van Bremen naar de Oostzee; Reigt, RIGA (Rotterdam), van Hamburg naar St. Petersburg; Klein, DE TWEELINGEN DANIEL EN WILCO (de Lemmer), van de Lemmer naar de Oostzee; Zoutman (voor Duit), GEERDINA (Wildervank), van Antwerpen naar de Oostzee; Schippers (voor Brandenburg), CLASINA MARGARETHA (Veendam), van Amsterdam naar Riga; Jaski, ALIDA THEODORA (Amsterdam), van Danzig naar Amsterdam; Dijkhuis, CHRISTINA (Pekela), van Danzig naar Amsterdam; De Grooth, AGATHA (Pekela), van Memel naar Harlingen.
14 juli. Kuiper, JANTINA ROELFINA (Veendam), van St. Petersburg naar Amsterdam; Scherpbier, JANTINA FROUWINA (Pekela), van Zwolle naar Riga.
15 juli. Meints, MARIANNE (Sappemeer), van Bergen naar St. Petersburg; Harding, ALIDA (Pekela), van Bergen naar St. Petersburg; Stutvoet, GEZINA CATHARINA (Veendam), van Amsterdam naar Stettin; Dik, JANTINA PETRONELLA (Pekela), van Nerva naar Purmerend; Wijkmeijer, GEESSINA (Dordt), van Danzig naar Harlingen.
16 juli. Goosens, JUFFER ELLEGONDA (Pekela), van St. Petersburg naar Groningen; De Groot, JOSINA WILHELMINA (Harlingen), van Riga naar Harlingen.
De wind van de 9e tot de 14e westelijk; de 15e en de 16e ZO.
Elseneur, 16 juli 1845.

Afbeelding
Datum 22 juli 1845
Krant GRC - Groninger Courant

 
Datum 22 juli 1845
Krant GRC - Groninger Courant
Lijst van de Nederlandse schepen, welke de Sont gepasseerd zijn.
9 juli: De Jong, DE WAAKZAAMHEID (Harlingen), van Petersburg naar Amsterdam; Kuiper, GUSTAAF (Pekela), van Aarhus naar de Oostzee.
10 juli: De Jonge, ALIDA IKINA (Veendam), van Antwerpen naar Windau; Smit, JAN FREERK (Harlingen), van Amsterdam naar Petersburg; Nagel, AFINA ALBERDINA (Pekela), van Maassluis naar de Oostzee.
11 juli. Wijnstok, DE VRIENDSCHAP (Groningen), van Amsterdam naar Stettin; Beekman, CORNELIA, (Groningen), van Danzig naar Buiksloot; Postema, JUFFER FRESINA (Hoogezand), van Stettin naar Rotterdam.
12 juli. Bakker, ALEXANDER (Veendam), van Petersburg naar Zwolle; Brons, FENNA (Groningen), van St. Petersburg naar Amsterdam; Mulder, ALIDA (Veendam), van Amsterdam naar St. Petersburg.
13 juli: Ekamp, ANNA CLARA (Muiden), van Amsterdam naar Koningsbergen; De Weerd, DE WAAKZAAMHEID (Pekela), van Bremen naar de Oostzee; Reigt, RIGA (Rotterdam), van Hamburg naar St. Petersburg; Klein, DE TWEELINGEN DANIEL EN WILCO (de Lemmer), van de Lemmer naar de Oostzee; Zoutman (voor Duit), GEERDINA (Wildervank), van Antwerpen naar de Oostzee; Schippers (voor Brandenburg), CLASINA MARGARETHA (Veendam), van Amsterdam naar Riga; Jaski, ALIDA THEODORA (Amsterdam), van Danzig naar Amsterdam; Dijkhuis, CHRISTINA (Pekela), van Danzig naar Amsterdam; De Grooth, AGATHA (Pekela), van Memel naar Harlingen.
14 juli. Kuiper, JANTINA ROELFINA (Veendam), van St. Petersburg naar Amsterdam; Scherpbier, JANTINA FROUWINA (Pekela), van Zwolle naar Riga.
15 juli. Meints, MARIANNE (Sappemeer), van Bergen naar St. Petersburg; Harding, ALIDA (Pekela), van Bergen naar St. Petersburg; Stutvoet, GEZINA CATHARINA (Veendam), van Amsterdam naar Stettin; Dik, JANTINA PETRONELLA (Pekela), van Nerva naar Purmerend; Wijkmeijer, GEESSINA (Dordt), van Danzig naar Harlingen.
16 juli. Goosens, JUFFER ELLEGONDA (Pekela), van St. Petersburg naar Groningen; De Groot, JOSINA WILHELMINA (Harlingen), van Riga naar Harlingen.
De wind van de 9e tot de 14e westelijk; de 15e en de 16e ZO.
Elseneur, 16 juli 1845.

Afbeelding
Datum 16 september 1845
Krant GRC - Groninger Courant
Type bericht Berichten uit het buitenland incl havens
16 september 1845
Krant GRC - Groninger Courant
 

Lijst van de Nederlandse schepen, welke de Sont gepasseerd zijn.
2 september: Scherpbier, DE VIJF BROEDERS (Pekela), van Danzig naar Amsterdam.
3 september: Harding, MARGARETHA (Pekela), van Danzig naar Amsterdam; Teensma, REINTJE (Schiermonnikoog), van Amsterdam naar de Oostzee.
4 september: Pijbes, ANNECHIENA JANTINA (Pekela), van Amsterdam naar de Oostzee.
5 september: Brambergen voor Schippers, CLASINA MARGARETHA (Veendam), van Riga naar Amsterdam.
7 september: Hazewinkel, DE JONGE CORNELIUS (Veendam), van Riga naar Amsterdam; De Boer, HOOP EN VERWACHTING (Pekela), van Koningsbergen naar Amsterdam; Ebling, DE VREDE (Pekela), van Riga naar Dendermonde; De Grooth, AGATHA (Pekela), van Memel naar Harlingen.
8 september: Broekema, HILLECHIENA CHRISTINA (Pekela), van Riga naar de Maas.
De wind de 2de tot de 8sten sept. NW.
Elseneur, 8 september 1845.

 

Afbeelding
Datum 17 december 1849
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Berichten uit het buitenland incl havens

Elsfleth, ….december. De Nederlandse schepen JOHANNES, kapt. Haverbult, JONGE KERST (opm: JONGE KARST), kapt. Woudstra en CLASINA MARGARETHA, kapt. Topp, liggen in onze haven om aldaar te overwinteren.

Afbeelding
Datum 18 januari 1853
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant
Type bericht Verkoop schepen

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, zal, ten verzoeke zijner principalen, op dinsdag 25 januari 1853, des avonds te 7 uren, ten huize van de logementhouder A. Smit te Veendam, publiek veilen en verkopen het welbevaren Nederlandse kofschip, genaamd CLASINA EN MARGRETA, groot 40 lasten, thans liggende te Bremerhaven. En zulks met al deszelfs opgoederen van masten, zeilen, ankers, touwen, staand- en lopend want en verder toebehoren, zoals laatst hetzelve door kapt. J.H. Top is bevaren, en waarvan het inventaris ten kantore van de bovengenoemde notaris ter lezing zal liggen. (opm: de CLASINA EN MAGRETA, bouwjaar 1837, vond waarschijnlijk geen koper)

Afbeelding
Datum 11 februari 1855
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Rotterdam, 10 februari. Wij zijn verzocht het volgende extract (opm: uittreksel) te plaatsen uit een rapport van de heer W. van der Goes, directeur der reddingsboot te Ter Heyde, aan directeuren der Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen alhier, gedagtekend Hondsholredijk (opm: Honselersdijk), 9 februari:
Gisteren namiddag (opm: 8 februari) ten ongeveer 2 ure strandde het kofschip KLAZINA MARGARETHA, kapt. Johan Heinrich Top (opm: Johan Hendrik Top uit Veendam), geladen met gerst van Tralenburg (opm: Trelleborg) in Zweden, bestemd naar Schiedam, en te huis behorende te Veendam in Groningen, na lang in de Noordzee te hebben gezworven en ten gevolge van bekomen lekkage. Het schip was vol water, de equipage afgemat en op levensbehoud bedacht. Men had besloten het schip op strand te zetten, doch het bleef bij laag water op de buitenbank zitten, alwaar de branding hevig was en het schip spoedig brak, zodat de equipage haar behoud zocht in het want, met hoop op redding, welke hoop evenwel flauw was wegens de grote afstand der redmiddelen. Intussen was van Ter Heyde het schip ontdekt en spoedig was de reddingboot, de mortier, enz, in beweging gesteld. Ten 3 ure ging de ijzeren boot bij dam no.16 – bijna een uur afstand van Ter Heyde – te water, bemand met 12 manschappen, vol goede moed. Men kwam door de eerste branding, die vrij hevig was, doch het was onmogelijk de buitenbank en het schip te naderen. De hevige zeeën die zij overkregen en later de afmatting en de koude, noodzaakten hen, hoewel niet ver van het schip verwijderd – het schip stond ongeveer 6 kabellengten (opm: ca. 1100 m.) uit de wal – naar het strand terug te keren, alwaar de bemanning verstijfd en doornat terug kwam. Een half uur later deed men een tweede poging met de ijzeren boot, nu bemand met 8 manschappen, gedeeltelijk anderen. Zee op zee kregen ze over en de riemen sloegen hun uit de handen. Men hield echter vol in de hoop op beter gevolg, maar de branding en de zee waren zo sterk, dat ook deze poging mislukte, onder de ogen van de in doodsangst verkerende en om hulp roepende schipbreukelingen en in het gezicht van een menigte toeschouwers, die allen ook de boot voor verloren hielden. Na vruchteloos pogen bereikte men het strand weder. De stuurman was gewond aan het oog, de overigen waren verlamd en verkleumd van koude en doornat.
De mortier werd toen geladen. Men wierp, maar helaas, de sterke wind in dwarse richting en de grote afstand waren oorzaak, dat de kogels het schip niet bereikten. De lading werd versterkt, doch toen braken de lijnen. Ook dit reddingmiddel mislukte dus en de equipage achtte zich verloren, even als de aanwezigen op het strand dit dachten.
De wind was NO met gereefde marszeilkoelte, de branding hoog en woest en het water wassende. Tegen 7 ure sloeg het schip over de buitenbank heen en raakte dwars en geheel onder water, kraakte hoe langer hoe meer, en men vreesde voor de val van de mast, als wanneer alles verloren zou zijn.
Het was intussen duister geworden. Op het strand werden vuren gestookt en lantaarns gebrand, ten einde de in doodsnood verkerende equipage te bemoedigen en haar te kennen te geven, dat nieuwe middelen tot haar redding werden beraamd. Inmiddels was het zo donker geworden, dat men het wrak niet meer kon zien. Ieder der aanwezigen deed zijn best om de equipage van de reddingboot moed in te spreken en op te wekken, en hierdoor aangevuurd, uitgerust en versterkt, besloot men een nieuwe poging te wagen. Ten 10 ure werd de boot andermaal te water gebracht, bemand met 7 koppen, waaronder een fikse nieuwe stuurman. Men stak van wal; vol moed en met inspanning van alle krachten trachtte men door de branding heen en achter het schip om te komen. Vier malen werd de boot vol water van het schip afgeslagen, de vijfde maal op het schip en daarna over het schip heen geworpen. Toen kreeg men een eind touw vast en in die toestand, welke hoogst gevaarlijk was, lieten de vier mannen der equipage van de kof zich langs de stag glijden en vallen, begrijpende, dat indien deze laatste poging mislukte, het met hen gedaan was aangezien de mast begon te wankelen en hun handen als bevroren waren. Deze poging nu gelukte, en men had de zelfvoldoening een voor een de vier mannen, waaruit de equipage bestond, te grijpen en in de reddingboot te halen, waarna men het wrak los liet en de boot liet drijven. Men was in het eerst niet in staat iets te doen. Enigszins hersteld zijnde, legde men de riemen uit en men had het geluk het strand te bereiken, waar iedereen alles voor verloren had gehouden. De manschappen van de kof zowel als van de boot was geheel uitgeput en bijna bevroren, zo zelfs, dat ze niet in staat waren te lopen en gedragen moesten worden. De redding werd alzo heden nacht ten half twee ure volbracht en de bevolking van Ter Heide beijverde zich om allen te ondersteunen en te helpen, hetgeen door de gehele equipage dankbaar werd erkend.

Afbeelding
Datum 13 februari 1855
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Rotterdam, 12 februari. De ’s-Gravenhaagsche Nieuwbode, hulde brengende aan de bootsgezellen en andere personen, onder directie van de heren secretaris en ontvanger der gemeente Monster, die in de nacht van donderdag op vrijdag de equipage van een onder Ter Heijden gestrande kof hebben gered – zie ons nommer van gisteren – meent echter niet te mogen verzwijgen, dat de Scheveningse bootslieden, die geheel buiten hun schuld verhinderd werden verder te komen dan het eerste stenen hoofd, op het strand zijn verbleven en nog bij vallend water, ten 10 ure ’s avonds, pogingen hebben willen aanwenden om het schip te bereiken, waarin zij echter belet zijn. Het blad verneemt, dat het een onmogelijkheid was met wagen en paarden verder te komen dan de hoofden, vermits de opening, die voor vaartuigen tussen de hoofden en de duinen moet bestaan, door ijs en sneeuw was verstopt. Alleen de vermelding van dit verzuim zal voldoende zijn om hen, die belast zijn te zorgen, dat men het strand met wagen en paarden kan berijden, voor het vervolg oplettender doen zijn. Het schip (opm: KLAZINA MARGARETHA, zie NRC 110255), zijnde een Groninger kof, was gevoerd door kapt. Top, komende van Tralienborg (opm: Trelleborg)bestemd naar de Maas en geladen met gerst. Men vreest, dat van de lading niets of slechts weinig zal gered worden.

Afbeelding