|
De Semarangsche Courant van 10 augustus meldt het volgende omtrent het verbranden van het Nederlandse barkschip NOACH V, gezagvoerder R.H. Vil. De welbekende bark NOACH V van de Rotterdamse rederij der heren De Koning & Van Delden, had te Cheribon (opm: Cirebon) cokes enzovoort gelost en ondernam de 1ste augustus de reis van Cheribon naar Pekalongan, alwaar het restje van de lading, bestaande uit steenkolen, cokes, salpeter en ijzer, gelost moest worden. Door tegenwind duurde dat kustreisje vrij lang. Zondag 2 augustus had de NOACH V, halfweg Cheribon en Pekalongan, onder de kust het anker geworpen, teneinde daar het aanstaande ochtendbriesje af te wachten. Tussen 5 en 6 uur ’s middags waren enige matrozen aan het lenspompen en bespeurden toen gasdampen, die uit een openstaand luik opstegen. Ze gaven hiervan onverwijld kennis aan de stuurman der wacht, die dit de gezagvoerder rapporteerde. De gezagvoerder deed alle luiken zo hermetisch mogelijk sluiten, ja zelfs de kettingkokers werden met hennep dichtgestopt. Maandagochtend 3 augustus, juist toen men weder onder zeil wilde gaan, bespeurde de gezagvoerder rook in de kajuit en belegde toen een soort scheepsraad, waarin besloten werd de afsluiting van de lading met de buitenlucht zo zorgvuldig mogelijk te bestendigen en daarna onder zeil te gaan. ’s Avonds tegen 6 uur ging de NOACH V weer voor anker en kon men de vuren van Pekalongan reeds zien. Een uur na middernacht, dinsdag 4 augustus, vlogen met een hevige slag plotseling de dichtgesjorde luiken open en zag men uit het grote luik een vlam opstijgen, hoger dan de grote mast van de NOACH V. In de kajuit vlogen de deuren open en slingerden de kussens van de banken. De vlammen namen in hevigheid toe en indien de zee niet zo kalm geweest ware, zou de equipage in een gevaarlijk parket verkeerd hebben. Twee van de drie aanwezige sloepen waren intussen gestreken, maar bleken allesbehalve zeewaardig te zijn; ze lekten als een mandje en moesten door hozen boven water gehouden worden. Eén sloep kon zelfs door hozen niet blijven drijven …. en verdween in de diepte. De gezagvoerder, de tweede stuurman en de zeilmaker begaven zich in de gestreken sloep, waarin de lichtmatroos J. Koning zat, met de vierlijn in zijn handen. Mag men de door zeven man der equipage afgelegde getuigenis geloven, dan had de gezagvoerder het voornemen al aanstonds met de sloep waarin hij zat, het schip te verlaten, uit vrees voor een nadere ontploffing. Over de aan boord aanwezige equipage scheen hij zich in het geheel niet te bekommeren. De lichtmatroos J. Koning weigerde echter het bevel van de gezagvoerder, om de vierlijn los te laten, op te volgen, Koning zeide: “neen kapitein dat kan ik niet doen, want wie weet of er geen doden of gewonden onder de equipage zijn, die hulp nodig hebben”. Hij riep verder zo hard hij kon de aan boord achtergeblevenen toe, die de gezagvoerder noodzaakten weer aan boord te komen. Nu werden noodsignalen gegeven, de klokken geluid, enz. Een stoomschip dat oost opstoomde en de noodsignalen zo al niet gehoord, dan toch zeker gezien moet hebben, verleende echter geen assistentie en stoomde door. Brandblusmiddelen waren niet aan boord en met het strijken van de grote sloep, die op het voordek stond, ondervond de bemanning bijna onoverkomelijke hinderpalen, omdat er (het klinkt bijna ongelofelijk) geen voldoende trossen voor waren. Toen eindelijk die life-boat (sic) gestreken was, bleek zij ook zo hevig te lekken, dat geen hozen hielp. De life-boat zonk. “Dat had ik wel gedacht”, zei de timmerman van de NOACH V, want toen de rederij de wegens ouderdom versleten reddingboot van het loodswezen te Vlissingen kocht en ik de aanmerking maakte dat die boot niets meer waard was ingeval van nood, kreeg ik tot antwoord: “Die boot is goed genoeg voor de NOACH V”. Daar zat men nu op een brandend schip met 20 man en één kleine boot (vlet), daar de twee andere wegens onzeewaardigheid gezonken waren. Toen het dinsdag 4 augustus begon te dagen, bespeurde men in de nabijheid een schoener, de VENUS, wier Chinese bemanning de noodsignalen had waargenomen en daarheen koers zette. Bij gedeelten ging de equipage van de NOACH V naar de VENUS over. Nu was de gezagvoerder de laatste, die het brandende schip verliet. Niet lang nadat men op de VENUS was overgegaan, zonk de brandende NOACH V, onder de ogen van haar bemanning.
|