Inloggen
PRINS HENDRIK - ID 8315


Kroniekberichten

Datum 27 september 1879
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 26 september. Bij de firma John Elder te Glasgow is een derde stoomschip besteld voor de Stoomvaart-Maatschappij Zeeland. Het zal de naam voeren KONINGIN EMMA en volkomen gelijk zijn aan de zusterschepen PRINSES MARIE en PRINSES ELISABETH. Het zal reeds het volgend voorjaar gereed moeten zijn, om in de lijn te komen, zodra het reisseizoen weer begint. Behalve de PRINSES MARIE en PRINSES ELISABETH, heeft de Maatschappij Zeeland nog de STAD MIDDELBURG en STAD VLISSINGEN., benevens de kleinere STAD BREDA, alle drie oudere schepen, die alleen de maildiensten kunnen vervullen als het getij gunstig is. Een der grotere, met de STAD BREDA, zullen worden verkocht zodra de KONINGIN EMMA gereed is. De maatschappij houdt dan over voor de dienst de PRINSES MARIE, PRINSES ELISABETH en KONINGIN EMMA en de STAD MIDDELBURG of STAD VLISSINGEN als reserve, waarmede zij volkomen in staat is onder alle omstandigheden aan de postovereenkomst te voldoen.
Zoals men weet, zal de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen het benodigde kapitaal voor het nieuwe stoomschip voorschieten. Deze regeling, enige dagen geleden door de aandeelhouders bekrachtigd, verzekert de toekomst van de Maatschappij Zeeland en doet de spoorwegmaatschappij het drukker verkeer op hare lijnen behouden, dat tevens een gevolg is van de goede naam, die de nieuwe boten van de Maatschappij Zeeland in geheel Europa reeds hebben. (opm: bovengenoemde KONINGIN EMMA kwam in de vaart als PRINS HENDRIK)

Afbeelding
Datum 19 mei 1880
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 15 mei. De nieuwe mailboot PRINS HENDRIK, die gisteren van Engeland alhier verwacht werd, is niet aangekomen ten gevolge van een klein gebrek, dat aan de machine ontstaan is.

Afbeelding
Datum 30 mei 1880
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 29 mei. Het stoomschip PRINS HENDRIK is heden hier teruggekomen van een proefreis naar Queensbro. (opm: nieuwbouw, pas opgeleverd)

Afbeelding
Datum 20 januari 1881
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 19 januari. De mailboot PRINS HENDRIK is nog niet binnen. Het stoomschip PRINSES MARIE, die gisteravond half tien moest uitgaan, vertrok ten gevolge van de late aankomst van de trein eerst vannacht 2 uur.

Afbeelding
Datum 21 januari 1881
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 januari. Gisteravond om 10 uur arriveerde van Queensbro het stoomschip PRINSES MARIE, in plaats van het stoomschip PRINS HENDRIK, die te Queensbro gebleven is, daar de lading niet ontscheept kon worden.

Afbeelding
Datum 06 april 1881
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Vlissingen, 3 april. Het Nederlandse stoomschip PRINS HENDRIK, kapt. J.C. Kromwijk, van de Stoomvaart-Maatschappij Zeeland, dat na een stormachtige nacht heden te 8 uren van Queensbro alhier binnen kwam, heeft een geweldige zee over gehad, waardoor de raderkast stuk sloeg en de officierskajuit vol water liep.

Afbeelding
Datum 03 juli 1881
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het op de algemene vergadering te Vlissingen uitgebracht verslag omtrent het zesde boekjaar van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland is het volgende ontleend:
Het materieel verkeert in goede staat; de vloot wordt als voldoende voor de goede uitvoering van de dienst beschouwd.
Het stoomschip PRINS HENDRIK, gebouwd voor rekening van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, werd de 1e juli 1880 in dienst genomen en voldoet even goed als de PRINSES MARIE en de PRINSES ELISABETH. De STAD MIDDELBURG, thans AURORA genaamd, is door vernieuwingen en verbeteringen tot een zeer goed vervoerschip ingericht, waarvan het kolenverbruik aanmerkelijk minder dan vroeger en de vaart verbeterd is.
De pogingen, sinds een paar jaar aangewend tot het tot stand komen van een directe verbinding van Berlijn naar Londen over deze route, ten einde het personenvervoer van Noord-Duitsland over Vlissingen te leiden, zijn met goede uitslag bekroond. De nieuwe dienst is thans in werking. Een postpakketdienst, ingericht tussen Duitsland en de verschillende plaatsen in Engeland over deze route, begint zich vrij goed te ontwikkelen.
Er werden vervoerd: Van Vlissingen naar Queenborough 29.868, van Queenborough naar Vlissingen 29.558, tezamen 59.426 reizigers, dus meer dan in 1879: 7.817.
In het volgend jaar zal een verhoging van de personenvrachten voor Duitsland worden ingevoerd. De vrachten voor de goederen zijn nog steeds laag en verbetering is nog niet in het vooruitzicht met het oog op de opheffing van de transit-tarieven door de Duitse banen.
De basiswaarde van het materieel bedroeg op 31 december jl. NLG 2.184.730,311/2.
Voor het gebruik van het stoomschip PRINS HENDRIK is aan de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen een rente verschuldigd ad. 5 procent per jaar over de kostende prijs van NLG 625.848,45, in dier voege, dat gedurende de twee eerste jaren 31/2 % per jaar en de volgende jaren 4 % per jaar is uit te keren; terwijl de resterende 11/2 %, resp. 1 %, bij het eindigen van het contract en de overneming van het stoomschip zal worden verrekend.
De nieuwe stoomschepen zijn, voornamelijk wat het verbruik van steenkolen betreft, aanzienlijk voordeliger dan de STAD MIDDELBURG en STAD VLISSINGEN, welk voordeel tegen de genoemde uitkering opweegt. De 73 reizen, door de PRINS HENDRIK van 1 juni tot 31 december afgelegd, kostten per reis aan steenkolen NLG 397, dat is voor 73 reizen NLG 28.981; eenzelfde aantal reizen per STAD VLISSINGEN zou kosten NLG 660 per reis, of NLG 48.180. Verschil NLG 19.199.
Ter verdere uitvoering van de voorwaarden, waarop de PRINS HENDRIK is aangekocht en in gebruik gegeven, werden een ketelfonds en een aflossingsfonds gevormd; beide fondsen te beheren door de Expl. Maatschappij. De aanwezige waarde in het ketelfonds, dat dienstbaar is voor alle bij de Maatschappij in gebruik zijnde stoomschepen, bedroeg op 31 december 1880 NLG 21.232.
In het aflossingsfonds werd gestort:
1º. De betaalde assurantie voor het stoomschip STAD VLISSINGEN ad. NLG 372.662;
2º. Maandelijkse bijdragen, gerekend tegen 2 % per jaar van de prijs van het stoomschip PRINS HENDRIK, NLG 7.301.
3º. Gekweekte rente NLG 10.964. Totaal NLG 390.928.
Met inbegrip van een extra reis van het stoomschip PRINSES ELISABETH ten behoeve van de Prins van Wales, zijn in het geheel 367 reizen afgelegd, tegen 364 in 1879 en 348 in 1878. De bruto opbrengsten klommen tot NLG 981.030 of NLG 2.673 per reis, tegen NLG 877.043 of NLG 2.409 per reis in 1879 en NLG 684.922 of NLG 1.968 per reis in 1878.
In onderdelen werd in 1880 ontvangen voor:
Reizigers en bagage . . . . NLG 534.999
Koopmansgoederen . . . . NLG 272.311
Brievenmalen . . . . NLG 151.000
Pacht van de buffetten . . . NLG 11.308
Diversen . . . . NLG 11.412
Totaal . . . NLG 981.030
De gemiddelde opbrengst, vergeleken met beide voorgaande jaren, is als volgt:
Reizigers.
Aantal. Kilo's bagage. Opbrengst. Gemiddeld per
reiziger.
1880 59.426 1.456.532 NLG 534.999 NLG 9,00
1879 51.609 1.285.198 NLG 469.318 NLG 9,09
1878 34.669 864.000 NLG 322.432 NLG 9,30
Koopmansgoederen.
Aantal tonnen à 1000 kg. Opbrengst. Gemiddeld per ton
1880 35.425 NLG 272.311 NLG 7,681/2
1879 29.724 NLG 240.571 NLG 8,091/2
1878 27.782 NLG 249.399 NLG 8,97
De uitbreiding van het goederenvervoer gaf niet die verbetering in de ontvangsten, die daarvan kon worden verwacht. In het afgelopen jaar is dit hoofdzakelijk toe te schrijven aan de opheffing van de Duitse transittarieven, o.a. naar Vlissingen. De daarvoor in de plaats, door de Duitse spoorwegen, geheven hogere lokaalvrachten deden het aandeel van de Maatschappij aanzienlijk dalen.
De exploitatiekosten over 1880 bedragen NLG 719.768 of NLG 1.961 per reis, tegen NLG 717.930 of NLG 1.972 per reis in 1879 en NLG 763.116 of NLG 2.192 per reis in 1878.
Het afgelopen jaar vorderde geen uitgaven van enig belang wegens averijen; de haven- en bakengelden te Queenborough verschuldigd, werden door het Engelse Gouvernement voor de Maatschappij opnieuw verminderd en het minder verbruik van steenkolen, door het in de vaart komen van de PRINS HENDRIK, spaarde een aanzienlijke som. Tegenover deze besparing in de uitgaven staan buitengewone kosten wegens het aanbrengen van een stel nieuwe superheaters in de PRINSES MARIE en de PRINSES ELISABETH en de nieuwe uitrusting van de STAD MIDDELBURG. Het totaal bleef daardoor ongeveer gelijk aan dat over 1879.
De verhouding van exploitatiekosten tot de ontvangsten is als volgt:
Percentage
Tijdvak. Ontvangsten. Exploitatie kosten. Verschil. v.d. expl.kst. tot de
ontvangsten
26 juli - 14 nov. 75. NLG 45.515 NLG 320.770 NLG 275.255 704
15 mei - 31 dec. 76 NLG 143.668 NLG 473.765 NLG 330.097 329
1 jan. - 31 dec. 77 NLG 363.574 NLG 909.224 NLG 545.649 250
1 jan. - 31 dec. 78 NLG 684.922 NLG 763.116 NLG 78.193 111
1 jan. - 31 dec. 79 NLG 877.043 NLG 717.930 NLG 159.113 81
1 jan. - 31 dec. 80 NLG 981.030 NLG 719.768 NLG 261.262 73
Het vorenstaande samenvattende, blijkt dat het jaar 1880 het volgende resultaat geeft:
Bruto opbrengsten NLG 981.030, exploitatiekosten NLG 719.768, dus voordelig saldo NLG 261.262. Hiervan moeten worden afgetrokken:
1º. Het nadelig saldo van de interestrekening ad. NLG 165.287;
2º. Vijf % van de uitgelote, in circulatie zijnde obligaties op de balans voorkomende à 95 % ad. NLG 1.000;
3º. Tweede gedeelte van de aannemingssom voor de ten behoeve van de STAD MIDDELBURG geleverde nieuwe ketels enz. ad. NLG 30.549;
4º. Bijdrage ten behoeve van het ketelfonds ad. NLG 21.000; tezamen NLG 217.336; zodat er een zuivere winst overblijft van NLG 43.425, volgens de bestaande overeenkomsten aldus aan te wenden: 80 % af te schrijven van de ten laste van de rekening "erven van wijlen Z.K.H. Prins Hendrik" overgeschreven nadelige saldo's van de jaren 1876 tot en met 1879, tezamen NLG 1.606.272, NLG 34.740 en 20% af te schrijven op het nadelig saldo over het jaar 1875 ad. NLG 333.233, NLG 8.685.

Afbeelding
Datum 10 juli 1881
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Als een bewijs van de snelle vaart der mailboten van de Stoomvaart-Maatschappij Zeeland wordt ons medegedeeld, dat dinsdagavond (opm: 5 juli) de PRINS HENDRIK, kapt. Kromwijk, van Vlissingen vertrok ten 10.50 uur en te Queenboro is aangekomen ten 5.20 uur, terwijl het koninklijke Engelse jacht OSBORNE, dat te 11.20 uur vertrok, eerst ten 7 ure te Queenboro arriveerde.

Afbeelding
Datum 23 oktober 1881
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Vlissingen, 22 oktober. Heden morgen heeft de stoomboot ZEEUWSCH VLAANDEREN bij het binnenkomen de PRINS HENDRIK aangevaren, waardoor laatstgemelde een gat in het schip kreeg.

Afbeelding
Datum 08 november 1881
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 7 november. Door zware mist is de mailboot PRINS HENDRIK gisteravond ter rede geankerd, en heeft vanochtend beproefd uit te gaan en ligt vermoedelijk nog in de Wielingen ten anker. De PRINS ELISABETH is van Queensboro niet aangekomen.

Afbeelding
Datum 09 januari 1882
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenborough, 6 januari. De schoener BAZER, van Shields naar Queenborough met steenkolen, is te Swale, inkomende op de Nederlandse stoomboot PRINS HENDRIK, aan de Queenborough pier liggende, gelopen en bracht de stoomboot belangrijke schade toe aan reling, stutten en dekhut, en verloor zelf de kluiverboom daarbij.

Afbeelding
Datum 21 mei 1882
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 mei. Heden is alhier binnengekomen het stoomschip SAPPHIRE, van Dover met de passagiers van de mailboot PRINS HENDRIK, welke hedenochtend ten gevolge van de brand zonder passagiers alhier aankwam.

Afbeelding
Datum 23 mei 1882
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Vlissingen, 20 mei. Heden is hier binnengekomen het stoomschip SAPPHIRE, van Dover, met de passagiers van de mailboot PRINS HENDRIK, welke hedenochtend ten gevolge van de brand zonder passagiers hier aankwam.
(opm: zie ook NRC 220582)

Afbeelding
Datum 25 juni 1882
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Heden had te Vlissingen in het Stadhuis de jaarlijkse algemene vergadering der Stoomvaart Maatschappij Zeeland plaats en werd o.a. het verslag over het jaar 1881 openbaar gemaakt. Daaruit blijkt dat de Maatschappij in werkelijkheid vooruitgaat en in dit jaar de bruto opbrengsten bedroegen NLG 1.074.810,23 tegen NLG 981.630,89 in 1880, NLG 877.043,71 in 1879 en NLG 689.922,89½ in 1878.
De exploitatiekosten bedroegen in het jaar 1881 NLG 728.624,23, zodat op de dienst een voordelig saldo van NLG 346.186,00½ kon gebracht worden.
Daarbij werd op het stoomschip STAD BREDA, hetwelk buiten dienst is gesteld, een som van NLG 50.000,- afgeschreven en NLG 36.000,- ten behoeve van het ketelfonds afgeboekt.
Het aflossingsfonds ten behoeve van het stoomschip PRINS HENDRIK voor rekening der Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen werd geregeld volgens de overeenkomst voortgezet en daarop bijgeboekt een som van NLG 37.371,01, zodat dit fonds op de 31e december 1881 NLG 428.299,24½ of ⅔ der aankoopsom bedroeg.
Onder de meest gewichtige besluiten dezer vergadering komt de goedkeuring ener overeenkomst met de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, om op dezelfde wijze als het vorige stoomschip PRINS HENDRIK nog een vierde stoomboot van laatstgenoemde type in de vaart te brengen geheel op de voorwaarden als vroeger werd afgesloten. Voorts werd bepaald dat de obligaties, die nog in portefeuille zijn, in omloop zullen worden gebracht.

Afbeelding
Datum 27 juni 1882
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Aan het jaarverslag der Stoomvaart-Maatschappij Zeeland is nog ontleend:
De dienst werd in het afgelopen jaar bijna uitsluitend verricht door de stoomschepen PRINSES ELISABETH, PRINSES MARIE en PRINS HENDRIK. Niet alleen wat snelheid, doch ook wat deugdelijkheid betreft, bleven de schepen aan de hoogste verwachtingen beantwoorden. Het stoomschip AURORA, dat in januari 1881 geheel gereed kwam, werd de 1e februari in de vaart gebracht, ten einde de drie bovengenoemde schepen successievelijk te kunnen doen dokken en nazien.
De mindere tijdruimte voor onze dienst gelaten voor de reis van Vlissingen naar Queenborough, na de invoering van de verbinding met Berlijn, noodzaakte ons, ten einde ook bij ongunstig getij en slecht weder zekerheid van aansluiting met de corresponderende treinen te hebben, in de regel de nieuwe schepen te gebruiken.
Wij zijn ten volle overtuigd dat een langere rust dan één maand per jaar voor de nieuwe schepen zeker zeer gewenst, en uit een economisch oogpunt zelfs gebiedend noodzakelijk is. Wij stelden reeds pogingen in het werk om tot de gewenste toestand te komen en vleien ons, binnen een niet te ver verwijderd tijdstip, u voorstellen te kunnen doen, ten einde er toe te geraken een vierde schip van het Prinsessen-type aan onze vloot toe te voegen, waardoor aan de thans in de vaart zijnde schepen het behoorlijk verhaal kan gegund worden.
Het vervoer, zowel van personen als van koopmansgoederen, was ook weder in het afgelopen jaar toenemende. In de maand november was de toevoer van goederen zelfs zó groot, dat buitengewone maatregelen moesten genomen worden. Het charteren voor korte tijd van een vrachtgoederenboot was de aangewezen weg, doch door de hoge eisen van reders, moesten wij er van afzien dat middel te gebruiken en besloten wij daarom ons reserve-stoomschip in de vaart te brengen om, naast de gewone dienst, uitsluitend tot vervoer van de goederen te dienen. Met twee extra reizen op 15 en 21 november, waren de goederen zover opgeruimd, dat met een weinig inspanning door de gewone dienst weder in dat vervoer kon worden voorzien.
De bruto opbrengsten zijn ook weder in het afgelopen jaar gestegen, zij beliepen in totaal NLG 1.074.810 tegen NLG 981.030 in 1880, NLG 877.043 in 1879 en NLG 684.922 in 1878. In onderdelen werd ontvangen in 1881 wegens het vervoer van reizigers en bagage NLG 587.420,78; koopmansgoederen NLG 312.774,48; brievenmalen NLG 151.000; pacht der buffetten op de stoomschepen NLG 12.375,60; diversen NLG 11.239,37 ½. De totale ontvangst per reis was NLG 2.928,64 in 1881; NLG 2.673,11 en 1880; NLG 2.409,46 in 1879; NLG 1.968,17 in 1878; of per honderd (het jaar 1878 berekend 100 procent) 157 procent, 143 procent, 128 procent, 100 procent.
Uit het bovenstaande blijkt dat de ontvangsten wegens het vervoer van reizigers en bagage in 1879 NLG 146.885, in 1880 nog NLG 65.681, in 1881 wederom NLG 52.421 verbeterden. Mogen wij niet verwachten dat deze vooruitgang in dezelfde verhouding zal voortduren, wij hebben in de directe verbinding met Noord-Duitsland toch weder een nieuwe bron, waardoor het personenvervoer vooral in de wintermaanden nog kan toenemen.
In 1881 werden vervoer: in verkeer met Duitsland via Boxtel-Wesel 6.569 reizigers, met Duitsland via Venlo 32.560, met België 8.604 en met Nederland 16.220, totaal 63.953 reizigers.
De ontvangsten wegens het vervoer van goederen werden sterk aangedaan door de opheffing van sommige Duitse transittarieven, waarvan wij ook reeds over de twee laatste maanden van het jaar 1880 de nadelen moesten ondervinden. Het groter kwantum dat wij vervoerden en de vooruitgang in het vervoer van pakjes en ijlgoederen weegt echter ruimschoots op tegen gezegd nadeel en kunnen wij per slot nog op een meerdere ontvangst wijzen van NLG 40.463.
Het vervoer van brievenmalen verkreeg door de nieuwe verbindingen, die de 15e mei 1881 tot stand kwamen, grote uitbreiding. Naar het sedert die datum vervoerde gewicht berekend, zou onze Maatschappij van de Staat der Nederlanden te vorderen hebben een som van ongeveer NLG 120.000 per jaar, of ruim het dubbele van het bedrag der eerste jaren. Voor dit vervoer ontvangt de Maatschappij van de Staat een vergoeding van minstens NLG 151.000 per jaar, met bepaling van restitutie van het meer ontvangen bedrag, ingeval naar het vervoerde gewicht de som van NLG 151.000 zal worden overschreden. De toename van dit vervoer, hoewel voor onze Maatschappij dus geen geldelijk voordeel aanbrengende, is niettemin voor haar een zeer welkome gebeurtenis.
Van het vasteland naar Engeland vervoerden wij de Russische, Oostenrijkse, Hongaarse, Poolse, Noord- en Zuid Duitse, Nederlandse en somwijlen de Turkse brievenmalen. Van Engeland naar het vasteland gaan alleen de Nederlandse brievenmalen over onze lijn en zal hoogstwaarschijnlijk eerst dan het vervoer naar Rusland, Oostenrijk enz. voor onze route gewonnen worden, indien evenals te Queenborough, ook aan deze zijde een dubbel spoor het mogelijk maakt, bij eventuele vertraging in de aankomst der boten zonder oponthoud de reis te kunnen vervolgen.
De exploitatiekosten bedragen in 1881 in totaal NLG 728.624 of NLG 1.985,35 per reis, tegen NLG 719.768 of NLG 1.961,22 per reis in 1880, NLG 717.930 of NLG 1.972,33½ per reis in 1879 en NLG 763.116 of NLG 2.192,87 per reis in 1878.
Hierbij valt op te merken, dat in het afgelopen jaar de exploitatierekening is bezwaard met een bedrag van NLG 11.411,05 wegens aandeel in de schade, de 30e januari 1881 belopen door de aanvaring van het stoomschip PRINSES ELIZABETH met het Engelse stoomschip MOORSLEY.
Zoals uit het voorafgaande blijkt, beliepen in 1881 de bruto opbrengsten NLG 1.074.810,23½, en de exploitatiekosten NLG 728.624,23, gevende een voordelig saldo van NLG 346.186,00½. Hiervan moeten worden afgetrokken:
1. Het nadelig saldo der interestrekening NLG 166.546,62,
2. 5 % van de in december 1881 uitgelote, in circulatie zijnde obligaties, op de balans voorkomende à 95 % NLG 950,
3. Bijdrage ten behoeve van het ketelfonds NLG 36.000,
4. Afschrijving op het buiten dienst gestelde stoomschip STAD BREDA NLG 50.000; samen NLG 253.495,62; latende een overschot van NLG 92.689,38½, hetwelk volgens de bestaande overeenkomst is aan te wenden als volgt: 4/5 gedeelte af te schrijven van de ten laste der rekening Hoge Erven van wijlen Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik der Nederlanden HD. voorwaardelijke vordering, overgeschreven nadelige saldo’s der jaren 1876 tot en met 1879 (na de afschrijving over het voorgaande jaar per rest NLG 1.571.531,86) NLG 74.151,51; 1/5 gedeelte af te schrijven op het nadelig saldo over het jaar 1875 (na de afschrijving over het voorgaande jaar per rest NLG 324.547,93) NLG 18.537,87½.

Afbeelding
Datum 26 oktober 1882
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 25 oktober. Volgens particulier telegram is de vissmak, die in de Noordzee in aanvaring is geweest met de mailboot PRINS HENDRIK van Vlissingen goed en wel met de gehele bemanning, uitgezonderd de 2 man die op de PRINS HENDRIK waren overgesprongen, te Ostende aangekomen. De vissmak had slechts geringe schade geleden.

Afbeelding
Datum 03 december 1882
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 2 december. Door zware mist opgehouden zijn de mailboten PRINS HENDRIK en PRINSES MARIE, eerst hedenochtend om 9 uur te Oueensboro aangekomen, de laatste wordt alzo hedenavond hier terugverwacht.

Afbeelding
Datum 13 november 1883
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 12 november. De mailboot PRINS HENDRIK, van Queensbro komende, is bij Nieuwesluis op strand gelopen en heeft twee uren aldaar gezet, en is vervolgens zonder hulp vlot gekomen.

Afbeelding
Datum 13 november 1883
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen. De mailboot PRINS HENDRIK is ten gevolge van mist op de hoogte van de Nieuwesluis, in de Wielingen aan de grond gevaren. Onmiddellijk van hier uitgezonden assistentie bleek echter overbodig te zijn, daar de boot met de opkomende vloed en eigen stoom reeds spoedig weer vlot kwam, en de reis voortzette naar Vlissingen, alwaar zij om 09.00 uur aankwam.

Afbeelding
Datum 06 december 1883
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het mailstoomschip PRINS HENDRIK, heden van Queensboro te Vlissingen binnen, heeft op de uitreis in de nacht van maandag op dinsdag (opm. van 3 op 4 december) met buitengewoon zwaar stormweder te kampen gehad. Zware overkomende stortzeeën sloegen de trap naar de uitkijkbrug weg en veroorzaakten schade aan de kajuitstrap der tweede klasse, benevens enige lichte dek-averij. Overigens hielden schip en machines zich uitstekend.

Afbeelding
Datum 06 december 1883
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het mailstoomschip PRINS HENDRIK, heden van Queensboro te Vlissingen binnen, heeft op de uitreis, maandag op dinsdagnacht, met buiten gewoon zwaar stormweer te kampen gehad. Twee overkomende stortzeeën sloegen de trap naar de uitkijkbrug weg en veroorzaakten schade aan de kajuitstrap van de 2de klasse, benevens enige lichte dekaverij. Overigens hielden schip en machine zich uitstekend.

Afbeelding
Datum 02 januari 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Uit Vlissingen wordt ons gemeld: De directie van de Maatschappij Zeeland heeft besloten op nog twee van haar schepen elektrische verlichting in te voeren. Naar men weet wordt de mailboot PRINSES MARIE reeds sedert het voorjaar elektrisch verlicht. Thans zal die wijze van verlichting ook worden ingevoerd aan boord van de boten PRINSES ELISABETH en PRINS HENDRIK. De levering en aanleg der machines en geleidingen is opgedragen aan de firma Willem Smit en Co. te Slikkerveer.

Afbeelding
Datum 05 februari 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenborough, 2 februari. De barge ROBERT, van Rochester naar Londen, geladen met stenen, is tegen de Vlissingse mailboot PRINS HENDRIK aan de pier te Queenborough liggende aangevaren, waardoor de boeg van de barge geheel werd ingedrukt.

Afbeelding
Datum 05 juni 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 juni. De mailboot PRINS HENDRIK, van de Maatschappij Zeeland, is voor geruime tijd buitendienst gesteld, ten einde aldaar belangrijke vertimmeringen te ondergaan.
Onder andere zal het rooksalon aanmerkelijk worden vergroot, de tegenwoordige kapiteinshut worden ingericht als bijzondere dekhut, te gebruiken voor vorstelijke en hooggeplaatste personen en een nieuwe kapiteinshut worden geplaatst op de commandobrug, evenals reeds op andere boten van de Maatschappij bestaat.
De te verrichten werkzaamheden zullen worden uitgevoerd door de Commercie-Compagnie te Middelburg, die daarvoor het laagst had ingeschreven.

Afbeelding
Datum 31 juli 1884
Krant VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 30 juli. Verslag van de Kamer van Koophandel over 1883 (verkort weergegeven).
De buitenlandse scheepvaartbeweging ging ook nu weer enigszins vooruit. De gewone opgaven omtrent in- en uitklaring konden ditmaal niet worden gegeven, zodat een juiste vergelijking met het vorige jaar niet mogelijk is.
Voor rekening van hier gevestigde rederijen waren nog in de vaart:
JOHNY gezagvoerder De Breed, bark 326 ton.
LUCIE " Olsen, bark 455 ton.
LOUISE " Bruin, 3-mastschoener 309 ton.
MARGARETHA " De Jong, 3-mastschoener 124 ton.
De Stoomvaartmaatschappij Zeeland bracht een nieuwe boot in de vaart, de WILLEM PRINS VAN ORANJE, waardoor zij in het bezit is van vijf stoomschepen. Vier daarvan, de PRINSES ELISABETH, PRINSES MARIE, PRINS HENDRIK en de vorengenoemde nieuwe boot zijn van de nieuwste constructie en geheel van dezelfde capaciteit. De AURORA wordt als reserveboot gebezigd.
De dienst werd gedurende het gehele jaar door al deze schepen uitmuntend uitgevoerd. Gemiddeld werden de reizen binnen de vastgestelde tijd van 8 uren afgelegd. Slechts hoogst zeldzaam werd de aansluiting met corresponderende treinen, door zware mist, verhinderd. Zelfs bij vliegend stormweer, o.a. op 2 december, toen de dienst Oostende-Dover moest worden gestaakt, werd de reis van hier naar Queenborough met betrekkelijk weinig vertraging afgelegd. Het personenvervoer bleef steeds toenemen. Ook het goederenvervoer was iets meer dan in 1882.

Afbeelding
Datum 27 september 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In de nacht van 25 september jl. werd aan boord van het stoomschip PRINS HENDRIK van de Maatschappij Zeeland, onder leiding van de heer L.J. Lefébre, een hoogst belangrijke proef geleverd met Holmes Patent Lifebuoy Rescue Signal (Flames in the Sea).
In tegenwoordigheid van de gezagvoerder van die bodem, de heer A.L. Stasse, en meerdere gezaghebbenden, werd voornoemd apparaat van de brug ter hoogte van ongeveer 30 Engelse voet uit de waterlijn aan bakboordzijde in zee geworpen (het was toen 1 uur in de nacht), waarop bliksemsnel de ontbranding volgde en het stoomschip en de zee aan die zijde helder verlicht werd, zijnde een wit licht. De lichtcirkel was in diameter ruim 100 Engelse voet, terwijl de voortbranding ‘in rechte lijn achter het schip’ gedurende de tijd van 14 minuten helder zichtbaar bleef. Daar de boot een vaart had van circa 16 Engelse mijl, kon men dus tot op een afstand van circa 2½ Engelse mijl het licht duidelijk zien. De gezagvoerder en de overige autoriteiten verklaarden dan ook eenparig, dat het apparaat Holmes bij verschillende omstandigheden aan de zeevarenden ongetwijfeld belangrijke diensten zou kunnen bewijzen.

Afbeelding
Datum 14 oktober 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 13 oktober. De mailboot PRINS HENDRIK, gisteravond van Queenborough vertrokken, is derwaarts teruggekeerd, beschadigd door aanvaring, is dus hier niet aangekomen. Het stoomschip PRINSES ELISABETH lag hedenochtend in zee, Oostende ZZO ten anker, doch heeft later de reis naar Queenborough voortgezet.

Afbeelding
Datum 15 oktober 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Queenborough, 13 oktober. Het stoomschip PRINS HENDRIK, gepasseerde nacht van Queenborough naar Vlissingen vertrokken, is deze ochtend hier teruggekeerd. Het was bij het vuurschip TONGUE in aanvaring geweest met het stoomschip LORD JOHN, waardoor er een gat in het schip bij het achtersalon kwam en andere schade geleden werd.

Afbeelding
Datum 15 oktober 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het stoomschip PRINS HENDRIK van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, kapt. H.L. Stasse, dat eergisteravond op de Theems werd aangevaren, is hedenmiddag aan de werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde gearriveerd om een aanzienlijke reparatie te ondergaan. Zondagavond om 11 uur had de aanvaring plaats door het Engelse stoomschip LORD JOHN RUSSEL. Zij werd vermoedelijk veroorzaakt door een misverstand bij het manoeuvreren om voor elkaar uit te wijken, laatst genoemd schip liep de HENDRIK aan bakboordzijde in, op de hoogte van het salon, waarin aanzienlijke schade werd teweeggebracht, en o.a. de schilderstukken gedeeltelijk vernield. Ook de gereserveerde hut werd grotendeels verbrijzeld. Alles liep af zonder persoonlijke ongelukken. Boven de waterlijn werden 3 platen gebroken. Teneinde de toestand goed te kunnen opnemen, stoomde men naar Queenborough terug.

Afbeelding
Datum 16 oktober 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Gravesend, 13 oktober. Het stoomschip LORD JOHN RUSSEL, van Duinkerken, hetwelk met de mailstomer PRINS HENDRIK in aanvaring was, heeft daardoor de boegspriet verloren en schade geleden aan de boeg.

Afbeelding
Datum 17 oktober 1884
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De schade door de mailboot PRINS HENDRIK van de Maatschappij Zeeland voor enige dagen belopen, ten gevolge van de aanvaring met het stoomschip LORD JOHN RUSSELL, is thans in zoverre hersteld, dat de boot reeds morgen weer in geregelde vaart zal worden gebracht.

Afbeelding
Datum 18 oktober 1884
Krant MC - Nader te bepalen krantnaam

Vlissingen, 17 oktober. Hedenmorgen 11 uur is de stoomboot PRINS HENDRIK van de werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde vertrokken en naar de ponton gestoomd om hedenavond weer de dienst te hervatten. Het schip is zo ver gereed dat het thans weer volkomen zeewaardig is, evenals voor het ongeval. De betimmering is alleen nog niet voltooid, doch wordt gaandeweg, als het schip zal binnenkomen, afgewerkt.
Alleen door inspanning van alle krachten is deze reparatie met dusdanige spoed voltooid kunnen worden; nacht en dag is aanhoudend doorgewerkt met telkens verwisselen van verse ploegen werkvolk. Ook voor dusdanige werkzaamheden behoeft de binnenlandse nijverheid niet ten achteren te staan bij de buitenlandse en het is op nieuw gebleken dat de Koninklijke Maatschappij De Schelde aan de behoefte van de scheepvaart in de ruimste zin kan voldoen.

Afbeelding
Datum 16 mei 1885
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 13 mei. Het stoomschip PRINS HENDRIK van de Maatschappij Zeeland, deed heden, na onder eigen beheer de nodige voorzieningen te hebben ondergaan, een proeftocht in het Zeegat te Vlissingen en wordt nu weer in de vaart gebracht tussen die plaats en Queenborough, terwijl de WILLEM, PRINS VAN ORANJE naar het droogdok te Middelburg vertrok om de nodige herstellingen en voorzieningen te ondergaan.

Afbeelding
Datum 22 mei 1887
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De opening van de dagdienst van de Stoomvaart-Maatschappij Zeeland. Vlissingen, 21 mei. De directie van de maatschappij Zeeland heeft de besturen van de spoorwegmaatschappijen, welke bij de nieuwe inrichting van haar dienst het meest rechtstreeks betrokken zijn, in de gelegenheid willen stellen haar materieel en haar andere hulpmiddelen door persoonlijke aanschouwing te leren kennen. Daarbij werden enkele voorname dagbladen uitgenodigd zich te doen vertegenwoordigen. Met veel ingenomenheid zijn deze uitnodigingen ontvangen en beantwoord en evenals in de volgende week, bij een tocht naar Queensborough, de Britse spoorwegbesturen en dagbladredacties met de nieuwe stoomschepen kennis zullen maken, zo waren heden Duitse en Nederlandse genodigden tot dat einde naar Vlissingen getogen. Iets meer dan beschrijven en verslaggeven is, geloven wij, bij deze gelegenheid onze taak. De Stoomvaart-Maatschappij Zeeland heeft aanspraak op de bijzondere belangstelling en genegenheid van iedere Nederlander. Stichting van Prins Hendrik, wiens naam met eerbied en liefde onder ons steeds genoemd wordt, heeft de maatschappij, door schranderheid en volharding, een loopbaan afgelegd, welke de Nederlandse naam tot eer strekt. Moeilijkheden is zij te boven gekomen, zoals niet alleen elke nieuwe onderneming te overwinnen heeft, maar ook tegenspoeden, die meer dan eenmaal haar bestaan schenen te bedreigen, gevolgen deels van eigen onervarenheid, deels van onwil, onverschilligheid en tegenwerking van anderen. Taai vasthoudende aan het eenmaal voor ogen gestelde doel, lerende van iedere teleurstelling, moet puttende uit elk teken van vooruitgang, heeft de Zeeland zich opgewerkt tot haar tegenwoordige hoogte, - en ook deze is voor haar weer geen rustpunt, maar punt van uitgang tot uitgebreider werkkring. Zij is, met dit verleden, geen uitzondering te midden van onze industriële ondernemingen; maar de veelzijdige, ook internationale, betekenis van een stoomvaartonderneming, welke een plaats inneemt onder de grote schakels van het wereldverkeer, geeft aanleiding haar meer dan gewone sympathie te schenken. Laat ons, om die te rechtvaardigen, een blik slaan in de geschiedenis van de maatschappij Zeeland, geboekstaafd in haar officiële jaarverslagen. De 26e juli 1875 geopend, had de dagelijkse stoombootdienst tussen Vlissingen en Londen onder ongunstige omstandigheden een aanvang genomen. Men had, gedreven door de wens om zonder verwijl te beginnen, Sheerness tot aanlegplaats in Engeland gekozen; Sheerness, met een hoofd dat dikwijls niet te naderen en te zwak was om spoorwegwagons of andere inrichtingen te dragen. Een aanlegplaats te Queensborough lag in het verschiet, - maar of zij ooit gereed zou komen, was bij het nog ongewis bestaan van de stoomboot-onderneming, onzeker. Luisterrijk ingewijd en door invloedrijke beschermers aanbevolen, trok de lijn in de aanvang redelijk veel reizigers. Maar de gebrekkige aanlegplaats in Engeland, gepaard aan stoomschepen van onvoldoend vermogen om een overtocht te verzekeren binnen de tijd, vereist voor rechtstreekse aansluiting aan de spoorwegen op het vasteland, deed de toeloop spoedig zó verflauwen, dat de 15e november van het openingsjaar de vaart gestaakt moest worden. De exploitatiekosten gingen de ontvangsten zo ver te boven dat men voortgaande, de maatschappij in de grond zou hebben geboord. Intussen voltooide de Londen-Chatham-Dover-Spoorwegmaatschappij haar aanlegplaats te Queensborough. Zodra was deze niet gereed, of de Zeeland toog, de 15e mei 1876, weer aan het werk. Ook nu was de stroom van reizigers, de omstandigheden in aanmerking genomen, vrij levendig. Maar de boten, de in Engeland gekochte STAD MIDDELBURG en STAD VLISSINGEN, met de kleinere STAD BREDA als reserve, verslonden zoveel kolen en kostten zoveel aan onderhoud, dat de verliespost op de exploitatie voortdurend onrustbarender verhouding aannam. Toen de winterdienst van ’76 geopend zou worden, overwoog men daarom of het niet raadzaam zou zijn, de dagelijkse dienst tot een anderdaagse in te krimpen. In dat geval echter, weigerde de Maatschappij tot exploitatie der Staatspoorwegen verder de lijn te ondersteunen en prins Hendrik, - altijd door tegenspoed het meest tot volhouden geprikkeld, - gaf de raad: liever nog enige opofferingen zich getroost, dan die onmisbare steun verspeeld. Hij, met enkele andere schrandere mannen, had van de aanvang af doorzien, wat lange tijd verborgen bleef voor hen wier taak het was, de Nederlandse “spoorwegpolitiek” te leiden, dat een dagelijkse gemeenschap met Engeland, op ruime leest geschoeid, een onmisbare schakel in het Nederlandse spoorwegnet was. ’s Prinsen persoonlijke bemoeiing was voor een niet gering deel oorzaak dat in het najaar van 1877 een overeenkomst met de staat der Nederlanden tot stand kwam, waarbij aan de maatschappij Zeeland het overbrengen van de post naar en van Engeland werd opgedragen, tegen een jaarlijkse toelage van NLG 152.000, op voorwaarde dat twee nieuwe stoomschepen van buitengewoon vermogen in dienst gesteld, en aan de dagelijkse vaart nog een op de zondagen toegevoegd zou worden. Geld om dit nieuwe materieel aan te schaffen, had de Zeeland echter niet en haar verleden was er niet naar, om haar krediet te doen hebben. De prins sprong bij en waarborgde de rente van een lening van NLG 3.200.000, zo om de twee boten te kopen als om schone rekening te maken. Zo kon men bij John Elder te Glasgow het beste bestellen, dat op de stoomboten-markt te krijgen was. Toen de vaartuigen gereed waren, in het voorjaar van 1878, was de vorstelijke vriend van de maatschappij er niet meer om ze te zien aankomen. Alvorens het werkzaam hoofd voorgoed ter rust te leggen, had hij echter het bestuur van de maatschappij in handen gezien, aan welke hij het met volkomen gerustheid kon toevertrouwen. De eerste zelfstandige directeur van de Zeeland, de luitenant ter zee 1e klasse C.L. van Woelderen, was sedert mei 1877 opgetreden. Zijn werk is het vooral wat de gasten van de maatschappij heden te zien krijgen. Sneller varende, of doelmatiger, met meer gemak en weelde ingerichte stoomboten dan de PRINSES MARIE en de PRINSES ELISABETH, die in april ’78 in de vaart kwamen, voeren tot die tijd tussen het vasteland en Engeland niet. Ook bleken zij oneindig goedkoper in het gebruik dan de oude. Het eerst jaar deed het oude materieel nog afwisselen met de nieuwe dienst; maar zo in het oog vallend was het onderscheid, dat in ’79 de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, thans beginnende te beseffen dat het belang van de Maatschappij Zeeland haar belang was, aanbood voor haar rekening een derde boot, gelijk aan de twee andere, te doen bouwen, die aan de Zeeland verhuurd en gaandeweg door amortisatie, het eigendom van deze zou worden. De oude boten zouden verkocht worden, doch een daarvan, de STAD VLISSINGEN, raakte op een mistige decembermorgen in 1879, bij de Nieuwe Sluis tegenover Vlissingen, aan de grond en ging verloren. Deze zeeramp, waarbij geen mensenlevens opgeofferd werden, is de enige van blijvende betekenis, welke de stoombootonderneming, op een traject dat zeker onder de gevaarlijkste ter wereld genoemd moet worden, te betreuren heeft gehad. In 1880 werd de rechtstreekse verbinding tussen Berlijn en Londen, over Vlissingen, tot stand gebracht, en daarmee de reizigersstroom uit noordelijk Duitsland beslist in deze richting geleid. Een postpakketdienst tussen Duitsland en Engeland werd tevens geopend, die spoedig in betekenis toenam. De 15e mei 1881 werden weer nieuwe verbindingen gelegd, waarvan aanzienlijke toeneming van de brievenmalen het gevolg was. Het was alsof men de kwade tijd voorbij en van de toekomst verzekerd was. Daar stond op eenmaal, de 19e mei 1882, het hoofd te Queensborough, met alle daarop gebouwde bergplaatsen, kantoren en andere inrichtingen, in lichterlaaie en brandde binnen weinige uren tot op de waterlijn af. Met moeite werd de aan het hoofd gemeerde PRINS HENDRIK in veiligheid gebracht. De betekenis van dit onheil heeft in de aanvang niemand kunnen vermoeden. Het was wel duidelijk dat de vaart, om niet gestremd te worden, voor het ogenblik verlengd moest worden naar Dover, waarheen zij, onder onbeschrijfelijke bezwaren, een maand lang volgehouden werd. Ook begreep men wel, dat toen de vaart op Queensborough hervat werd, de inrichting aldaar aanvankelijk hoogst gebrekkig zijn en dit een tijdlang blijven zou. Het verkeer moest van dat alles een zeer nadelige invloed ondervinden. Maar dat het zo lang duren en met zoveel moeilijkheden gepaard gaan zou, als het geval geweest is, alvorens te Queensborough alles geheel zou zijn zoals het behoorde, dat kon in 1882 niemand denken. Intussen gingen de zaken haar gang. Met de hoge erven van Prins Hendrik werd een regeling getroffen, waarbij zij ophielden de rente van de lening van 1876 te waarborgen, doch een kapitaal tot aflossing van het restant van die lening beschikbaar stelden, in ruil waarvoor zij een zeker bedrag in aandelen en bewijzen van deelgerechtigheid ontvingen. Tegelijk werd van het gehele aandelenkapitaal de helft afgeschreven en door deze maatregel de maatschappij gevestigd op een financiële grondslag, die voor het vervolg een geregelde en bevredigende winstuitkering toegelaten heeft. In 1883 was de PRINS HENDRIK, door onafgebroken amortisatie, eigendom geworden van de Zeeland. De vloot werd nu, weer door de Exploitatiemaatschappij, aangevuld met een vierde schip, de WILLEM PRINS VAN ORANJE, altijd naar hetzelfde, aan alle vereisten beantwoordende model van de “Prinsessen”, alleen in onderdelen verbeterd naar hetgeen de ervaring bleef leren. Nog was de pier te Queensborough niet herbouwd. De met de Londen-Chatham-Dover-Spoorwegmaatschappij gerezen geschillen werden eindelijk uit de weg geruimd door een voor achttien jaren gesloten overeenkomst, welke alle partijen tevreden stelde. Nu werd aan het vernieuwen van de inrichtingen in de Engels aanlegplaats met kracht de hand geslagen en zo was men in 1885 behoorlijk uitgerust voor het nieuwe, met de staat der Nederlanden gesloten post-contract, dat aan de maatschappij Zeeland de verplichting oplegde, haar tot dusver tot een nachtelijke overvaart per etmaal, van Vlissingen en van Queensborough, bepaalde dienst, te vermeerderen met een dagelijkse dagreis in beide richtingen. Drie nieuwe stoomschepen moesten daarvoor gebouwd worden. Thans was de Zeeland niet meer een onbekende, wie een ongunstig verleden en een ongewisse toekomst de toegang tot de beurs ontzegden. Haar 5% lening van twee miljoen, tegen de koers van 98%, werd de 1e oktober 1885 ongeveer zesmaal voltekend. De Fairfield Shipbuilding and Engineering Company, vroeger de firma John Elder en Co. te Glasgow, heeft weer de drie stoomschepen NEDERLAND, ENGELAND en DUITSCHLAND gebouwd, met welke de aanstaande eerste juni de dagdienst aangevangen zal worden. De bestuurder van de maatschappij zal dan een stoomvloot van zeven grote schepen, van ongeveer gelijke afmetingen en vermogen, doch ingericht in overeenstemming met de vaart bij dag of bij nacht, voor welke zij bestemd zijn, onder zijn bevelen hebben. De gezagvoerders van de boten zijn, met nog slechts één uitzondering uit het voorafgegane tijdvak, onder zijn bestuur tot hun tegenwoordige rang opgeklommen. Nog één boot van het oude materieel, de AURORA, vroeger STAD MIDDELBURG, dient tot reserve. Cijfers zijn, in een geschiedenis als die ons bezig houdt, wel sprekender dan woorden. Daarom volgt hier een opgave van de vervoerde passagiers over de lijn van de maatschappij Zeeland, gedurende de elf jaren van haar geregeld bestaan. De cijfers zijn: in 1877 26.065, in 1878 34.669, in 1879 51.609 in 1880 59.426, in 1881 63.953, in 1882 66.046, in 1883 70.597, in 1884 72.416, in 1885 68.308. De daling in het laatste jaar stemt overeen met het geringere verkeer, dat onder de invloed van de ongunstige tijdsomstandigheden, in alle takken van nijverheid en vervoer gedurende dat tijdvak is waargenomen. Met het cijfer van de reizigers heeft dat van het goederenvervoer slechts in zoverre gelijke tred kunnen houden als de meestentijd gebrekkige inrichting van de ontscheepplaats in Engeland heeft toegelaten. Belangrijke toeneming is echter ook daarin niet te loochenen en bij uitbreiding van de vaart ongetwijfeld te wachten. Het vervoer van de brievenmalen werd in 1880 vertegenwoordigd door een gewicht van 43.487 kg, in 1881 van 71.970, in 1882 van 115.500, in 1883 van 154.216, in 1884 van 157.672 kg. Vergeleken met de eerste jaren van de onderneming, vertonen de exploitatiekosten een gestadig afnemende reeks. Tot een zeker cijfer gedaald, met splinternieuw materieel, konden zij niet anders dan in vervolg van tijd weer hoger worden. De stijging is echter, met het laagste bedrag vergeleken, van weinig betekenis. De kosten bedroegen, voor iedere gedane reis, in 1875 NLG 3240, 1876 NLG 2380,1877 NLG 2914, 1878 NLG 2192, 1879 NLG1972, 1880 NLG 1961, 1881 NLG 1985, 1882 NLG 1993, 1883 NLG 2086, 1884 NLG 2078, 1885 NLG 1994. Uit al deze dorre getallen en uit het historisch overzicht dat wij gaven, ontwikkelt zich, voor het oog van de belangstellende lezer, een tafereel van nooit rustende werkzaamheid, waakzaamheid en zorg van onderhandelingen, die maanden en jaren geduurd hebben met afwisselende kansen van slagen of mislukken, is hier in een paar woorden de einduitslag meegedeeld. De man, op wiens schouders het meeste van deze arbeid gedrukt heeft, de heer Van Woelderen, brachten wij onze hulde reeds. Wij mogen deze schets niet eindigen zonder aan zijn naam te verbinden die van Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet, met Prins Hendrik een van de stichters van de onderneming, sedert haar oprichting, - met uitzondering van de tijd toen hij minister was, - een van haar commissarissen als zodanig altijd bereid haar met raad, bemoeiing en medewerking te dienen, haar warmste en ijverigste vriend. Van de Duitse genodigden tot het zeetochtje hadden de meesten zich door het stormweer van gisteren laten afschrikken. Daarentegen was het bestuur van de London-Chatham-Dover-spoorweg-maatschappij niet in gebreke gebleven zich te doen vertegenwoordigen, waren de Nederlandse spoorwegen meest alle op het appel en was ook de pers niet achterwege gebleven. Directeuren en commissarissen van de Zeeland waren aanwezig om de honneurs waar te nemen. Onder de vreemdelingen merkten wij op de heer Cook, de bekende Engelse ondernemer van toeristenexpedities, sedert jaren ook agent van de maatschappij Zeeland, die een paar dagen geleden uit Egypte was teruggekeerd, waar hij een dienst van stoomboten op de Nijl heeft ingericht. Des voormiddags te half elf werden de trossen van de DUITSCHLAND losgegooid en stoomde het trotse stoomschip de Vlissingse buitenhaven uit, de steven gewend naar de Noordzee. Van het schip is in dit blad reeds vroeger een beschrijving in bijzonderheden gegeven; cijfers en afmetingen kunnen wij dus ditmaal laten rusten. Dat het in gemak en weelde niet onderdoet voor zijn voorgangers, de oudere boten van de Zeeland, die reeds in dit opzicht wedijveren met het beste dat de zee bevaart, behoeft niet herhaald te worden. Ook hier bijzondere salons voor vorstelijke of andere voorname gasten, pronk-kabinetjes van smaak en behagelijkheid. Ook hier rooksalon, damessalon, eetzaal, afdeling voor passagiers van de 2e klasse, die doen vergeten dat men zich hier op een drijvende “hulk” bevindt en zouden doen denken dat de deuren van een hotel van de eerste rang zich voor de reizigers ontsloten hebben. Ook hier toestellen tot verwarming en elektrische verlichting, welke laatste echter op de dagdienst, die de boot te verrichten zal hebben, niet geregeld dienst zal behoeven te doen. Wat meer in het bijzonder indruk op ons gemaakt heeft, is de werking van de machines, zo geweldig in haar vermogen, zo rustig en gelijkmatig in haar bewegingen. De boten van de Zeeland zijn alle raderstoomschepen. De machine van de DUITSCHLAND is oscillerend, dat wil zeggen dat de beide cilinders, de reusachtigste welke de firma Elder ooit heeft afgeleverd, in voortdurende slingering verkerende, de stoomzuigers op en neer doen gaan, waarvan de stangen de geweldige krukassen doen omwentelen. Deze ontzaglijke metaalmassa’s in beweging te zien, dicht opeengepakt in de betrekkelijk kleine ruimte van een schip, te weten dat in elke minuut van 32 tot 37 omwentelingen volbracht worden, die de raderen doen draaien en de geweldige romp met een snelheid van 17 tot 19 Engelse mijlen in het uur door het water doen stuiven, - is werkelijk een indrukwekkend schouwspel. Zelfs ogen, voor welke het sedert lang niet nieuw meer is, zien er telkens weer een verbazingwekkend getuigenis is? in? van het menselijk vernuft, van de heerschappij van onze geest over de materie. Even bewonderenswaardig zijn de honderderlei toepassingen van de beweegkracht, in de stoomketel voortgebracht, op allerlei toestellen in het schip. Het roer van dit ontzaglijke vaartuig wordt naar alle richtingen bewogen door stoom en die bewegingen regelt een stuurrad, zo licht en handig als het drijfwieltje van een naaimachine. Een kinderhand verricht het werk, waartoe op schepen van de oude tijde de armen van vier of zes stoere roergangers, in stormweer, dikwijls niet toereikend waren. Wij kunnen echter niet voortgaan met beschrijven. De reis ging het zeegat uit, de Belgische kust langs, Heyst en Blankenberghe voorbij, tot bij het eenzame vuurschip DE WANDELAAR, - wonderlijke naam van een drijvend baken!- in het zicht van Oostende, de steven weer gewend werd. Toen ging het Vlissingen voorbij, langs de oever van Zeeuws Vlaanderen, voorbij Neuzen en tot Hoedekenskerke, van waar de terugtocht voor goed aanvaard werd. De toon onder het gezelschap was aangenaam en vriendschappelijk; de gastheren waren wat men zich van gastheren slechts wensen kan en de gasten toonden zich zo dankbaar als het gasten past te zijn. Dat men met de nieuwe verbinding zich ten hoogste ingenomen toonde, spreekt vanzelf; hoe kon het anders? Robertus Nurks zelfs zou, onder deze omstandigheden, zijn nurksheid tijdelijk afgezworen hebben. Van meer betekenis kwam het ons voor, dat de heer Cook, die wij reeds noemden, ons te kennen gaf dat hij de nieuwe dienst als een geschikte gelegenheid beschouwde om de duizenden Londenaars, die naar een holydaytrip snakken, daarmee te gerieven. Des zaterdags van huis, de dag doorgebracht op een boot, welke al de comfort aanbiedt van een hotel van de eerste range en de eeuwige heerlijkheid van de zee op de koop toe. Des zondags op een landtocht door het vruchtbare en liefelijke Walcheren, waar te Vlissingen in het nieuwe badhotel en te Middelburg in de verschillende logementen behoorlijk logies te vinden is. Zondag met de nachtboot naar huis, of voor wie in de gelegenheid is er nog een dag aan vast te knopen, een tweede zeetocht. De heer Cook scheen dit ernstig te menen. Eenentwintig jaren geleden heeft hij Nederlands bereisd en zijn betrekking tot de maatschappij Zeeland heeft zijn oude bekendhied met ons land weer levendig gemaakt. Hij toonde zich overtuigd dat er ten onzent voor vreemdelingen veel belangwekkends, op een tochtje van weinige dagen, te zien is. Heeft een man van zijn ervaring de overtuiging, dat pleziertochten als waarvan hij sprak, werkelijk in de smaak van de bewoners van Londen zullen vallen, dan kunnen daarvan goede vruchten voor de maatschappij Zeeland en voor de plaats waarvan zij gevestigd is, verwacht worden. Na afloop van de zeetocht worden door enige van de vreemde bezoekers de werkpplaatsen van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” bezichtigd. Aan het diner in de ruime Kurzaal van het nieuwe badhuis werd door 32 gasten deelgenomen. Een gezellige vriendschappelijke toon beheerste de gesprekken en alle onderscheid van nationaliteit scheen uitgewist. Door de directeur Van Woelderen werd de officiële dronk ingesteld op de koningin van Engeland en de keizer van Duitsland, waarop de heer Forbes, continental manager van de Londen Chatham Dover Railway antwoordde door (op) de gezondheid van de koning der Nederlanden te drinken. Regierungsrath Nettelbeck, vertegenwoordiger van de Rechts Rheinische Eisenbahn, bedankte de directeuren van de maatschappij Zeeland, de heren Van Woelderen en Bakker, voor het genoten onthaal. Dezelfde spreker dronk vervolgens op de vrede en de eendracht van alle naties. De heer Sprenger, commissaris van de maatschappij Zeeland, wijdde een woord van dankbare herinnering aan de nagedachtenis van prins Hendrik der Nederlanden. Op de pers werd gedronken door de heer Van Woelderen, hetgeen geestig en gevat beantwoord werd door de heer Van Hogendorp, hoofdredacteur van het Haagsche Dagblad, welke spreken later, in welsprekend Frans, onder algemene toejuiching, op de zuidelijke grenslanden, België en Frankrijk, dronk. Naar aanleiding van een dronk van de heer Van de Pauwert, hield de heer Cook een opmerkelijke rede over de betekenis van Vlissingen en de verbindingslijnen op die haven in het Europees verkeer nu en in de toekomst, een betekenis die de Nederlandse prins Hendrik en de Duitser Mulvany voor 15 jaren reeds destijds, onder bijna algemene ongelovigheid, ingezien hebben en om welke te verwezenlijken de heer Cook verklaarde alles te willen doen wat in zijn vermogen ligt. De kapitein ter zee Spanjaard, inspecteur van het loodswezen, dronk op de heer Van Woelderen, de ziel van de maatschappij Zeeland en de toegesprokene bracht die hulde over op de officieren en ambtenaren van de maatschappij en op zijn vrienden, de bestuurders van de spoorwegen in alle landen. Deze gedachte werd verder uitgewerkt door de tweede directeur, de heer Bakker en de heren Engeringh, chef van mouvement bij de staatsspoorwegen en Nierstrasz, ingenieur van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij, dronken, eerstgenoemde op de heer Harris, van de Londen Chatham Dover spoorweg en de tweede op Engeland in het algemeen, op de band die het roemrijke eiland met het vasteland verbindt, die over Nederland loopt en door ondernemingen als de Maatschappij Zeeland steeds vaster en inniger gelegd zal worden. Wat verder nog gesproken werd, was van minder algemene betekenis. Tegen tien uur braken de meeste Engelse gasten op, ten einde met de nachtboot de terugreis te aanvaarden, doch het overige gezelschap zette tot veel later in de avond de vriendschappelijke bijeenkomst voort.

Afbeelding
Datum 15 december 1887
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 14 december. Het mailstoomschip PRINS HENDRIK van Queensbro is hedenochtend bij het binnen komen der haven op de oost berm gelopen, doch kwam later zonder assistentie weer vlot. De passagiers werden met een sleepboot afgehaald.

Afbeelding
Datum 30 juni 1888
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Wij ontlenen wij het onderstaande aan het verslag van de Stoomvaart-Maatschappij Zeeland over het jaar 1887. Bedoeld jaar vormde een tijdperk van overgang. Sedert 1 juni 1887 trad de dagdienst van de stoomschepen nevens de bestaande nachtdienst in werking. De ten aanzien van de dagdienst gemaakte bepalingen bleken in tweeërlei opzicht wijzigingen te behoeven. Vooreerst in de regeling van de aan de Maatschappij voor het vervoer van de brievenmalen toegezegde betaling. De verwachte hoeveelheid postzakken heeft wel de weg over Vlissingen gevolgd, maar werd voor een groot deel met de nachtboten vervoerd. De dagboten hebben van de uitbreiding van het postvervoer slechts ongeveer 45% in plaats van de haar toegedachte 90% van de transitporten genoten. Een nieuwe regeling met de regering, mits goedgekeurd door de aandeelhouders en door de wetgever, zal daarin voorzien.
Voor het personenverkeer bleek het vertrekuur uit Londen 7 uur 15 minuten ’s ochtens te vroeg te zijn. Een later vertrekuur uit Londen was reeds in het afgelopen najaar een levensvoorwaarde voor de dagdienst gebleken. De directie hoopte, door de welwillende medewerking van de Nederlandse regering, die voorwaarde met de zomerdienst van 1888 vervuld te zien, toen de met de gewijzigde treinenloop tussen Boxtel en Oberhausen in verband staande zomerdienstregeling van de spoorwegen door de minister van waterstaat enzovoort werd goedgekeurd, die aan de maatschappij plotseling voor de eerstvolgende maanden de kans op een later vertrekuur uit Londen ontnam. De directie vleit zich echter dat de bezwaren welke tegen de thans voorgestelde aankomst- en vertrekuren van de treinen te Vlissingen zijn aangevoerd, de regeling zullen nopen harerzijds datgene te verrichten wat nodig is om met de aanstaande winterdienst een betere toestand in het leven te roepen. Daarvan kan de toekomst van de maatschappij afhankelijk zijn. Het afgelopen jaar heeft overigens geen reden tot klachten gegeven. De stoomschepen, zowel voor de dag- als voor de nachtdienst, voldeden in elk opzicht aan de gestelde eisen. De regering schonk tot het postvervoer in elk opzicht haar medewerking. Het reizigersvervoer van de dagboten in westelijke richting ontwikkelde zich van de aanvang af, zij het langzaam, op bevredigende wijze. Ook gedurende het thans lopende dienstjaar is dit het geval. Nog in meerdere mate ware dit geschied, wanneer de maatschappij niet de druk van de tijden hadde ondervonden. Daaronder leed ook het reizigersvervoer van de nachtboten, dat opnieuw verminderde. Toch kon het zich tegenover de mededingende stoomvaartlijnen in elk opzicht staande houden. Het goederenvervoer nam in vrij aanzienlijke mate toe, de vrachten waren wel is waar somtijds onbevredigend, maar, wat dientengevolge door sterke mededinging verloren ging, werd ruimschoots opgewogen door meerdere omvang van het vervoer. De ontvangsten uit de exploitatie hebben NLG 1.200.341 bedragen en de uitgaven NLG 950.152 of gemiddeld per reis NLG 1641 tegen NLG 1821 in 1886. De winst beloopt derhalve NLG 250.188. Na betaling van intrest ad NLG 67.410 aan het ketelfonds NLG 55.833 en voor registratiekosten en eigendomsoverschrijving van het stoomschip PRINS HENDRIK NLG 6000, blijft er een netto winst van NLG 120.944, die gebruikt wordt tot afschrijving op de stoomschepen met NLG 119.258 en op werktuigen, gereedschappen enz. met NLG 1685.

Afbeelding
Datum 29 januari 1889
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 29 januari. De Stoomvaart-Maatschappij Zeeland te Vlissingen heeft aan het etablissement op Fijenoord van de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij opgedragen het vervaardigen en plaatsen van een stel stoomketels met toebehoren, ten behoeve van haar stoomschip PRINS HENDRIK. Deze opdracht is geschied nadat de ondervinding bewezen had, dat een dergelijk werk, in het vorig jaar ten behoeve van de PRINSES MARIE verricht, in alle opzichten aan de verwachting heeft beantwoord.

Afbeelding
Datum 29 juni 1890
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In ons blad van gisteren is een bericht opgenomen over de te Vlissingen gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de Stoomvaart-Maatschappij Zeeland, waarin enkele mededelingen voorkomen ontleend aan het door de directie uitgebrachte verslag over het boekjaar 1889. In ons tweede blad van de 20e jl. zijn reeds de geldelijke uitkomsten van de exploitatie medegedeeld.
Wij laten thans, onder verwijzing naar bovenbedoelde mededelingen, nog de volgende bijzonderheden uit het jaarverslag volgen.
De directie, aan welke het gelukt is, door grote krachtsinspanning op de stoomschepen, het vertrek uit Londen in aansluiting op de dagboten van 7uur 50 te brengen op 8 uur, blijft nog steeds de hoop koesteren, dat de treinenloop op het vasteland nog zodanig gewijzigd kan worden, dat op den duur het vertrek van Londen nog later kan gesteld worden. “Meerdere verbindingen tussen Vlissingen en Engeland”zegt zij, “zouden ongetwijfeld van zeer gunstige invloed zijn op het goederenvervoer langs onze lijn. Het zal ons streven moeten zijn om iedere poging in die richting zo krachtdadig mogelijk te ondersteunen”.
Van de drie procent obligatie-lening van 1886 is nog in omloop voor een bedrag van NLG 3.504.000. Het ketelfonds is van NLG 238.329,71 op ultimo december 1888 gedaald tot NLG 199.357,63 op dezelfde datum van 1889. Deze vermindering is veroorzaakt door de uitgaaf van NLG 117.532,33 wegens vernieuwing van de stoomketels van het stoomschip PRINS HENDRIK, waartegenover stond een storting in genoemd fonds van NLG 70.000 als maandelijkse bijdrage en van NLG 8560,25 aan gekweekte rente. Van genoemd saldo ad NLG 199.357,63 is belegd in gemeente en spoorweg-obligaties en pandbrieven van hypotheekbanken, voor een nominaal bedrag van NLG 205.000, waarvan op 31 december 1889 de boekwaarde NLG 197.970 en de beurswaarde NLG 204.672,50 bedroeg. Het reservefonds, met de in 1889 genoten rente van de aan dat fonds behorende effecten vermeerderd, beloopt thans NLG 16.860,77½ en is belegd in nominaal NLG 16.500 pandbrieven van hypotheekbanken en gemeente-obligaties, waarvan op 31 december 1889 de boekwaarde NLG 16.464,37½ en de beurswaarde NLG 16.701,25 bedroeg. Van de kasmiddelen was op 31 december 1889 een bedrag van NLG 47.775 in rentegevende binnenlandse effecten belegd.
In 1889 hebben de 7 stoomschepen van de maatschappij tezamen 730 reizen afgelegd, of evenveel als in 1888, tegen 579 in 1887. Het grootste aantal reizen maakte de PRINSES MARIE, namelijk 123; dan volgen de ENGELAND en de NEDERLAND, ieder met 122, de DUITSLAND met 121; de WILLEM, PRINS VAN ORANJE met 105; de PRINSES ELISABETH met 80 en de PRINS HENDRIK met 58.
Het vervoer van reizigers en bagage heeft in 1889 NLG 716.511,86½ opgebracht ( tegen NLG 631.382,87½ in 1888 en NLG 683.372,79 in 1887); dat van koopmansgoederen en pakketten NLG 377.750,05½ ( tegen NLG 307.191,83 en NLG 275.652,38½ in de twee vorige jaren); dat van de brievenmailen NLG 298.460,36 ( tegen NLG 271.677,73½ en NLG 202.541,40 ); de huur van hutten op stoomschepen NLG 21.828,20 ( tegen nihil); de buitengewone ontvangsten NLG 11.384,72½ ( tegen NLG 23.375,16½ en NLG 27.002,71½ ) en de pacht van de buffetten op de stoomschepen nihil ( tegen NLG 11.084,10 en NLG 11.772 in de beide vorige jaren). Totaal bruto ontvangsten NLG 1.425.935,20½ ( tegen NLG 1.294.711,70½ in 1888 en NLG 1.200.341,29 in 1887) of per reis NLG 1953,33½ ( tegen respectievelijk NLG 1773,57½ en NLG 2073,13). Van het vervoer van reizigers en bagage is de gemiddelde opbrengst per reiziger geweest NLG 9,65/67 ( tegen NLG 9,68/03 en NLG 9,75/46 in de twee vorige jaren) en per reis NLG 981,52½ ( tegen NLG 933,40 en NLG 1180,26½ ). Van het vervoer van goederen is de gemiddelde opbrengst per ton van 1000 kilo geweest NLG 8,28/01 ( tegen NLG 8,00/08 en NLG 8,27/79) en per reis NLG 517,46½ (tegen NLG 420,81 en NLG 476,08½ ) Dat de pacht van de buffetten niet meer voorkomt onder de bruto-ontvangsten, is het gevolg van een, in het verslag niet nader omschreven nieuwe regeling, die 1e januari 1890 in werking getreden is. De exploitatie-kosten (NLG 1.095.669,56½ ) hebben gemiddeld per reis NLG 1500,91½ belopen, tegen NLG 1515,25½ in 1888. De percentsgewijze verhouding van deze kosten tot de bruto-ontvangsten is geweest 76./839 tegen 85./435 en 79./156 in de twee vorige jaren.

Afbeelding
Datum 23 oktober 1890
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 22 oktober. De mailboot PRINS HENDRIK heeft dinsdagnacht uitgaande op een wrakstuk gestoten en daardoor schade aan een der wielplanken bekomen. De reis werd echter zonder merkbare hinder voortgezet en de boot kwam op tijd te Queensboro aan.

Afbeelding
Datum 19 december 1890
Krant LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 18 december. Vrijdag avond had aan boord van de stoomboot ENGELAND van de Maatschappij Zeeland, op reis van Vlissingen naar Queensborough, een ernstig ongeval plaats. De stoomboot vrijdag morgen als gewoonlijk met passagiers en brievenmalen aan boord en alles ging goed tot nabij Girdler vuurschip, ongeveer 15 mijlen van Sheerness, toen de grote krukas brak, waardoor het schip geheel hulpeloos werd. Er was geen hulp nabij, zodat de gezagvoerder besloot het anker te werpen en te wachten op de nachtboot, die zaterdagmorgen zou aankomen. De zee was kalm, zodat de passagiers geen last hadden, doch zij moesten natuurlijk de nacht aan boord doorbrengen. Zaterdagmorgen vroeg kwam de vrijdagavond uit Vlissingen vertrokken (opm. WILLEM) PRINS VAN ORANJE in het gezicht en deze nam de passagiers en brievenmalen over. De spoorwegbeambten te Queensborough riepen de hulp der marine-autoriteiten te Sheerness in om de ENGELAND naar de Swale te brengen en de hoofdopzichter der werven, kapitein ter zee R.D. King, zond de Britse regeringsvaartuigen LOCUST en SHEERNESS om de ENGELAND naar de haven te slepen, hetgeen in veiligheid werd volbracht. De mailboot PRINS HENDRIK is overgekomen om in plaats van ENGELAND dienst te doen.

Afbeelding
Datum 24 februari 1892
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, (geen datum). Het stoomschip PRINS HENDRIK van de Vlissingse maildienst op Queensborough dat gisteren bij de haven van Queensborough door mist aan de grond voer, werd volgens telegram uit Londen door het Nederlandse stoomschip NEDERLAND getracht vlot te brengen, doch is door het breken van de sleeptros blijven zitten. Met de volgende vloed zal men pogen het vlot te trekken.

Afbeelding
Datum 24 februari 1892
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 23 februari. Volgens telegram uit Londen is de Vlissingse mailstoomboot PRINS HENDRIK hedenavond door de Vlissingse dagboot DUITSCHLAND afgesleept en te Queensborough aangekomen.

Afbeelding
Datum 22 november 1892
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 november. De zaterdagmiddag naar Queensbro vertrokken dagmailboot DUITSCHLAND was des avonds 10 uur bij het vertrek van de PRINS HENDRIK nog niet aldaar binnengekomen. De PRINS HENDRIK is toen zondag, na binnenkomst des morgens op de gewone tijd, tegen de middag 12 uur weer naar Queensbro vertrokken. Zondagavond 8 uur 30 min. is de DUITSCHLAND na in zee met gebroken krukas te zijn aangetroffen, gesleept door de PRINSES MARIE ter rede gebracht en ankerde daar terwijl het dik van mist was. Hedenmorgen 8 uur 30 min. kwam het stoomschip alhier op de haven.

Afbeelding
Datum 24 december 1892
Krant ZZN - Zierikzeesch Nieuwsblad

Zierikzee, 23 december. Donderdagnacht is brand ontstaan in het logies van de bemanning van de mailboot PRINS HENDRIK te Vlissingen, gemeerd liggende aan de kolenkade. Dat logies en het verblijf van de tweede klasse passagiers zijn uitgebrand. De brand was ontstaan in de bootsmanshut. De schade is aanzienlijk. (opm: zie PGC 281292)

Afbeelding
Datum 28 december 1892
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Vlissingen, 23 december. Het Nederlandse mailschip PRINS HENDRIK is naar de werf der Maatschappij ‘De Schelde’ gesleept om gerepareerd te worden.

Afbeelding
Datum 22 augustus 1895
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 augustus. De PRINS HENDRIK van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland gaat nu buiten dienst. De bemanning vertrekt heden naar Greenock om over te gaan op de eerste der in Glasgow gebouwde boten voor de Queensboro-lijn.

Afbeelding
Datum 29 augustus 1895
Krant ZZN - Zierikzeesch Nieuwsblad

Vlissingen, 27 augustus. Het eerste der drie nieuwe mailsteamers van de Maatschappij Zeeland, het stoomschip KONINGIN WILHELMINA, is alhier aangekomen. De boten, welke, als alle drie de nieuwe steamers gereed zijn, uit de dienst zullen worden genomen, zijn de stoomschepen PRINSES MARIE, PRINSES ELISABETH en PRINS HENDRIK. Het stoomschip WILLEM PRINS VAN ORANJE, dat van nieuwe stoomketels zal worden voorzien en een daarbij behorende reparatie zal ondergaan, blijft dienst doen als nachtboot.
Op 9 september zal met het nieuwe materiaal een feesttocht naar Engeland plaats hebben. Door de Maatschappij Zeeland zijn daarvoor uitgenodigd post-autoriteiten, vertegenwoordigers van spoorwegmaatschappijen, hoofd-redacteurs van binnen- en buitenlandse bladen, enz.

Afbeelding
Datum 04 juli 1896
Krant ZZN - Zierikzeesch Nieuwsblad

Middelburg, 3 juli. In het droge dok alhier bevindt zich thans ter reparatie het stoomschip PRINS HENDRIK (een der oude mailboten) van de Maatschappij Zeeland te Vlissingen. Binnenkort zal dat schip naar Hamburg vertrekken, waarheen in het begin van dit jaar ook het stoomschip PRINSES ELIZABETH vertrok. Beide stoomschepen zullen varen in geregelde dienst Hamburg – Helgoland.

Afbeelding
Datum 16 december 1897
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 december. Voor de nachtboten PRINSES ELISABETH en PRINS HENDRIK van de Maatschappij Zeeland, heden alhier in veiling aangeboden werd als hoogste bod door de makelaar W. F. del Campo te Den Haag NLG 238000 geboden. De schepen werden echter niet gegund.

Afbeelding
Datum 30 januari 1902
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Vlissingen, 28 januari. De mailboot PRINS HENDRIK van de Maatschappij Zeeland, groot bruto 1573 ton en gebouwd in 1880, zal worden verkocht en vermoedelijk worden gesloopt.

Afbeelding
Datum 13 februari 1902
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Amsterdam, 12 februari. De Mailboot PRINS HENDRIK van de Mij. Zeeland te Vlissingen werd naar het buitenland verkocht (vermoedelijk Bremen), voor ca. NLG 42000.

Afbeelding
Datum 13 februari 1902
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Vlissingen, 12 februari. Het s.s. PRINS HENDRIK zal te Bremen worden gesloopt.

Afbeelding
Datum 14 februari 1902
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 12 februari. De mailboot PRINS HENDRIK van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland te Vlissingen, is naar het buitenland, vermoedelijk Bremen, verkocht voor NLG 42000. Zij zal in Duitsland worden gesloopt.

Afbeelding
Datum 13 maart 1902
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 13 maart. Heden vertrok de sleepboot ZWARTE ZEE van hier met op sleeptouw de oude mailboot PRINS HENDRIK (3543 PK en metende 4456 m³) naar Harburg.

Afbeelding
Datum 18 maart 1902
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam 17 maart. De sleepboot ZWARTE ZEE is heden te Harburg aangekomen van Vlissingen met het sloopschip PRINS HENDRIK.

Afbeelding