|
Vlieland, 16 november. Omtrent het te Terschelling binnengebrachte kofschip BALTIC (zie vorig No.) wordt nog het volgende gemeld: Na uit de Nieuwe Waterweg vertrokken te zijn met bestemming naar Lowestoft, was men tot dicht bij die haven genaderd doch kon wegens de hoge zee niet ankeren en geen loods verkrijgen. Zonder loods kon men de moeilijke tocht over de zandbanken niet wagen en ging weer de ruime zee in. Enige dagen later was men weer bij de kust gekomen op de hoogte van Yarmouth maar moest wegens het ruwe weer en het gevaar voor de zandbanken opnieuw zee houden. Het weer werd steeds slechter, zodat men veel van de overkomende zeeën had te lijden. Het stuurboordzwaard brak en ging verloren, zodat men geheel een speelbal van de golven werd. De bemanning hield een scheepsraad en besloot een haven binnen te lopen, doch dit plan was wel gemakkelijk gemaakt maar niet zo gemakkelijk uitgevoerd. Men trachtte in de Eems te komen, doch zeilde deze voorbij. Tenslotte was men nabij het eiland Sylt op de Duitse kust gekomen, vanwaar men het gehesen noodsein had opgemerkt. Een regeringssleepboot kwam naar buiten en bracht het schip in de haven, alwaar het op een droge plaats aan de grond werd gezet om de bodem te onderzoeken, omdat men op zee water in het voorschip had ontdekt. De kapitein wilde nu naar Nederland terugkeren om te repareren en werd toen te Terschelling binnengesleept.
|