Inloggen
ZAANDIJK - ID 7420


Kroniekberichten

Datum 24 augustus 1905
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Neptune Steam Navigation Co Ltd verkocht onlangs de stoomschepen OHIO en RUNO aan Sir Christopher Furness. (opm: OHIO later ZAANDIJK, RUNO later ZIJLDIJK)

Afbeelding
Datum 01 februari 1911
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 31 januari. Wij vernemen dat de Holland Amerika Lijn en de firma Hudig & Veder gezamenlijk de dienst tussen Rotterdam en Savannah zullen voortzetten, die tot nog toe onder de naam van “Burg Lijn” door de Stoomvaart Mij Amsterdam onderhouden is. De vertrekken zullen eens in de maand plaats hebben, te beginnen met de THEMISTO, 9 maart van hier, welk stoomschip gevolgd zal worden door de ZAANDIJK, ongeveer 1 april.

Afbeelding
Datum 24 juni 1911
Krant NNO - Nieuwsblad van het Noorden

Zeeliedenstaking. Gisterochtend had te Amsterdam een onderhoud plaats tussen het stakingscomité en de heer J.H.G. van Deijnse, hoofdinspecteur van de arbeid aldaar die — naar aan het stakingscomité bleek — sprak namens de reders daar ter stede. De heer Van Deijnse deed in deze conferentie enige mededelingen, waarvan het comité thans schriftelijke bevestiging wacht. De inhoud van deze mededelingen kan men ons nog niet vertellen. Het stoomschip ROTTERDAM van de American Petroleum Comp., is, naar het stakingscomité ons mededeelde, gisteren met een bemanning van arbeid willigen uitgevaren.
Gisteren arriveerden te Rotterdam 70 Duitse zeelieden hoofdzakelijk bestemd voor de POTSDAM en de ZAANDIJK van de Holland-Amerika Lijn. Voorts kwamen een aantal mannen uit Oud-Beierland. bestemd voor de BATAVIER IV. De boot wordt bewaakt door politie met karabijnen gewapend. De Londonboot BATAVIER IV is gistermiddag vijf uur met haar nieuwe equipage naar zee vertrokken. Ruim een honderdtal stakende zeelieden moesten aan de wal door de talrijke politie op een afstand worden gehouden. Het scheepsvolk van het stoomschip VOLTURNO van de Uranium Steamship Company, dat vrijdag afgemonsterd was, weigerde op de oude voorwaarden aan te monsteren.
De Whitestar Company te Southampton is het met de stakers eens geworden over de voorwaarden. Het gehele geschil is feitelijk geregeld. De grote stoomvaartmaatschappijen te Liverpool hebben de zeelieden verhoging van loon toegezegd. Er hebben zich verder geen moeilijkheden voorgedaan. De stand van de staking van de zeelieden te Hull wordt ernstig. De meerderheid van de dokwerkers heeft zich gevoegd bij de stakers. Vele schepen kunnen niet naar zee.

Afbeelding
Datum 04 december 1914
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De haven. Reeds lang kwam er geen schip met fosfaat onze haven binnen. Heden is er een, de ROUMANIE, van Sfax. Ook is eindelijk gearriveerd het stoomschip TERSCHELLING uit New York, met 4.000 ton tarwe, door de American Commission for relief in Belgium voor de Belgen gekocht en van hier in lichters te verzenden.
De ZAANDIJK, mede binnengevaren, heeft 4.960 ton graan voor Regeringsrekening te Rotterdam gebracht. Nog steeds ligt de SOESTDIJK, die reeds zaterdag hier had moeten zijn, voor anker bij Duins. De reden van dit oponthoud is vermoedelijk, dat de papieren van het schip naar de Engelse opvatting niet in orde zijn. Als gemeld, wordt de vrachtdienst Harwich - Rotterdam hervat. De eerste boot van de Great Eastern, die gisteren de dienst weer opvatte, was echter geen uitgaande, maar een inkomende boot.

Afbeelding
Datum 20 december 1914
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Het ongeluk met de NOORDAM.
De Raad heeft gisteren voortgezet het onderzoek betreffende het stoten op een onderzeese mijn op het traject North Sand Head – Maas lichtschip op 17 oktober van het stoomschip NOORDAM, gezagvoerder W. Krol; rederij Holland Amerika Lijn te Rotterdam.
In de zitting van 31 oktober is dit onderzoek geschorst, omdat de kapitein, aan wie was meegedeeld, dat het onderzoek ook zou lopen over de vraag of het ongeluk was ontstaan door een nalatigheid zijnerzijds, schorsing had gevraagd, ten einde getuigen a décharge te dagvaarden.
Uit het verhoor van de kapitein op 31 oktober is o.a. gebleken, dat hij van de gezant in New York had vernomen, dat er mijnen in Het Kanaal lagen. Een loods in Dover had gezegd, dat daar geen mijnen waren. Bij de Downs had een officier van een voor oorlogsdoeleinden ingerichte sleepboot verteld, dat er geen gevaar bestond, daar de mijnen verankerd lagen, en, ingeval zij mochten losraken, alleen om de ZW, nooit om de NO afdreven.
De stuurman, D. Sjerp, had verteld, dat op ongeveer 80 mijlen van het North Goodwin lichtschip een schok is gevoeld. Hij zei ook, dat bij Downs Engelse zeeofficieren aan boord waren geweest, die de brief van de Amerikaanse gezant hadden gezien en gezegd, dat hetgeen daarin over de mijnen werd meegedeeld, klopte met de werkelijke toestand. Zij hadden niet gezegd, dat de toestand sedert het schrijven van de brief veranderd was.
Heden werd allereerst opnieuw gehoord de kapitein W. Krol. Op een vraag, waarom hij het mijnenveld niet geheel in de kaart had afgezet, zei hij, dat hij bij vertrek uit New York niet gedacht had het mijnenveld te passeren. Hij meende, dat hij Rotterdam niet meer zou kunnen bereiken en onderweg ergens zou moeten binnenlopen. D.C. Wijers, tweede stuurman, die daarna werd gehoord, vertelde dat het hem niet bekend was, dat er brieven over mijnengevaar waren ontvangen. Getuige had de wacht gehad, maar was even voor het ogenblik van het ongeluk beneden gekomen. Hij was niet tegenwoordig geweest bij het gesprek met de Engelse zeeofficieren. Na het gesprek met die officieren was de kapitein bij getuige op de brug gekomen en had hem de route opgegeven in de richting van het Maas lichtschip. Getuige had de Noordzeekaart niet gezien. Hij vaart al zeven jaren op dit traject en kent de kaart vrijwel uit het hoofd.
De kapitein had de brieven niet aan de tweede stuurman laten zien, omdat hij meende, dat de toestand, als in de brief beschreven, bij zijn aankomst in Het Kanaal toch veel veranderd zou zijn. De kapitein had de vorige maal verklaard, dat de Engelse officieren de brief van de gezant hadden gelezen, maar nu meende hij, dat dat lezen misschien wel heel vluchtig was geweest. De officieren hadden op de kaart het mijnenveld afgezet, maar dat bleek later niet juist te zijn. Deze aanwijzing stemde niet overeen met de opvatting van de kapitein. Hij had echter aan de officieren geen nadere inlichtingen willen vragen, omdat de officieren de kapiteins niet zelden onvriendelijk bejegenen. De kapitein vertelde, dat de vorige dag de ZAANDIJK dezelfde route was aangewezen. Deze had ook aldus gevaren, doch was er goed afgekomen. Vervolgens werd gehoord de heer R.T. Muschart, inspecteur van de Holland Amerika Lijn. Deze vertelde, dat uit de rapporten van de kapitein van de ZAANDIJK was gebleken, dat ook dit schip enkele dagen eerder door het mijnenveld had gevaren. De Engelse officieren, dezelfde die de NOORDAM hadden gepraaid, hadden deze route aangegeven. De kapitein had geen mijnen zien drijven, waarschijnlijk was er op een verankerde mijn gestoten. Of het een mijn was is echter niet geheel zeker, het kan ook wel een torpedo zijn geweest. Het bleek, dat de ZAANDIJK het bericht aan de zeevarenden, dat door de gezant aan de NOORDAM was meegedeeld, waarschijnlijk nog niet ontvangen kan hebben, omdat de ZAANDIJK enkele dagen eerder uit New York is vertrokken. Het onderzoek werd daarna gesloten. De Raad zal later uitspraak doen.

Afbeelding
Datum 25 juni 1915
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Aangehouden schepen. Reuter seint ons uit Londen d.d. 24 juni:
Het Britse memorandum aan de Verenigde Staten bevat een lijst van twaalf schepen uit Amerikaanse havens vertrokken en die thans in Engeland worden aangehouden voor onderzoek. Onder deze schepen zijn de Nederlandse schepen: MAASHAVEN, MERAK en ZAANDIJK, die ladingen van voorwaardelijke contrabande zouden hebben. Er wordt nu in Den Haag een onderzoek ingesteld of de Nederlandsche Overzee Trust het consignement voor deze ladingen aanvaardde.
Ook is aangehouden het Nederlandse schip GALLIA, wegens twijfel over zijn definitieve bestemming. De Britse regering overweegt de aankoop van de lading olie.
(Wij tekenen hierbij aan, dat de stoomschepen MAASHAVEN, MERAK en ZAANDIJK, reeds enige dagen te Rotterdam liggen. Alleen het motorschip GALLIA ligt reeds van 7 juni bij Duins. Red.)

Afbeelding
Datum 14 maart 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De ZAANDIJK. De ZAANDIJK was voor NLG 800.000 door de firma R. Mees & Zoonen op Rotterdamse beurspolis verzekerd. Het graan was verzekerd voor NLG 400.000, doch niet tegen molest.
Men meldt ons uit Maassluis: Het zo juist de Waterweg binnengekomen Nederlandse stoomschip LUNA, van Dakar naar Rotterdam, rapporteert gisterochtend 12 uur het stoomschip ZAANDIJK te hebben aangetroffen, achteruit slepende met de sleepboten LAUWERZEE en ZUIDERZEE in de richting van de Engelse kust.

Afbeelding
Datum 23 maart 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 22 maart. Men is thans bezig met het lossen van een gedeelte lading uit het met averij op de Theems liggende stoomschip ZAANDIJK. De 19e dezer van hier naar de Theems vertrokken lichter N.A.S.M. 3 zal van die lading overnemen. Nadat het stoomschip ZAANDIJK voldoende is gelicht, zal men het naar hier trachten te brengen.

Afbeelding
Datum 04 april 1916
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zoals eerst thans is gebleken, hebben de s.s. ZAANDIJK en VEENDIJK resp. 23 januari en 12 maart jl. van Rotterdam naar New York vertrokken op hun uitreis de post in Engeland moeten lossen.
Ook de TAMBORA, die 10 februari van Batavia naar Nederland vertrok, heeft de mail moeten ontschepen.

Afbeelding
Datum 07 april 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 7 april. De ZAANDIJK is thans voor een vijftal weken op de werf van Wilton's Machinefabriek gezet ter reparatie. Het blijkt dat de voorpiek zeer zwaar beschadigd is, evenals de kiel aan de voorkant van het schip. Met kracht is men aan het werk gegaan om het geweldige gat te dichten. Een kleine rest graan, die zich nog in het schip bevond, is op een lichter overgeladen.

Afbeelding
Datum 24 januari 1917
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. De bemanningen van de binnengekomen stoomschepen NIEUW AMSTERDAM en ZAANDIJK hebben zich met de stakers solidair verklaard.

Afbeelding
Datum 30 januari 1917
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Zeeliedenstaking. De afdeling Rotterdam van de Algemeene Nederlandsche Zeemansbond heeft gisteravond andermaal in het Vereenigingsgebouw op de Goudscheweg vergaderd ter bespreking van de algemene toestand. Meegedeeld werd dat de ZAANDIJK voor vertrek gereed ligt met een nieuw gemonsterde bemanning, terwijl aan de bemanning van de NIEUW AMSTERDAM nog twaalf stokers ontbreken.
Verslag werd uitgebracht van de zaterdag met de Minister van Landbouw gehouden conferentie, reeds in het ochtendblad van zondag gemeld. Verschillende zeelieden uit de vergadering voerden als gebruikelijk het woord om hun grieven uiteen te zetten. Geklaagd werd over de geringe geldelijke steun en de wens werd geuit, dat mocht de staking opgeheven worden, men niet zou monsteren voor allen op hun oude plaatsen terug zijn. In stemming werd gebracht een voorstel om zich uit te spreken voor of tegen het volhouden van de staking. Met 232 stemmen voor en 73 tegen werd tot volhouden van de staking besloten. In blanco werden uitgebracht 20 stemmen, terwijl er 2 van onwaarde waren.
De heer L.B. Spanjer uit Amsterdam voerde daarna van een syndicalistisch standpunt het woord over deze staking.

Afbeelding
Datum 23 februari 1917
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De verscherpte duikbootoorlog. Men deelt ons mee, dat de Nederlandse schepen NOORDDIJK, ZAANDIJK, BANDOENG, MENADO, EEMLAND, GAASTERLAND en JACATRA, die gistermorgen gezamenlijk uit Falmouth zijn vertrokken, gisteren te 10.30 uur Lizard zijn gepasseerd.

Afbeelding
Datum 24 februari 1917
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Zes schepen getorpedeerd.
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft een telegram ontvangen van onze gezant te Londen, meldende, dat deze een telegram had ontvangen van de Scilly Eilanden van kapt. De Koning van het Nederlandse schip NOORDERDYK, dat de schepen NOORDERDYK, ZAANDIJK, JACATRA, BANDOENG, EEMLAND en GAASTERLAND, die 23 dezer van Falmouth tezamen waren vertrokken, te 5 uur nm. van de 22e door een Duitse duikboot zijn getorpedeerd. De Minister heeft dadelijk inlichtingen gevraagd omtrent het lot van de opvarenden.
(Officieel.) Toen de onbeperkte duikbootoorlog werd afgekondigd, heeft de Nederlandse Regering niet alleen haar bereids openbaar gemaakt protest daartegen doen horen, maar er tevens bij de Duitse regering op aangedrongen, dat zou worden zorg gedragen, dat geen op dat ogenblik van of naar Nederlandse havens onderweg zijnde schepen van de nieuwe maatregel het slachtoffer zouden worden. De Duitse regering verklaarde zich bereid aan dat verlangen tegemoet te komen onder toevoeging evenwel, dat het haar onmogelijk was absolute veiligheid te waarborgen.
Van de te Falmouth liggende Nederlandse schepen waren de JACATRA, de MENADO, de BANDOENG, de NOORDERDYK, de ZAANDIJK, de EEMLAND en de GAASTERLAND in staat gebruik te maken van een gelegenheid, die hun van Duitse zijde werd geboden om op 22 februari de haven te verlaten. Zij moesten zich daartoe tezamen blijvende westwaarts uit het onveilige gebied verwijderen en verder buiten dit gebied blijvende hun weg vervolgen. Blijkens het bericht van Hr.Ms. gezant te Londen zijn de schepen de 22e februari tezamen vertrokken, doch moest de MENADO met machineschade de reis reeds spoedig opgeven en gesleept naar een Engelse haven terugkeren. Een nader telegram van de gezant meldt thans, dat de zes overgebleven schepen ‘s namiddags tezamen door een duikboot zijn getorpedeerd, zonder dat de scheepspapieren werden ingezien.
De laatst ontvangen berichten houden in, dat de EEMLAND, BANDOENG en ZAANDIJK nog drijvende zijn; dat tweehonderd leden van de bemanningen te Penzance zijn geland en dat men aanneemt dat ook de rest van de bemanningen veilig is. Naar wij vernemen, is het stoomschip MENADO, dat op dezelfde dag als de getorpedeerde schepen uit Falmouth was vertrokken, aan het gevaar ontkomen, doordien dat schip wegens averij aan de machine uit zee naar de haven had moeten terugkeren.
Wij vernemen nog, dat de MENADO te Falmouth is binnengelopen. De EEMLAND, de BANDOENG en de ZAANDIJK moeten nog drijvende zijn. Van de bemanningen zijn 200 te Penzance (Cornwall) geland. Ook de rest van de bemanningen moet in veiligheid zijn.
De directie van de Rotterdamsche Lloyd heeft van de gezagvoerder van de MENADO een telegram ontvangen, meldende, dat de MENADO naar Falmouth gesleept werd en dat de bemanning op de Scilly Eilanden geland is. Uit dit telegram zou dus zijn af te leiden, dat ook de MENADO getorpedeerd is.
Naar wij vernemen, heeft de Holland Amerika Lijn bericht ontvangen, dat de opvarenden van de NOORDERDYK en de ZAANDIJK gered zijn en geland te St. Mary, een van de Scilly Eilanden.
De directie van de Rotterdamsche Lloyd meldt dat de bemanning van de BANDOENG eveneens op de Scilly Eilanden geland is.
Uit Amsterdam meldt men ons: Het bericht betreffende de torpedering heeft in Amsterdamse rederskringen een zeer ontstellende indruk gemaakt, juist om de omstandigheden, waaronder die terpedering plaats vond. Toen hedenochtend het gerucht de ronde deed, weigerde men aanvankelijk er geloof aan te slaan, totdat de officiële bevestiging alle twijfel wegnam. Wij hebben een onderhoud gehad met een bekende figuur uit de scheepvaartkringen. Hij deelde ons mee, dat voorlopig althans, door hem en zijn collega's het varen, zo niet onmogelijk, dan toch hoogst bezwaarlijk wordt geacht. De zeven nu getorpedeerde schepen vertrokken uit Falmouth op 22 dezer, nadat onze Regering de Duitse regering officieel van dat vertrek had verwittigd, met opgave van die overigens geheim gehouden datum. Men meende, dat nu aan de schepen een veilige vaart zou zijn verzekerd, d.w.z. men wist wel, dat slechts relatieve veiligheid gegarandeerd werd, maar men kon niet vermoeden, dat het de bedoeling van de Duitse regering zou zijn de Nederlandse schepen te doen vernietigen, waar die schepen eenvoudig Engeland aandeden, omdat het Engelse gouvernement dit eist, maar die daar verder niets te maken hadden.
De vergadering van reders, die hedenmiddag half drie te 's-Gravenhage in De Twee Steden gehouden wordt, zal zeker ernstig overwegen, of niet de ganse scheepvaart moet worden stop gezet, temeer waar tot 5 maart ook in het geultje tussen het Engelse en Duitse blokkadegebied slechts relatieve veiligheid voor de neutrale schepen bestaat. Onze zegsman meende ook, dat assureren van onze schepen, gezien het gebeurde, weldra onmogelijk zal worden.
Om half vier hedenmiddag heeft op het Ministerie van Buitenlandse Zaken een conferentie plaats met de voornaamste Nederlandse reders.
Naar wij vernemen, hebben de directies van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en van de Rotterdamsche Lloyd aan haar schepen Juliana, Ternate en Deli, die op weg zijn van Indië naar hier, order gegeven haar ladingen Indische producten te Port Said te lossen en daarna naar Indië terug te keren.
De NOORDERDYK mat 7.166 bruto reg. ton, de ZAANDIJK (eveneens van de Holland Amerika Lijn) 4.188. De BANDOENG (5.851 bruto reg. ton) en de JACATRA (5.373 bruto reg. ton) waren het eigendom van de Rott. Lloyd, de EEMLAND (3.770 bruto reg. ton) en de GAASTERLAND (3.917 bruto reg. ton) van de Kon. Holl. Lloyd.
De zeven schepen waren donderdagmorgen uit Falmouth vertrokken. De NOORDERDYK, de BANDOENG, de JACATRA en de MENADO waren op de thuisreis naar Rotterdam; de ZAANDIJK was op weg van Rotterdam naar Philadelphia, de EEMLAND en de GAASTERLAND van Amsterdam naar New York. De NOORDERDYK, van New York komende, had graan en meel voor de Nederlandse Regering aan boord; de JACATRA kwam van New York met tarwe voor de regering. De ZAANDIJK, de EEMLAND en de GAASTERLAND waren in ballast uitgevaren om graan voor de regering te halen. De BANDOENG en de MENADO kwamen uit Batavia, geladen met Java-producten.

Afbeelding
Datum 25 februari 1917
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Nederland en de oorlog. Nederland. De getorpedeerde Nederlandse schepen.
Onze Londense correspondent seint: Alle zeven getorpedeerde schepen voeren achter elkaar, toen zij om zes uur 's middags werden aangehouden door een Duitse duikboot, die de bemanningen vijf minuten tijd gaf. Er was geen paniek hoegenaamd. Van de opvarenden, die allen zijn gered, zijn vandaag 225 te Londen aangekomen. Het is lastig hen te herbergen. Zeventig zijn ergens op de Zuidkust geland en worden vandaag of morgen te Londen verwacht. De EEMLAND, ZAANDIJK en BANDOENG zijn op het strand gezet. De MENADO is in de haven teruggekeerd.

Afbeelding
Datum 01 maart 1917
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Reuter seint ons uit Londen: Bij informatie aan het Nederlandse gezantschap is geen bevestiging gekregen van het bericht, dat de drie Nederlandse stoomschepen BANDOENG, EEMLAND en ZAANDIJK, aan boord waarvan de Duitsers bommen gebracht hadden, nog drijvende waren. Integendeel, de laatste berichten, door de agenten van de betrokken maatschappijen ontvangen, wijzen er op, dat de schepen verloren zijn en daar tot heden alle nasporingen naar de schepen geen resultaat hebben opgeleverd, kan men niet meer hopen, dat ze nog drijvende zijn. De BANDOENG had een kostbare lading uit Nederlands Oost-Indië aan boord.

Afbeelding
Datum 08 maart 1917
Krant AH - Algemeen Handelsblad

De torpedering van de Nederlandse schepen bij de Scilly-Eilanden.
Het jongste nummer van 'De Verzekeringsbode' bevat de volgende opgave omtrent molestverzekeringen op de Nederlandse schepen, welke in de week van februari bij de Scilly-Eilanden ten offer zijn gevallen aan de Duitse duikbootactie.
EEMLAND, casco NLG 1.200.000, behouden varen NLG 225.000, in ballast.
GAASTERLAND, casco NLG 1.200.000, behouden varen NLG 200.000, in ballast.
ZAANDIJK, casco NLG 800.000, in ballast.
NOORDERDYK, casco NLG 1.140.000, lading niet tegen molest verzekerd.
BANDOENG, casco NLG 908.000, lading, geraamd op NLG 3.000.000
JACATRA, casco NLG 1.096.000 lading niet tegen molest verzekerd.
MENADO, casco NLG 860.000, lading geraamd op NLG 3.000.000.
Totaal: NLG 13.629.000.
Hierbij gerekend de verliezen, die in dezelfde week geleden zijn op de eveneens getorpedeerde stoomschepen TROMPENBERG, OOTMARSUM, DRIEBERGEN en AMBON, komt men op een totaal van ca. NLG 20 miljoen, welk cijfer ongeveer overeenkomt met het bedrag, dat in het gisteren door ons aan de „F. Ztg." ontleende bericht werd genoemd. Vooral te Rotterdam, waar 5 van de 7 boten thuis behoorden en ook verzekerd waren, is men er zwaar bij betrokken. Het Regeringsgraan was niet tegen molest verzekerd. Met bevreemding zal stellig hier te lande kennis zijn genomen van het standpunt in Duitse verzekeringskringen, waarvan melding werd gemaakt in het door ons aan de „F. Ztg." ontleende bericht, volgens hetwelk het nog de vraag is, of en in welke mate de Duitse assuradeurs tot schadevergoeding gehouden zijn. De Duitse opvatting is echter, dat wanneer een schip wordt getorpedeerd of aangehouden door een duikboot, die de bemanning van boord laat gaan en vervolgens het schip door bommen tot zinken brengt, omdat de duikboot niet in de gelegenheid is, het op te brengen, men te doen heeft met een geval van neming, waarvoor de assuradeur, die „free from capture" heeft verzekerd, niet aansprakelijk is. Met een molestverzekering „free from capture" zou men, volgens deze opvatting dus eigenlijk alleen gedekt zijn tegen mijnengevaar. Deze opvatting druist tegen alle Hollandse begrippen in. De assuradeuren, die hier Duitse transportverzekering maatschappijen vertegenwoordigen, hebben dan ook, naar wij vernemen, aan hun directie geschreven, dat zij wel degelijk de schade hebben te betalen, die door de Duitse duikboten is aangericht.

Afbeelding
Datum 31 maart 1917
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij. Holland Amerika Lijn.
Aan het verslag over 1916 ontlenen wij het volgende: Was 1915 ten aanzien van de bedrijfsuitkomsten een bijzonder jaar in de geschiedenis van onze Maatschappij, het jaar 1916 heeft te dien aanzien zijn voorganger nog in de schaduw gesteld; maar ook de zorgen en moeilijkheden hebben daarmee gelijke tred gehouden, zo zelfs, dat het op enkele momenten inderdaad twijfelachtig scheen, of wij in staat zouden zijn ons bedrijf voort te zetten. De algehele verlamming van de Duitse uitvoerhandel en de handhaving van enige uitvoerverboden door de Nederlandse Regering waren oorzaak, dat het aanbod van uitgaande lading voortdurend afnam en tenslotte beperkt bleef tot enkele artikelen van Zwitserse oorsprong en de bekende Nederlandse seizoenartikelen. Retourlading van Amerika bleef overvloedig en in verband daarmee bewogen de vrachten zich tot in de tweede helft van het jaar in stijgende richting, toen enigszins ruimer aanbod van scheepsruimte een korte reactie in het leven riep; enkele van de tot hoge prijs gecharterde stoomschepen ondervonden daarvan de terugslag en leverden dan ook verlies op. Ook dit jaar werden, met terzijdestelling van onze belangen, ten behoeve van de Nederlandse Regering belangrijke hoeveelheden graan en andere goederen vervoerd tot vrachten, ver beneden die, welke in de open markt konden worden bedongen. De grote behoefte van de landbouw aan meststoffen gaf aanleiding enige schepen beschikbaar te stellen voor het vervoer van salpeter van Chili. De vaart van New York op Java vice versa ontwikkelde zich op bevredigende wijze, ofschoon de kolenvoorziening grote moeilijkheden opleverde en ons noodzaakte de omweg over Japan en San Francisco te maken. In tegenstelling met normale jaren, waren ook in het stille seizoen de kajuiten in beide richtingen vrij goed bezet. Het vervoer van tussendek-passagiers, vooral in oostelijke richting, kwam evenwel nagenoeg geheel tot staan. Voor zover zulks doenlijk was, werd het risico van oorlogsmolest op onze vloot door verzekering gedekt. Voor het ontbrekende liep onze Maatschappij eigen risico en werd de aldus bespaarde premie, die inmiddels tot een vrij aanzienlijk bedrag opliep, gereserveerd. Wij hebben gemeend het kostbaarste schip van onze vloot, de ROTTEDAM, dat in geval van verlies vrijwel onmogelijk te remplaceren is, niet te mogen bloot stellen aan het gevaar van mijnen of duikboten. Het ligt sedert maart 1916 op. Behalve de averijen, door contact met mijnen, in ons vorig jaarverslag gemeld, bleven wij geruime tijd verschoond van ongevallen van dien aard, totdat op 8 oktober ons stoomschip BLOMMERSDIJK, daags na vertrek van New York, door een Duitse onderzeeboot in de grond werd geboord. De equipage werd door een Amerikaanse torpedoboot opgenomen en te Newport geland. Naar aanleiding hiervan zijn door onze Regering ernstige vertogen tot de Duitse Regering gericht, met het gevolg, dat de laatste zich, na onderzoek, bereid verklaard heeft de waarde van schip, vracht en Regeringslading te vergoeden. Het stoomschip STATENDAM, dat nog onvoltooid te Belfast lag, werd door de Britse regering opgevorderd, die het schip in gebruik nam, tegen een matige retributie. Wanneer het schip geen accident overkomt, wordt het ons terug geleverd; gaat het verloren, dan moet ons de actuele waarde vergoed worden. Het nadeel, ons door deze rekwisitie toegebracht, is niet of hoogst moeilijk onder cijfers te brengen. Het stoomschip IJSELDIJK werd ons in de maand november geleverd en beantwoordt aan de gestelde verwachtingen Het stoomschip SCHIEDIJK werd ons in januari van het thans lopende boekjaar 1917 geleverd. Ofschoon niet in het afgelopen boekjaar vallende, hebben wij tot ons leedwezen opnieuw melding te maken van een grote ramp, die ons op 22 februari van dit jaar trof, toen onze stoomschepen NOORDERDYK en ZAANDIJK, na vertrek van Falmouth, door een Duitse onderzeeër tot zinken werden bracht, niettegenstaande wij gegronde reden hadden om aan te nemen dat van Duitse zijde voor een veilige doortocht door het afgezette gebied was gezorgd. Gelukkig werden alle opvarenden gered. Beide stoomschepen waren door verzekeringen tegen oorlogsmolest gedekt, doch in het verlies van scheepsruimte, die niet of hoogst moeilijk te vervangen is, ligt uit een exploitatief oogpunt een nadeel, dat door niets kan worden opgewogen. Wij hebben thans nog zes stoomschepen in aanbouw. Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de winst uit exploitatie en anderen hoofde NLG 27.457.443. De onzekerheid ten aanzien van de toekomst, waarop wij in ons vorig jaarverslag zinspeelden, bestaat niet alleen nog, maar heeft zich meer en meer geaccentueerd, terwijl de gevaren voor ons materieel, dat moeilijk vervangen kan worden, eerder toe dan afgenomen zijn. Onder deze omstandigheden kan het slechts als een daad van voorzichtig beleid worden aangemerkt, ruim af te schrijven en verdere reserves te maken. Wij stellen derhalve voor, de afschrijvingen te bepalen op NLG 8.540.134, het extra reservefonds met NLG 1.000.000, het fonds ten behoeve van het personeel met NLG 100.000, en het fonds voor periodieke survey met NLG 600.000 te doteren en NLG 8.500.000 te reserveren voor oorlogswinstbelasting, waaronder NLG 2.500.000 aanvulling van de reserve uit dien hoofde in 1915, die, na het bekend worden van de volledige tekst van de wet, bleek onvoldoende te zijn. De overblijvende winst laat toe een dividend uit te keren van 55%.
Minder dan ooit kunnen wij ons aan voorspellingen voor de toekomst wagen. Wanneer wij ook niet kunnen aannemen, dat de opvatting van de oorlogvoerenden er toe zou kunnen leiden, na het sluiten van de vrede, de economische oorlog te ontketenen en veeleer mogen verwachten, dat het belang, zowel van de volken als van het individu, de richting zal aangeven, waarin handel, nijverheid en scheepvaart zich zullen bewegen, zo valt toch niet te ontkennen, dat in de loop van de oorlogsjaren een grote ontwrichting en verplaatsing van belangen op velerlei gebied hebben plaats gevonden, die in haar onberekenbare gevolgen tot grote voorzichtigheid manen.
Op de winst- en verliesrekening per 31 december komen voor aan de creditzijde:
Saldo van Ao. Po. NLG 129.788 (v.j. NLG 3.520). Exploitatie NLG 26.576.271 (NLG 21.869.806). Interest NLG 401.185 (NLG 337.169). Postvervoer NLG 479.585 (NLG 631.036), en aan de debetzijde: Afschrijvingen: Materieel NLG 6.826.163 (v.j. NLG 9.277.633), Vaste Goederen en Etablissementen NLG 1.169.470 (NLG 124.963). Deelneming in aanverwante bedrijven NLG 544.500 (nihil). Koersverlies Effecten-wiss. — (NLG 216.426). Reserves en Dotaties. Ongevallenwet — (NLG 12.404). Fonds voor Periodieke Survey NLG 600.0000 (—). Fonds ten behoeve van het Personeel NLG 100.000 (NLG 200.000). Extra Reserve NLG 1.000.000 (NLG 2.000.000). Geschatte Oorlogswinstbelasting NLG 8.500.000 (—). Reserve in verband met aanhangige belastingwetten — (NLG 2.500.000). Uitdeling: Dividend 55% (Inclusief belasting) NLG 7.007.026 (v.j. 50% of NLG 6.000.000). Oprichtersbewijzen en Tantièmes NLG 1.823.461 (NLG 1.981.316). Saldo op nieuwe rekening NLG 16.609 (NLG 129.788).
Op de balans komen voor onder het actief: Materieel: NLG 17.342.796 (v.j. NLG 16.950.015); vaste goederen en etablissementen NLG 200.003 (als v.j.) ; geldmiddelen: kassa en kassiers NLG 8.081.321 (NLG 251.124), gelden à deposito NLG 5.750.000 (NLG 6.650.000); effecten NLG 7.951.109 (NLG 5.521.357); wissels NLG 1.266 (NLG 16.229) ; vooruitbetaalde jaarpremies NLG 162.660 (NLG 345.312}; uitrusting lopende reizen NLG 1.092.860 (NLG 418.391); en diverse debiteuren NLG 8.487.046 (NLG 7.329.232); en onder het passief: kapitaal NLG 12.000.000 (als v.j.); ketel- en reparatiefonds NLG 1.200.000 (als v.j.); assurantiefonds NLG 2.302.468 (NLG 2.313.593); assurantiefonds voor oorlogsgevaar NLG 2.149.492 (—); fonds voor periodieke survey NLG 1.200.000 (NLG 600.000); fonds ten behoeve van het personeel NLG 913.317 (NLG 808.306); extra reserve NLG 6.000.000 (NLG 5.000.000); res. in verband met aanhangige belastingwetten — (NLG 2.500.000); geschatte oorlogswinst-belasting 1914/16 NLG 11.000.000 (—); contante waarde voor blijvende rente ongevallenwet NLG 227.012 (NLG 227.414); diverse crediteuren NLG 5.054.138 (NLG6.623.563); dividend 1916 en belasting NLG 7.007.026 (NLG 6.399.000); winst- en verliesrekening NLG 16.609 (NLG 9.788).

Afbeelding
Datum 29 mei 1917
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Donderdag 31 mei a.s., 's namiddags 1.30 uur, onderzoek ter zake van het torpederen op 23 maart 1917 van het stoomschip J.B. AUGUST KESSLER, waarbij zes schepelingen het leven verloren, terwijl het schip te Plymouth kon worden binnengesleept. Rederij Petroleum Maatschappij La Corona te 's-Gravenhage; gezagvoerder F. van Biesen te Scheveningen.
Daarna onderzoek ter zake van het tot zinken brengen op 8 maart 1917 van het motorschip ARES, waarbij twee schepelingen tijdens het landen bij Kaap Roca verdronken. Rederij Petroleum Maatschappij La Corona te 's-Gravenhage; gezagvoerder F. de Haan te Rotterdam.
Vrijdag 1 juni a.s., 's namiddags 1.30 uur, onderzoek ter zake van het tot zinken brengen van de navolgende stoomschepen:
Stoomschip BANDOENG, op 22 februari 1917. Rederij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam; gezagvoerder N. Huisman te Voorburg.
Stoomschip JACATRA, op 22 februari 1917. Rederij Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam; gezagvoerder J.W. Flack te Hilligersberg.
Stoomschip NOORDERDYK, op 22 februari 1917. Rederij Holland Amerika Lijn, gezagvoerder J. de Koning, beiden te Rotterdam.
Stoomschip ZAANDIJK, op 22 februari 1917. Rederij Holland Amerika Lijn, gezagvoerder A. Dekema, beiden te Rotterdam.
Stoomschip GAASTERLAND, op 22 februari 1917. Rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd, gezagvoerder L. Stuut, beiden te Amsterdam.
Stoomschip EEMLAND, op 22 februari 1917. Rederij Koninklijke Hollandsche Lloyd, gezagvoerder L. Kaars, beiden te Amsterdam.

Afbeelding
Datum 04 juni 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Raad voor de Scheepvaart. De zeven getorpedeerde schepen.
Gisteren hebben door de Raad voor de Scheepvaart de verhoren plaats gehad over de gezagvoerders resp. stuurlieden en een bootsman, van de zeven Nederlandse schepen, die op 22 februari door een Duitse duikboot in de grond geboord werden. Deze verhoren liepen uit de aard der zaak over reeds bekende feiten. De volgende bijzonderheden mogen nog vermeld worden: De schepen waren 's morgens vroeg van Falmouth vertrokken en voeren in deze volgorde: Voorop de EEMLAND van de Kon. Hollandsche Lloyd, omdat deze de minste snelheid had, daarachter aan bakboord de JACATRA (Rotterd. Lloyd) en aan stuurboord de NOORDERDYK (H.A.L.), in het midden volgde de ZAANDIJK (H.A.L.), dan de MENADO aan bakboord en de BANDOENG aan stuurboord, beide van de Rotterdamsche Lloyd, en de GAASTERLAND (Kon. Holl. Lloyd) sloot het konvooi. In de namiddag werd deze volgorde enigszins verbroken doordat men 2 boten met schipbreukelingen zag, aan wie de EEMLAND hulp verleende. Tegen 6 uur 's avonds zag men de bellenbaan van een torpedo, die tussen de EEMLAND en de JACATRA doorging en een tweede voor de BANDOENG gaan. Kort daarop dook een onderzeeër op, die schoten loste op de EEMLAND en de GAASTERLAND, doch ook zonder hen te treffen. De gezagvoerders waanden zich echter nog veilig door hun vrijgeleide, maar de duikboot hees het sein A.B., wat een bevel betekent om het schip te verlaten. Dit bevel werd ook mondeling herhaald van de duikboot, die alle schepen langs voer, er bijvoegende dat men daarvoor 5 minuten had. Men maakte zich in alle haast gereed, doch kapt. N. Huisman van de BANDOENG roeide in een sloep naar de duikboot, ten einde de commandant te doen verstaan, dat de schepen voor de Nederlandse Regering voeren en een vrijgeleide hadden van de Duitse admiraliteit. De commandant wilde evenwel van niets horen, noch de papieren inzien; hij schold de kapitein zelfs voor „hond" snauwde hem toe, wat hij in dit vaarwater deed. Een Duitse officier en matrozen, allen met bommen beladen — één matroos droeg er zelfs zeven — gingen in de sloep en deze werd door de duikboot achtereenvolgens naar de Nederlandse schepen gesleept, waar de Duitsers hun bommen plaatsten. De NOORDERDYK en de JACATRA werden getorpedeerd, terwijl de bemanning nog bezig was, in de boten te gaan. Eerst genoemd schip werd juist getroffen op het ogenblik dat kapt. J. de Koning als laatste man van boord ging. Het was inmiddels donker geworden, men zag de lichten op de schepen een voor een uitgaan, men hoorde ook de ontploffingen, maar men kon de schepen niet zien zinken. Wel bemerkte men, dat de MENADO drijvende was gebleven en kapitein H.C.M. van Houten besloot, na overleg met zijn officieren, weer aan boord te gaan, hetgeen de bemanning evenwel weigerde. Later werd de MENADO door een Engels schip opgepikt en naar Falmouth teruggesleept, toen de bemanning ook reeds in Engeland was geland. Het bleek dat van het schip door de Duitsers heel wat was weggehaald uit de machinekamer en uit de hutten. Daar waren zelfs de portretten van de wanden verdwenen, maar de machine zelf was nog geheel in orde, waarom de kapitein het schip wilde doen herstellen. Dit wilde men in Engeland alleen doen, wanneer het schip de Engelsen in time-charter zou gegeven worden, wat de kapitein weigerde. Deze heeft daarop het schip door de eigen bemanning doen herstellen, hetgeen met grote moeilijkheden gepaard ging, omdat men hem niet de geringste materialen wilde leveren. Zelfs kon hij, toen het schip eenmaal hersteld was, geen sleepboot krijgen om het van de modderbank te trekken, die het tot werf had gediend. Het schip is toen met eigen kracht van de bank gestoomd en heeft 13 mei de thuisreis aanvaard.
Door de inspecteur voor de scheepvaart werd hulde gebracht aan kapitein Van Houten en zijn bemanning voor de door hen betoonde volharding, welke het schip heeft doen behouden.

Afbeelding
Datum 07 juni 1917
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. De Raad deed gisteren uitspraak in de volgende, vroeger behandelde zaak betreffende het torpederen van de stoomschepen BANDOENG, EEMLAND, GAASTERLAND, JACATRA, MENADO, NOORDERDYK en ZAANDIJK. Uit het onderzoek is de Raad gebleken dat de stoomschepen BANDOENG, EEMLAND, GAASTERLAND, JACATRA, MENADO, NOORDERDYK en ZAANDIJK op 22 februari 1917, ter hoogte van Bishop Rock door een Duitse duikboot door het afschieten van torpedo's en het lossen van schoten zonder waarschuwing zijn aangevallen en daarna, nadat de opvarenden bevolen was de schepen te verlaten, door torpedo- en bomontploffingen tot zinken zijn gebracht, met uitzondering van de MENADO, welke drijvende is gebleven. De commandant van de duikboot heeft geen acht geslagen op de protesten van de kapiteins, betogende dat zij de hun officieel volgens overeenkomst opgegeven route, volgden, welke hun als veilig was aangegeven. De Raad acht het verklaarbaar, dat de kapiteins van de zeven schepen gestopt zijn blijven liggen en getracht hebben communicatie met de duikboot te verkrijgen. Zij konden, naar de mening van de Raad niet verwachten, dat hun schepen zouden worden aangevallen. Een woord van lof komt kapitein H.C.M. van Houten, gezagvoerder van de MENADO, met zijn officieren en bemanning toe, die onder de meest ongunstige omstandigheden er in geslaagd zijn het schip geheel met eigen middelen zodanig te repareren, dat het de thuisreis kon ondernemen.

Afbeelding
Datum 27 juni 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Schadevergoeding voor de vernietigde schepen.
Men herinnert zich dat op 22 februari van dit jaar zeven Nederlandse stoomschepen: de JACATRA, de BANDOENG, de NOORDERDYK, de ZAANDIJK, de EEMLAND, de GAASTERLAND en de MENADO bij de Scilly-Eilanden om 5 uur nm. door een Duitse duikboot zijn vernietigd.
Na langdurige onderhandelingen zijn de Nederlandse en Duitse regeringen tot overeenstemming gekomen, op de volgende grondslag: Ter vervanging van deze verloren gegane schepen zal de Duitse regering aan de Nederlandse Regering afstaan zeven Duitse schepen, die zich op dit ogenblik in Nederlands-Indië bevinden en die in waarde met de vernietigde schepen gelijk staan.
Daartegenover zal de Nederlandse Regering aan de Duitse regering een som overmaken, gelijkstaande met het totaal bedrag van de voor de vernietigde schepen te betalen verzekeringssommen. Aan twee commissarissen, van welke elk van de beide regeringen er één zal aanwijzen, zal de keus van de schepen worden opgedragen, alsmede de regeling van de eigendomsoverdracht en van verdere ter sprake komende punten. De afgestane vaartuigen, die gedurende de oorlog uitsluitend in Transoceanisch verkeer zullen gebezigd worden, zullen niet in de vaart worden gebracht, alvorens de zeemogendheden, die in oorlog met Duitsland zijn, de overdracht van de vlag erkend hebben en aan deze vaartuigen vrij verkeer hebben toegestaan. De Duitse regering zal aan de leden van de bemanningen van de vernietigde schepen de schade vergoeden, die zij hebben geleden, ten gevolge van de vernietiging, zowel wat betreft hun gezondheid als hun goederen. Het bedrag van deze vergoeding zal eveneens door beide bovengenoemde commissarissen worden vastgesteld. Als commissarissen zullen optreden voor de Nederlandse Regering dr. A. Plate te Rotterdam en voor de Duitse regering dr. Greve, directeur van de Norddeutsche Lloyd te Bremen.

Afbeelding
Datum 09 april 1918
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Holland Amerika Lijn.
Het verslag over 1917 memoreert, dat het toetreden tot de oorlog door de Verenigde Staten aan het bedrijf de genadeslag toebracht en dit gedurende het 2e halfjaar feitelijk geheel verlamde. Het herinnert aan het vasthouden van het grootste deel van de vloot in Amerikaanse havens en aan de inbeslagname van de graanladingen. Bij het intreden van 1918 lagen nog 10 schepen van de H.A.L. geheel werkeloos in verschillende Amerikaanse havens opgesloten. Dat onze Regering onder deze omstandigheden geen verdere uitvaartvergunningen gaf, ligt — zegt het verslag — voor de hand. Het bedrijf bleef daardoor beperkt tot enkele stomers in de vaart tussen Java en Noord-Amerika terwijl, tegen het einde van het jaar, in het belang van de kolenvoorziening, door een van de kleinste stoomschepen van de rederij twee reizen naar Engeland werden gedaan. Met uitzondering van enige artikelen van Nederlandse oorsprong werd dan ook geen uitgaande lading vervoerd; de retourlading gedurende het eerste halfjaar bleef beperkt tot graan en munitie voor de Nederlandse Regering benevens artikelen ten behoeve van de Nederlandse nijverheid en daarna tot één lading voor het Belgische Steuncomité. In dit boekjaar werden slechts 7 reizen met passagiers volbracht tegen 46 à 48 in normale jaren. Door de toetreding van Amerika tot de oorlog werd de rederij gedwongen haar kantoren en agentschappen in de centrale rijken te sluiten. De ramp, aan onze stoomschepen NOORDENDIJK en ZAANDIJK overkomen werd — gaat het verslag voort — reeds in ons vorig jaarverslag gememoreerd. Krachtige vertogen van onze Regering bij die van het Duitse rijk hadden ten gevolge, dat de laatste bereid gevonden werd, op grond van goede nabuurschap, een gelijke tonnenmaat als die van de op 22 februari getorpedeerde schepen ter beschikking te stellen van de Nederlandse Regering tegen betaling van een bedrag gelijk aan de op die schepen bij assuradeuren verzekerde sommen. Daartoe werden Duitse stoomschepen in Nederlands-Indië liggende, aangewezen waarvan de levering binnenkort tegemoet kan worden gezien.
De betaling van de overeengekomen vergoeding voor het in oktober 1916 getorpedeerde stoomschip BLOMMERSDIJK vond inmiddels plaats. Het stoomschip STATENDAM, door de Britse regering opgevorderd, werd in de vaart gebracht tussen Noord-Amerika en Europa. De bedongen huur wordt geregeld betaald. De hoop, dat wij in 1917 van verdere rampen verschoond zouden blijven, bleek ijdel. De NOORDAM, op de thuisreis van New York, stiet 3 augustus ter hoogte van Texel op een mijn die het schip ernstig beschadigde, ofschoon ten slotte gevaar voor zinken niet bleek te dreigen. De passagiers werden door de convoyerende sleepboot THAMES te Nieuwediep geland en gelukte het de NOORDAM, na gelicht te hebben, met assistentie binnen te brengen. De schade, die inmiddels hersteld is, wordt door verzekering gedekt. Met goedkeuring van commissarissen werd een overeenkomst gemaakt met de N.V. Wilton’s Machinefabriek en Scheepswerf, om, zodra de mogelijkheid daartoe geopend zal zijn, verzekerd te zijn van de gelegenheid voor de aanbouw van nieuwe schepen. Ter verruiming van de geldmiddelen stelde de directie zich voor het kapitaal met NLG 3.000.000 uit te breiden, toen de geldmarkt en ook de beurswaarden van de aandelen van de H.A.L. haar daartoe gunstig schenen. De emissie was een volkomen succes en stelde de directie in staat een agio van NLG 5.357.590 op een speciale reserve te boeken. Het doel, waarvan de emissie tevens dienstbaar werd gemaakt, de onvervreemdbaarheid van de Maatschappij kon nog verder worden bereikt, toen door een Nederlands consortium, tegen het eind van het jaar, het Amerikaanse bezit van aandelen in deze Maatschappij werd overgenomen, waartegen in januari 1918 aandelen in de N.V. Gemeenschappelijk Eigendom van Aandeelen Holland Amerika Lijn werden uitgegeven. Met toestemming van commissarissen werd deelgenomen in ondernemingen en instellingen in het belang van de Maatschappij o.a. in de bijdrage van de gemeente voor de Waterweg en in de Mij. ter Expl. van een Hoogoven en Walswerk. In het afgelopen jaar konden door deze passagiersschepen op New York en door de vrachtschepen naar verschillende havens slechts 46 reizen worden gemaakt; bij het geringe emplooi voor deze eigen stoomschepen kon uit de aard der zaak, geen aanleiding zijn tot charteren. Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de winst uit exploitatie en andere hoofde NLG 9.946.469,73. De blijvende onzekerheid — zegt het verslag — ten aanzien van de toekomst behoeft ditmaal geen aanleiding te geven tot buitengewone afschrijvingen, omdat scheepsbezit, ook wanneer wij de fantastische prijzen van heden buiten beschouwing laten, naar het ons voorkomt, nog vele jaren na het sluiten van de vrede, een object van hoge waarde zal blijven. De directie stelt derhalve voor de gezamenlijke afschrijvingen te bepalen op NLG 4.685.774,43, het fonds ten behoeve van het personeel te doteren met NLG 50.000 en tenslotte NLG 1.000.000 te reserveren voor diverse belangen en oorlogswinstbelasting.
De overblijvende winst laat dan toe een dividend uit te keren van 25%. Nu de bekende handelwijze van de geassocieerde regeringen —zo besluit het verslag — de kans op vernietiging van onze schepen belangrijk verhoogt en derhalve de omvang van onze vloot na het sluiten van de vrede hoogst twijfelachtig is, lijkt het ons doelloos ons in bespiegelingen over de toekomst te begeven. Commissarissen voegen aan het verslag van de directie hun verslag aan aandeelhouders toe. Zij schetsen daarin het zware verlies dat de Maatschappij leed door het overlijden van de heer J.V. Wierdsma. Zij stellen voor om de vacature, ontstaan door het overlijden van de heer Wierdsma, voorlopig onvervuld te laten. In dat geval is thans de heer W. Westerman aan de beurt van aftreding, doch herkiesbaar. Ook wat het verslag van de directie bevat omtrent de zorgvolle tijden, welke de Maatschappij doormaakt en tegemoet gaat, onderschrijven commissarissen ten volle.

Afbeelding
Datum 30 augustus 1918
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De zeven getorpedeerde schepen.
N.I.P.A. seint uit Batavia aan het H.bl., dat de zes Duitse schepen SILEZIA , UHENFELS, GERNIS, WESTMARK, CASTELL PELESCH en LINDEN (resp. groot 4.489, 5.577, 6.550, 5.870, 3.464 en 4.188 br. ton) thans zijn overgedragen aan de Rotterdamsche Lloyd, Holland Amerika Lijn en Kon. Hollandsche Lloyd, ter vervanging van de zes schepen NOORDERDIJK en ZAANDIJK van de Holland Amerika Lijn, JACATRA en BANDOENG van de Rotterdamsche Lloyd en EEMLAND en GAASTERLAND van de Kon. Hollandsche Lloyd, die verloren gingen bij torpedering op 22 februari 1917 bij Falmouth, waarbij de MENADO van de Rotterdamsche Lloyd, hoewel ook getroffen, behouden bleef.
De Duitse schepen zullen zo spoedig mogelijk dokken in Soerabaja en Tandjong Priok.

Afbeelding