Inloggen
VELOCITAS - ID 6955

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1932
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
Nat. Official Number: 1568 Z GRON 1932
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: N.V. Scheepswerf Gebr. van der Werf, Deest, Gelderland, Netherlands
Werfnummer: 185
Launch Date: 1932-03-00
Delivery Date: 1932-06-09
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Machinefabriek 'Bolnes' v/h J.H. van Cappellen, Bolnes, Zuid-Holland, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 180
Eng. additional info: Bolnes Type (260x370)
Speed in knots: 9
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 197.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 122.00 Net tonnage
Deadweight: 260.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 12207 Cubic Feet
 
Length 1: 36.80 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 34.61 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.46 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.74 Meters Depth, moulded
Draught: 2.44 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1932-06-14 VELOCITAS
Manager: Reint Jacob Kunst, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Reint Jacob Kunst, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PWCK
Additional info: 1934 callsign PIEY

Date/Name Ship 1938-02-01 VELOCITAS
Manager: Arie Polder, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Arie Polder, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIEY

Ship Events Data

1932-03-00: RN 23.03.1932: Scheepsbouw - Van de N.V. Scheepswerf Gebr. van der Werf te Deest, is met gunstig gevolg te water gelaten de nieuw gebouwde motorkustboot VELOCITAS, voor rekening van de heer Jac. Kunst te Groningen. Het schip heeft afmetingen van 36 x 6,40 x 2,70 meter, met een laadvermogen van ca. 260 ton en wordt gebouwd onder klasse Bureau Veritas voor de Grote Kustvaart. Aan de machinefabriek Bolnes zal het schip worden voorzien van een 4-cil. 180/200 pk dieselmotor.
1932-06-17: Op 17.06.1932 als VELOCITAS, zijnde een motorschip, groot bruto 556.87 m3, liggende te Deest, door A. Kielema, scheepsmeter te Arnhem ten verzoeke van Reint Jacob Kunst, schipper gedomicileerd te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1568 Z GRON 1932 in achterkant ingang logies S.B. zijde op het achterschip.
1932-07-11: RN 110732
Op de Waal bij Nijmegen is een goed geslaagde proeftocht gehouden met het nieuwe motor-kustschip VELOCITAS, gebouwd bij de N.V. Scheepswerf Gebr. v.d. Werf te Deest voor rekening van de heer R.J. Kunst te Groningen. Dit schip is gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas voor de Grote Kustvaart, heeft afmetingen van 36,00 x 6,40 x 2,70 meter en een bruto tonnenmaat van 196,5 register ton. Het is gebouwd met nieuw model kruiserdek en heeft verder een bijzonder groot laadruim met twee grote luikhoofden, welke voor het laden en lossen bediend worden door een ijzeren mast en laadbomen, waarbij een dubbel gecombineerde masthijslier met motor is opgesteld in een afzonderlijk dekhuis bij de mast. Het schip is voorzien van een 4 cilinder 180/200 pk Bolnes Dieselmotor waarmee een snelheid van ruim 9 mijl werd behaald. In de machinekamer is tevens opgesteld een hulpmotor voor aandrijving van de pomp en dynamo, alsmede een hulpcompressor; het schip heeft verder elektrische verlichting. Het vaartuig werd na de proefvaart door de opdrachtgever overgenomen.
1933-12-28: Algemeen Handelsblad 28-12-1933: Rechtzaken. Schroefblad verloren en weer zee op. Klacht tegen den kapitein. De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar het ongeval overkomen aan het motorschip „VELOCITAS", dat op 8 Juli j.l. bij het binnenvaren van de Alsen Fjord aan den grond is geloopen. Tevens stelde de raad een onderzoek in naar de door den Inspecteur-generaal voor de Scheepvaart ingediende klacht tegen den kapitein van de „Velocitas". Toen de „Velocitas", geladen met 160 ton ijzer voor Vasterös, op 8 Juli de Alsen Fjord binnenvoer om te Sonderborg nog 90 ton bij te laden, was het zicht slecht en — men stuurde op tonnen en vuren — liep het schip aan den grond. De verklaringen van den kapitein dienaangaande geven het volgende relaas. Er werden visscherlui en een lichter aangenomen en na ongeveer 1/5 ton te hebben gelost, kon de „Velocitas" los komen en ging door naar Sonderborg. Daar bleek het schip dicht te zijn en naar de meening van den kapitein was er geen bezwaar de geloste lading weer in te nemen — hoewel hem gebleken was dat een schroefblad verloren was gegaan en een tandwiel uit het ankerspil was gebroken. Geladen met ruim 250 ton ijzer zette de „Velocitas" haar reis voort en kwam 14 Juli zonder bijzondere voorvallen te Vasteras aan. Te Stockholm werd 20 Juli gedokt en daar werden de noodige herstellingen verricht. De kapitein verklaarde hierbij, dat hij bij het binnenvaren van de Alsen Fjord niet had gelood; voorts dat hij zich van Sonderborg uit telefonisch in verbinding had gesteld met de verzekeringsmij. „Oranje" te Groningen, die het niet noodig oordeelde dat er een expert overkwam en de regeling aan den kapitein overliet. Deze heeft het toen niet noodig geoordeeld een expert van de klasse te raadplegen en is, als uiteengezet, uit Sonderborg weer vertrokken naar Vasteras, gedurende welke reis met het oog op motor en schroef voorzichtig moest worden gevaren. De klacht tegen den kapitein. De klacht van den Inspecteur-generaal voor de Scheepvaart tegen den kapitein betreft nu het in strijd handelen met art. 4 sub a van de Schepenwet en art. 13 sub 1 en 2 van het Schepenbesluit. Immers, zoo wordt in de klacht overwogen, nadat de feiten al 3 boven uiteengezet zich hadden voorgedaan en den kapitein het verloren gaan van een schroefblad was gebleken, heeft hij het niet noodig geoordeeld door een expert van een der erkende particuliere onderzoekingsbureaux een onderzoek te doen instellen naar de zeewaardigheid, en zonder onderzoek de reis naar Vasteras voortgezet. De kapitein zeide, dat hij de quaestie zoo gering vond, dat hij de bij de Schepenwet opgelegde verplichtingen daarbij niet in overweging had genomen; de kapitein was dan ook zeer verbaasd, dat de Raad voor de Scheepvaart zich met deze zaak heeft bemoeid. Er was, volgens de mededeeling van den kapitein, ongeveer de helft van een der vier bladen van de schroef afgeslagen, waarbij de kapitein opmerkte, dat niet zeker was, dat dit bij het aan den grondloopen was geschied. De inspecteur-generaal voor de Scheepvaart de heer Fock achtte, wat het vastloopen betreft, dat de kapitein te veel heeft vertrouwd op zijn bekendheid ter plaatse. Er had echter gelood moeten worden. Spr. heeft de klacht ingediend, omdat kapiteins wel meer bij geringe gevallen de wet niet nakomen, die er te hunnen gerieve is. Daarom handhaafde spr. dan ook zijn klacht, met intrekking ten aanzien van de gebroken tand van het tandwiel, die, zooals later bleek, te Sonderborg reeds gerepareerd is. De heer Fock merkte hierbij op, dat het den kapiteins zoo gemakkelijk is gemaakt, wanneer onmiddellijke voorziening niet mogelijk blijkt. Zij moeten dit dan in het journaal vermelden, ook dat zij op eigen risico zijn verder gevaren. Te dikwijls vergeten kapiteins dit in hun journalen te vermelden, en dit is toch een gemakkelijk na te komen bepaling van de wet. De Raad zal later uitspraak doen.
1934-02-17: Het Vaderland 17-02-1934: Aan den grond loopen van het motorschip VELOCITAS. De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan in zake: a. het aan den grond loopen van het motor schip Velocitas bij het binnenkomen van de Alsen fjord: b. de klacht van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart tegen den kapitein van voormeld motorschip, wegens het niet voldoen aan de bepalingen van artikel 13. van het Schepen besluit. De Raad is van oordeel, dat het vastloopen van de Velocitas is te wijten aan minder zorgvuldige navigatie door niet gebruik maken van het lood, in verband met de minder goede bestuurbaarheid van het schip, dat 3 voet stuurlast had waardoor bijzondere voorzichtigheid vereischt was. Wat het gehandhaafde gedeelte van de klacht betreft is de Raad van oordeel, dat de kapitein in gebreke is gebleven hel voorschrift van art. 13 van hel Schepenbesluit na te komen. Deswege straft de Raad den kapitein door het uitspreken van een berisping.
1935-02-25: NvhN 25-02-1935: Delfzijl. 23 Febr. De motorschepen Senang, Eban, Wim, VELOCITAS en Corona, die alhier wegens slecht weer werden opgehouden, zijn heden naar hun bestemming resp. Kings Lynn, New Castle, Granton, Londen en Rotterdam vertrokken.
1936-08-08: NvhN 10-08-1936: Delfzijl. 8 Aug. Het motorschip “VELOCITAS” kapt. Kunst, dat alhier als bijlegger binnenliep, zette heden de reis weer voort. Het schip is beladen met zout van Londen met bestemming Gefle.
1937-05-28: NvhN 28-05-1937: Delfzijl. 27 Mei. Het motorschip “VELOCITAS”, kapt. Kunst, liep hier heden als bijlegger binnen met lichte motorschade. Het schip is beladen met gez. hout van Norrkjöbing naar Exeter. Het zal de schade hier herstellen.
1937-05-31: NvhN 01-06-1937: Delfzijl, 31 Mei. De motorschepen “VELOCITAS”, kapt. Kunst, en “Alpha”, kapt. Beck, die alhier als bijlegger binnenliepen, resp. op weg van Norrkjöbing naar Exeter, beladen met hout en op weg van Kragerö naar Par, beladen met steen, zetten heden hun reis weer voort.
1938-04-09: De Telegraaf 10-04-1938: Ongelukken op schepen. Amsterdam, 9 April. - De Raad voor de Scheepvaart deed vandaag uitspraak in een tweetal ongelukken, dat aan boord van schepen gebeurde. Op het stoomschip "Buitenzorg" werd op 23 September een assistent-machinist door het springen van een peilglas ernstig verwond. De Raad is van oordeel, dat dit ongeval is te wijten aan de ondeugdelijke inrichting van het peilglas te weten van de bescherming, in verband met de ongunstige plaatsing van de bedieningskranen. De bescherming zelve van de peilglazen, zooals deze op de „Buitenzorg" en zeker niet alleen op dit schip, bestaat, geeft geen voldoende beveiliging. De tweede uitspraak betrof het ongeval van het motorschip „VELOCITAS". waarbij op 22 Juli tijdens het lossen van de lading hout te Exeter aan de Zuidkust van Engeland, een hijsch op de kade neergeploft is ten gevolge waarvan een werkman ernstig werd verwond. De Raad is van oordeel, dat dit bedrijfsongeval ten nauwste verband houdt met de onjuiste bevestiging van de gei ten gevolge van het aanwezig zijn van deklading. Voorts is hier op nonchalante wijze met het losgerei omgesprongen.
1939-07-26: Nieuwsblad van Friesland 26-07-1939: Opnieuw vluchtelingen gesmokkeld. Andermaal Nederlandsche zeelieden in Engeland aangehouden.
Opnieuw zijn Nederlandsche zeelieden wegens het binnensmokkelen van vluchtelingen in Engeland gearresteerd. Het zijn opvarenden van het motorvaartuig VELOCITAS, die in de ballasttank vijf vluchtelingen verborgen hadden. Het verblijf in deze ongewone ruimte was blijkbaar niet voor langen tijd mogelijk, zoodat op een gegeven oogenblik de opgeslotenen om hulp riepen, omdat zij bijna stikten. Dit trok de aandacht van een der douane-beambten, die de vijf vluchtelingen, mitsgaders den kapitein van de „Velocitas" en de leden der bemanning naar een politiepost overbracht. Gezagvoerder Leonard Polder wist niets van de aanwezigheid der vluchtelingen af en werd op een borgstelling van £ 500 op vrije voeten gesteld, maar de bemanning, bestaande uit L. Oorburg, machinist, C. Dekker, matroos en A. van San, kok, die schuld bekenden, werden in arrest gehouden. De overgebrachte vluchtelingen, twee kooplieden, voorts een onderwijzer en een goudsmid, verklaarden voor den rechter hoe zij bijna gestikt waren in de ballasttank en daarom om hulp hadden geroepen, ten einde uit hun benauwde positie gered te worden, waarin zij slechts gedurende het verblijf in Engeland verstopt waren. Een vijfde vluchteling ligt in een hospitaal. Ongetwijfeld zullen de zeelieden zwaar gestraft worden. De zaak is voor een week verdaagd om den gezagvoerder van de Velocitas gelegenheid te geven weer een reis met het schip te maken.
1939-08-02: De Banier 02-08-1939: Een Nederlandsche Kapitein smokkelde emigranten. Rechter Bennett van de West-London rechtbank in Southcomstreet W.14 heeft vonnis gewezen in de zaak van het 180 ton groote Nederlandsche motorvaartuig „Velocitas”, dat op 24 Juli in de Theems aan Mounts Warf in Foulham gemeerd lag met vijf vluchtelingen, verborgen in een ballasttank, die het op een gegeven oogenblik zoo benauwd kregen, dat een hunner om hulp riep. Dit trok de aandacht van twee douanebeambten, die juist bezig waren het schip te onderzoeken. De gezagvoerder van de “Velocitas” Polder, die den rechter niet van zijn onschuld heeft kunnen overtuigen, kreeg de zwaarste straf: drie maanden gevangenisstraf. Machinist Oorburg werd tot twee maanden veroordeeld, terwijl de rechter de jeugd en onervarenheid van den matroos Dekker en den kok Van San in aanmerking nam en hen beiden tot één maand gevangenisstraf veroordeelde. Allen zullen worden voorgedragen voor deportatie. Stuurman de Roos, die in Holland ziek was achtergebleven, ontsnapte hierdoor de gevangenis, aangezien volgens de verklaringen van de beklaagden, hij de persoon was, die de vluchtelingen aan boord had gezonden. De vijf vluchtelingen zelf stonden eveneens in de beklaagdenbank. Zij werden veroordeeld, doch zij zullen allen voor deportatie worden voorgedragen, hetgeen een zeer mild vonnis is, aangezien er zich onder hen Polen bevonden en ook lieden van onzekere nationaliteit, van wie er één zelfs het vorige jaar drie maanden gevangenisstraf had ondergaan en naar Polen was gedeporteerd en ook twee jaar gevangen had gezeten voor een vergrijp in Palestina begaan. Gezagvoerder Polder, die naar de Telegraaf meldt, volgens het Insulinde-recept werd verdedigd, kon het er niet zoo goed afbrengen als zijn collega Salomonson van de „Insulinde”. Vooral het feit, dat hem bekend was, wat er met de „Insulinde” was gebeurd en welke straffen de bemanning had gekregen, was in zijn nadeel. En ook, dat op een zoo klein schip als de „Velocitas” het verbergen van vijf vluchtelingen volkomen onopgemerkt was gebleven voor den kapitein, die nimmer zelfs de moeite had genomen het logies van de bemanning te inspecteeren, dan wel de ballasttank, die volgens zijn eigen verklaring de eenige plaats zou zijn waar vluchtelingen zich zouden kunnen verbergen.
Uit de Telegraaf van 2 augustus 1939 Borgstelling van £ 500 voor Nederl. Kapitein. In beroep tegen Engelsch vonnis. Londen, 1 Aug. L. Polder, gezagvoerder van het Nederlandsche motorschip „Velocitas”, die naar reeds gemeld werd vandaag door de rechtbank van West- Londen tot een gevangenisstraf van drie maanden veroordeeld werd wegens het op onwettige wijze in Engeland brengen van vijf vluchtelingen, die zich in een ballasttank van zijn schip verborgen hadden, is tegen dit vonnis in hooger beroep gegaan en werd nadat een borgstelling van vijf honderd pond betaald was op vrije voeten gesteld. De drie leden van de bemanning, die tot twee en een maand gevangenisstraf veroordeeld werden en bij voorbaat verklaard hadden schuldig te zijn aan het ten laste gelegde feit, hebben in het vonnis berust.
1939-08-02: De Telegraaf 02-08-1939: Borgstelling van £ 500 voor Nederl. Kapitein. In beroep tegen Engelsch vonnis. Londen, 1 Aug. L. Polder, gezagvoerder van het Nederlandsche motorschip „VELOCITAS”, die naar reeds gemeld werd vandaag door de rechtbank van West- Londen tot een gevangenisstraf van drie maanden veroordeeld werd wegens het op onwettige wijze in Engeland brengen van vijf vluchtelingen, die zich in een ballasttank van zijn schip verborgen hadden, is tegen dit vonnis in hooger beroep gegaan en werd nadat een borgstelling van vijf honderd pond betaald was op vrije voeten gesteld. De drie leden van de bemanning, die tot twee en een maand gevangenisstraf veroordeeld werden en bij voorbaat verklaard hadden schuldig te zijn aan het ten laste gelegde feit, hebben in het vonnis berust.
1939-08-02: Utrechts volksblad 02-08-1939: Kapitein van „VELOCITAS” tot drie maanden veroordeeld wegens binnensmokkelen van vreemdelingen in Engeland
(Van onzen Londensen correspondent.) Londen, — Dinsdag. De kapitein van het Nederlandse motorschip „Velocitas", de 29-jarige Nederlander L. P., is door den politierechter schuldig bevonden aan medeplichtigheid bij het binnensmokkelen in Engeland van vijf vreemdelingen, die zich bij aankomst in de Theems in een ballasttank van het schip bleken te bevinden. Hij is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. P. tekende hoger beroep aan en werd op vrije voeten gesteld tegen een borgstelling van 500 pond (4400 gulden). De andere leden van de bemanning kregen de volgende straffen: L. O. twee maanden; C. J. B. één maand en de Belgische kok Van S. eveneens een maand. De vijf vreemdelingen zullen, evenals de gestrafte leden van de bemanning, aan den minister van Binnenlandse Zaken voor uitwijzing worden voorgedragen. De openbare aanklager zeide tijdens de behandeling van de zaak, dat het illegale verkeer van vreemdelingen was toegenomen. De politie zou alle maatregelen nemen om er zo snel en radicaal mogelijk een einde aan te maken. De kapitein verklaarde niet geweten te hebben, dat de mannen zich aan boord bevonden. De politierechter verwierp dit verweer. Hij zeide, dat hij zelf een bezoek had gebracht aan de „Velocitas" en dat hij tot de conclusie was gekomen, dat in het voorschip niets kon gebeuren zonder medeweten van den kapitein. De vijf vluchtelingen hadden slechts korte tijd in de tank kunnen blijven, want er was in het geheel geen verse lucht.
1940-02-14: NvhN 14-02-1940: Rotterdam. 13 Febr. Het Groninger m.s.”VELOCITAS” , op reis van Zaandam naar Londen, is heden als bijlegger te Vlaardingen aangekomen voor het repareeren van lichte motorschade.
1940-04-12: Final Fate:
Onderweg met een lading kolen van Blyth naar Antwerpen op een Duitse mijn gelopen ten zuiden van Kentish Knock en verloren gegaan. Drie opvarenden komen om het leven. De kapitein en een ander bemanningslid kunnen worden gered door het Britse schip 'Mavis' en in Vlissingen aan wal worden gebracht.
De Courant/ Het nieuws van den dag: 15-04-1940: Kustvaarder op mijn; drie dooden. Kapitein en stuurman gered. Vlissingen, 13 April. -Het Nederlandsche stoomschip “VELOCITAS” een Groningsche kustvaarder, is Vrijdagavond 11 uur op weg naar Nederland bij den mond van de Theems op een mijn geloopen. De explosie was zoo hevig, dat het schip totaal versplinterd en bijna onmiddellijk gezonken is. Daar de reddingboot lossloeg en intact bleef, kon de stuurman, de heer H. Schutter uit Kampen, zich daarin redden. Door roepen trachtte hij de aandacht van de overlevenden te trekken. De kapitein, de heer J. Pinkster, uit Groningen, die in de buurt ronddreef, beantwoordde zijn geroep en kon door den stuurman binnenboord gehaald worden. De overige leden der bemanning, drie in getal, bevonden zich tijdens de ramp in de kooien en moeten zijn omgekomen. Den geheele nacht hebben kapitein en stuurman in de reddingboot, die van proviand was voorzien, doorgebracht. Zaterdagochtend 9 uur werden zij opgemerkt door een koopvaarder, die de beide mannen oppikte en hen na aankomst te Vlissingen vanmiddag om 4 uur aan wal zette.
Kapitein en stuurman waren vol lof over het onthaal, dat hun aan boord bij hun redders te beurt is gevallen. Zij werden onmiddellijk van ander kleeding voorzien. De namen der vermisten luiden: H. Kamp (machinist) uit Amsterdam, C. Harms (matroos) uit IJmuiden en G. van 't Pad (Kok) uit Amsterdam. De kapitein, die aan hoofd en handen gewond was door een schok, vertelde ons, dat dit in 1940 reeds de tweede mijnramp was, waarbij zijn schip vergaan is. Het vorige schip, waarmee hij voer, was een Groningsche treiler, die op 9 Januari gezonken is. De kustvaarder “Velocitas” had 250 ton laadvermogen en mat 197 ton bruto en was op weg naar Antwerpen. Pas den vorigen Zaterdag was het schip uit Vlissingen vertrokken en had daarna Engelsche havens aangedaan. Op de terugreis naar Nederland is de ramp gebeurd. De eigenaar van het schip is de heer Polder die te Amsterdam woont. De kapitein was zeer onder den indruk en vertrekt Zondagmorgen in gezelschap van zijn broers die hem te Vlissingen kwamen afhalen.
NvhN 15-04-1940: Weer een Groninger kustvaarder op een mijn geloopen. Drie leden der bemanning om het leven gekomen. Alleen de kapitein en de stuurman gered.
Op de reede van Vlissingen is Zaterdagmiddag een buitenlandsch stoomschip gearriveerd, aan boord waarvan zich bevonden de kapitein, de heer J. Pinkster uit Groningen en de stuurman, H. Schutte uit Kampen, van het motorschip „Velocitas", dat Vrijdagavond om kwart voor elf nabij de Engelsche kust op een mijn is geloopen en vrijwel onmiddellijk is gezonken. De overige drie leden van de bemanning, de 53-jarige machinist H. Kamp uit Amsterdam, de 23-jarige matroos C. Harms uit IJmuiden en de 17-jarige kok P. A. D. van het Padt uit Amsterdam, die op het moment van de ontploffing in de kooi lagen, zijn, naar wordt aangenomen, bij deze ramp om het leven gekomen. Het motorschip „Velocitas" mat 197 bruto registerton en behoorde toe aan de reederij Polder te Groningen. Het is gebouwd in 1932. Het schip was Vrijdagavond met een lading steenkool uit Engeland vertrokken met bestemming Antwerpen. Door onbekende oorzaak liep het schip om kwart voor elf op een mijn, waardoor de voorsteven vrijwel geheel werd weggeslagen. Binnen enkele seconden was het schip gezonken. De stuurman en de kapitein, die zich aan dek bevonden, werden door de kracht van de ontploffing over boord geworpen. De stuurman wist reeds spoedig de eveneens over boord geslagen reddingsboot te bereiken en hierin te klimmen. De kapitein echter raakte verward in het hekwerk en ging aanvankelijk met het schip mee in de diepte. Gelukkig wist hij zich echter onder water te bevrijden en zich met behulp van zijn zwemvest drijvende te houden. Toen de stuurman eenmaal in de reddingsboot zat, trachtte hij met de eventueele overlevenden door roepen in contact te komen. De kapitein, die toen reeds een half uur in het water lag, hoorde deze kreten en wist door terug te roepen, de aandacht van den stuurman op zich te vestigen. Het kostte den stuurman in de dikke duisternis echter groote moeite den kapitein te vinden. Toen ook de kapitein in de reddingsboot was geklommen, trachtten beide mannen, na aanvankelijk nog naar de overige drie leden der bemanning gezocht te hebben, den wal te bereiken. Zaterdagmorgen omstreeks negen uur werden zij opgemerkt door een stoomschip, dat hen naar Vlissingen heeft gebracht, waar zij Zaterdagmiddag omstreeks vier uur arriveerden. Beide mannen verkeeren in goede gezondheid. In het water met stuurwiel in de handen! Kapitein zat beklemd in hekwerk van snel zinkend schip. De beide overlevenden van de ramp van de „Velocitas", die weer verschillende Nederlandse gezinnen in diepe rouw dompelt, kwamen te ongeveer drie uur in de Vlissingse buitenhaven aan, aan boord van een vaartuig, dat de schipbreukelingen had overgenomen van een Engels stoomschip, dat hen heeft gered. Even later hadden wij een gesprek met de twee geredden; gezagvoerder J. Pinkster uit Groningen en stuurman H. Schutte uit Kampen. De eerste was aan het hoofd licht gewond; hun zwemvesten hadden zij nog bij zich. Kapitein Pinkster kon voor de tweede maal een scheepsramp navertellen. Hij was namelijk ook aan boord van de „Truida", die begin Januari van dit jaar bij den Noordhinder verging, na op een mijn te zijn gelopen. De „Velocitas" bracht een lading kolen naar Antwerpen en het schip had gistermiddag in Vlissingen zullen aankomen. De stuurman vertelde, dat de gezagvoerder en hij Vrijdagavond op de brug waren. Alles leek normaal en de reis verliep op de gebruikelijke wijze.
Toen, het was zowat kwart voor elf, brak de hel los.' Een daverende ontploffing weerklonk. De kolen vlogen overal heen. De stuurhuisjes en het hele voorschip werden' in stukken en brokken de lucht in geslingerd. De ramp voltrok zich zo verbijsterend snel, dat de heer Schutte een paar ogenblikken later in het water lag met het stuurwiel nog in de vuisten geklemd! Na een minuut of wat te hebben rondgezwommen, bereikte hij de roeiboot, die overboord was geslingerd; maar de stuurman was zo overrompeld door de plotselinge gebeurtenissen, dat het zeker nog een kwartier heeft geduurd, vóór hij zich voldoende hersteld had om in de boot te klimmen. Gezagvoerder Pinkster, die later in dezelfde boot werd opgenomen, vertelde ons, hoe dat in zijn werk is gegaan-„Ik werd na de ontzettende ontploffing tegen het dek gegooid en raakte klem in het hekwerk. Ook toen de „Velocitas" helemaal op één kant werd geworpen, kon ik niet loskomen. Dat waren benauwde ogenblikken. Gelukkig werd ik van het schip gespoeld, toen de schuit even later naar de tegenovergestelde kant slingerde. Ik heb zowat een half uur rondgezwommen. Ik had de stuurman al een paar keer horen schreeuwen, maar gaf eerst geen antwoord. Toen riep hij, dat hij in de boot zat en dus begreep ik, dat we nog een kans hadden. Hij heeft me toen opgevist. Als we die zwemvesten niet hadden, die we als een jas altijd aan hebben, zouden we het niet hebben uitgehouden". De gezagvoerder vertelde nog, dat hij na de ontploffing de schroef nog even heeft zien draaien; ook brandden op het achterschip de lampen nog, maar binnen de halve minuut was van de „Velocitas" niets meer te zien! De machinist, de matroos en de kok die in hun kooi lagen, zijn met de „Velocitas" in de golven verdwenen. Zij hebben geen schijn van kans gehad, zich in veiligheid te stellen. De twee overlevenden hebben in de roeiboot veel koude geleden en zij waren natuurlijk drijfnat, maar gelukkig was er voldoende water en voedsel aan boord. De schipbreukelingen hebben zo een lange nacht moeten doorworstelen en zij hielden zich een beetje warm door aan het roeien te blijven. Er was geen schip te zien en tegen het aanbreken van de dag kwam men in de nabijheid van een Frans mijnenveld. Toen zagen de schipbreukelingen een Engels vaartuig. Zij gaven signalen op een hoorn en zwaaiden met een vlag, maar de Engelsman merkte het nietige roeibootje niet op en voer door Gelukkig kwam een uur later een ander Engels schip in de buurt, aan boord waarvan beter uitkijk werd gehouden en toen was het leed geleden. De schipbreukelingen werden aan boord genomen; met een warm maal weer wat op hun verhaal gebracht en konden droge kleren aantrekken Een uur of wat later werden zij. door een Nederlandse motor-afhaalboot overgenomen en naar Vlissingen gebracht. De gezagvoerder, die nu in korte tijd voor de tweede maal schipbreuk heeft geleden, heeft er vooreerst genoeg van, maar stuurman Schutte gaat binnenkort weer naar zee; als ze er thuis niet te veel bezwaar tegen maken tenminste. De geredden zijn natuurlijk al hun bezittingen kwijt. Zij werden te Vlissingen in nieuwe kleren gestoken, en vertrokken later op de dag naar Amsterdam, waar de eigenaar van de „Velocitas" woont.
Het Vaderland 16-04-1940: Tragisch toeval. Het is een tragisch samentreffen, dat toen de Nederlandsche motorkustvaarder Velocitas Vrijdag op de Theems zonk, de daarbij omgekomen 23-jar. matroos C. Harms uit IJmuiden wel niet geweten zal hebben dat zijn moeder, de 43-jarige weduwe F. Harms-Zomer den vorigen dag was overleden en toen de overlevenden van de Velocitas Zaterdag te Vlisslngen aan wal werden gezet en mededeeling deden van het zinken van het schip, was de moeder van Harms gestorven en kon zij niet meer weten dat een ramp haar jongen had getroffen.


Afbeeldingen


Omschrijving: Proefvaart VELOCITAS
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Proefvaart VELOCITAS
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: VELOCITAS
Gemaakt door: Unknown