Inloggen
ARDJOENO - ID 583

Kroniekberichten

Datum 22 april 1890
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 20 april. Het stoomschip REAEL, het tweede bij de Maatschappij De Schelde alhier in aanbouw zijnde stoomschip voor de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, zal de 3e mei aanstaande te water worden gelaten. Daarna zal, naar wij vernemen, onmiddellijk de kiel gelegd worden voor een nieuw stoomschip voor de Rotterdamsche Lloyd, de ARDJOENO.

Afbeelding
Datum 23 april 1890
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 22 april. De nieuwe mailstoomboten, die binnenkort op de werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen voor de Rotterdamsche Lloyd in aanbouw komen, zullen de namen ARDJOENO en SALAK dragen.

Afbeelding
Datum 23 mei 1890
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 21 mei. Heden is op de werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde alhier de kiel gelegd van de eerste van de twee mailsteamers, type MERAPI, die voor de firma W. Ruijs & Zonen, Rotterdamsche Lloyd, te Rotterdam in aanbouw komen. Dit schip zal de naam voeren van ARDJOENO.

Afbeelding
Datum 23 mei 1890
Krant VCO - Vlissingsche Courant

Heden is op de werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde alhier de kiel gelegd van de eerste van de twee mailsteamers, type MERAPI, die voor de firma Wm. Ruys en Zonen, Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam ia aanbouw komen. Dit eerste schip draagt de naam ARDJOENO.

Afbeelding
Datum 10 augustus 1890
Krant VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 9 augustus. Aan het thans verschenen verslag van de Kamer van Koophandel en Fabrieken wegens de toestand van handel, scheepvaart en nijverheid te Vlissingen, over het jaar 1889, ontlenen wij het volgende:
Een terugblik op het jaar dat achter ons ligt, levert voor Vlissingen over het algemeen stof tot dankbare tevredenheid. Over het geheel was het jaar 1889 gekenmerkt door een verblijdende mate van bedrijvigheid op ieder gebied. Moge al handel en scheepvaart binnen deze gemeente op verre na nog niet op zodanige hoogte staan als de eigenaardige plaatselijke voordelen zouden kunnen doen verwachten, en er van nieuwe ondernemingen althans in de loop van dit jaar, geen spraak zijn geweest, nog thans ging de algemene toestand van het bestaande vooruit. De sterk toegenomen uitbreiding van de bevolking en de bedrijvigheid, die over het algemeen, en niet het minst aan de Koninklijke Maatschappij De Schelde zich openbaarde, veroorzaakten een grotere mate van vertier, die hoofdzakelijk de kleinhandel en de neringdoenden ten goede kwam. Ook de scheepvaartbeweging verkreeg enige meerdere betekenis; terwijl de toenemende behoefte aan woningen het aanbouwen van nieuwe huizen zeer bevorderde. Door een en ander werd aan vele handen geregeld werk verschaft en ontstond er, in vergelijking met menige andere plaats, een tamelijke mate van welvaart.
In de staat van het fabriekwezen ontstond in 1889 geen verandering. De hier bestaande fabrieken zijn, die van de Koninklijke Maatschappij De Schelde daargelaten, niet van beduidend aanvang. Over het algemeen echter was de toestand van het bestaande vrij gunstig, en kon met goed gevolg aan de concurrentie van elders het hoofd worden geboden.
Wat de hierboven bedoelde scheepsbouw- en werktuigenfabriek De Schelde betreft, deze had ruimschoots werk en bevorderde door uitbreiding van haar personeel, in aanzienlijke mate de bedrijvigheid in deze gemeente.
Aan het verslag van de directie wordt het volgende ontleend:
Van de grote bedrijvigheid op het gebied van scheepsbouw, zowel buiten- of binnenlands, had de Maatschappij haar deel, zo zelfs de verschillende aanvragen moesten worden afgewezen. Het aantal werklieden van ongeveer 600 bij de aanvang van het jaar, klom allengs tot 900 man, en zou zeker belangrijk hoger zijn geweest, ware het niet, dat, wegens de bedrijvigheid op alle werven hier te lande, er schaarste heerst aan bekwame vakmannen.
Van de gecontracteerde werken werd slechts een klein deel geheel voltooid, omdat de levering daarvan eerst in 1890 moet plaats vinden.
Met succes werden voltooid en afgeleverd, (het laatste gedeeltelijk in het begin van 1890).
- De stoomwerktuigen van triple-compound systeem 900 ipk voor de op 's Rijks Werf te Amsterdam gebouwde torpedoboot FOKA.
- Het stoomschip MERAPI van de Rotterdamsche Lloyd met quadruple-compound systeem van 1600 ipk.
- Het stoomschip RAAF voor de Gouvernements-Marine in Indië, met triple-compound stoomwerktuigen van 500 ipk.
- De compound-stoommachine voor het stoomschip CENISIO, later herdoopt in ANDALUSIA.
De niet afgeleverde of gedeeltelijk onderhanden werken bestonden uit:
- Vier stoomschepen voor de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij, waarvan de hull (opm: het hol) voor één schip ter vervaardiging aan de firma L. Smit & Zoon te Kinderdijk is opgedragen.
- Een triple-compound stoomwerktuig voor het stoomschip DOELWIJK van 500 ipk gebouwd bij de heren Bonn & Mees te Katendrecht.
- Twee stel werktuigen van 750 ipk ten dienste van de bij 's Rijks Werf in aanbouw zijnde torpedoboten LAMONGAN en MAKJAN; alsmede twee stel triple-compound stoomwerktuigen van 440 ipk voor 2 aldaar te bouwen torpedoboten 2e klas No. XXI en XXII
- En twee stoomschepen met quadruple-compound werktuigen, type MERAPI, ARDJOENO en SALAK, voor de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam.
Als gevolg van de steeds verminderde scheepvaartbeweging, werden slechts in het geheel door 15 stoom- en zeilschepen van het droogdok gebruik gemaakt. Aan de arbeidslonen werd in 1889 uitbetaald een bedrag van NLG 428.879,83 of NLG 138.248,43 meer dan het jaar te voren.

Afbeelding
Datum 08 januari 1891
Krant ZZN - Zierikzeesch Nieuwsblad

Vlissingen, 3 januari. Van de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen zal a.s. zaterdag 10 dezer, des namiddags te twee uur, te water worden gelaten het stalen mailstoomschip ARDJOENO, in aanbouw voor de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam.
Als bewijs dat het ijs niet het minste hinder in de binnenhavens aldaar geeft, meldt men dat zaterdag j.l. in een paar uur door een sleepboot het rijsbed voor het aflopen van bovengenoemd schip van de tweede binnenhaven door het ijs naar de fabriek ‘De Schelde’ werd gesleept.

Afbeelding
Datum 11 januari 1891
Krant VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 11 januari. Terwijl men elders duizenden bij duizenden op het spel zet om toch maar open vaarwater te maken, liep heden namiddag alhier van stapel het op de werf van de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ gebouwde stoomschip ARDJOENO. Dit schip is gebouwd voor de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam en bestemd voor de snel-maildienst naar Nederlands-Indië. De hoofdafmetingen van dit schip zijn: lengte over dek 334 Eng. voet, breedte grootspant 38 voet, holte (moulded) 27 voet. Behoudens verschillende verbeteringen is de inrichting van dit schip nagenoeg geheel gelijk aan het zusterschip MERAPI, waarvan bij de afloop een uitvoerige beschrijving is medegedeeld. De in het schip te plaatsen machine is van het quadruple-compound systeem. De afmetingen van de cilinders zijn 24”, 36”, 48”en 75” bij een slaglengte van 42”. De stoom zal worden geleverd door twee double-ended stalen stoomketels, elk met 6 vuren. De schroefbladen zullen van Stone & Martin’s brons worden gegoten. Het schip is gebouwd volgens de rules van Veritas en de Vereeniging van Nederlandsche Assuradeuren en in de hoogste klasse geclassificeerd. Te half drie was alles voor het aflopen van de ARDJOENO gereed en liep het schip, nadat door de heer D. Ruys de laatste beletselen waren verwijderd, onmiddellijk met uitstekend gevolg te water.

Afbeelding
Datum 26 februari 1891
Krant LC - Leeuwarder Courant

De 21e maart a.s. vertrekt van Rotterdam per stoomschip ARDJOENO naar Oost-Indië een detachement aanvullingstroepen, sterk 4 onderofficieren en 50 minderen, onder bevel van den van verlof terugkerende 1e luitenant der artillerie H. Termijtelen en onder medegeleide van de voor het O.I. leger bestemde 2e luitenants der infanterie W. van der Wielen en A.W.E. Weijerman.

Afbeelding
Datum 12 april 1891
Krant VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 11 april. Woensdag j.l. (opm: 8 april) heeft het mailstoomschip ARDJOENO, gebouwd voor de Rotterdamsche Lloyd, aan de Koninklijke Mij. ‘De Schelde’ gemeerd, gestoomd en is deze beproeving uitnemend geslaagd. Heden morgen vertrok het schip uit de haven, om een voorlopige proeftocht te houden. Vermoedelijk zal de officiële proeftocht op zondag 18 april plaats hebben, om na gunstige afloop naar Rotterdam te vertrekken, waar het voor zijn eerste reis naar Batavia, die de 2e mei zal aanvangen, zal worden uitgerust.

Afbeelding
Datum 15 april 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Het verslag van de directie van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdamsche Lloyd over het jaar 1890, uit te brengen in de tegen de 28e a.s. uitgeschreven algemene vergadering van aandeelhouders, behelst het volgende:
De winst- en verliesrekening geeft de uitkomst van 23 reizen door onze negen grote stoomschepen tussen Rotterdam en Java volbracht, en van de twee stoomboten, die op de kleine vaart dienst doen. De exploitatierekening over 1890 laat een voordelig saldo van NLG 692.643,91; saldo van de vorige rekening NLG 360,49; samen NLG 693.004,40.
Daarvan moet worden afgetrokken: Voor afschrijving op de boten NLG 268.899,85; voor vernieuwing- en reservefonds NLG 117.641,83; voor dienst van de geldlening NLG 15.641,31; voor commissarissen volgens art. 22 van de statuten NLG 1.500 en voor patentbelasting NLG 7.168, totaal NLG 410.850,99, latende een saldo ter verdeling van NLG 282.153,41.
De directie stelt voor uit dit saldo een dividend van 7 pct uit te keren over het kapitaal van NLG 4 miljoen, waarvoor dus NLG 280.060 vereist wordt, zodat er NLG 2.153,41 overblijft om op nieuwe rekening over te brengen.
De hierboven vermelde reizen werden in vereniging met de twee stoomschepen van de Stoomvaart Maatschappij Rotterdam volbracht, waardoor wij in staat waren de geregelde veertiendaagse dienst op Java te onderhouden. Voor deze twee stoomschepen, die alsnu onze dienst verlaten, treden in plaats de twee stoomschepen, in aanbouw bij de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’, waarvan het eerste, de ARDJOENO, in mei de eerste reis aanvaardt, en het tweede, de SALAK, in september geleverd wordt.
Het proces inzake de aanzeiling van de SOERABAJA met het Italiaanse stoomschip REGINA, werd grotendeels in ons voordeel beslist.
De veertiendaagse maildienst van Batavia en terug, werd op de oude voet voortgezet.
De onderhandelingen met ons gouvernement over een te sluiten contract, leidde nog niet tot een gewenst resultaat. Wij vertrouwen echter dat er een oplossing te vinden zal zijn van dit vraagstuk, omdat het belang van Nederland en zijn overzeese bezittingen een geregelde verbinding met nationale stoomschepen niet kan missen.
Het eigen assurantiefonds klom tot een bedrag van NLG 173.959,04. Het eigen risico is nog NLG 100.000 op elke boot; dit bedrag wordt onder goedkeuring van commissarissen voorlopig niet verhoogd.
Aan het vernieuwingsfonds ontnamen wij NLG 14.500 voor het aanbrengen van elektrisch licht; wij doteerden het uit deze balans met NLG 117.641,83.
In de balans staan de 11 stoomschepen geboekt voor een gezamenlijke waarde van NLG 3.861.982,92 en de beide in aanbouw zijnde schepen voor NLG 1.041.899,65.

Afbeelding
Datum 15 april 1891
Krant VCO - Vlissingsche Courant

Vlissingen, 14 april. De heer G.J. Boon, achtereenvolgens gezagvoerder op de mailstomers BATAVIA, BROMO en MERAPI, zal ook het bevel voeren op de nieuwe mailstomer ARDJOENO.

Afbeelding
Datum 18 april 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 17 april. Morgen heeft de proeftocht plaats van Vlissingen naar Rotterdam met het voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam bij de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ aangebouwd prachtig stoomschip ARDJOENO, bestemd voor de maildienst tussen Rotterdam en Java, zijnde dit het 5e stoomschip voor voornoemde rederij aan de fabriek ‘De Schelde’ gebouwd.
De afmetingen van het schip zijn iets groter dan die van haar zusterschepen; de lengte over alles is 334, breedte grootspant 38 en holte 27 Eng. voet.
Het schip zal onder stoom een waterverplaatsing van 5.300 ton bezitten, bij een diepgang van 23 Eng. voet, en heeft een laadvermogen van plusminus 3.500 ton.
Het heeft vier dekken. De twee bovenste dekken zijn van teakhout, het tussendek van staal, bekleed met Amerikaans grenenhout, terwijl het onderdek van gewoon grenenhout is.
Op het schip is de campagne met de brug verlengd door een tentdek, wat voor de passagiers een prachtige promenade geeft, en in de kuil tussen de spanten zijn geslagen ijzeren kleppen met bull-eyes (opm: bulls’ eye; glas in vaste patrijspoort, c.q. lichtrand) aangebracht, om bij slecht weer de passagiers gelegenheid te geven op dek te kunnen verblijf houden.
Een keurig ingericht ruime salon bevindt zich onder het campagnedek; vooral trekt daar de aandacht de tegelversiering tussen de patrijspoorten, welke in sepiakleur een aangenaam effect maakt. Achter het salon is een ruime middengang, waarin zich aan weerszijden de hutten van de 1e klasse passagiers bevinden voor 33 passagiers, terwijl bij die hutten ruime en nette bad- en mandiekamers aanwezig zijn.
Op het campagnedek is een keurig net damessalon en een rooksalon aangebracht. Tussendeks vooruit wordt het verblijf voor de 2e klasse passagiers aangetroffen. Ook hier is een flink net salon, waarin alles van blank hout is afgewerkt. Aan beide zijden van het salon zijn geriefelijke hutten van 24 passagiers, welke hutten alle voldoende kunnen geventileerd worden. Voor de campagne bevindt zich op het opperdek een kinderkamer.
De kapiteinshut en de kaartenkamer zijn op het brugdek geplaatst, terwijl de hutten voor de dokter met apotheek, voor officieren en machinisten zich onder de brug bevinden.
Een koude luchtmachine met koel- en vrieskamers is in de zijde van het schip aangebracht, om de scheepsvictualie in bevroren toestand te bewaren en ijs te maken; voorts bevindt zich daar de bakkerij, enz. met de keuken in twee afdelingen.
Het schip heeft een stoomstuurmachine, een stoomankerspil en een machine om zoetwater te distilleren. In het schip zijn vijf waterdichte schotten aangebracht. Onder de machinekamer en gedeeltelijk onder het groot laadruim is een waterballasttank.
Het schip is als schoenerbrik getuigd, en geheel elektrisch verlicht. De elektrische machine en keurige inrichting voor de verlichting is geleverd door de heren Van Rietschoten & Houwens.
Het stoomschip, geheel van staal, is volgens de hoogste klasse van de Rules van Veritas gebouwd, alsmede onder toezicht van de Vereeniging van Nederlandsche Assuradeuren.
De stoommachine is van het quadruple compound systeem. Dit systeem wordt door de directie van de Rotterdamsche Lloyd bij voorkeur toegepast, naar aanleiding van de gunstige verkregen resultaten met de zusterschepen BROMO en MERAPI.
De machine is in staat een vermogen van plusminus 2.000 i.p.k. te ontwikkelen.
De afmetingen van de cilinders zijn 24", 36", 48", en 75" Eng. duim, bij een slaglengte van 42 duim en 60 omwentelingen per minuut.
Behalve de gewone voedingpompen, bezit deze machine nog een compleet stel Weir's patent voedingpompen, alsmede een hulpcondensor, een verwarmingstoestel en een distilleerinrichting, waarvan laatstgenoemde in staat is 10.000 liter water per dag te maken, om zodoende het water in de stoomketels voortdurend op peil te houden, zonder bijvoeden van zout water. De krukas is 14 duim diameter, de krukpennen zijn 14½ duim. De machine wordt door middel van stoom aangezet, waardoor gelegenheid bestaat haar in 3 seconden van vooruit op achteruit te doen werken.
De voor de machine benodigde stoom wordt geleverd door twee stalen stoomketels, op een werkende drukking van 200 lbs, elk van 4 geribde vuren voorzien, en van 3'6" diameter, terwijl de diameter van de ketels is 12'2" en de lengte 18 Eng. voet.
De ketels zijn hydraulisch geklonken door een 150 ton klinkmachine.
De schroef, vierbladig, Griffith's model, heeft een diameter van 16¾ Eng. voet, bij 22 voet spoed, en is evenals de naaf uit Stone & Martin brons vervaardigd.
Het schip zal gevoerd worden door de heer G.J. Boon, vroeger gezagvoerder van de stoomschepen BROMO en MERAPI.
Op de in de vorige week gehouden proeftocht bleek, dat de vaartsnelheid 13 knopen bedroeg.
Dit stoomschip is een grote aanwinst voor de Rotterdamsche Lloyd en strekt de Nederlandse industrie in elk opzicht tot eer.

Afbeelding
Datum 26 juli 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 25 juli.Heden liep van de werf der Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ met het beste gevolg te water het stoomschip SALAK, aangebouwd voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd, zijnde een zusterschip van het in januari j.l. te water gelopen stoomschip ARDJOENO. De laatste beletselen werden weggenomen door het 7-jarige dochtertje van de directeur der Maatschappij ‘De Schelde, waarna het schip in tegenwoordigheid van de directie en een groot aantal toeschouwers te ruim 5 ure te water liep.

Afbeelding
Datum 06 oktober 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 4 oktober. Heden had de proeftocht plaats van Vlissingen naar Rotterdam met het voor rekening van de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam bij de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ aangebouwde prachtige stoomschip SALAK, bestemd voor de mail-dienst tussen Rotterdam en Java, zijnde dit het 6e stoomschip, voor voornoemde rederij aan de fabriek ‘De Schelde’ gebouwd.
De afmetingen van het schip zijn: lengte over alles 334, breedte grootspant 328 (opm: dit is een drukfout in de krant, mogelijk 32’8”) en holte 27 Engelse voet. Het schip zal onder stoom een waterverplaatsing van 5.300 ton bezitten, bij een diepgang van 23 Eng. voet, en heeft een laadvermogen van plm. 3.500 ton.
Het heeft vier dekken. De twee bovenste zijn van teakhout, het tussendek van staal, bekleed met Amerikaans grenenhout, terwijl het onderdek van gewoon grenenhout is. De campagne is tot de brug verlengd door een tentdek, wat voor de passagiers een prachtige promenade geeft, en in de kuil tussen de spanten zijn geslagen ijzeren kleppen met bull’s eyes aangebracht om bij slecht weer de passagiers gelegenheid te geven op dek te kunnen verblijf houden.
Een keurig ingericht ruim salon bevindt zich onder het campagnedek; vooral trekt de aandacht de tegelversiering tussen de patrijspoorten, welk in sepiakleur een aangenaam effect maakt. Achter het salon is een ruime middengang, waarin zich aan weerszijde de hutten der 1e klasse-passagiers bevinden voor 36 passagiers, terwijl bij die hutten ruime en nette bad- en mandiekamers aanwezig zijn. Op het campagnedek is een keurig net dames-salon en een rooksalon aangebracht.
Tussendeks vooruit wordt het verblijf voor de 2e klassepassagiers aangetroffen. Ook hier is een flink net salon, waarin alles van blank hout is afgewerkt. Aan beide zijden van het salon zijn geriefelijke hutten voor 24 passagiers, welke hutten alle voldoende kunnen geventileerd worden.
Vóór de campagne bevindt zich op het opperdek een kinderkamer.
De kapiteinshut en de kaartenkamer zijn op het brugdek geplaatst, terwijl de hutten voor de dokter met apotheek, voor officieren en machinisten zich onder de brug bevinden.
Een koudeluchtmachine met koel- en vrieskamers is in de zijde van het schip aangebracht om de scheepsvictualie in bevroren toestand te bewaren en ijs te maken; voorts bevindt zich daar de bakkerij enz. met de keuken in twee afdelingen.
Het schip heeft een stoomstuurmachine, een stoomankerspil en een machine om zoet water te distilleren. In het schip zijn vijf waterdichte schotten aangebracht.
Onder de machinekamer en gedeeltelijk onder het groot laadruim is een waterballasttank.
Het schip is als schoenerbrik getuigd en geheel elektrisch verlicht. De elektrische machine en keurige inrichting voor de verlichting is geleverd door de heren van Rietschoten & Houwens.
Het stoomschip, geheel van staal, is volgens de hoogste klasse der Rules van Veritas gebouwd, alsmede onder toezicht der Vereeniging van Nederlandsche Assuradeuren. De stoommachine is van het quadruple compound-systeem.
Dit systeem wordt door de directie der Rotterdamsche Lloyd bij voorkeur toegepast, naar aanleiding van de gunstige resultaten, verkregen met de stoomschepen BROMO, MERAPI en ARDJOENO. Zij is in staat bij 70 omwentelingen per minuut een vermogen van ongeveer 2.000 i.p.k. te ontwikkelen. De afmetingen der cylinders zijn 24, 36, 48 en 75 Eng. duim bij een slaglengte van 42 Eng. duim Behalve de gewone voedingspompen, die geheel uit fosforbrons zijn vervaardigd, bezit deze machine nog een compleet stel Weir’s patent voedingspompen, alsmede een hulpcondensor, een verwarmingstoestel en een distilleer-inrichting, die in staat is 10.000 liter water per dag te maken, om zodoende het water in de stoomketels voortdurend op peil te houden, zonder bijvoeden van zout water.
De krukas is 14 dm. diameter, de krukpennen zijn 14½ dm. De machine wordt door middel van stoom aangezet, waardoor gelegenheid bestaat haar in 3 seconden van vooruit op achteruit te doen werken. De voor de machine benodigde stoom wordt geleverd door twee stalen stoomketels, op een werkende drukking van 200 lbs, elk van 4 geribde vuren (Purrés flues) voorzien en van 3’6” diameter, terwijl de diameter van de ketel is 12’2” en de lengte 18 Eng. voet. De ketels zijn hydraulisch geklonken door een 150 tons klinkmachine.
Een bijzonderheid van dit stoomschip is de totale afwezigheid van de welbekende luchtkappen, die op andere schepen in grote getale boven stookplaats en machine prijken.
Dit is een gevolg van het toepassen van een geheel nieuw systeem van ventilatie. De werking hiervan is zo sterk, dat de temperatuur in de stookplaatsen ongeveer 35º Fahrenheit lager is dan gewoonlijk. Als bewijs kan dienen dat het steeds koeler is op de vuurplaten dan in de zon aan dek.
De schroef, vierbladig Griffith’s model, heeft een diameter van 16¾ Eng. voet bij 22 voet spoed en is evenals de naaf uit Stone Martin brons vervaardigd.
Het schip zal gevoerd worden door de heer E.W. Sikemeier, vroeger gezagvoerder van het stoomschip BROMO.

Afbeelding
Datum 13 januari 1892
Krant LC - Leeuwarder Courant

Zeetijdingen. Het stoomschip PRINSES SOPHIE, van Java naar Amsterdam, arriveerde 10 dezer te Genua; ANTENOR, van Java naar Amsterdam, vertrok 8 dezer van Singapore; HECTOR, van Amsterdam via Liverpool naar Java, passeerde 8 dezer Perim; STENTOR, van Amsterdam via Liverpool naar Java, passeerde 9 dezer Port Saïd; SUMATRA, van Amsterdam naar Batavia, passeerde 9 dezer Kaap St. Vincent; PRINS WILLEM I vertrok 9 dezer van New York naar West Indië; ARDJOENO van Rotterdam naar Batavia, vertrok 10 dezer van Marseille; AMSTERDAM, van de N.A.S.M, van Rotterdam naar New York, vertrok 11 dezer, des voormiddag 2 uur, van Boulogne; P. CALAND, van de N.A.S.M, van Amsterdam naar Baltimore via New York, passeerde 10 dezer, des voormiddag, Cape Henry; SPAARNDAM, van de N.A.S.M, van New York naar Rotterdam, vetrok 9 dezer van New York.

Afbeelding
Datum 18 februari 1892
Krant LC - Leeuwarder Courant

Het stoomschip PRINSES MARIE, van Batavia naar Amsterdam, passeerde 15 dezer Kaap St. Vincent; ARDJOENO, van Rotterdam naar Java, arriveerde 15 dezer te Batavia; GELDERLAND, van Rotterdam naar Java, arriveerde 15 dezer te Batavia; DRENTHE, vertrok 16 dezer van Batavia naar Rotterdam; VOORWAARTS, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 16 dezer van Kaapstad.

Afbeelding
Datum 26 maart 1892
Krant LC - Leeuwarder Courant

Het stoomschip PRINS WILLEM I vertrok 24 dezer van Amsterdam naar Paramaribo; ORANJE NASSAU is 23 dezer van Paramaribo naar Amsterdam vertrokken; PRINS MAURITS is 21 dezer van Amsterdam te Paramaribo aangekomen; PRINSES AMALIA, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde den 24 dezer te Port Said; PRINSES SOPHIE, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 23 dezer te Genua; SALAK, van Rotterdam naar Java, vertrok 24 dezer van Suez; SAMARANG, van Java naar Rotterdam, arriveerde dezer te Suez en heeft de reis voortgezet; ARDJOENO, van Java naar Rotterdam, vertrok 23 dezer van Colombo.

Afbeelding
Datum 08 april 1892
Krant LC - Leeuwarder Courant

Zeetijdingen. Het stoomschip BURGEMEESTER DEN TEX, vertrok 6 dezer van Batavia naar Amsterdam; ARDJOENO, van Java naar Rotterdam, vertrok 6 dezer van Port Said; CONRAD, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 6 dezer te Padang; SUMATRA, van Batavia naar Amsterdam, arriveerde 6 dezer te Genua; VOORWAARTS, van Hamburg, arriveerde 6 dezer te Amsterdam; BROMO, van Rotterdam naar Java, vertrok 5 dezer van Southampton; PRINSES MARIE, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 6 dezer te Genua; ZAANDAM, van de N.A.S.M, vertrok 5 dezer van Baltimore naar Rotterdam; VEENDAM, van de N.A.S.M, van New York naar Rotterdam, vertrok 6 dezer van Boulogne; MAASDAM, van de N.A.S.M, van Rotterdam, arriveerde 5 dezer te New York.

Afbeelding
Datum 14 april 1892
Krant LC - Leeuwarder Courant

Het stoomschip PRINSES AMALIA, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 11 dezer te Padang; SALAK, van Rotterdam naar Java, arriveerde 11 dezer te Batavia, 25 dagen reis van Marseille; ARDJOENO, van Java naar Rotterdam, arriveerde 11 dezer te Marseille; SUMATRA, van Batavia naar Amsterdam, passeerde 11 dezer St. Vincent; PRINSES SOPHIE, van Amsterdam naar Batavia, passeerde 12 dezer Point de Galle; VOORWAARTS, vertrok 12 dezer van Amsterdam naar Batavia; PRINSES WILHELMINA, van Amsterdam naar Batavia, vertrok 12 dezer van Southampton.

Afbeelding
Datum 20 april 1892
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

In haar verslag over 1891 (uit te brengen in de tegen de 3e mei a.s. uitgeschreven algemene vergadering) deelt de directie der Stoomvaart-Maatschappij Rotterdamsche Lloyd het volgende mede:
De winst en verliesrekening geeft de uitkomst van de reizen door onze elf grote stoomschepen tussen Rotterdam en Java volbracht, en van de twee stoomboten, die op de kleine vaart dienst doen. De exploitatierekening over 1891 laat een voordelig saldo van NLG 674.158,86; met het saldo van de vorige rekening ad NLG 2.153,41, tezamen NLG 676.312,27; daarvan moet worden afgetrokken: voor afschrijving op de boten NLG 348.580,61; voor vernieuwing en reservefonds NLG 12.000; voor interest der obligatie lening NLG 36.730,01; voor onkosten op de uitgifte der obligatielening NLG 6.218,78; commissarissen volgens art. 22 der statuten NLG 1.500 en voor patentbelasting NLG 6.656, totaal NLG 411.685,40, zodat er een saldo ter verdeling is van NLG 264.626,87, waarvan wij u voorstellen een uitdeling van 6½% over het kapitaal te doen.
Onze boten deden gedurende het boekjaar 24 mailreizen en 2 extra reizen, en de boten van de Stoomvaart-Maatschappij Rotterdam 2 mailreizen en 2 extra reizen.
Ten gevolge van het in dienst stellen van de ARDJOENO en SALAK, hebben de boten van de Stoomvaart-Maatschappij Rotterdam onze dienst verlaten, en worden gedurende het ingetreden boekjaar alle mail en extra reizen door onze eigen boten gedaan.
Met toestemming van commissarissen werd bij de maatschappij ‘De Schelde’ een nieuw stoomschip (GEDÉ) besteld om de maildienst te verbeteren; daardoor komt het stoomschip DRENTHE vrij en gaat over in de goederendienst.
De veertiendaagse maildienst, naar Batavia en terug, werd op de oude voet voortgezet.
De onderhandelingen met ons gouvernement over een te sluiten contract zijn nog hangende.
Op de aandelen in de Stoomvaart-Maatschappij Phoenix, waarover ons verslag van 1889 handelt, vermeenden wij NLG 300.000 te moeten afschrijven.
Aan het vernieuwing en reservefonds ontnamen wij bovenstaand bedrag en doteerden dat fonds uit deze balans met NLG 12.000.
Het eigen assurantiefonds klom tot een bedrag van NLG 218.911,87. Onder goedkeuring van commissarissen wordt het eigen risico van NLG 100.000 op NLG 120.000 per boot gebracht.”
Volgens rooster is de heer R. Rauws aan de beurt van aftreden als commissaris.

Afbeelding
Datum 22 april 1892
Krant LC - Leeuwarder Courant

Het stoomschip PRINS ALEXANDER, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 19 dezer van Genua; PRINSES MARIE, van Amsterdam naar Batavia, vertrok 20 dezer van Aden; PRINSES SOPHIE, arriveerde 20 dezer van Amsterdam te Batavia; SOENDA, vertrok 20 dezer van Batavia te Amsterdam; P. CALAND, van de N.A.S.M, van Amsterdam naar Baltimore, via New York, arriveerde 19 dezer te New York; BROMO, van Rotterdam naar Java, arriveerde 20 dezer te Port Said; ARDJOENO, van Java, laatst van Marseille, naar Rotterdam, arriveerde 20 dezer voorgaats van den Nieuwe Waterweg.

Afbeelding
Datum 29 december 1892
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 26 december. Het stoomschip ARDJOENO, van de Rotterdamsche Lloyd, 23 november van Batavia vertrokken, arriveerde via Marseille reeds hedenochtend te Rotterdam. De reis werd dus in 33 dagen volbracht, of 9 dagen binnen de officiele tijd, terwijl de mails op de 26e dag in Nederland uitgedeeld werden.

Afbeelding
Datum 08 februari 1893
Krant LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 7 februari. Het stoomschip GEDÉ, van Java naar Rotterdam, vertrok 6 dezer van Port Said; ARDJOENO, van Rotterdam naar Java, arriveerde 5 dezer te Southampton; UTRECHT, van Java naar Rotterdam, passeerde 6 dezer Gibraltar; PRINS HENDRIK, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 5 dezer te Padang; SOENDA, van Amsterdam naar Batavia, passeerde 5 dezer Dungeness; SUMATRA, van Amsterdam naar Batavia, passeerde 5 dezer Gibraltar; WERKENDAM, van de N.A.S.M, van Rotterdam naar New York, passeerde 6 dezer Lizard; MAASDAM, van de N.A.S.M, vertrok 4 dezer van New York naar Rotterdam; PRINS WILLEM II, arriveerde 4 dezer van West-Indië te New York.

Afbeelding
Datum 16 februari 1893
Krant LC - Leeuwarder Courant

Het stoomschip ARDJOENO, van Rotterdam naar Java, arriveerde 14 dezer te Marseille; P. CALAND, van de N.A.S.M, van Baltimore naar Amsterdam, passeerde 14 dezer Dover; VOORWAARTS, van Batavia naar Amsterdam, passeerde 13 dezer Ouessant; SOENDA, van Amsterdam naar Batavia, passeerde 14 dezer Pantalaria; MAASDAM, van de N.A.S.M, van New York naar Rotterdam, vertrok 14 dezer, des voormiddag 10 uur van Boulogne; PRINSES SOPHIE, van Batavia naar Amsterdam, passeerde 14 dezer Suez.

Afbeelding
Datum 03 november 1893
Krant LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 2 november. Het stoomschip PRINSES SOPHIE, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 31 oktober van Genua; PRINS ALEXANDER, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 1 dezer te te Genua; PRINS MAURITS, van Suriname, arriveerde 1 dezer te Amsterdam; ARDJOENO, van Rotterdam naar Java, vertrok 1 dezer van Port Said; VEENDAM, van de N.A.S.M, vertrok 1 dezer van Rotterdam naar New York; P. CALAND, van de N.A.S.M, van Rotterdam naar New York, passeerde 1 dezer Wight; ZAANDAM, van de N.A.S.M, van New York naar Amsterdam, passeerde 1 dezer Dover; SOENDA, van Singapore naar Amsterdam, arriveerde 1 dezer te Marseille; PRINSES WILHELMINA vertrok 1 dezer van Batavia naar Amsterdam; CONRAD, van Amsterdam, arriveerde 1 dezer te Batavia.

Afbeelding
Datum 04 november 1893
Krant LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 3 november. Het stoomschip ARDJOENO, van Rotterdam naar Java, vertrok 2 dezer van Suez; KONINGIN EMMA, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 2 dezer van Singapore; P. CALAND, van de N.A.S.M, van Rotterdam naar New York, passeerde 1 dezer Lizard; OBDAM, van de N.A.S.M, van New York naar Rotterdam, passeerde 2 dezer Wight; VEENDAM, van de N.A.S.M, van Rotterdam naar New York, vertrok 2 dezer Boulogne; ZAANDAM, van de N.A.S.M, arriveerde 2 dezer van New York te Amsterdam; DRENTHE, vertrok 2 dezer van Rotterdam naar Batavia; PRINS FREDERIK HENDRIK vertrok den 1 dezer van Amsterdam naar Suriname.

Afbeelding
Datum 22 november 1893
Krant LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 21 november. Het stoomschip EDAM, van de N.A.S.M, vertrok den 19 november met 152 passagiers derde klasse van Rotterdam naar New York en passeerde de 20e november, des voormiddag 9 uur 20 minuten, Wight; VEENDAM, van de N.A.S.M, vertrok den 18 november van New York naar Rotterdam; ARDJOENO, van Rotterdam naar Java, arriveerde 20 november te Batavia, 25 dagen reis van Marseille; PRINSES AMALIA, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 19 november te Southampton; PRINS HENDRIK, van Batavia naar Amsterdam, vertrok 18 november van Padang.

Afbeelding
Datum 22 december 1893
Krant LC - Leeuwarder Courant

Leeuwarden, 21 december. Het stoomschip CONRAD, van Batavia naar Amsterdam, arriveerde 20 dezer te Suez; PRINSES SOPHIE, van Amsterdam naar Batavia, arriveerde 19 dezer te Port Said; MERAPI, van Rotterdam naar Java, arriveerde 20 dezer te Batavia; ARDJOENO, vertrok 20 dezer van Batavia naar Rotterdam; BROMO, van Java naar Rotterdam, arriveerde 19 dezer te Marseille; PRINSES MARIE, van Amsterdam naar Batavia, vertrok 20 dezer van Southampton.

Afbeelding
Datum 20 november 1894
Krant ZZN - Zierikzeesch Nieuwsblad

Vlissingen, 17 november. Zaterdag vertrok van de werf der Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen naar Rotterdam het stoomschip OENGARAN van de Rotterdamsche Lloyd en bestemd voor de maildienst van Rotterdam op Java. Dit stoomschip is gereconstrueerd volgens het type der schepen ARDJOENO en SALAK en is verder van alle moderne inrichtingen voorzien, zoals vries- en koelkamers met Linde’s ijsmachine en electrisch licht. De werktuigen zijn van het quadruple compoundsysteem en met nieuwe stoomketels. Gedurende de proeftocht die op de reis van Vlissingen naar Rotterdam plaats had, werkte alles uitstekend.

Afbeelding
Datum 27 april 1899
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

(Geen plaats of datum) In zijn verslag over het boekjaar 1898 – uit te brengen in de algemene vergadering van aandeelhouders op 13 mei – deelt de directeur der alhier (opm: Rotterdam) gevestigde Droogdok Maatschappij Tandjong Priok mede, dat, evenals ten vorigen jare de fabriek te Tandjong Priok weder geregeld werk had. Van het dok werd gebruik gemaakt door de stoomschepen der Koninklijke Paketvaart Maatschappij, verschillende Gouvernements-vaartuigen, de stoomschepen PRINSES MARIE, ARDJOENO, MERAPI, enz. Het verwisselen der pontons werd geregeld voortgezet, zodat thans alle met koolteer bestreken zijn en nu vermoedelijk beter bestand zullen zijn tegen de schadelijke inwerking van het zeewater dan met de eerst toegepaste roestwerende verf. In overleg met de directeur der burgelijke openbare werken te Batavia is overeengekomen voorlopig iedere drie maanden een ponton te verwisselen, totdat gebleken zal zijn, dat met een kleiner aantal verwisselingen zal kunnen worden volstaan. Het gemiddeld aantal werklieden te Tandjong Priok in dienst nam wegens de meerdere werkzaamheden toe, zodat dit cijfer 276 bedroeg, tegen 251 in 1897. Behalve een groot aantal kleinere opdrachten van gouvernement en particulieren, waren de voornaamste werken die uitgevoerd werden de volgende: belangrijke reparatiën aan de stoomschepen MEDAN, REYNST en BAWEAN der Koninklijke Paketvaart Maatschappij, reparatiën aan de zeilschepen THISTLEBANK en DAELEMONA (opm: vermoedelijk het Britse zeilschip DESDEMONA), reparatiën aan de gouvernements-vaartuigen GEDEH, ATJEH, KONINGIN EMMA DER NEDERLANDEN, DE RUYTER, DISSELWERF en de baggermolens SALAK en MERAK. Het aantal dokkingen was 93 met 881 dokdagen, tegen 95 en 998 in 1897. Het nieuwe dok blijft bij voortduring goed voldoen, terwijl het systeem der verwisselbare pontons volkomen geslaagd mag heten, waardoor de Maatschappij in staat is gesteld door systematisch onderhoud periodieke grote herstellingen, die de meeste drijvende dokken in tropische zeeën niet kunnen ontvangen, te voorkomen.
Blijkens de winst- en verliesrekening bedraagt de opbrengst der exploitatierekening NLG 109.887,20½. Het dividend zal, gelijk wij vroeger reeds medegedeeld hebben, NLG 100 per aandeel belopen. Van de commissarissen is de heer J.V. Wierdsma aan de beurt van aftreden, doch herkiesbaar (opm.: financieel gedeelte bekort, zie ook NRC 140599)

Afbeelding
Datum 09 augustus 1908
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 augustus. Het Nederlandse stoomschip ARDJOENO van de Rotterdamsche Lloyd, sedert 14 maart in deze haven liggende, is naar Griekenland verkocht en vertrekt hedenavond derwaarts. De ARDJOENO, 2527 ton bruto en 1590 ton netto, werd in 1891 te Vlissingen gebouwd.

Afbeelding
Datum 09 augustus 1908
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 augustus. Het naar Griekenland verkochte stoomschip ARDJOENO is in MARGIORA herdoopt.

Afbeelding
Datum 30 januari 1909
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Mutaties in de vloot.
Aan het hoofd van onze geregelde stoomvaartlijnen staat ook thans nog het complex van de bij de ‘Nederlandsche Scheepvaart-Unie’ aangesloten Maatschappij ‘Nederland’, de ‘Rotterdamsche Lloyd’ en de ‘Koninklijke Paketvaart Maatschappij’.
In het afgelopen jaar bleven de 3 maatschappijen alle krachtig voortwerken aan de verdere vernieuwing en uitbreiding van hun vloot. De ‘Nederland’ kreeg in de vaart de vrachtboten SUMATRA en BILLITON, beide gebouwd door de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ te Vlissingen en beide groot ongeveer 5.900 bruto reg. ton. 2) Te Amsterdam staat bij de ‘Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij’ nog een vrachtboot van hetzelfde type - met de naam NIAS - op stapel. De ‘Rotterdamsche Lloyd’ kon nog meer nieuwe schepen in dienst stellen, namelijk 1 mailstomer met de naam TABANAN (5.600 ton) en 3 vrachtboten met de namen MENADO, TERNATE en MEDAN, alle metende ongeveer 5.900 ton. De TABANAN is gebouwd door ‘De Schelde’, die ook machines en ketels heeft geleverd voor de bij de heren Bonn & Mees te Rotterdam gebouwde MENADO, terwijl de TERNATE en MEDAN afkomstig zijn van de werf van de heren Wm. Hamilton & Co. te Port Glasgow. Bij Bonn & Mees is nog in aanbouw de vrachtboot GORONTALO, van hetzelfde type als de MENADO. ‘De Schelde’ zorgt ook voor machines en ketels van dat schip en heeft enige tijd geleden bovendien opnieuw opdracht gekregen voor de bouw van een mailstomer, die TAMBORA is gedoopt en te zijner tijd de GEDÉ - laatst overgeblevene van de ouderwetse mailboten - zal vervangen. Tegenover deze aanwinsten staat het verlies van de ARDJOENO en SALAK, die beide naar het buitenland werden verkocht. Gebouwd in 1891, waren zij groot ruim 2.500 ton.
Aan de vloot van de ‘Koninklijke Paketvaart Maatschappij’ zijn in 1908 toegevoegd niet minder dan 9 schepen. Van de werven van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw ‘Fijenoord'’ zijn afkomstig de VAN SPILBERGEN, VAN NECK en LE MAIRE, alle van ongeveer 2.900 ton benevens REYNIERSZ en DE HAAN van ongeveer 1.700 ton. De ‘Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij' leverde de VAN HOORN (1.700 ton) en de RUMPHIUS (2.000 ton), terwijl Bonn & Mees bouwden de stoomlichters BENOA en KALMOA, beide van 330 ton. Te water gelaten zijn, op stapel staan of in aanbouw zijn gegeven bij de Maatschappij ‘Fijenoord’ de stoomschepen SWAERDECROON en ATJEH, resp. van 1.700 en 400 ton, benevens 2 passagiers- en vrachtstomers van ongeveer 2.900 ton; bij de ‘Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij’ de VAN HEEMSKERCK en VAN LINSCHOTEN, beide van 3.100 ton. De ‘Paketvaart’ ontwikkelt de laatste jaren dus wel een bijzondere activiteit.
Nu de lijn op Onze West. Voor de ‘Koninklijke West-Indische Maildienst’ kwamen ten behoeve van de nieuwe dienst van Suriname op New York (zie hieronder) 4 stoomschepen in de vaart, waarvan 2 - de SURINAME en SARAMACCA - gebouwd door de ‘Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij’ en de andere - met name COPPENAME en MAROWIJNE - afkomstig van een werf te Belfast. Hun bruto inhoud loopt uiteen van 3.100 tot 3.200 ton.
De ‘Holland Amerika Lijn’ bracht in de dienst op New York het reuzenschip ROTTERDAM van ongeveer 24.000 ton. Wegens de grote slapte in de vaart op Amerika werd het na een paar reizen in afwachting van betere tijden, opgelegd. Overigens hadden in het scheepspark van deze maatschappij geen veranderingen plaats.
Door de ‘Koninklijke Hollandsche Lloyd’, die in de loop van 1908 het bedrijf van de ‘Zuid-Amerika Lijn’ overnam, is bij ‘De Schelde’ in aanbouw gegeven een passagiers- en vrachtstomer van ongeveer 6.500 ton, die bestemd is om FRISIA te heten. Een tweede schip van hetzelfde type - met name HOLLANDIA - staat in Engeland op stapel.
Van de vaste lijnen van de Europese vaart dient weer in de eerste plaats te worden genoemd ‘Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij’ van Amsterdam. Haar werden door de N.V. Werf voorheen Rijkée & Co. te Rotterdam geleverd de stoomschepen JUNO en CERES, elk van 1.750 ton, terwijl aan dezelfde werf in de loop van het jaar opdracht werd verstrekt tot de bouw van een stoomschip van 4.000 ton laadvermogen, aan hetwelk de naam POLLUX is gegeven. Verkocht zijn de stoomschepen MINERVA (870 ton), MERCURIUS (880 ton), SATURNUS (880 ton), CLIO (600 ton) en STELLA (1.500 ton), op de CLIO na allemaal schepen van respectabele leeftijd.
Over de opdracht van de bouw van de nieuwe dag-boten voor de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’ is in de pers zoveel te doen geweest, dat wij over deze kwestie thans gevoegelijk kunnen zwijgen; de beslissing eenmaal gevallen zijnde is het „napraten" - hier te lande anders nog al in trek - gelukkig bijna geheel achterwege gebleven. De boten krijgen de volgende afmetingen: Lengte over alles 364 voet, breedte 42.6 en diepte 26 voet. De gecontracteerde snelheid bedraagt 21 knopen in de gewone dienst met lading, terwijl op de gemeten mijl een vaart van 22½ knopen moet worden gehaald. Geen van de overige lijnen in deze categorie heeft het tot uitbreiding van de vloot kunnen brengen; verliezen vallen gelukkig ook niet te boeken. Bij het overig deel van de stoomvloot zijn echter tamelijk veel mutaties voorgekomen.
Nieuw in de vaart kwamen de stoomschepen: PARKHAVEN van de Maatschappij s.s. ‘Parkhaven’ te Rotterdam (directie Gebr. Van Uden), groot 6.250 ton; FRIESLAND (700 ton), van de ‘Scheepvaart en Steenkolen-Maatschappij’ te Rotterdam; JOHANNA (1.100 ton), oorspronkelijk gedoopt WILHELMINA, van de rederij Jos. de Poorter te Rotterdam.
De PARKHAVEN is in Engeland op stapel staande, aangekocht; de beide andere zijn afkomstig van Nederlandse werven.
Uit het buitenland aangekocht werd door de Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’ te Amsterdam het stoomschip BRITSUM (2.100 ton); naar het buitenland verkocht werden de stoomschepen JOHANNA (1.150 ton) van de rederij Jos. de Poorter en INDIAAN (1.900 ton) van de Stoomvaart Maatschappij ‘Triton’ beide te Rotterdam.
Door schipbreuk gingen verloren de te Rotterdam thuis behorende stoomschepen NOORDWIJK (2.050 ton) van de firma Erhardt & Dekkers, Zwijndrecht (2.100 ton) van de Stoomvaart Maatschappij ‘De Maas’ en SANTDUO (2.000 ton) van de firma Van Santen & Co.
Ultimo december 1908 bleven in aanbouw:
Voor de Stoomvaart Maatschappij ‘Triton’ bij Bonn & Mees het stoomschip TERSCHELLING (3.500 ton);
voor de ‘Nederlandsche Lloyd’ te Rotterdam bij de N.V. Werf voorheen Rijkée & Co. het stoomschip DUIVELAND (1.150 ton);
voor de met de voorgaande rederij nauw verwante ‘Scheepvaart- en Steenkolen-Maatschappij’ bij dezelfde werf het stoomschip SCHIELAND (850 ton); voor ‘Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij’ te Rotterdam bij de ‘Rotterdamsche Droogdok Maatschappij’ een stoomschip van 4.500 ton draagvermogen; voor de rederij A.C. Lensen te Terneuzen, bij een Engelse werf een stoomschip van 3.700 ton draagvermogen.
Opmerking verdient tenslotte, dat het stoomschip BURGEMEESTER 'S JACOB (3.000 ton) van de in liquidatie getreden Scheepvaart Maatschappij ‘Neptunus’ overging in handen van de firma Wm. Ruys & Zn., die het onder de naam WIERINGEN in de algemene vrachtvaart bleef exploiteren.
Meer en meer komen voor onze vaderlandse rederijen ook zeelichters in gebruik. Vooraan gaat hierbij de ‘Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij’ te 's-Gravenhage, voor welke vennootschap onlangs bij de ‘Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij’ en de ‘Rotterdamsche Droogdok Maatschappij’ resp. 1 en 2 zee-tanklichters van ongeveer 1.200 ton te water liepen. Zij zijn bestemd voor de Indische vaart. De firma Phs. van Ommeren te Rotterdam heeft eveneens 2 van dergelijke lichters laten bouwen - met name FRISIA en NEERLANDIA - van ongeveer 750 ton elk, die beide emplooi vinden in de Europese wateren.
Met betrekking tot de zeilvloot hebben wij alleen de aandacht te vestigen op het verlies van de fregatten EMANUEL (1.800 ton) van de ‘Reederij Z.S. Emanuel’ te Rotterdam en ADRIANA (1.800 ton) van de rederij J.U. Smit te Alblasserdam. De EMANUEL is bij Nieuw Caledonië vergaan; de ADRIANA is onlangs te Rio de Janeiro wegens schade binnengelopen zijnde, afgekeurd en daarna verkocht. Onze zeilvloot voor de oceaanvaart telt dientengevolge momenteel nog slechts 6 schepen.
2) Voor zover niet anders aangegeven, worden in dit opstel met “ton" bedoeld “bruto registertonnen"

Afbeelding
Datum 02 juni 1912
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 30 mei. De stoomschepen MARGIORA (ex. ARDJOENO) en COZZIKAS (ex. SALAK), beide in 1891 door de Maatschappij “De Schelde” te Vlissingen gebouwd, zijn door de firma P. Cozzika & Co. (opm: te Piraeus) aan de Compagnie de Navigation Mixte te Marseille verkocht.

Afbeelding