Inloggen
ANNETTA - ID 493


Kroniekberichten

Datum 15 oktober 1915
Krant NNO - Nieuwsblad van het Noorden
Type bericht Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)

De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren namiddag een onderzoek ingesteld betreffende de stranding op 29 augustus jl. van het schoenerschip ANNETTA, nabij het eiland Ostergarsholm in de Oostzee (ten oosten van het eiland Gotland) (schipper-eigenaar: J. Brouwer uit Groningen). Als eerste getuige verscheen de schipper, die meedeelde, dat de ANNETTA, metende 176 bruto reg. ton vijf man aan boord had. De lading bestond uit hout. De reis was van Sundsvall naar Rotterdam. Er werd gekoerst langs de noordoostelijke kant van Gotland. De schipper was met het vaarwater ter plaatse bekend. Op 29 augustus 's morgens 9 uur werd het anker gelicht, men koerste toen OZO drie mijlen, vervolgens werd de koers enigszins gewijzigd. Het gezicht was slecht. Omstreeks elf uur liep de ANNETTA vast. De wal was toen niet zichtbaar. Met eigen kracht is het schip vlot gekomen zonder water te maken. Het ongeval moet volgens getuige toegeschreven worden aan stroomverleiding en aan het sombere mistige weer. De verklaringen werden door de stuurman bevestigd. (opm: ANNETTA - gebouwd in 1911 bij Firma Gebr. Niestern & Co.)

Afbeelding
Datum 19 oktober 1915
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)

De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan betreffende het stranden van de schoener ANNETTA. De Raad is van oordeel, dat het aan de grond lopen van de ANNETTA moet worden toegeschreven aan stroomverleiding waardoor het schip uit zijn koers is geraakt. Wegens het slechte gezicht en de duisternis kon men niet zien, dat men de wal naderde. Hoewel de schipper over de gevoerde navigatie geen verwijt kan treffen, ware het naar de mening van de Raad, wenselijker geweest dat bij de vaart bij nacht in een nauw vaarwater meerdere personen, althans de stuurman, aan dek zich hadden bevonden om bij het manoeuvreren en het houden van uitkijk behulpzaam te zijn. (opm: zie ook NNO 151015)

Afbeelding
Datum 22 november 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 21 november. Het Nederlandse schip ANNETTA, kapt. Brouwer, van hier naar Stockholm, is 17 dezer voor onderzoek naar Swinemünde opgebracht, doch zou, naar verwacht werd, spoedig worden vrijgelaten.

Afbeelding
Datum 23 november 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 22 november. Volgens alhier ontvangen bericht is het naar Swinemünde opgebrachte schip ANNETTA (zie vorig No.) weer vrijgelaten.

Afbeelding
Datum 21 mei 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Nederlands schip tot zinken gebracht.
De Nederlandse motorschoener ANNETTA, van Amsterdam naar Havre, is gistermiddag op 40 mijlen ten westen van IJmuiden door een Duitse duikboot beschoten en daarop met brandbommen tot zinken gebracht. De 6 opvarenden verlieten met een sloep het schip en roeiden 13 uren, alvorens te worden opgemerkt door de trawlerlogger HOLLAND VI, die de schipbreukelingen aan boord nam en ze hedenmiddag te IJmuiden binnenbracht.

Afbeelding
Datum 22 mei 1917
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

De Nederlandse motorschoener ANNETTA getorpedeerd.
Men meldt ons dat zaterdagnamiddag kwart voor drie de logger Katwijk 65 te IJmuiden heeft binnengebracht zes Nederlandse schipbreukelingen van de motorschoener ANNETTA welke vrijdagmiddag 4 uur getorpedeerd is.
De ANNETTA mat 177 ton bruto en 140 netto, was in 1911 gebouwd en eigendom van de heer M.J. v.d. Eb, alhier. Hij was vrijdagmorgen van IJmuiden vertrokken met een lading levensmiddelen voor Zwitserland bestemd, die hij te Havre moest lossen. Uit bijzonderheden, die men te IJmuiden aan het Hbld. meedeelt, blijkt dat de duikboot al op haar prooi had liggen wachten, want de commandant scheen te weten dat het schip naar Havre moest varen. Toen kapt. E. Hoek van de ANNETTA protesteerde tegen de vernieling van zijn schip en er op wees dat zijn lading toch voor een neutraal land bestemd was, lachte een van de Duitse officieren hem in het gezicht uit en op zijn verzoek om de sloep met de bemanning een eind weg naar de kust te brengen — men was op 40 mijl van IJmuiden verwijderd — werd geantwoord, dat lui die naar Frankrijk voeren geen hulp behoefden. Onder zwaar regenweer en tegen de wind in hebben de schipbreukelingen 13 uren achtereen moeten roeien, eer zij door de Katwijkse logger werden opgepikt, waar zij liefderijk zijn opgenomen en verpleegd.

Afbeelding
Datum 04 januari 1918
Krant AH - Algemeen Handelsblad
Type bericht Verslagen van rederijen etc..

De Nederlandse grote scheepvaart in 1917. (Deel II)
Wij laten hier volgen, voor zover de gegevens beschikbaar waren, een overzicht van in 1917 opgerichte rederijen alsmede van de wijzigingen, die in diverse rederijen hebben plaats gehad. Opgericht werden o.m.:
Algemeene Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij, dir. W.H. van Dam, te Rotterdam, met twee nieuwe stoomschepen, elk van ca. 1.000 ton *) en een stoomschip van ca. 1.000 ton, in aanbouw;
Amsterdamsche Combinatie, dir. F. Hoynk van Papendrecht, te Amsterdam, met de nieuw gebouwde stoomschepen BREDERODE en OEDENRODE (resp. 1.324 en 3.151 ton);
Burgerhout & Zoon, te Rotterdam, met het stoomschip PAPENDRECHT (2.000 t.), in aanbouw;
Louis Burghout, te Rotterdam, met de stoomschepen STAD AMSTERDAM (4.000 t.), STAD DORDRECHT (4.000 t.) en STAD KAMPEN (1.000 t.) ;
Van der Eb & Dresselhuys' Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, met 3 stoomschepen en 1 motorschip, tezamen 3.185 t. dw., en 2 stoomschepen, tezamen 2.050 t. dw., in aanbouw;
Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam, dir. N. Haas, te Rotterdam en J.F. Spliethoff, te Amsterdam, met het stoomschip MACEDONIA (6.075 t.), benevens 7 kleinere stoomschepen. en 4 motorschoeners in de vaart of te water gelaten. In aanbouw zijn of werden gegeven 7 stoomschepen en 1 motorschoener, alle tezamen ca. 30.000 ton dw.;
Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij, dir. P.C.A. van Krieken, te Rotterdam, met 2 nieuwe stoomschepen van resp. 2.200 t. dw. en 370 t., 4 nieuwe motorschoeners en 4 motorkotters. Voorts is een stoomschip van 730 t. bijna gereed voor aflevering en werden enige in aanbouw zijnde motorschoeners aangekocht, aflevering in de loop van 1918;
Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij, dir. R. Schelling en P.F. van Wijngaarden te Rotterdam, met 3 stoomschepen van 700 ton en 1 stoomschip van 2.200 t. dw., alle in aanbouw, de 3 eerste op te leveren begin 1918, het laatste tegen het einde van het jaar;
Scheepsexploitatie Maatschappij Navis, dir. H.K. Nederlof, te Rotterdam, met het nieuw gebouwde stoomschip MERWEDE (750 t.);
Scheepvaart Maatschappij Flevo, dir. J.W. Lensen, te Rotterdam, met 1 stoomschip en 9 zeilschepen, totaal 1.630 ton.
Scheepvaart Maatschappij Amsterdam, dir. Transatlantische Handelsvereeniging, te Amsterdam, met de motorschoener CARLITO (414 ton).
Scheepvaart Maatschappij Oranje Nassau, dir. T. van Slooten, te Rotterdam, met 2 stoomschepen van elk 1.800 t. en stoomschip van 1.000 t. dw., in aanbouw;
Scheepvaart Maatschappij Transatlanta, dir. B. de Booy en L.A. Jansen, te Rotterdam, met 4 stoomschepen van tezamen 5.100 t. dw. en 3 motorschoeners van totaal 900 t. dw., in aanbouw;
Scheepsexploitatie Maatschappij Navis, te Sliedrecht, met het stoomschip MERWEDE (1.500 ton);
Stoomvaart Maatschappij Hoorn, dir. J.F. van Hengel, te Amsterdam, met de nieuw gebouwde stoomschepen HELDER en HOORN (elk 1.600 t.), aangekocht van de Holl. Stoomboot Maatschappij;
Stoomvaart Maatschappij Neutraal, dir. Dijkhuis en Loots, te Rotterdam, met het nieuw gebouwde stoomschip NEUTRAAL (1.079 t.);
Stoomvaart Maatschappij Princenhage, dir. C.J. Dijkhuis, te Rotterdam, met 4 stoomschepen en 2 motorschoeners van totaal 3.710 t. dw., grotendeels in aanbouw;
J.H. v.d. Vlugt, te Rotterdam, met het stoomschip ENERGIE (1.950 t.), te water gelaten; Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia, dir. C. Hetzel, te Rotterdam, met 4 motorschoeners in de vaart benevens een stoomschip en 5 motorschoeners in aanbouw;
Vrachtvaart Maatschappij Thalatta I, dir. Vereenigd Cargadoors Kantoor, te Amsterdam, met de motorschoener THALATTA I (358 t.);
Zeevaart Maatschappij Groningen, te Groningen, met de stoomschepen AMSTERDAM en ROTTERDAM (elk 280 t.) en 5 motorschoeners, gedeeltelijk in aanbouw;
Zeevaart Maatschappij Mercedes, dir. H.H. Dresselhuis, te Rotterdam, met het stoomschip MERCEDES (757 t.);
Voorts werden opgericht nog een aantal rederijen, wiens bezit van één schip in een Naamloze Vennootschap werd ondergebracht.
Van de veranderingen, die in diverse Nederlandse rederijen plaats hadden, brengen wij in alfabetische volgorde de volgende in herinnering:
De American Petroleum Company, te Rotterdam, verloor het stoomschip LA CAMPINE (2.595 t.), dat getorpedeerd werd, en het stoomschip CHARLOIS (2.944 t.), dat vermist wordt;
De Algemeene Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, verkocht de stoomschepen VAN DER DUYN en VAN HOGENDORP (beide 3.299 t.) naar Amerika;
het Bureau Wijsmuller, te 's-Gravenhage, heeft een stoomschip van ca. 1.000 t. in aanbouw; van W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen, te Rotterdam, kwamen gereed de stoomschepen ANTON VAN DRIEL (2.522 t.), GOUWZEE (731 t.), OOSTZEE (1.360 t.), en WITTE ZEE (741 t.). In aanbouw werden gegeven het stoomschip ZWARTE ZEE (750 t.) en een stoomschip van 6.000 ton dw.
de rederij M,J. van der Eb, te Rotterdam, kwam in het bezit van de nieuwe stoomschepen HARLINGEN (800 t.), SCHEVENINGEN (500 t.), WAGENINGEN (350 t.), BORNEO (350 t.), de aangekochte stoomschepen LEERDAM (155 t.) en MOORDRECHT (999 t.). De motorschoeners ANNETTA (177 t.), KRALINGEN (107 t.) en VLAARDINGEN (198 t.) werden getorpedeerd;
Algemeen plan van het s.s. HARLINGEN. (coll. onbekend)
de firma P. A. van Es & Co., te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip AMSTEL (816 t.) in de vaart. Het stoomschip ELVE (899 t.) werd getorpedeerd. Twee stoomschepen een van 3.100 en een van 2.000 ton dw. werden in aanbouw gegeven;
van Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij, te Rotterdam, werd het stoomschip DRIEBERGEN (1.884 t.) getorpedeerd. Drie stoomschepen van ca. 4.000 t. zijn nog in aanbouw;
voor de Groninger-Rotterdammer Stoomboot Maatschappij, te Groningen, kwam het nieuw gebouwde stoomschip HUNZE IX (445 t.) in de vaart;
van de Handels- en Transport Maatschappij ‘Vulcaan’, te Rotterdam, werd het stoomschip HAMBORN (1.229 t.) door het prijzenhof te Londen verbeurd verklaard;
de Holland Amerika Lijn, te Rotterdam, verloor de stoomschepen NOORDERDIJK (7.166 t.) en ZAANDIJK (5.417 t.), die beide werden getorpedeerd. Het stoomschip SCHIEDIJK (7.026 t.) kwam in de vaart. Het stoomschip STATENDAM is tot na de oorlog door de Engelse regering gerekwireerd;
de Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, kreeg het nieuwgebouwde stoomschip THEODORA (1.250 t.) in de vaart;
de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, te Amsterdam, verkocht het nieuwgebouwde stoomschip TEXELSTROOM (1.600 t.) benevens een van de in aanbouw zijnde stoomschepen van gelijke grootte. Het stoomschip LINGESTROOM (1.600 t.), kwam gereed. Het stoomschip AMSTELSTROOM werd getorpedeerd. In aanbouw zijn de stoomschepen BERKELSTROOM (1.600 t.), DRECHTSTROOM (1.600 t.), GOUWESTROOM (730 t.) en ZAANSTROOM (1.500 t.); (opm: zie ook RN 260218)
de Java-China-Japan Lijn, te Amsterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip TJISALAK (5.787 t.) in de vaart. Het nieuwe stoomschip TJILEBOET (5.800 t.), werd te water gelaten. Een stoomschip van ca. 5.800 t. werd in aanbouw gegeven;
voor de firma A. Jordens Jr., te Rotterdam, werd het stoomschip NAUTILUS (450 t.) te water gelaten. Het motorschip NEREUS werd getorpedeerd;
de Koninklijke Hollandsche Lloyd, te Amsterdam, verloor de stoomschepen AMSTELLAND (5.404 t.), EEMLAND (3.770 t.) en GAASTERLAND (3.917 t.), die alle werden getorpedeerd, benevens het stoomschip SALLAND (3.550 t.) dat ten gevolge van een ontploffing zonk;
de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, te Amsterdam, kwam in het bezit van de nieuw gebouwde stoomschepen GANYMEDES (2.500 t.), IRENE (1.200 t.), RHEA (1.308 t.) en THALIA (1.310 t.). Het stoomschip NIOBE (654 t.) werd verbeurd verklaard. Het stoomschip LEDA (1.140 t.) is op een mijn gelopen en gezonken. De stoomschepen ALMELO (6.300 t.), MEROPE (1.140 t.) en ORESTES (2.500 t.) werden te water gelaten. Voorts zijn nog in aanbouw de stoomschepen ALKMAAR (6.500 t.), AMAZONE (1.750 t.), ARIADNE (1.250 t.), BERENICE (1.150 t.), CERES (2.500 t.), FLORA (2.200 t.), GRONINGEN (4.300 t.), HERMES (2.500 t.) en ULYSSES (3.000 t.);
de Kon. Paketvaart Maatschappij, te Amsterdam, heeft de Nederlands-Indische Gouvernement-schepen AREND en BROMO aangekocht;
voor de Koninklijke West-Indische Maildienst, te Amsterdam, zijn de stoomschepen PRINS MAURITS, PRINS WILLEM III en PRINS WILLEM V, (alle ca. 4.300 t.) nog in aanbouw;
de Maatschappij Houtvaart, te Rotterdam, heeft drie stoomschepen van resp. 4.200, 3.300 en 2.200 ton dw. in aanbouw, waarvan een nagenoeg gereed voor aflevering.
de Maatschappij Zeevaart, te Rotterdam, heeft de stoomschepen CALLISTO (4.700 t.) en HAGNO (4.200 t.) in aanbouw;
voor de rederij J.J.A. van Meel, te Rotterdam, kwamen de stoomschepen SOESTERBERG (481 t.) en UTRECHT (257 t.) gereed. Aangekocht werden het barkschip ALBERTINE BEATRICE (1.379 t.) en het schip NEST (1.275 t.). Eerstgenoemd zeilschip alsmede het stoomschip BREDA (257 t.) werden getorpedeerd;
voor de Nederlandsch Indische Tank Stoomboot Maatschappij, te 's-Gravenhage, werd het stoomschip IRIS (2.500 t.) te water gelaten. Het stoomschip HESTIA (958 t.) werd getorpedeerd;
van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, te Rotterdam, werd het stoomschip BATAVIER II (1.327 t.), in 1916 naar Zeebrugge opgebracht, prijs verklaard;
voor de Nederlandsche Vrachtvaart Maatschappij, te Rotterdam, kwam het stoomschip HERMINA (870 t.) in de vaart. Het werd sedert naar Engeland opgebracht;
de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co., te Rotterdam, verloor het stoomschip MEGREZ (2.695 t.) dat werd getorpedeerd. Het stoomschip MIRACH (3.530 t.) kwam in de vaart, het stoomschip SIRRAH (3.550 t.) werd te water gelaten;
De Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Bestevaer, te Amsterdam, kreeg het stoomschip ALDEGONDE (727 t.) en de 3/m. motorschoener DE DOLLART (243 t.) in de vaart, welke laatste sedert werd getorpedeerd. Voorts werden te water gelaten de 3/m. motorschoeners DE LAUWERS en DE WADDEN (elk 250 t.), terwijl in aanbouw is het stoomschip INDUSTRIA (550 t.);
de Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij, te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip ZEERAAF (705 t.) in de vaart;
de firma Ph. van Ommeren, te Rotterdam, verloor het stoomschip BESTEVAER (1.044 t.), dat werd getorpedeerd. Het nieuw gebouwde stoomschip LOOSDRECHT (1.504 t.) kwam in de vaart;
de Petroleum Maatschappij La Corona, te 's-Gravenhage, verloor de stoomschepen ARES (3.783 t.) en J. B. AUG. KESSLER (5.104 t.), die beide werden getorpedeerd;
voor de firma Jacq. Pierot Jr., te Rotterdam, werd het stoomschip EVA (1.000 t.), te water gelaten;
de rederij Jos de Poorter, te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip JOHANNA (2.076 t.) in de vaart;
de Rotterdamsche Lloyd, te Rotterdam, verloor de stoomschepen BANDOENG (5.851 t.) en JACATRA (5.373 t.), die beide werden getorpedeerd. De nieuw gebouwde stoomschepen GAROET (7.113 f.) en PATRIA (9.700 t.) werden afgeleverd. Het stoomschip TOSARI (8.000 t.) werd te water gelaten. Het stoomschip DJAMBI (7.000 t.) is nog in aanbouw;
voor de Scheepvaart Maatschappij Groningen, te Rotterdam, werd het stoomschip VIER-AMBT (640 t.) te water gelaten. Het stoomschip OLDAMBT (470 t.) werd prijs verklaard, de schoener CORNELIA getorpedeerd;
de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij, te Rotterdam, verloor het stoomschip WESTLAND (1.283 t.), dat op een mijn liep. Het stoomschip MIDSLAND (1.091 t.), het vorige jaar naar Zeebrugge opgebracht, werd prijs verklaard;
de firma Seeuwen en Co., te Rotterdam, kwam door aankoop in het bezit van de motorschoener MEEUW (127 t.);
de firma J.F. & F. Schellen, te Rotterdam, heeft een stoomschip van 1.500 t. in aanbouw; van de rederij Soetermeer, Fekkes & Co., te Rotterdam, werd de motorschoener SIRRA (223 t.) getorpedeerd;
Solleveld, v.d. Meer & Van Hattum's Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, verloor het stoomschip EEMDIJK (3.048 t.), dat werd getorpedeerd. Vier stoomschepen, waaronder de ELLEWOUTSDIJK en de KINDERDIJK, (elk ca. 3.700 t.) zijn in aanbouw;
aan J. van Steen’s Rijnreederij, te Rotterdam, werd het nieuw gebouwde stoomschip AUG. BORREMANS (756 t.) afgeleverd. Twee dergelijke stoomschepen, de FRANS BORREMANS en JAN BORREMANS, zijn nog in aanbouw. De motorschoener AUGUSTE MARIE (400 t.) kwam gereed;
de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg, te Rotterdam, verloor het stoomschip TROMPENBERG (1.607 t.) dat tot zinken werd gebracht;
de Stoomvaart Maatschappij Friesland, te Amsterdam, verloor het stoomschip Min. Tak van Poortvliet (1.106 t.) door torpedering;
de Stoomvaart Maatschappij Leonora te Rotterdam, kreeg het stoomschip AGNETA (1.162 t.) in de vaart. Het stoomschip LEONORA (1.155 t.) werd naar Harwich opgebracht;
de Stoomvaart Maatschappij De Maas, te Rotterdam, verkocht het stoomschip MOORDRECHT (999 t.) aan M.J. v.d. Eb, aldaar;
de Stoomvaart Maatschappij Nederland, te Amsterdam, kwam in het bezit van de nieuw gebouwde vrachtboten BALI (6.694 t.) en BATOE (6.535 t.). De vrachtboot BENGKALIS (6/550 t.) werd te water gelaten. Het stoomschip JOHAN DE WITT (9.700 t.) en twee vrachtboten van 6.550 ton zijn nog in aanbouw. Voorts werd opdracht gegeven voor de aanbouw van een mailboot van ca. 10.000 t.;
de Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd, te Rotterdam, verloor het stoomschip NEDERLAND (1.832 t.) door torpedering;
de Stoomvaart Maatschappij Noordzee, te Amsterdam, kwam door aankoop in het bezit van het nieuw gebouwde stoomschip MARKELO (736 t.). Naar gemeld werd had de rederij plannen in voorbereiding voor de aankoop van schepen van groter kaliber, bestemd voor de wilde vaart;
de Stoomvaart Maatschappij Oostzee, te Amsterdam, verloor de stoomschepen HILVERSUM (1.505 t.) en OOTMARSUM (2.313 t.), waarvan het ene op een mijn liep, het andere werd getorpedeerd. Het nieuw gebouwde stoomschip BUSSUM (3.683 t.) kwam in de vaart. Een stoomschip van 6.200 ton dw. is nog in aanbouw;
voor de Stoomvaart Maatschappij Triton, te Rotterdam, werden de stoomschepen MARKEN (4.100 t.) en WALCHEREN (4.100 t.) te water gelaten;
de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, te Vlissingen, heeft twee stoomschepen van 3.000 t. in aanbouw;
de reder F. Swarttouw, te Rotterdam, heeft twee stoomschepen van resp. 3.200 en 4.000 t. in aanbouw;
Gebr. van Uden, te Rotterdam, kreeg de nieuw gebouwde stoomschepen SASSENHEIM (2.158 t.) en IJSELMONDE (1.357 t.) in de vaart. Het stoomschip GRONINGEN (828 t.), kwam gereed. De stoomschepen FEYENOORD (700 t.) KAPELLE (1.400 t.), KEILEHAVEN (3.000 t.) en WASSENAAR (2.170 t.) werden te water gelaten. Het stoomschip PARKHAVEN (2.651 t.) werd getorpedeerd. In aanbouw de stoomschepen DELFSHAVEN (3.550 t.), DELFZIJL (700 t.) en LEEUWARDEN (700 t.);
van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia, te Amsterdam, werden de stoomschepen EPSILON (3.211 t.), GAMMA (2.198 t.) en ZETA (3.053 t.) tot zinken gebracht;
de Vrachtvaart Onderneming Telegraaf XVIII, te Rotterdam, verloor het stoomschip TELEGRAAF XVIII (306 t.) door torpedering.
Toegevoegd werden in 1917 aan de Nederlandse vloot door aanbouw 59 stoomschepen en 15 motorschoeners met een inhoud van 109.400 bruto tonnen; waarvan voor:
s.s. motorschoener br. ton.
Amsterdam . . . . 19 5 41,821
Rotterdam . . . . . 38 10 66.854
Groningen . . . . . 2 725
Daar tegenover verminderde de vloot met 38 stoomschepen en 4 motorschoeners, metende 105.662 bruto tonnen, waarvan voor:
s.s. m. soh. br.ton.
Amsterdam . . . . 14 39.723
Rotterdam 21 4 56.094
's-Gravenhage ... 3 9.845
Behalve 2 stoomschepen,. waarvan de verkoop naar het buitenland door de Regering werd goedgekeurd; ging deze gehele ruimte verloren ten gevolge van molest.
De gehele Nederlandse koopvaardijvloot telde ultimo dec. 1917, 486 stoomschepen (incl. motorboten) en 12 motorschoeners, metende totaal 1.368.574 br. ton, waarvan thuis behoren te: s.s. m. sch. br. ton.
Amsterdam . . . . . 259 5 678.243
Rotterdam . . . . . . 200 6 643.387
's-Gravenhage . . . 21 38.144
Vlissingen . . . . . . . 4 8.075
Groningen . . . . . . . 2 725
Ultimo december 1917 waren, voor zover gerapporteerd, voor de Nederlandse vloot in aanbouw en in aanbouw gegeven 98 stoomschepen en 27 motorschoeners met een inhoud van ca. 290.000 ton, en wel voor:
s.s. m. sch. br. ton.
Amsterdam . . . . . 36 4 120.000
Rotterdam . . . . . . 57 18 127.000
's-Gravenhage. . . . 2 35.000
Vlissingen . . . . . . . 2 6.000
Groningen . . . . . . 1 5 2.000
Voor de toekomst van het Nederlandse scheepvaarbedrijf dient thans meer dan ooit nauwlettend te worden toegezien op hetgeen in andere landen wordt gedaan tot steun van de nationale handelsvloten. Frankrijk en Duitsland stellen in de vorm van voorschot en subsidie aanzienlijke bedragen ter beschikking om hun rederijen te steunen in de economische strijd, die na de oorlog kan worden verwacht. Voor de bloei van het Nederlands rederijbedrijf is het noodzakelijk dat zo spoedig als enigszins mogelijk is de belemmering wordt opgeheven, waardoor het thans van regeringswege aan banden wordt gelegd.
•) Voor zover niet nader aangeduid, betreffen de inhoudsopgaven bruto reg. tonnen.

Afbeelding