|
De Nederlandse grote scheepvaart in 1917. (Deel II) Wij laten hier volgen, voor zover de gegevens beschikbaar waren, een overzicht van in 1917 opgerichte rederijen alsmede van de wijzigingen, die in diverse rederijen hebben plaats gehad. Opgericht werden o.m.: Algemeene Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij, dir. W.H. van Dam, te Rotterdam, met twee nieuwe stoomschepen, elk van ca. 1.000 ton *) en een stoomschip van ca. 1.000 ton, in aanbouw; Amsterdamsche Combinatie, dir. F. Hoynk van Papendrecht, te Amsterdam, met de nieuw gebouwde stoomschepen BREDERODE en OEDENRODE (resp. 1.324 en 3.151 ton); Burgerhout & Zoon, te Rotterdam, met het stoomschip PAPENDRECHT (2.000 t.), in aanbouw; Louis Burghout, te Rotterdam, met de stoomschepen STAD AMSTERDAM (4.000 t.), STAD DORDRECHT (4.000 t.) en STAD KAMPEN (1.000 t.) ; Van der Eb & Dresselhuys' Scheepvaart Maatschappij te Rotterdam, met 3 stoomschepen en 1 motorschip, tezamen 3.185 t. dw., en 2 stoomschepen, tezamen 2.050 t. dw., in aanbouw; Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart Maatschappij te Amsterdam, dir. N. Haas, te Rotterdam en J.F. Spliethoff, te Amsterdam, met het stoomschip MACEDONIA (6.075 t.), benevens 7 kleinere stoomschepen. en 4 motorschoeners in de vaart of te water gelaten. In aanbouw zijn of werden gegeven 7 stoomschepen en 1 motorschoener, alle tezamen ca. 30.000 ton dw.; Hollandsche Vrachtvaart Maatschappij, dir. P.C.A. van Krieken, te Rotterdam, met 2 nieuwe stoomschepen van resp. 2.200 t. dw. en 370 t., 4 nieuwe motorschoeners en 4 motorkotters. Voorts is een stoomschip van 730 t. bijna gereed voor aflevering en werden enige in aanbouw zijnde motorschoeners aangekocht, aflevering in de loop van 1918; Rotterdamsche Algemeene Scheepvaart Maatschappij, dir. R. Schelling en P.F. van Wijngaarden te Rotterdam, met 3 stoomschepen van 700 ton en 1 stoomschip van 2.200 t. dw., alle in aanbouw, de 3 eerste op te leveren begin 1918, het laatste tegen het einde van het jaar; Scheepsexploitatie Maatschappij Navis, dir. H.K. Nederlof, te Rotterdam, met het nieuw gebouwde stoomschip MERWEDE (750 t.); Scheepvaart Maatschappij Flevo, dir. J.W. Lensen, te Rotterdam, met 1 stoomschip en 9 zeilschepen, totaal 1.630 ton. Scheepvaart Maatschappij Amsterdam, dir. Transatlantische Handelsvereeniging, te Amsterdam, met de motorschoener CARLITO (414 ton). Scheepvaart Maatschappij Oranje Nassau, dir. T. van Slooten, te Rotterdam, met 2 stoomschepen van elk 1.800 t. en stoomschip van 1.000 t. dw., in aanbouw; Scheepvaart Maatschappij Transatlanta, dir. B. de Booy en L.A. Jansen, te Rotterdam, met 4 stoomschepen van tezamen 5.100 t. dw. en 3 motorschoeners van totaal 900 t. dw., in aanbouw; Scheepsexploitatie Maatschappij Navis, te Sliedrecht, met het stoomschip MERWEDE (1.500 ton); Stoomvaart Maatschappij Hoorn, dir. J.F. van Hengel, te Amsterdam, met de nieuw gebouwde stoomschepen HELDER en HOORN (elk 1.600 t.), aangekocht van de Holl. Stoomboot Maatschappij; Stoomvaart Maatschappij Neutraal, dir. Dijkhuis en Loots, te Rotterdam, met het nieuw gebouwde stoomschip NEUTRAAL (1.079 t.); Stoomvaart Maatschappij Princenhage, dir. C.J. Dijkhuis, te Rotterdam, met 4 stoomschepen en 2 motorschoeners van totaal 3.710 t. dw., grotendeels in aanbouw; J.H. v.d. Vlugt, te Rotterdam, met het stoomschip ENERGIE (1.950 t.), te water gelaten; Vrachtvaart Maatschappij Neerlandia, dir. C. Hetzel, te Rotterdam, met 4 motorschoeners in de vaart benevens een stoomschip en 5 motorschoeners in aanbouw; Vrachtvaart Maatschappij Thalatta I, dir. Vereenigd Cargadoors Kantoor, te Amsterdam, met de motorschoener THALATTA I (358 t.); Zeevaart Maatschappij Groningen, te Groningen, met de stoomschepen AMSTERDAM en ROTTERDAM (elk 280 t.) en 5 motorschoeners, gedeeltelijk in aanbouw; Zeevaart Maatschappij Mercedes, dir. H.H. Dresselhuis, te Rotterdam, met het stoomschip MERCEDES (757 t.); Voorts werden opgericht nog een aantal rederijen, wiens bezit van één schip in een Naamloze Vennootschap werd ondergebracht. Van de veranderingen, die in diverse Nederlandse rederijen plaats hadden, brengen wij in alfabetische volgorde de volgende in herinnering: De American Petroleum Company, te Rotterdam, verloor het stoomschip LA CAMPINE (2.595 t.), dat getorpedeerd werd, en het stoomschip CHARLOIS (2.944 t.), dat vermist wordt; De Algemeene Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, verkocht de stoomschepen VAN DER DUYN en VAN HOGENDORP (beide 3.299 t.) naar Amerika; het Bureau Wijsmuller, te 's-Gravenhage, heeft een stoomschip van ca. 1.000 t. in aanbouw; van W. van Driel’s Stoomboot- en Transportondernemingen, te Rotterdam, kwamen gereed de stoomschepen ANTON VAN DRIEL (2.522 t.), GOUWZEE (731 t.), OOSTZEE (1.360 t.), en WITTE ZEE (741 t.). In aanbouw werden gegeven het stoomschip ZWARTE ZEE (750 t.) en een stoomschip van 6.000 ton dw. de rederij M,J. van der Eb, te Rotterdam, kwam in het bezit van de nieuwe stoomschepen HARLINGEN (800 t.), SCHEVENINGEN (500 t.), WAGENINGEN (350 t.), BORNEO (350 t.), de aangekochte stoomschepen LEERDAM (155 t.) en MOORDRECHT (999 t.). De motorschoeners ANNETTA (177 t.), KRALINGEN (107 t.) en VLAARDINGEN (198 t.) werden getorpedeerd; Algemeen plan van het s.s. HARLINGEN. (coll. onbekend) de firma P. A. van Es & Co., te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip AMSTEL (816 t.) in de vaart. Het stoomschip ELVE (899 t.) werd getorpedeerd. Twee stoomschepen een van 3.100 en een van 2.000 ton dw. werden in aanbouw gegeven; van Furness Scheepvaart en Agentuur Maatschappij, te Rotterdam, werd het stoomschip DRIEBERGEN (1.884 t.) getorpedeerd. Drie stoomschepen van ca. 4.000 t. zijn nog in aanbouw; voor de Groninger-Rotterdammer Stoomboot Maatschappij, te Groningen, kwam het nieuw gebouwde stoomschip HUNZE IX (445 t.) in de vaart; van de Handels- en Transport Maatschappij ‘Vulcaan’, te Rotterdam, werd het stoomschip HAMBORN (1.229 t.) door het prijzenhof te Londen verbeurd verklaard; de Holland Amerika Lijn, te Rotterdam, verloor de stoomschepen NOORDERDIJK (7.166 t.) en ZAANDIJK (5.417 t.), die beide werden getorpedeerd. Het stoomschip SCHIEDIJK (7.026 t.) kwam in de vaart. Het stoomschip STATENDAM is tot na de oorlog door de Engelse regering gerekwireerd; de Holland Gulf Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, kreeg het nieuwgebouwde stoomschip THEODORA (1.250 t.) in de vaart; de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, te Amsterdam, verkocht het nieuwgebouwde stoomschip TEXELSTROOM (1.600 t.) benevens een van de in aanbouw zijnde stoomschepen van gelijke grootte. Het stoomschip LINGESTROOM (1.600 t.), kwam gereed. Het stoomschip AMSTELSTROOM werd getorpedeerd. In aanbouw zijn de stoomschepen BERKELSTROOM (1.600 t.), DRECHTSTROOM (1.600 t.), GOUWESTROOM (730 t.) en ZAANSTROOM (1.500 t.); (opm: zie ook RN 260218) de Java-China-Japan Lijn, te Amsterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip TJISALAK (5.787 t.) in de vaart. Het nieuwe stoomschip TJILEBOET (5.800 t.), werd te water gelaten. Een stoomschip van ca. 5.800 t. werd in aanbouw gegeven; voor de firma A. Jordens Jr., te Rotterdam, werd het stoomschip NAUTILUS (450 t.) te water gelaten. Het motorschip NEREUS werd getorpedeerd; de Koninklijke Hollandsche Lloyd, te Amsterdam, verloor de stoomschepen AMSTELLAND (5.404 t.), EEMLAND (3.770 t.) en GAASTERLAND (3.917 t.), die alle werden getorpedeerd, benevens het stoomschip SALLAND (3.550 t.) dat ten gevolge van een ontploffing zonk; de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, te Amsterdam, kwam in het bezit van de nieuw gebouwde stoomschepen GANYMEDES (2.500 t.), IRENE (1.200 t.), RHEA (1.308 t.) en THALIA (1.310 t.). Het stoomschip NIOBE (654 t.) werd verbeurd verklaard. Het stoomschip LEDA (1.140 t.) is op een mijn gelopen en gezonken. De stoomschepen ALMELO (6.300 t.), MEROPE (1.140 t.) en ORESTES (2.500 t.) werden te water gelaten. Voorts zijn nog in aanbouw de stoomschepen ALKMAAR (6.500 t.), AMAZONE (1.750 t.), ARIADNE (1.250 t.), BERENICE (1.150 t.), CERES (2.500 t.), FLORA (2.200 t.), GRONINGEN (4.300 t.), HERMES (2.500 t.) en ULYSSES (3.000 t.); de Kon. Paketvaart Maatschappij, te Amsterdam, heeft de Nederlands-Indische Gouvernement-schepen AREND en BROMO aangekocht; voor de Koninklijke West-Indische Maildienst, te Amsterdam, zijn de stoomschepen PRINS MAURITS, PRINS WILLEM III en PRINS WILLEM V, (alle ca. 4.300 t.) nog in aanbouw; de Maatschappij Houtvaart, te Rotterdam, heeft drie stoomschepen van resp. 4.200, 3.300 en 2.200 ton dw. in aanbouw, waarvan een nagenoeg gereed voor aflevering. de Maatschappij Zeevaart, te Rotterdam, heeft de stoomschepen CALLISTO (4.700 t.) en HAGNO (4.200 t.) in aanbouw; voor de rederij J.J.A. van Meel, te Rotterdam, kwamen de stoomschepen SOESTERBERG (481 t.) en UTRECHT (257 t.) gereed. Aangekocht werden het barkschip ALBERTINE BEATRICE (1.379 t.) en het schip NEST (1.275 t.). Eerstgenoemd zeilschip alsmede het stoomschip BREDA (257 t.) werden getorpedeerd; voor de Nederlandsch Indische Tank Stoomboot Maatschappij, te 's-Gravenhage, werd het stoomschip IRIS (2.500 t.) te water gelaten. Het stoomschip HESTIA (958 t.) werd getorpedeerd; van de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij, te Rotterdam, werd het stoomschip BATAVIER II (1.327 t.), in 1916 naar Zeebrugge opgebracht, prijs verklaard; voor de Nederlandsche Vrachtvaart Maatschappij, te Rotterdam, kwam het stoomschip HERMINA (870 t.) in de vaart. Het werd sedert naar Engeland opgebracht; de firma Van Nievelt, Goudriaan & Co., te Rotterdam, verloor het stoomschip MEGREZ (2.695 t.) dat werd getorpedeerd. Het stoomschip MIRACH (3.530 t.) kwam in de vaart, het stoomschip SIRRAH (3.550 t.) werd te water gelaten; De Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij Bestevaer, te Amsterdam, kreeg het stoomschip ALDEGONDE (727 t.) en de 3/m. motorschoener DE DOLLART (243 t.) in de vaart, welke laatste sedert werd getorpedeerd. Voorts werden te water gelaten de 3/m. motorschoeners DE LAUWERS en DE WADDEN (elk 250 t.), terwijl in aanbouw is het stoomschip INDUSTRIA (550 t.); de Overzeesche Vrachtvaart Maatschappij, te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip ZEERAAF (705 t.) in de vaart; de firma Ph. van Ommeren, te Rotterdam, verloor het stoomschip BESTEVAER (1.044 t.), dat werd getorpedeerd. Het nieuw gebouwde stoomschip LOOSDRECHT (1.504 t.) kwam in de vaart; de Petroleum Maatschappij La Corona, te 's-Gravenhage, verloor de stoomschepen ARES (3.783 t.) en J. B. AUG. KESSLER (5.104 t.), die beide werden getorpedeerd; voor de firma Jacq. Pierot Jr., te Rotterdam, werd het stoomschip EVA (1.000 t.), te water gelaten; de rederij Jos de Poorter, te Rotterdam, kreeg het nieuw gebouwde stoomschip JOHANNA (2.076 t.) in de vaart; de Rotterdamsche Lloyd, te Rotterdam, verloor de stoomschepen BANDOENG (5.851 t.) en JACATRA (5.373 t.), die beide werden getorpedeerd. De nieuw gebouwde stoomschepen GAROET (7.113 f.) en PATRIA (9.700 t.) werden afgeleverd. Het stoomschip TOSARI (8.000 t.) werd te water gelaten. Het stoomschip DJAMBI (7.000 t.) is nog in aanbouw; voor de Scheepvaart Maatschappij Groningen, te Rotterdam, werd het stoomschip VIER-AMBT (640 t.) te water gelaten. Het stoomschip OLDAMBT (470 t.) werd prijs verklaard, de schoener CORNELIA getorpedeerd; de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij, te Rotterdam, verloor het stoomschip WESTLAND (1.283 t.), dat op een mijn liep. Het stoomschip MIDSLAND (1.091 t.), het vorige jaar naar Zeebrugge opgebracht, werd prijs verklaard; de firma Seeuwen en Co., te Rotterdam, kwam door aankoop in het bezit van de motorschoener MEEUW (127 t.); de firma J.F. & F. Schellen, te Rotterdam, heeft een stoomschip van 1.500 t. in aanbouw; van de rederij Soetermeer, Fekkes & Co., te Rotterdam, werd de motorschoener SIRRA (223 t.) getorpedeerd; Solleveld, v.d. Meer & Van Hattum's Stoomvaart Maatschappij, te Rotterdam, verloor het stoomschip EEMDIJK (3.048 t.), dat werd getorpedeerd. Vier stoomschepen, waaronder de ELLEWOUTSDIJK en de KINDERDIJK, (elk ca. 3.700 t.) zijn in aanbouw; aan J. van Steen’s Rijnreederij, te Rotterdam, werd het nieuw gebouwde stoomschip AUG. BORREMANS (756 t.) afgeleverd. Twee dergelijke stoomschepen, de FRANS BORREMANS en JAN BORREMANS, zijn nog in aanbouw. De motorschoener AUGUSTE MARIE (400 t.) kwam gereed; de Stoomboot Maatschappij Hillegersberg, te Rotterdam, verloor het stoomschip TROMPENBERG (1.607 t.) dat tot zinken werd gebracht; de Stoomvaart Maatschappij Friesland, te Amsterdam, verloor het stoomschip Min. Tak van Poortvliet (1.106 t.) door torpedering; de Stoomvaart Maatschappij Leonora te Rotterdam, kreeg het stoomschip AGNETA (1.162 t.) in de vaart. Het stoomschip LEONORA (1.155 t.) werd naar Harwich opgebracht; de Stoomvaart Maatschappij De Maas, te Rotterdam, verkocht het stoomschip MOORDRECHT (999 t.) aan M.J. v.d. Eb, aldaar; de Stoomvaart Maatschappij Nederland, te Amsterdam, kwam in het bezit van de nieuw gebouwde vrachtboten BALI (6.694 t.) en BATOE (6.535 t.). De vrachtboot BENGKALIS (6/550 t.) werd te water gelaten. Het stoomschip JOHAN DE WITT (9.700 t.) en twee vrachtboten van 6.550 ton zijn nog in aanbouw. Voorts werd opdracht gegeven voor de aanbouw van een mailboot van ca. 10.000 t.; de Stoomvaart Maatschappij Nederlandsche Lloyd, te Rotterdam, verloor het stoomschip NEDERLAND (1.832 t.) door torpedering; de Stoomvaart Maatschappij Noordzee, te Amsterdam, kwam door aankoop in het bezit van het nieuw gebouwde stoomschip MARKELO (736 t.). Naar gemeld werd had de rederij plannen in voorbereiding voor de aankoop van schepen van groter kaliber, bestemd voor de wilde vaart; de Stoomvaart Maatschappij Oostzee, te Amsterdam, verloor de stoomschepen HILVERSUM (1.505 t.) en OOTMARSUM (2.313 t.), waarvan het ene op een mijn liep, het andere werd getorpedeerd. Het nieuw gebouwde stoomschip BUSSUM (3.683 t.) kwam in de vaart. Een stoomschip van 6.200 ton dw. is nog in aanbouw; voor de Stoomvaart Maatschappij Triton, te Rotterdam, werden de stoomschepen MARKEN (4.100 t.) en WALCHEREN (4.100 t.) te water gelaten; de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, te Vlissingen, heeft twee stoomschepen van 3.000 t. in aanbouw; de reder F. Swarttouw, te Rotterdam, heeft twee stoomschepen van resp. 3.200 en 4.000 t. in aanbouw; Gebr. van Uden, te Rotterdam, kreeg de nieuw gebouwde stoomschepen SASSENHEIM (2.158 t.) en IJSELMONDE (1.357 t.) in de vaart. Het stoomschip GRONINGEN (828 t.), kwam gereed. De stoomschepen FEYENOORD (700 t.) KAPELLE (1.400 t.), KEILEHAVEN (3.000 t.) en WASSENAAR (2.170 t.) werden te water gelaten. Het stoomschip PARKHAVEN (2.651 t.) werd getorpedeerd. In aanbouw de stoomschepen DELFSHAVEN (3.550 t.), DELFZIJL (700 t.) en LEEUWARDEN (700 t.); van de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia, te Amsterdam, werden de stoomschepen EPSILON (3.211 t.), GAMMA (2.198 t.) en ZETA (3.053 t.) tot zinken gebracht; de Vrachtvaart Onderneming Telegraaf XVIII, te Rotterdam, verloor het stoomschip TELEGRAAF XVIII (306 t.) door torpedering. Toegevoegd werden in 1917 aan de Nederlandse vloot door aanbouw 59 stoomschepen en 15 motorschoeners met een inhoud van 109.400 bruto tonnen; waarvan voor: s.s. motorschoener br. ton. Amsterdam . . . . 19 5 41,821 Rotterdam . . . . . 38 10 66.854 Groningen . . . . . 2 725 Daar tegenover verminderde de vloot met 38 stoomschepen en 4 motorschoeners, metende 105.662 bruto tonnen, waarvan voor: s.s. m. soh. br.ton. Amsterdam . . . . 14 39.723 Rotterdam 21 4 56.094 's-Gravenhage ... 3 9.845 Behalve 2 stoomschepen,. waarvan de verkoop naar het buitenland door de Regering werd goedgekeurd; ging deze gehele ruimte verloren ten gevolge van molest. De gehele Nederlandse koopvaardijvloot telde ultimo dec. 1917, 486 stoomschepen (incl. motorboten) en 12 motorschoeners, metende totaal 1.368.574 br. ton, waarvan thuis behoren te: s.s. m. sch. br. ton. Amsterdam . . . . . 259 5 678.243 Rotterdam . . . . . . 200 6 643.387 's-Gravenhage . . . 21 38.144 Vlissingen . . . . . . . 4 8.075 Groningen . . . . . . . 2 725 Ultimo december 1917 waren, voor zover gerapporteerd, voor de Nederlandse vloot in aanbouw en in aanbouw gegeven 98 stoomschepen en 27 motorschoeners met een inhoud van ca. 290.000 ton, en wel voor: s.s. m. sch. br. ton. Amsterdam . . . . . 36 4 120.000 Rotterdam . . . . . . 57 18 127.000 's-Gravenhage. . . . 2 35.000 Vlissingen . . . . . . . 2 6.000 Groningen . . . . . . 1 5 2.000 Voor de toekomst van het Nederlandse scheepvaarbedrijf dient thans meer dan ooit nauwlettend te worden toegezien op hetgeen in andere landen wordt gedaan tot steun van de nationale handelsvloten. Frankrijk en Duitsland stellen in de vorm van voorschot en subsidie aanzienlijke bedragen ter beschikking om hun rederijen te steunen in de economische strijd, die na de oorlog kan worden verwacht. Voor de bloei van het Nederlands rederijbedrijf is het noodzakelijk dat zo spoedig als enigszins mogelijk is de belemmering wordt opgeheven, waardoor het thans van regeringswege aan banden wordt gelegd. •) Voor zover niet nader aangeduid, betreffen de inhoudsopgaven bruto reg. tonnen.
|