|
Het motortankschip OOSTZEE, dat zaterdag jl. van hier naar Londen vertrok, was door slecht weer buiten afgedwaald en tussen Borkum en Sylt terecht gekomen, waar wachthebbende Duitse marinevaartuigen het hebben aangehouden. Na onderzoek van de papieren is het toen naar Emden opgebracht, waar nu het prijsgericht zal beslissen of het al of' niet voor prijsverklaring zal moeten in aanmerking komen. De bemanning werd van boord gezonden en kon gisteren, na enig oponthoud, naar Amsterdam en Rotterdam, waar zij thuis behoort, terugreizen. De kapitein en zijn vrouw bleven in afwachting van nadere beschikkingen aan boord. (opm: Na onderzoek blijkt dat dit een omissie is van de desbetreffende krant. Het betreft niet een motortankschip, maar een Tjalk. En wel de tjalk OOSTZEE van 1907 van T. Tammes die het schip in in 1916 verkocht aan M.Z.S. Oostzee, Amsterdam.) (Aanvulling: De OOSTZEE is op 8 november 1916 door een Duitse torpedoboot aangehouden en opgebracht naar Emden. Het schip was gecharterd door de Holland Amerika Lijn om een lading eikenhouten duigen en gedroogde pruimen te vervoeren naar Engeland. Deze goederen waren door de Holland Amerika Lijn aangebracht uit Amerika, maar zij bleken geconsigneerd aan Nederlandse firma's, die op de Engelse zwarte lijst stonden. Het schip van de Holland Amerika Lijn had na inspectie de reis mogen vervolgen onder beding, dat die goederen zouden worden teruggezonden. Daarvoor werd de OOSTZEE gecharterd. Als gevolg van slecht weer en defect aan de motor dreef het schip af en werd op 8 november 1916 nabij Borkum door een Duitse torpedoboot aangehouden en opgebracht naar Emden. Zowel door de prijsrechter als in hoger beroep werd het schip prijsverklaard omdat de lading voor meer dan de helft uit contrabande (de duigen) bestond, en omdat de bestemming naar een Engelse verzorgingsbasis niet in twijfel getrokken kon worden). (Bron: J.H. Hoogendijk, De Nederlandsche Koopvaardij in den Oorlogstijd, blz 491)
|