|
Op 8 juli stelde de Raad van Tucht voor de Koopvaardij een onderzoek in naar het vergaan van het stalen tjalkschip NOOIT VOLMAAKT, kapitein/eigenaar Jacob de Jong uit Groningen, in de avond van 29 mei, naar schatting op vier mijlen ten zuidwesten van het vuurschip Sandettie tegenover Calais. Het schip was op 22 mei met 1345 balen phosphaat vertrokken van Antwerpen naar Brest. Ten gevolge van slecht weer en hevige zee raakte op 29 mei omstreeks 6 uur in de avond het zwaard los, bleef aan de standaardketting hangen en bonsde tegen het schip aan. Daar de ketting niet brak bleef er niets anders dan deze te kappen. Daarna werd stuurman Eelke Bolt uit Veendam last gegeven om te peilen of het schip water maakte, hetgeen het geval bleek. Vervolgens werden beide pompen aan het werk gesteld, doch niettegenstaande een half uur hard pompen rees het water een voet in het ruim. De noodvlag werd gehesen, maar er was geen schip in zee. Tegen tien uur achtte de kapitein zich verplicht om de boot los te maken. Met achterlating van geld en goed begaven de opvarenden – kapitein, stuurman en jongen, zoon van de gezagvoerder – zich in de boot en zagen de tjalk op veertig meter afstand in de golven verdwijnen, vermoedelijk ten gevolge van een groot lek dat het slingerende zwaard in het schip had geslagen. Het schip was nog geen twee jaar oud. De gezagvoerder kwam reeds vroeger voor de Raad wegens een ongeval met dit vaartuig overkomen. Het schip werd toen hersteld en door ‘Veritas’ weer in de eerste klasse opgenomen. De waarde van het schip was voor NLG 12000 verzekerd. Op 19 juli doet de Raad uitspraak. (opm: bekort)
|