|
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren behandeld de zaak van de stranding van het tjalkschip NEERLANDIA, schipper en eigenaar J. Karssies te Veendam. Dit schip is de 30e mei, met bestratingsblokjes geladen, op reis van Hamburg naar Kopenhagen bij slecht weer voor de rede van Kastrup vastgeraakt, Met het gevolg, dat er enige lekken ontstonden, zodat het schip 6 voet water maakte. Enige sleepboten, die ter assistentie kwamen, konden eerst het vaartuig niet afbrengen; met 4 pompon van deze boten en mannen om deze te bedienen slaagde men erin het schip droog te pompen. De lekken werden gedicht en daarna liep het schip de haven in. Als de hulp nog een half uur was uitgebleven, was zinken onvermijdelijk geweest. Het vaartuig heeft ongeveer van 8 uur 's morgens tot half vier ‘s middags vastgezeten. De schipper-eigenaar J. Karssies, verklaarde dat op het schip NLG 9.000 hypotheek rust en dat het voor NLG 10.000 verzekerd is. Het is geklasseerd, nagezien door de Scheepvaart Inspectie en heeft een certificaat van zeewaardigheid. Hij verklaarde voorts, geen schoolonderwijs te hebben ontvangen; lezen en schrijven heeft hij zichzelf geleerd. Hij was aan boord met zijn vrouw, een stuurman en een kok; in zijn bezit is een dienstdiploma. De duikers van Kastrup wilden niet zeggen, waarop het schip gestrand is; later, te Kopenhagen, hoorde de schipper, dat ter plaatse een cementblok gestort is. Uit antwoorden op verschillende door de voorzitter gestelde vragen maakte deze de gevolgtrekking, dat de schipper zich niet voldoende op de hoogde van het vaarwater heeft gesteld. Zo heeft hij niet de Berichten voor Zeevarenden gelezen, die tegen bovenbedoeld cementblok gewaarschuwd hebben. Nadat nog de stuurman gehoord was, werd de uitspraak in deze zaak op later bepaald.
|