Inloggen
FLANDRE (LA) - ID 3562


Kroniekberichten

Datum 19 april 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

De Staats Courant (No. 91) bevat de statuten van de alhier gevestigde N.V. American Petroleum Company (Amerikaansche Petroleum Maatschappij). Doel: het uitoefenen van de petroleumhandel in de meest uitgebreide zin, het redersbedrijf en andere handelszaken, waartoe door de directie en commissarissen besloten wordt.
Aangegaan tot 31 december 1920. Hoofdzetel alhier, met een kantoor te Antwerpen, en met bevoegdheid ook buiten Nederland bijkantoren of filialen te vestigen. Kapitaal NLG 5.000.000, in 100 aandelen (opm: bedoeld zal zijn 200 aandelen) op naam van NLG 25.000 ieder, alle geplaatst.
Het beheer van de zaken is, onder toezicht van de commissarissen, opgedragen aan vijf directeuren, waartoe benoemd zijn de heren O. Randebrock, F.W. Randebrock, O. Horstmann, F. Speth en A. Maquinay.
Tot commissarissen zijn voor de eerste maal benoemd de heren Ch.F. Ackermann, Th.C. Bushnell, G.F. Gregory, W.H. Libby, en A.J. Pouch. Als volledige storting op de aandelen, waarvoor in deze vennootschap wordt deelgenomen door de heren H. Stursberg, O. Randebrock, F.W. Randebrock, F. Speth, Ch. Good, F.W.O. Horstmann en H.F. Korhammer, worden door hen respectievelijk ingebracht en aan haar in eigendom overgedragen de navolgende zaken, te weten:
Door de heren H. Stursberg, O. Randebrock en F.W. Randebrock: het ijzeren schroefstoomschip genaamd: BREMERHAVEN, gemeten op netto tweeduizend eenhonderd negen en zeventig tonnen; het ijzeren schroefstoomschip genaamd: CHARLOIS, gemeten op netto eenduizend achthonderd een en vijftig tonnen; het ijzeren schroefstoomschip genaamd: CHESTER, gemeten op netto eenduizend achthonderd twee en zeventig tonnen; het ijzeren schroefstoomschip genaamd: OCEAN, gemeten op netto eenduizend achthonderd twee en zeventig tonnen, en zulks met al de tot die schepen behorende ankers, zeilen, sloepen, boten, gehele inventaris en verdere toebehoren.
Deze schepen zijn nimmer op een van de openbare registers hier te lande te boek gesteld. Door dezelfde voor hun firma Hermann Stursberg & Co; tien twintigste aandelen in de Tank-Rijnschip-reederij, gevestigd alhier, aan welke rederij toebehoort het onder Nederlandse vlag varende petroleum-tankschip genaamd: PETROLEA I; de helft in een voor gezamenlijke rekening met de firma Horstmann & Co te Charlois, als roerend goed opgerichte tankinrichting met al hetgeen daartoe behoort; door de heer F.W.O. Horstmann; het overdekte ijzeren schroefstoombootje genaamd: MIGNON, gemeten op vijftien tonnen, met de gehele inventaris en verder toebehoren, welk schip nimmer op een van de openbare registers alhier te lande is te boek gesteld.
Door de heren F.W.O. Horstmann en H.F. Korhammer voor hun firma Horstmann & Co; tien twintigste aandelen in de Tank-Rijnschip-reederij gevestigd te Rotterdam, aan welke rederij toebehoort het onder Nederlandse vlag varende petroleum-tankschip genaamd: PETROLEA I; de helft in een voor gezamenlijke rekening met de firma Hermann Stursberg & Co, te Charlois, als roerend goed opgerichte tankinrichting met al hetgeen daartoe behoort; twintig tankwagons; diverse tanklichters, petroleumwagens en verdere zaken tot de detailhandel te Amsterdam behorende; de kantoorinrichtingen alhier te Amsterdam.
Door de heren F. Speth en Ch. Good voor hun firma Fr. Speth & Co: het stalen zeilschip genaamd: HAINAUT, gemeten op eenduizend zevenhonderd achttien en drie en twintig honderdste tonnen; het stalen stoomschip genaamd: LA FLANDRE, gemeten op eenduizend vijfhonderd negen en acht en tachtig honderdste tonnen; het stalen stoomschip genaamd LA CAMPINE, gemeten op tweeduizend zeven en tachtig en een en dertig honderdste tonnen, en zulks met al de tot die schepen behorende ankers, zeilen, sloepen, boten, gehele inventaris en verder toebehoren. Deze schepen zijn nimmer op een van de openbare registers hier te lande te boek gesteld. Voorts drie spoorwegwagons en de te Antwerpen door hen als roerend goed opgerichte tankinrichting, met al hetgeen daartoe behoort.

Afbeelding
Datum 27 mei 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 23 mei. De gezagvoerder van het stoomschip LUDGATE HILL, van Londen hier aangekomen, rapporteert in de nabijheid van het stoomschip VEENDAM te zijn gebleven tijdens het repareren van de machine. De loods, die het stoomschip WERRA binnenbracht, rapporteert het stoomschip LA FLANDRE gepraaid te hebben, van Antwerpen bestemd naar Philadelphia, dat de VEENDAM enige tijd op sleeptouw heeft gehad, doch het stoomschip losliet toen het onder eigen stoom de reis kon voortzetten. Hoe lang de VEENDAM op sleeptouw is geweest, wordt niet vermeld.

Afbeelding
Datum 31 mei 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 30 mei. Volgens telegram uit New York heeft de rederij van het stoomschip LA FLANDRE een eis ingesteld bij het tribunaal tegen de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij voor bergloon wegens het slepen gedurende twee dagen van het stoomschip VEENDAM.

Afbeelding
Datum 05 juni 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

New York, 27 mei. De gezagvoerder van het stoomschip VEENDAM, alhier de 21e mei van Rotterdam aangekomen, rapporteert, dat de 15e mei op 44º53’ N.B. en 45º47’ W.L. de grote as zich begaf. De 16e werd het schip op sleeptouw genomen door het stoomschip LA FLANDRE, van Antwerpen bestemd naar Philadelphia, die de VEENDAM twee dagen op sleeptouw had, tijdens welke reis de schade in zoverre werd hersteld, dat de reis zachter kon worden voortgezet.

Afbeelding
Datum 09 juni 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 8 juni. Volgens door ons uit New York ontvangen telegram wordt door het tribunaal aldaar voor bewezen diensten door het stoomschip LA FLANDRE aan het stoomschip VEENDAM de som van USD 3.500 toegekend. (opm: zie o.a. NRC 110691)

Afbeelding
Datum 11 juni 1891
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 10 juni. Het hulploon aan het stoomschip LA FLANDRE bedraagt niet USD 3.500, doch GBP 1.775.

Afbeelding
Datum 03 maart 1893
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Halifax, 27 februari. Het stoomschip LA FLANDRE van Antwerpen naar Philadelphia, liep hier binnen. Het stoomschip had een opeenvolging van zware stormen, waardoor een der boten werd stukgeslagen en nog meer schade veroorzaakt werd.

Afbeelding
Datum 02 januari 1894
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 1 januari. Het Engelse stoomschip CYPHRENEN, van Savannah met katoen naar Liverpool, en het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, van Antwerpen naar New York, zijn met elkaar in aanvaring geweest. Eerstgenoemde zonk binnen drie uur na de aanvaring, terwijl de LA FLANDRE zwaar beschadigd te St. John's (N.F.) binnenliep. De equipage van de CYPHRENEN werd gered door de LA FLANDRE.

Afbeelding
Datum 04 januari 1894
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

St. John’s, 30 december. Het Nederlandse schip LA FLANDRE, arriveerde hier met zware schade door een aanvaring met het stoomschip CYPHRENEN. Aan boord van de LA FLANDRE zijn 12 spanten gebroken, en bij het fokkewant is het van dek tot kiel doorsneden. Het zal onderzocht worden.

Afbeelding
Datum 20 januari 1894
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

St. John’s (N.F.), 5 januari. Op het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE werd vanwege de rederij van het stoomschip CYPHRENUS beslag gelegd, wegens het verlies van laatstgenoemd stoomschip door aanvaring met het stoomschip LA FLANDRE. Laatstgenoemde bevindt zich in het droogdok te Norfolk, om de schade te herstellen.

Afbeelding
Datum 04 juli 1894
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

St. John’s, N.F. De reparatiekosten van het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE bedragen ca. USD 120.000.

Afbeelding
Datum 19 oktober 1894
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 oktober. Volgens telegrafisch bericht van Lloyd´s is het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, op reis van Antwerpen naar New York, heden te Falmouth aangekomen wegens ziekte van de gezagvoerder.

Afbeelding
Datum 17 januari 1895
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Rotterdam, 15 januari. Het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE en het Engelse stoomschip LAUREL BRANCH zijn ter rede van Antwerpen met elkaar in aanvaring geweest. Eerstgenoemd schip heeft de boeg beschadigd en platen gebroken, laatstgenoemde platen en stutten gebroken.

Afbeelding
Datum 07 maart 1895
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 6 maart. Aan boord van het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, van New York hier aangekomen, is op 19 februari in de machinekamer lekkage ontstaan, die men met hout heeft dichtgemaakt. De pompen moeten voortdurend gaande blijven.

Afbeelding
Datum 26 maart 1895
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Londen, 23 maart. Het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, van Antwerpen naar New York bestemd, is, na 2 uren in de nabijheid van Dover aan de grond te hebben gezeten, aldaar in de haven gekomen.

Afbeelding
Datum 14 april 1895
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 13 april. Volgens telegram van Lloyd´s is het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, van Antwerpen naar New York, op 41ºNB en 67ºWL gepraaid met gebroken as, bijliggende om te repareren. De gezagvoerder verwacht 13 dezer de reis te kunnen voortzetten.

Afbeelding
Datum 19 april 1895
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 april. Volgens ontvangen telegram is het stoomschip LA FLANDRE, komende van Antwerpen, heden te New York aangekomen met gebroken as.

Afbeelding
Datum 07 januari 1897
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Antwerpen, 4 januari. Het Nederlandse tankstoomschip LA FLANDRE, van Batoum naar Antwerpen, is op de rivier de Schelde aan de grond gelopen, doch met assistentie vlot gebracht.

Afbeelding
Datum 12 januari 1897
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 9 januari. Het stoomschip LA FLANDRE, dat op de Schelde aan de grond zat, is door vier sleepboten afgesleept. De eis der sleepboten om GBP 600 sleeploon is voor GBP 400 afgemaakt.

Afbeelding
Datum 14 januari 1897
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Antwerpen, 9 januari. Het Nederlandse tankstoomschip LA FLANDRE werd door 4 sleepboten vlot gebracht. Het bedrag voor sleeploon werd in der minne geregeld voor GBP 400. De eis der sleepboten was eerst GBP 600.

Afbeelding
Datum 12 maart 1901
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 11 maart. Het stoomschip LA FLANDRE, van Antwerpen naar Philadelphia, werd volgens telegram van Lloyd’s de 7e dezer op 45º N.B. en 15º W.L. gepraaid met verlies van roer.

Afbeelding
Datum 12 maart 1901
Krant DS - Dagblad Scheepvaart

Queenstown, 11 maart. Het tankstoomschip LA FLANDRE, 28 februari vertrokken van Antwerpen naar Philadelphia, is heden alhier binnengesleept met verlies van roer, schade aan de achtersteven en verlies van twee schroefbladen door het Engelse stoomschip WEST POINT.

Afbeelding
Datum 15 maart 1901
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 13 maart. Volgens telegram uit Queenstown van de agent der Salvage Association is aan boord van het hier binnengesleepte stoomschip LA FLANDRE het roer geheel weg, benevens de roersteven en het schroefraam. Ook zijn twee schroefbladen verloren.

Afbeelding
Datum 20 maart 1901
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 19 maart. Volgens telegram van Lloyd’s is het stoomschip LA FLANDRE, dat met verlies van roer te Queenstown werd binnengesleept, met assistentie van een sleepboot naar Shields vertrokken.

Afbeelding
Datum 20 maart 1901
Krant DS - Dagblad Scheepvaart

Het stoomschip LA FLANDRE is gisteren vertrokken van Queenstown naar de Tyne voor herstel, gesleept door de sleepboten GUIANA en NUBIA.

Afbeelding
Datum 04 februari 1904
Krant DS - Dagblad Scheepvaart

Het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE in ballast komende van Gent is te Antwerpen in aanvaring geweest met de lichter TRANSPORTEUR. Deze is omhoog gezet om zinken te voorkomen.

Afbeelding
Datum 08 november 1907
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 7 november. Het Nederlandse tankstoomschip LA FLANDRE en het uitgaande Belgische stoomschip ESCAUT, van Antwerpen naar Bordeaux, zijn nabij Nieuwesluis met elkaar in aanvaring geweest. De ESCAUT werd later achter Rammekens gesleept en maakte water. De LA FLANDRE is opgestoomd naar Gent, hebbende averij aan de boeg.

Afbeelding
Datum 09 november 1907
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 8 november. Het Handelsblad van Antwerpen meldt omtrent de aanvaring op de Schelde van de stoomschepen ESCAUT en LA FLANDRE: de averij aan de ESCAUT is zeer groot, het is bijna hetzelfde geval en bijna dezelfde averij als aan het stoomschip ORIEL, die op 11 maart 1905 door een Duits viermastschip ter hoogte van de machinekamer werd aangevaren. Bij laag tij staat er 5 voet water. Daar komt nog bij, dat de beschottingen tussen de machinekamer en de luiken beginnen toe te geven en reeds lekken. Men vreest, dat door de drukking van het water de beschotten zullen bezwijken en gans het schip vol water zal lopen. Langszij het schip liggen verschillende sleepboten om hulp te bieden, waaronder de sleepboot THAMES, voorzien van alle mogelijke reddingsmaterialen. Men heeft de grootte van het gat onder de waterlijn nog niet kunnen onderzoeken. Hoop bestaat er nochtans om het gat te stoppen. Het is de reddingploeg van de firma Gerling onder de leiding van M. Laurent van Es, welke daarmee bezig is. Het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, welke gisteren in aanvaring was met de ESCAUT, heeft te Terneuzen orders bekomen om naar Antwerpen te varen in plaats van naar Gent.

Afbeelding
Datum 10 november 1907
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vlissingen, 9 november. Het bergingsvaartuig REDDER van de firma Gerling te Antwerpen is met een stoompomp aan boord gegaan van het stoomschip ESCAUT om het lens te pompen en het gat zo veel mogelijk dicht te maken, waarna de ESCAUT naar Antwerpen zal terugkeren. De beschotting heeft zich goed gehouden en de ligging van het schip is uitmuntend. De bergingswerken gaan goed vooruit en men hoopt het gat vandaag dicht te maken om het schip morgen vlot te brengen. Het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE zal volgens het Handelsblad van Antwerpen ten gevolge van de bekomen averij ongeveer 10800 vaten petroleum te Antwerpen lossen. De overige 6800 vaten zullen per lichter naar Gent worden vervoerd.

Afbeelding
Datum 23 januari 1909
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Londen, 23 januari. Volgens telegram uit New York is het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, van Gent naar Philadelphia, 20 januari op 46°N.B. en 38°W.L. gepraaid met schade en vroeg het assistentie.

Afbeelding
Datum 26 januari 1909
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 25 januari. Het Nederlandse tankstoomschip LA FLANDRE is met gebroken roersteven te Fayal binnengesleept. (opm: zie ook AH 230109)

Afbeelding
Datum 11 januari 1910
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Londen, 10 januari. Volgens telegram uit Philadelphia is het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE met het Engelse stoomschip KILSYTH aldaar in aanvaring geweest, waarbij eerstgenoemd stoomschip schade bekwam. Of de KILSYTH beschadigd werd is niet bekend.

Afbeelding
Datum 22 januari 1910
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Philadelphia, 10 januari. Het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, dat met het stoomschip KILSYTH in aanvaring is geweest, heeft schade aan verscheidene platen van het achterschip.

Afbeelding
Datum 07 april 1910
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Gent, 1 april. Het Nederlandse schip LA FLANDRE geladen met petroleum is te Wondelghem met een brug in aanvaring geweest en bekwam schade aan verscheidene platen. Het stoomschip vertrok van hier en zal na lossing van de lading naar Antwerpen vertrekken om te repareren.

Afbeelding
Datum 07 december 1911
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Antwerpen, 6 december. Tijdens de reis van Philadelphia naar hier, heeft het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE veel storm doorstaan. Meerdere dekinrlchtingen raakten defect en het stuurtoestel werd onbruikbaar. Ook bemerkte men, dat er water in de machinekamer was gedrongen, welk water bij de roersteven naar binnen drong. Voor behoud van het schip heeft de gezagvoerder een hoeveelheid olie uit de tanks overboord laten pompen.

Afbeelding
Datum 22 december 1914
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Rotterdam, 21 december. Het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, van Rotterdam naar New York, is wegens gebrek aan steenkool te St. Johns N.F. binnengelopen.

Afbeelding
Datum 05 januari 1915
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 5 januari. Men seint ons uit Londen, dat het Nederlandse stoomschip LA FLANDRE ter hoogte van Nantucket gekomen wegens gebroken stuurgerei naar New York moest terugkeren.

Afbeelding
Datum 14 mei 1915
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 11 mei. Het naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip LA FLANDRE is met schade door aanvaring met de loodsboot nabij Delaware Breakwater te Philadelphia uit zee teruggekeerd om te repareren. Verscheidene platen zijn beschadigd.

Afbeelding
Datum 28 mei 1915
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Philadelphia, 14 mei. Het naar Amsterdam bestemde Nederlandse stoomschip LA FLANDRE, na aanvaring alhier teruggekeerd, heeft de lading gelost en is onderzocht. Het stoomschip zal hier geheel repareren.

Afbeelding
Datum 31 mei 1915
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Londen, 28 mei. Het stoomschip LA FLANDRE is 26 dezer van Philadelphia naar Amsterdam vertrokken. De LA FLANDRE keerde 10 mei met aanvaring-schade te Philadelphia terug en repareerde aldaar.

Afbeelding
Datum 08 november 1915
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De brand aan boord van de LA FLANDRE. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren een onderzoek ingesteld betreffende de brand, die op 23 oktober jl. heeft plaats gehad in de tanks aan boord van het stoomschip LA FLANDRE van de American Petroleum Co., toen dit schip herstelling onderging in het gemeentedok alhier. De eerste machinist F.H. Meppelder verklaarde, dat de LA FLANDRE, die geheel voor petroleumvervoer is ingericht, zes tanks heeft, die op verschillende manieren gevuld kunnen worden. Het schoonmaken van de tanks geschiedt van het dek af. Zij worden dan volgespoten met water en daarna weer leeggepompt. Die schoonmaak had ook plaats vóór het schip in de eerste helft van oktober gedokt werd. De brand ontstond ongeveer tien dagen nadat de LA FLANDRE in het dok was gebracht. Tijdens het ontstaan van de brand bevond getuige zich niet aan boord. De brand ontstond in tank 3, die geheel droog was. Aangaande de oorzaak van de brand heeft getuige niets kunnen ontdekken. Alleen heeft hij geconstateerd, dat in de tank, die 600 ton inhoud heeft, enige platen verbogen waren en dat de verf geblakerd was. Bij het gasvrij maken van de tanks wordt geen stoom gebruikt. Vóór de LA FLANDRE gedokt werd heeft men er niet speciaal op gelet of alle resten olie uit het schip waren verwijderd. Later bleek dan ook, dat de leiding niet geheel olie-vrij was. De deskundige dr. A.J. Boks, scheikundige te Rotterdam, verklaarde, dat vóór het uitbreken van de brand tank 1 en 2 olie-vrij waren. De leidingen heeft getuige onderzocht. De tanks worden pas door getuige onderzocht, als zij gasvrij zijn, dan overtuigt hij er zich in de allereerste plaats van of er nog olie in de tanks is. Ook deze getuige weet voor het ontstaan van de brand geen oorzaak te vinden. Gas kan onmogelijk in de tanks geweest zijn.
Nadat nog gehoord waren de 4e machinist L.C. Dekker en de wachtsman J.H. Wiering, wees de inspecteur van de scheepvaart erop, dat het zeer wel mogelijk is, dat bij de reparatie, de tankleidingen van de LA FLANDRE beschadigd werden en dat daardoor olie toestromen kon. Aanbeveling zou het dus zijns inziens verdienen, indien er bij het repareren van olieschepen op gelet werd, dat niet alleen de tanks, doch ook de pijpleiding te voren olie- en gasvrij werden gemaakt. Het onderzoek werd hiermee gesloten.
Uitspraak volgt later.

Afbeelding
Datum 12 november 1915
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam deed uitspraak betreffende de brand op het stoomschip LA FLANDRE tijdens reparatie in het gemeentedok te Rotterdam op 23 oktober.
Hoewel de Raad de directe oorzaak van de brand, in de tank van het stoomschip LA FLANDRE ontstaan, niet met zekerheid kan vaststellen, neemt hij op grond van de afgelegde verklaringen als vaststaande aan, dat olie in de tank heeft gebrand en dat daardoor althans de brand groter omvang heeft aangenomen, zo deze al niet door het in aanraking komen van vonken met in de tank aanwezige oliedeeltjes is ontstaan.
Daar het gebleken is, dat olie in de leiding aanwezig was, is het zeer goed mogelijk, dat uit de leiding olie in de tank is gevloeid. Hieruit blijkt - en niet voor de eerste maal - het gevaar van het aanwezig zijn van olie in tanks of leidingen wanneer een schip, als de LA FLANDRE, reparatie ondergaat. Het is dan ook, naar de mening van de Raad, noodzakelijk, dat voorschriften worden gegeven, bepalende, dat geen tankschip ter reparatie wordt toegelaten, alvorens gebleken is, dat zulk schip - zowel wat de tanks als de leidingen betreft - volkomen gas- en olievrij is.

Afbeelding
Datum 23 februari 1916
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

LA FLANDRE op een mijn gelopen.
Het stoomschip OUSEL (zie ook elders in dit blad onder Oorlog) heeft maandagavond om 18.05 uur, toen het de reis van het Kentish Knock vuur naar Rotterdam voortzette, gezien, dat het tankstoomschip LA FLANDRE plotseling, fel brandende, snel in de diepte verdween. LA FLANDRE, naar wij vernemen, reeds naar het buitenland( Amerika) verkocht, was niet verzekerd; de lading wel. De boten van de A.P.C. lopen alle voor eigen risico.

Afbeelding
Datum 24 februari 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

Een ernstige scheepsramp, 28 mensen verdronken. Een ramp, ernstiger dan nog in deze rampvolle tijd ook ter zee zich heeft afgespeeld, trof thans de Rotterdamse vloot.
De LA FLANDRE, een schip van de American Petroleum Company alhier, 2.047 bruto en 1.278 netto ton groot, gebouwd in 1888, doch nog kortelings zee ingaande gerepareerd, is maandagmiddag, bij het noodlottige Galloper vuurschip op een mijn gelopen en de gehele bemanning van 30 mensen, op 2 na, is omgekomen. Twee man zijn gered en hier aangebracht door het Engelse stoomschip OUSEL, van Manchester naar Rotterdam varende. We geven hier het verhaal van de geredde opvarenden:
Wij hebben Wolkers en De Heyer gesproken en van Wolkers, een vierkante en rap vertellende en opgewekte man, het verhaal van de ramp gehoord.
Maandagmiddag om halftwee waren we van de Duins vertrokken, zo vertelde hij. Ik had de wacht van 4 tot 8 en zou om halfzes door de vierde machinist worden afgelost om te gaan eten. Ik kwam om vijf minuten voor zes in de dienstgang, toen ik een vreselijke ontploffing op het achterschip hoorde. Dadelijk begreep ik het: Op een mijn gelopen. Ik was vlak bij mijn hut en snelde die binnen om een lijfboei te halen en vloog daarmee naar het dek om te helpen bij het vieren van de boten. Maar dadelijk aan dek zag ik dat er geen kans zou wezen om een boot buiten te krijgen, want we zonken snel. Ik keek rond en zag 4 meter van het schip een stuk hout, volgde mijn ingeving en sprong overboord om het te pakken. Dat gelukte. Het was een groot stuk, van voldoende drijfkracht, in het midden was er een lijn aan vast met een lijfboei. De boei had ik niet nodig. die richtte ik los en smeet haar naar kameraden, die ik op korte afstand hoorde schreeuwen. Ik ontdekte toen ook een zessport ladder en daar zwom ik met mijn hout naar toe, bond het hout aan de ladder en er tussen in hangend, mijn ene arm om het hout, de andere om de ladder, was ik veilig voor wegzinken.
In de verte, het was naar ik later hoorde 3/4 mijl, zag ik het Galloper vuurschip en ik bedacht, dat mijn enige redding zou wezen om daarheen te zwemmen. Dit beproefde ik ook, maar de stroom zette mij zo hard om de zuid, dat er geen denken aan was, bij de Galloper te komen. Toen deed ik wat ook het beste was, ik bleef op de plaats van de ramp, hopende dat een schip de ontploffing zou hebben gehoord en hierheen varen en een boot uitzetten zou. Zo is het dan ook gegaan. Een boot van de OUSEL heeft mij gevonden. Twintig minuten later ontdekten we De Heyer. Ik ben precies een uur te water geweest, maar ik geloof niet, dat ik er schadelijke gevolgen van heb ondervonden. Hier „De Heyer" is ook weer helemaal in orde. Zo leek het inderdaad. Doch deze tweede geredde, een klein magere matroos had niet de welbespraaktheid van zijn makker. Hij had trouwens weinig te vertellen: Was overboord geraakt, had een stuk hout gepakt en herinnert zich verder niet veel meer.
De bemanning van LA FLANDRE bestond, als gezegd uit 30 man, de kapitein was een Amsterdammer, Van der Laan, tijdelijk gezagvoerder. De eigenlijke gezagvoerder, die wij ook ontmoet hebben, was wegens een oogziekte twee reizen achtergebleven en had juist order gekregen om hier het bevel over LA FLANDRE weer op zich te nemen. Zijn gelukkig gesternte heeft hem gered. De achtentwintig ongelukkigen die het slachtoffer van deze ramp waren, zijn op twee Belgen na, Hollanders, de matrozen bijna allen Scheveningers, de stokers Amsterdammers.
Rotterdammers waren de eerste stuurman De Jong, de eerste machinist Meppelder en de vierde machinist Schippers. Er is weinig of geen hoop dat één van deze 28 nog is opgepikt door een boot van een ander schip. Het was zeer donker en er ging een hoge zee. De wind was ijskoud. Het schip had een boekwaarde van ruim NLG 200.000 en was niet verzekerd. De lading was voor NLG 300.000 geassureerd op de Londense beurs.
(opm: dit artikel verkort weergegeven)

Afbeelding
Datum 25 februari 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

LA FLANDRE getorpedeerd?
Men wijst ons uit nautische kringen, naar aanleiding van ons uitvoerig verslag betreffende de ramp van LA FLANDRE op een 'onwaarschijnlijkheid' dat dit schip inderdaad op een mijn is gelopen. Dat de ontploffing op het achter schip heeft plaats gehad, gelijk Wolkers en De Heyer beiden constateerden doet de mijn-mogelijkheid sterk verminderen. Bovendien spreekt de bemanning van de OUSEL van een Duitse duikboot die dit Engelse schip achtervolgde. Het is in de volle schemer zeer mogelijk dat LA FLANDRE en OUSEL door de Duitse duikbootbevelhebber werden verward.
Men zal deze mogelijkheid in het oog dienen te houden.
Omtrent de schade die.de American Petroleum Company lijdt door het vergaan van LA FLANDRE vernemen wij nog nader, dat het schip naar New York verkocht was voor NLG 600.000, waarbij de faciliteit was bedongen, dat de levering eerst behoefde te geschieden, wanneer het groter schip dat de Company in bestelling heeft gegeven, was afgeleverd. De lading petroleum was ook niet verzekerd, daar de assurantiepenningen op een dergelijke lading en de vracht zo hoog lopen, dat dit een zeer nadelige invloed zou hebben op de prijzen van het product dat de directie door haar tactiek, waarbij groot risico gelopen werd, 40 à 50 shilling beneden de prijs kon houden, die elders wordt gevraagd, zeer ten bate van de kleine burgers, waaronder het grootst aantal verbruikers van petroleum zijn.

Afbeelding
Datum 18 maart 1916
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. - Ramp LA FLANDRE.
De Raad voor de Scheepvaart stelde een onderzoek in betreffende het op een mijn lopen nabij het Galloper-vuurschip van het stoomschip LA FLANDRE, ten gevolge waarvan het schip zonk. Van de bemanning kwamen 29 leden om; slechts 2 werden gered. Deze twee werden met het Engelse stoomschip OUSEL aan de Hoek van Holland binnengebracht.
LA FLANDRE was een tankboot van de American Petroleum Mij. te Rotterdam, in 1888 gebouwd en groot 2.018 ton. Op 2 februari jl. was het van New York naar Rotterdam vertrokken. De 2e machinist H. Wolkers verklaart, dat men in de nabijheid van Galloper vuurschip was gekomen. Hij was aan dek. Het was donker, maar goed weer. Getuige was juist uit de messroom gekomen; hij had te 6 uur dienst. Plotseling hoorde hij een ontploffing; ging van stuurboord naar bakboord, naar zijn hut, greep een zwemgordel en toen naar dek om te helpen de sloepen (er waren er twee) overboord te zetten. Hij zelf sprong in zee. Op 4 meter afstand zag hij een stuk hout, greep dat en vond daar een stuk touw van plm. 1½ aan. In 10 à 12 seconden tijd ging het schip onder. Al zwemmende zag hij een ladder drijven, greep die en bleef tussen touw en ladder in zweven, terwijl hij zijn zwemvest naar de andere schipbreukelingen toewierp. Na een uur zwemmen werd hij opgepikt door de OUSEL. Tot tweemaal werd rond de plaats van het onheil rondgevaren, maar niets meer gezien. Het schip was aan bakboord achter getroffen. Getuige verklaart nog, dat het schip ruimschoots van reddingsmiddelen voorzien was: doch het zonk verbazend snel. Nog werden gehoord de matroos D. den Heyer en de heer Gust. Klaudee. De Raad zal later uitspraak doen.

Afbeelding
Datum 27 maart 1916
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraken.
De uitspraak betreffende het vergaan van het stoomschip LA FLANDRE is aldus: De Raad is van oordeel, dat de LA FLANDRE op een mijn is gestoten en dientengevolge is vergaan.
Deze ramp geeft de Raad aanleiding nogmaals op te merken, dat gedurende de tegenwoordige omstandigheden tijdens de vaart over de Noordzee de reddingboten buiten boord behoren te zijn gedraaid. Ook is het een vereiste, dat er ruimschoots zwemvesten op verschillende plaatsen van het schip aanwezig zijn, niet alleen bij het sloependek, maar ook in het logies van de bemanning, gelijk de Raad reeds aangaf in zijn uitspraak over de ramp overkomen aan het stoomschip APOLLO. Weliswaar is opgemerkt, dat de bemanning menigmaal geen prijs schijnt te stellen op de zwemvesten en deze vernielt, maar daargelaten of dit in de huidige tijdsomstandigheden nog het geval is, kunnen die zwemvesten weer uit het logies verwijderd worden, nadat men de gevaarlijke zone voorbij is.

Afbeelding
Datum 28 maart 1916
Krant RN - Rotterdamsch Nieuwsblad

De moeilijkheden van de zeevaart.
De gecombineerde vergadering van de Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij en de Bond van Machinisten ter Koopvaardij heeft zaterdagavond met algemene stemmen (266) besloten, dat door de gemonsterden bij die rederijen zal gevaren worden, die reeds hebben gedaan en nog zullen doen de toezeggingen voor de verzorging van de eventueel na te laten betrekkingen op tenminste dezelfde voet als zulks is geschied bij de Maatschappij Zeeland en dat, wat de niet gemonsterden betreft, zulks bij die vorenbedoelde rederijen eerst zal plaats hebben, indien de Regering de in het uitzicht gestelde veiligheidsmaatregelen inderdaad heeft genomen.
Van dit besluit is aan de Scheepvaartvereeniging en de daarbij niet aangesloten rederijen telegrafisch kennis gegeven.
In verband met de actie van de gezagvoerders en officieren ter koopvaardij, deelt men ons het volgende mee:
Enig verlangen naar een hogere uitkering aan nabestaanden, dan door de Oorlogs-zeeongevallenwet gewaarborgd, werd nooit – schriftelijk noch mondeling - aan de reders kenbaar gemaakt. Eerst jl. vrijdag bleek in een conferentie tussen de Minister van L.N. en H. en enkele leden van de Commissie van Toezicht van de Vereeniging Zeerisico, dat de organisaties van de gezagvoerders en scheepsofficieren zich tot de Minister hadden gewend, met verzoek een wijziging van de Oorlogszeeongevallenwet te bevorderen.
Aangezien zulks om verschillende redenen niet wel mogelijk was, zegde de Minister aan de organisaties zijn medewerking toe, teneinde met de rederijen tot overeenstemming te geraken omtrent een vrijwillige verhoging van de uitkeringen aan nabestaanden.
Medewerking van de zijde van de rederijen, voor zover nodig, werd onmiddellijk op bovengenoemde conferentie in uitzicht gesteld, mits niet verkregen onder de bedreiging van niet te zullen varen van de zijde van de officieren, met name op enkele stoomschepen, wier route volstrekt geen meerdere gevaren bood, dan gedurende de laatste zes maanden het geval was geweest. Op de conferentie van jl. zaterdag, waarmee de voorzitter van de Scheepvaartvereeniging tegenwoordig was, bleek de Minister, in tegenstelling met de bewering van de organisaties, dat wel degelijk een bepaalde eis werd gesteld zonder dat tevoren enig overleg met de reders had plaats gehad en zonder dat de organisaties het resultaat van de stappen van de Minister hadden afgewacht. Onder die omstandigheden verklaarde de Minister, namens de Regering, dat indien onder de huidige omstandigheden een looneis werd gesteld, onder bedreiging van bij niet onmiddellijke inwilliging niet te zullen varen, de Regering zich geheel zou stellen aan de zijde van de rederijen.
Het besluit van de organisaties, zaterdagavond genomen, laat omtrent de werkelijke bedoelingen van de organisaties geen twijfel. Na gepleegd overleg met de Regering zal de Scheepvaartvereeniging haar houding, met betrekking tot de bij haar aangesloten rederijen, bepalen.
De kwestie van de meerdere of mindere veiligheid van het vaarwater naar Het Kanaal staat overigens geheel buiten verband met het bovenstaande en is een zaak, waar omtrent de Regering, zoals bekend, bepaalde toezeggingen heeft gedaan.
In verband met bovenstaande mededeling verzoekt het bestuur van de Vereeniging van Gezagvoerders en Stuurlieden en van de Bond van Machinisten ter Koopvaardij ons het volgende te melden:
Woensdag was door de Minister beloofd dat maatregelen zouden genomen worden voor de veiligheid van de zeevaart en donderdagavond besloot de gecombineerde vergadering van bovengenoemde organisaties dat niet zou worden gevaren, alvorens de toegezegde maatregelen zouden zijn uitgevoerd. Van dit besluit werd terstond na afloop van de vergadering kennis gegeven aan de directies van de Holland Amerika Lijn, van de Rotterdamsche Lloyd, het bestuur van de Scheepvaartvereeniging, de firma’s Lensen te Terneuzen en Jos. De Poorter.
Betreffende de verzorging van de nabestaanden wensen de organisaties dat uitkering zal worden gedaan aan de weduwe van een kapitein van NLG 1.200, 1e stuurman en 1e machinist NLG 1.000, 2e stuurman en 2e machinist NLG 800, 3e stuurman en 3e machinist NLG 600 benevens een maximum toeslag voor kinderen van NLG 350. Vaststelling van deze bedragen wordt nodig geacht, omdat meermalen de rederijen ook voor gezagvoerders en officieren niet verder willen gaan dan waartoe de wet verplicht. Zo werd aan de nabestaanden van de kapitein van de LA FLANDRE diens traktement uitbetaald tot op de dag dat het schip zonk.

Afbeelding