|
Warfhuizen 22 april. Volgens brief van kapt. J.P. Heijenga, voerende het kofschip EENDRAGT, van de 15de dezer uit Thisted (Denemarken), had hij in de Noordzee en in het Skagerrak vreselijk stormweer doorgestaan. Door een verschrikkelijke stortzee was het schip plat op zijde geslagen, zodat de kimmen in het ruim waren te zien, waardoor de steenkool was overgeslagen. Boot, verschansing, watervaten, stutten enz., hoe vast ook, waren weggeslagen. Het schip had zich overigens goed gehouden. Door het stortluik in het ruim gekomen, had men zo veel mogelijk de lading weer overgeworpen. Overigens was alles wel. Het was ook daar nog winterkoud en de sneeuw lag nog op het land. Van de consul had men vernomen, dat het schip STAD NIJBORG, kapt. Schuur, die daar ook bestemming had, in de Noordzee was gezonken. Het volk werd gered.
|