|
Rechtszaken. Raad voor de Scheepvaart. Gisteren stelde de Raad een onderzoek in naar de stranding van het tjalkschip DRIE GEBROEDERS op 13 oktober nabij Paternoster-lichttoren in de Noordzee. De 19-jarige schipper W. Bol uit Delfzijl verklaarde, dat het schip 86 register bruto ton groot was, en vier man equipage voerde. Eerst was het schip van Rotterdam naar Gefle gevaren en van daar naar Hernösand, alwaar de reis naar Veghel (N.B.) aanvaardde. De weg naar Nederland had men over Denemarken genomen. In Denemarken kwam het vaartuig in aanvaring met een Deense stoomboot, waardoor het boven de waterlijn aan bakboord lek werd. Een onderzoek wees uit, dat de schade van geen belang was en geen herstelling behoefde. Op 6 oktober kwam het schip in de Noordzee. Aanvankelijk was het goed weer, doch op 9 oktober werd het stormachtig. Op 10 oktober bemerkte men, dat het schip lek was, wat geen gevolg van de aanvaring kon zijn geweest. De plek waar het schip lek was, kon men niet vinden. Door pompen kon men het schip gelijk houden. Het weer werd intussen al slechter en men dreef steeds meer af. Op 12 oktober werd het weer beter, maar 's middags stak de storm weer op. Op 13 oktober strandde het vaartuig bij Paternoster-lichttoren. De bemanning die zwemvesten aan had, klom in het want en werd met hulp van de wal gered, op een man na, die uit de mast viel en verdronk. Het schip is wrak geworden. De lading, uit hout bestaande, is geborgen. De uitspraak volgt later. (opm: DE DRIE GEBROEDERS, bouwjaar 1909 - 86 brt)
|