|
Harlingen, 21 maart. Heden zijn uitgezeild: het kofschip ANNA EN CATHARINA, kapt. Broer R. de Vries, het kofschip ALIDA CLASINA, kapt. Egbert L. Tiktak, het smakschip de GOEDE HOOP, kapt. Tibbe Smit, het smakschip de VROUW MARTHA, kapt. Dirk C. de Groot, het smakschip de VROUW LAMMEGINA, kapt. Otto P. Smith, het smakschip de VROUW GESINA, kapt. Thole P. Veen, het smakschip de WAAKZAAMHEID, kapt. Cort W. Stoet, het kofschip de GOEDE VERWAGTING, kapt. Jurjen T. Schuuring, alle met ballast naar Noorwegen; het smakschip de GOEDE HOOP, kapt. Berend J. de Jong, met ballast op avontuur naar de Oostzee, het kofschip de JONGE YPEUS, kapt. Harm de Weerd, het kofschip de VROUW ELISABETH, kapt. Frans B. Nipperus, beide met pannen naar de Oostzee, het tjalkschip METTA, kapt. Berend Martens Prins, met pannen, vloeren en muursteentjes naar Itzehoe, het tjalkschip de VROUW ZWAANTJE, kapt. Andries Joseph Kramer, met stukgoederen van Amsterdam naar Bremen, den 19 als bijlegger alhier binnen gelopen, na gedane reparatie het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. Berend J. Korfker, met gerst van Hamburg naar Schiedam, zullende de reis verder binnendoor voortzetten, en is alhier binnen gekomen het smakschip de JONGE MARTHA, kapt. Jan Foekes Zijlstra (opm: Jan Foekes Koster, zie ook LC 310318), ledig van Amsterdam.
|