|
Rotterdam, 9 december. De 7e dezer, des namiddags, arriveerde te Helvoetsluis FLORA, kapt. H. Luys, van Cuxhaven. De 7e dezer, des namiddags, arriveerden in de Maas DE BATAVIER, kapt. D. Dunlop, van Londen en AVONTUUR, kapt. B. Weymans, van Embden. De 8e dezer, des namiddags, arriveerden te Helvoetsluis DE HOOP, kapt. P.G. Lestuyver en JONKVROUW ELIZABETH, kapt. W.K. de Wijk, van Liverpool. De 8e dezer, des namiddags, zeilde uit de Maas DE BATAVIER, kapt. D. Dunlop, naar Londen. De 9e dezer, des morgens, zeilden van Maassluis URANIA, kapt. G. de Boer, LOUISA, kapt. C.C. Lindeboom, DE VIER GEBROEDERS, kapt. L.J. de Cleene, en CATHARINA, kapt. J.G. Juister, naar Duinkerken; PETRONELLA, kapt. J.H. Schuring, naar Newry; DE JONGE JOHANNIS, kapt. F.H. Elbring, naar Embden; MARIA, kapt. G. Wortelboer, naar Bordeaux. De evers MINERVA, kapt. F. Brandt, van Hamburg en CERES, kapt. H. Schuldt, van Itzehöe, beide naar Amsterdam, zijn, volgens rapport van een loods, te Ameland binnengelopen. Het schip WILHELMINA, kapt. W. Rozemulder, met verfhout, honing enz. van Bremen naar Amsterdam, is, volgens brief van Delfzijl van de 2e dezer, lek en met schade aan de zeilen en het touwwerk, aldaar binnengebracht; moest lossen, om te repareren. Het schip J.D. CAROLINE, kapt. D. Christensen, van Amsterdam naar Drammen, de 10e november op de hoogte van Lyngöer. Het schip AMPHITRITE, kapt. C. Beylegaard, van Amsterdam, is de 23e november in de buitenhaven Mardöe binnengelopen. Het schip DE JONGE GERBRAND, kapt. R.C. Jaski, van Amsterdam naar Suriname, in Torbay binnen, heeft de 2e dezer de reis voortgezet.
|