1820
OHC 111120
Terschelling, 6 november. Binnengekomen W.A. Boon van Tonningen.
1821
RC 150921
Vlissingen, 11 september, Ter rede gekomen de VROUW EJA, W.A. Boon van Havre de Grace.
1823
DC 120723
Vlissingen, den 22 dezer tot heden is voor Antwerpen bestemd op onze rede aangekomen de VROUW EJA, kapt. W.A. Boom (opm: tjalk, kapt. W.A. Boon), van Bungsiel met tarwe
MCO 240723
Vlissingen, 22 juli. Van Antwerpen de VROUW EJA, W.A. Boon naar Londen met boomschors.
1826
AC 271026
Texel, 25 oktober. Binnengekomen: VROUW EJA, kapt. L. Bouman, voor wijlen kapt. W.A. Boon en VROUW FENNEGINA, kapt. N.N., van Londen.
1828
AC 030528
Amsterdam, 2 mei. Binnengekomen DE VROUW JANTJE, kapt. J.E. Scherpbier, van Bandholm; DE VROUW EJA, kapt. L.A. Bouman, van Wismar.
AH 090728
Carga-lijsten: Amsterdam, 8 juli. DE VROUW EJA, kapt. L.H. Bouman, van Wismar met 29 last tarwe.
RC 020828
De 1e dezer, des morgens, zeilden uit de Maas DE JUFVROUW JEANNETTE, kapt. B.J. Groothuis, naar Riga; VROUW EJA, kapt. L.H. Bouwman, naar Lynn.
AH 100928
Carga-lijsten. Amsterdam, 8 september. DE VROUW EJA, kapt. L. Bouman, van Tonningen met 660 tonnetjes raapzaad.
1831
AH 280431
Lynn, 21 april. Uitgezeild de VROUW EJA, Van Dijk naar Rendsburg.
1832
PGC 031032
Aangaande het schip (opm: tjalk) VROUW EJA, kapitein J. van Dijk, van Wismar te Rouen gearriveerd, wordt van daar op 22 september gemeld, dat de kapitein, zijn vrouw, een kind en de stuurman aan de aldaar heersende en steeds toenemende cholera zijn overleden. Alleen de kok en drie kinderen van de kapitein waren nog in leven. (opm: zie GRC 181232)
AH 171132
Texel, 15 november. Binnengekomen: HINDU, kapt. J. Barrow, van New York; VROUW EJA, kapt. E. Zegers, van Rouaan, zijn beide na visitatie van de quarantaine ontslagen.
AH 281132
Cargalijst Amsterdam. VROUW EJA, E. Segers van Rouen met een lading pleisterstee.
GRC 181232
Advertentie. Op het onverwachtst werd ons hart heden getroffen door het subiet overlijden van mijn geliefde Huisvrouw. Zij stierf aan een aanval van beroerte, op de ouderdom van bijna 76 jaren, nadat ik circa 45 jaren met haar in een genoeglijke echtverbintenis heb mogen doorbrengen. Een ieder, die haar in hare werkzame en bijna al te ijverige betrekking gekend heeft, zal lichtelijk beseffen, welk een zorgdragende vrouw en moeder ik en mijn kinderen in haar te betreuren hebben, te meer daar wij nog maar zeer kort geleden de bedroevende
tijding ontvingen van het subiet overlijden van mijn kleinzoon, de schipper Jan van Dijk, benevens zijn vrouw en een kind en de stuurman, alle vier overleden in de tijd van 24 uren aan de cholera, in de haven van Rouaan, in hun schip, nalatende 3 onnozele kinderen. Hoe zeer onze aller harten hier onder ook lijden, wensen wij evenwel in Gode te zwijgen, in de hoop, dat zij naar zaliger gewesten mogen overgegaan zijn.
Groningen, den 15 december 1832.
J. Poortman, mede uit naam mijner kinderen, klein- en behuwd-kinderen.
NB. Het Schip van de overledene J. van Dijk ligt hier in de haven en zal eerstdaags te koop gepresenteerd worden. (opm: tjalk VROUW EJA – zie PGC 091032, GRC 220133 en 290333)
1833
PGC 230333
Advertentie. Mr. G.J. Keiser, openbaar notaris te Groningen, zal op dinsdag 6 april 1833 des avonds te 7 uren, ten huize van kastelein J.S. Bontekoe in de Unie aan de Groote Markt te koop presenteren een welbevaren tjalkschip de VROUWE EJA genaamd, groot ongeveer 41 ton, met zeil en treil, ankers, touwen en toebehoren, liggende thans in de Noorderhaven, bij de Kijk in ‘t Jatsboog te Groningen.
RC 160733
De 15e dezer, des morgens, zeilden van Maassluis LUMMINA, kapt. J.J. Mulder, naar Embden; ANNEGINA, kapt. A.J. Boiten, naar Bergen; DE VRIENDSCHAP, kapt. H.J. Kruyter (opm: H.J.Kreuter), naar …. .
RC 120933
De 9e dezer, des namiddags en de 10e, des morgens, arriveerden in de Maas HERMINA MARGARETHA, kapt. E.E. Pot, van Lübeck; DE VRIENDSCHAP, kapt. H.J. Kreuster, van Dantzig.
RC 240933
De 23e dezer, des morgens, zeilden van Maassluis, SOPHIA, kapt. C.G. Jessing, naar Drammen; ELIZABETH, kapt. T. Vos jr., naar …. en DE VRIENDSCHAP, kapt. H.J. Kruiter, naar Dantzig.
PGC 151133
Het schip FENNEGINA, kapt. G. Detmers, van Memel naar Amsterdam, is op 4 november te Dantzig binnengelopen. De schepen de HOOP, kapt. A.L. de Vries, van Dantzig naar Harlingen, en de VRIENDSCHAP, kapt. H.J. Kruiter, van Dantzig naar Hull, zijn te Dantzig uit zee teruggekomen, het eerste op 2 en de laatste op 4 november.
1834
AH 030134
Terschelling, 27 december. Gisteren is op het Oostend van Terschelling gestrand, het tjalkschip DE VRIENDSCHAP, schipper H.J. Krenter (opm: H.J.Kreuter), met bonken (opm: beenderen), van Dantzig naar Hull bestemd, het volk is geborgen, benevens de tuigage, doch het schip zal waarschijnlijk weg zijn.
>