|
Vlissingen, 8 mei. Van den 5 dezer tot heden zijn, voor Antwerpen bestemd, op onze rede aangekomen l’HERMINE, kapt. C. dit Banvais, van Havre-de-Grace, met huiden; Mary-Anne Packet, kapt. H. Ottes, van London, met ballast; de VROUW MARGARETHA, kapt. H.J. Veen, van Liverpool, met klipzout en tabak; de VROUW PAULINA (opm: VROUW PETINA), kapt. K.D. Mulder, van Hull, met stukgoederen. Voorts zijn, sedert den 5 dezer, van Antwerpen de Schelde afgekomen en naar zee gezeild: de ZEELUST, kapt. G.A. Wieringa, naar Duinkerken, met ballast; MARIA MARGARETHA, kapt. J. Jorgenson, naar Newcastle, met boomschors. Nog is van onze rede naar zee gezeild de JUFVROUW MEES, kapt. G.L. Doornbos, van Lissabon naar de Oostzee bestemd, met zout. Den 11 dito. Van den 9 dezer tot heden zijn van Antwerpen de Schelde afgekomen en naar zee gezeild de VROUW ANNA, kapt. K.A. Bos, naar Liverpool, met boomschors; HERSTELD HOLLAND, kapt. J. van Wijk, op avontuur, met ballast; le SANS REPOS, kapt. C. Pethers, naar Londen, met boomschors; the ALBION, kapt. G. Lee, naar Charlestown, met metselsteen; MARGARETHA BOAK, kapt. J. Johnson, naar Londen; HENDRIKA, kapt. T.T. Harding, naar Dartmouth, en de MARIA, kapt. J. Zierick (opm: driemaster, Gent, kapt. Jürgen Zirck), naar Liverpool, alle drie met boomschors; ELIZA, kapt. R. Read, naar Hull, met vlas; de WILLEM, kapt. H.W. Kiers, op avontuur; JOHANNA CHRISTINA, kapt. P.A. Wolter, en KAROLINA EN FREDERIK, kapt. C. Bodan, beide naar de Oostzee, en alle drie met ballast; de VROUW ELLINA, kapt. J.R. Berg, naar Londen, met boomschors; CONCORDIA, kapt. B.J. de Boer, naar Liverpool, met vlas; JOHAN GEORG, kapt. W. Kleininga, op avontuur, met ballast; CONSTANCE, kapt. C. Brandaris, naar Londen, met boomschors; MERCURIUS, kapt. R. Folkerts, naar Charlestown, met steenkolen. Voorts zijn, van den 9 dezer tot heden zijn, voor Antwerpen bestemd, op onze rede aangekomen de JONGE HEERE, kapt. W.B. Bakker, van Memel (opm: Klaipeda), en MARIA BARBARA, kapt. J.J. Koller, van Dantzig (opm: Gdansk), beide met timmerhout; de VALK (opm: VALCK), kapt. J. de Valck, van Grimsby, met ballast; DE GOEDE VERWACHTING, kapt. H. Drent, van Hull, met stukgoederen; de VROUW ACHINA, kapt. D. Rijkents, van Elbing (opm: Elblag), met weedasch en potasch.
|