|
Veendam, 22 maart. Volgens brief van kapt. Nagel, voerende het schip ALIDA, de 17e dezer van Fernambucq te Hull aangekomen, had hij de 23e februari op 46ºNB en 12ºWL storm uit het zuidwesten met hemelhoge zeeën doorgestaan. Men lensde voor de wind en ´s nachts tegen 12 uur woei het ondermarszeil weg en kwamen zware stortzeeën over. Voor dichtgereefde onderzeilen werd bijgedraaid, maar onder het het bijleggen sloeg in lij het grootste gedeelte der verschansing weg en ging de lading over, zodat de lijpomp het water, dat vrij belangrijk was, niet uit het schip kon houden. Gelukkig nam met het aanbreken van de dag de storm af en hield men weer voor de wind. De lading is vermoedelijk van onderen beschadigd. Tegen de middag kwam een schoener in zicht met de vlag halfstok, seinende, dat men het schip moest verlaten. Deze liet daarop de reddingboot te water en kwam de equipage, nagenoeg geheel ongekleed, aan boord van de ALIDA. De boot sloeg daarna langszijde van het schip aan stukken. De geredde schipbreukelingen, bestaande uit acht man, behoorden tot het schip OLUFF ROLL, van Bergen, geladen met guano en komende van Ichaboe bij Kaap de Goede Hoop. Het dek was ingeslagen, het ruim vol water en de pompen onklaar geraakt. De 2e maart werden de geredden op een sleepboot op de hoogte van Falmouth overgezet.
|