|
Amsterdam, 24 april. Een brief uit Norden van 22 dezer meldt, dat daar met assistentie is binnengebracht het schip FENNEGINA, kapt. Beerthuis, van Bremen naar Rotterdam. Voorts waren de schepen MARGARETHA, kapt. Prahm, van Cuxhaven naar Groningen, en WOBBEA, kapt. Prahm, op Norderney gestrand. Het schip EENDRAGT, kapt. De Wit, van Noorwegen naar Delfzijl, was bij het Schuitengat (opm: het Schuitenzand in de Eemsmonding) gezonken, terwijl op Rautsand (opm: mogelijk Krautsand op de Elbe) een tjalk was gestrand, bestemd voor Delfzijl.
|