Familiegegevens en opleiding
Beno Dijksterhuis werd geboren op 11 maart 1840 te Beerta als zoon van de schoolmeester Reinder Kornelis Dijksterhuis en Ida Berends Craker.
Beno trouwde te Oude Pekela op 08 juni 1864 als schipper met Lammechien Kuiper, geboren op 10 juli 1845 te Oude Pekela als dochter van scheepsbouwmeester Jan Willems Kuiper en Hillechien Melles Pott.
Volgens http://www.werelate.org/wiki/Person:Lammechien_Kuiper_%281%29 overleed Lammechien in 1932 te Antwerpen.
Collectie famlieadvertenties Centraal Bureau voor Genealogie.
“Heden overleed, tot diepe droefheid van mij en mijne kinderen, mijn geliefde Echtgenoot BENO DIJKSTERHUIS in den ouderdom van 55 jaren
Uit aller naam
Wede. B.DIJKSTERHUIS
geb.KUIPER
Antwerpen, 9 October 1895”
http://www.werelate.org/wiki/Person:Beno_Dijksterhuis_(1) vermeldt:
Scheepskapitein. Hotelhouder: Hollands Hotel Dijksterhuis te Antwerpen. Hier is nu het Diamant museum
De Burgerlijke Stand akten uit de provincie Groningen vermelden Beno Dijksterhuis als schipper in 1864, 1867.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
B.Dijksterhuis was effectief lid van het zeemanscollege “De Trouw” te Oude Pekela met vlagnummer 17 in de periode 1863 t/m 1871.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt B.Dijksterhuis als gezagvoerder gedurende:
* 1865 t/m 1868 van de 3-mastschoener “Reiziger”, gebouwd in 1864 te Pekela, 189 ton o.m., varend voor F.L.Drent te Pekela.
Beno Dijksterhuis wordt niet vermeld in de collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen.
Overige bijzonderheden
Een portret van de “Reiziger” is in bezit van de fam. Bots-Dröge te Nieuwkoop (januari 2008). Het portret draagt als onderschrift “Schooner Reiziger kapitein B.Dijksterhuis van O.PekelA 1864”. Aan de grote mast wappert vlag 17 van het college “De Trouw”. De moeder van mevr. Bots-Dröge is een nazaat van F.L.Drenth.
Een zwart-wit afbeelding van dit portret is afgebeeld in referentie 120
Afbeelding uit GENS NOSTRA jg 70, nr. 4: “Het stuurmans-leven van zeekapitein Luppo Gerlof Stel van 24 april tot 24 november 1879” door Jan Sjoert Moolhuizn.
Provinciale Groninger Courant 01 december 1866114
Elseneur, 23 november. Van de hier ter rede liggende noordwaarts bestemde schepen hebben 180 van hun reizen voortgezet, waaronder de schoenerkof W No. 74, (kapt. Kuperus, AALTJE BRONGERS); de koffen No. 4, uit Schiermonnikoog, No. 103, (kapt. Stutvoet, MARGARETHA), No. 17, (kapt. Bieze, ALIDA HENDR.), No. 125, (kapt. Wielema, MEIKE JACOBA), No. 2, (kapt. Teensma, AUKJEN); de schoener No. 17? (kapt. Dijksterhuis, REIZIGER).
Familiegegevens en opleiding
Willem werd geboren te Winschoten op 03 februari 1834 als zoon van de dagloner Jan Willems Alberda en Grietje Stoffers Glazenburg.
Willem trouwde te Finsterwolde op 31 oktober 1859 als stuurman ter koopvaardij met Eja Muller, geboren te Finsterwolde op 18 oktober 1835 als dochter van de visser Jakob Harms Muller en Sibrig Siemons Visscher. Eja overleed te Finsterwolde op 02 september 1881, 45 jaar.
Willem Alberda sloeg op 31 januari 1887 op 30o NB. over boord van zijn schip de “Reiziger” en verdronk.
Provinciale Groninger Courant 07 maart 1887114
Advertentie. Wij ontvingen de treurige tijding, dat onze geliefde vader Willem Jans Alberda, gezagvoerder van het schoenerschip REIZIGER de 30e januari j.l. bij een zware storm op de Atlantische Oceaan in de ouderdom van bijna 53 jaren zijn graf in de golven heeft gevonden.
Finsterwolde, 3 maart 1887, S. Alberda, uit aller naam.
De Burgerlijke Stand archieven in de provincie Groningen vermelden Willem Alberda als stuurman in 1859, 1862, als koopvaardijkapitein in 1881.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
W.Alberda was effectief lid van het zeemanscollege “De Trouw” te Oude Pekela met vlagnummer 65 in de periode 1870 t/m 1887.
Willem Alberda was effectief lid van het zeemanscollege “De Harmonie” te Wildervank met vlagnummer 151 in de periode 1875 t/m 1887.
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt W.J.Alberda als gezagvoerder gedurende:
* 1869 t/m 1887 van de 3-mastschoener “Reiziger”, gebouwd in 1864 te Pekela, 189 ton o.m., varend voor F.L.Drent te Pekela.
De collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaart Museum te Groningen vermelden:
05 maart 1853, kof “Argo”, kapitein Harm. H.Koster, 26 jaar uit Nieuwe Pekela. Voorts stuurman, kok, scheepsjongen en lichtmatroos Willem Alberda, 18 jaar uit Finsterwolde
28 januari 1854, schip “Udo Frederik, kapitein Anania W.Kiers, geen leeftijd vermeld, uit Oude Pekela. Voorts stuurman, kok, 2 matrozen waaronder Willem Alberda uit Winschoten, geen leeftijd vermeld, lichtmatroos en een kajuitwachter.
02 februari 1855, schip “Gesina Johanna”, kapitein Harm W.Lukens, geen leeftijd vermeld uit Oude Pekela. Voorts stuurman, 2 matrozen waaronder Willem Alberda, geen leeftijd vermeld uit Finsterwolde, lichtmatroos en een kajuitwachter.
05 februari 1856, schip “Frouwina”, kapitein Derk Duit, geen leeftijd vermeld uit Oude Pekela. Voorts stuurman Willem Alberda, geen leeftijd vermeld uit Finsterwolde, matroos, lichtmatroos en een kajuitwachter.
06 maart 1862, galjoot “Heikia” (wellicht “Ackia”), kapitein Casper J.Dijk, 64 jaar uit Oude Pekela. Voorts stuurman W.J.Alberda, 28 jaar uit Finsterwolde, kok, matroos en een lichtmatroos.
23 juni 1871, schoenerbrik “Reiziger”, kapitein Willem Alberda, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts stuurman, kok en 3 matrozen.
25 februari 1875, schoener “Reiziger, kapitein Willem Jans Alberda, geen leeftijd vermeld uit Finsterwolde. Voorts stuurman, kok, matroos en een lichtmatroos.
12 augustus 1875, schoener “Reiziger”, kapitein Willem Jans Alberda, 41 jaar uit Finsterwolde. Voorts stuurman, kok, 2 matrozen en een lichtmatroos.
24 april 1879, schoener “Reiziger”, kapitein Willem Jan Alberda, 45 jaar uit Finsterwolde. Voorts stuurman kok, 2 matrozen en een lichtmatroos.
27 april 1880, schoener “Reiziger”, kapitein Willem Alberda, geen leeftijd vermeld uit Finsterwolde. Voorts stuurman kok, 2 matrozen, 2 lichtmatrozen.
06 november 1884, schoener “Reizigerr”, kapitein Willem Alberda, 50 jaar uit Finsterwolde. Voorts stuurman, kok, 2 matrozen en 2 lichtmatrozen.
10 december 1884, schoener “Reiziger”, kapitein Willem Alberda, geen leeftijd vermeld uit Finsterwolde. De kapitein als enige op de monsterrol.
28 maart 1887, kapitein Willem Alberda, geen leeftijd vermeld uit Finsterwolde. De kapitein als enige op de monsterrol.
In de 13 monsterrollen op het overzicht van het Noordelijk Scheepvaart Museum te Groningen wordt Willem Alberda ook vermeld als W.J., Willem Jans en Willem Jan.
Het overzicht luidt:
1853 lichtmatroos op de kof “Argo” onder kapitein H.Koster 18 jaar
1854 matroos op de “Udo Frederik” onder kapitein Anania Kiers geen leeftijd
1855 matroos op de “Gesina Johanna” onder kapitein Harm W.Lukens geen leeftijd
1856 stuurman op “Frouwina”,onder kapitein Derk Duit geen leeftijd
1862 stuurman op de galjoot “Heikia”(“Ackia”?) onder kapitein Casper J.Dijk 28 jaar
1871-1887 kapitein van de schoenerbrik/schoener “Reiziger” 41-53 jaar
Overige bijzonderheden
Bericht van Rinze Mast per e-mail dd 25 november 2006:
“Kapitein Kuiper is een uiterst taaie rakker. Ik kreeg vanmiddag van Bram Westers een extract uit het typoscript van kapitein Gerrit Knijpinga, die ooit zijn oom Berend Kruize in 1944 interviewde. Kruize had als matroos gevaren op de 3-m schoener REIZIGER van F.L. Drenth te Oude Pekela, kapitein W.J. Alberda (vanaf 1869!). Volgens Kruize sloeg kapitein Alberda op 31 januari 1887 's morgens om 06.30 op 30 graden N.breedte tijdens vliegend stormweer door een zware stortzee met een deel van de kajuit, de - kap, de koekkoek en de helft van het stuurrad over de muur. Met zag hem nog even drijven met zijn Zuidwester op, maar kon zelf niets verrichten.
Volgens het Register van Aanmonstering Oude Pekela monsterde Jan Derk Kuiper op 21 maart 1887, rolnummer 10/1887, als kapitein voor de REIZIGER, van Liverpool naar zee op avontuur.
Volgens Knijpinga's aantekeningen liep de REIZIGER in 1889 op een reis van Demerara naar Nederland, na verlies van zeilen en een gebroken roer, Falmouth als noodhaven aan.
Tussen 1869 en 1887 voer de 3-mastschoener “Reiziger” onder gezag van kapitein W.J.Alberda. “In augustus 1884 vaart zij met een lading stro van Delfzijl naar Pernaat bij Cardiff, alwaar na lossing, briketkolen worden ingenomen voor Rio Grande (Brazilië). Het schip vindt tussen februari 1885 en november 1886 in de Braziliaanse kustvaart emplooi, doch krijgt dan een retourlading naar Europa. Op 31 januari 1887 slaat tijdens vliegend stormweer op de Atlantic kapitein W.J.Alberda overboord en verdrinkt. Stuurman G.Hoberg neemt daarna het commando op zich en weet, na een reis van 108 dagen, de gehavender REIZIGER veilig Queenstown en later Liverpool binnen te brengen. Het schip wordt aldaar in het Victoriadok gesleept.120
Uit: Jan Derk Kuiper. Het zeemansleven van een Pekelder kapitein
Rinze K.Mast, Jaarverslag 2008 van het Kapiteinshuis Pekela. Stichting Westers, pp.6-20.
Tussen 1869 en 1887 voer de 3-mastschoener “Reiziger” onder gezag van kapitein W.J.Alberda. “In augustus 1884 vaart zij met een lading stro van Delfzijl naar Pernaat bij Cardiff, alwaar na lossing, briketkolen worden ingenomen voor Rio Grande (Brazilië). Het schip vindt tussen februari 1885 en november 1886 in de Braziliaanse kustvaart emplooi, doch krijgt dan een retourlading naar Europa. Op 31 januari 1887 slaat tijdens vliegend stormweer op de Atlantic kapitein W.J.Alberda overboord en verdrinkt. Stuurman G.Hoberg neemt daarna het commando op zich en weet, na een reis van 108 dagen, de gehavender REIZIGER veilig Queenstown en later Liverpool binnen te brengen. Het schip wordt aldaar in het Victoriadok gesleept.
Provinciale Groninger Courant 27 april 1870114
Elseneur, 22 april. De schepen MARGARETHA, kapt. Boerhave, naar Stockholm, en REIZIGER, kapt. Alberda, naar Petersburg bestemd, beide van Messina komende, liggen ten noorden van hier wegens tegenwind geankerd.
Provinciale Groninger Courant 09 oktober 1874114
Veendam, 6 oktober. Volgens ontvangen bericht zijn de volgende schepen in St. Petersburg met hout bevracht op Edam of Purmerend, als: DIRK EN PIETER, kapt. Hinlopen, CATHARINA, kapt. De Vries, GODOLEVUS, kapt. Heeres, REIZIGER, kapt. Alberda, en PAULUS MEINTS, kapt. Plaatje.
Voor lijnzaad beding men als vracht NLG 18.
NRC 09 november 1874114
Veendam, 7 november. Volgens particulier bericht uit Kroonstad waren aldaar op 2 dezer wegens tegenwind nog liggende de vroeger als vertrokken gemelde schepen DIRK EN PIETER, kapt. D. Hinlopen, UNIE, kapt. Parrel, PAULUS MEINTZ, kapt. Plaatje, GODOLEVUS, kapt. Heeres, REIZIGER, kapt. Alberda, en WILLEM V.D. BEY, kapt. De Jong, benevens nog 5 andere schepen
Provinciale Groninger Courant 15 september 1879114
De luchtballon van madame Godard, gisteren door hevige wind en groot verlies van gas nabij Urk in de Zuiderzee te water geraakt, is door kapt. Alberda, schoener DE REIZIGER, van Amsterdam naar het Vlie op reis, opgehaald en daardoor zijn de reizigers uit doodsgevaar gered. Op de Vlie rede zijn de luchtpassagiers met hun ballon afgezet en gisteren namiddag te Harlingen door een der loodskotters aangebracht. Madame Godard heeft de arm gebroken bij het uitlaten van het anker, dus vóór het dalen van de ballon. De daling ging uitermate snel in haar werk, zodat beide luchtpassagiers, volgens uitdrukking van de compagnon de voyage van madame Godard, ,,kopje onder” gingen.
Te Harlingen gekomen, is de arm der patiënte wel onderzocht, maar de heldin wilde geen verdere behandeling toelaten uit vrees voor pijn. Trouwens aan het zetten van de arm was, wegens de gezwollen toestand, niet te denken. De reizigers zijn voornemens heden morgen per boot naar Amsterdam te retourneren. De ballon is op verscheidene plaatsen gescheurd.
NRC 23 april 1885114
Rio Grande, 21 maart. Gecharterd werden onder anderen de Nederlandse schepen TASMANIA, kapt. Schuth, tot Sh.20/- voor beenas naar Het Kanaal, HEBE, kapt. Boelens, en REIZIGER, kapt. Alberda, van Itajai met hout naar Rio tot respectievelijk 3.300 reis en 3.200 reis, voorts HENRIKA, kapt. Hazewinkel, van Porto Alegre (ten noorden van Rio Grande) met gezouten huiden naar het Kanaal tot Sh.37/6. Niet bevracht liggen thans 31 schepen in de haven.
NRC 27 november 1885114
Buenos Aires, 15 oktober. Het Nederlandse schip BARBARA HENDRIKA, kapt. Meijer, 152 ton, van Empedrado met quebrachohout voor 51 frank naar het Kanaal, en REIZIGER, kapt. Alberda, 167 ton, van Paysandu (river Uruguay) met vlees naar Brazilië voor 2½ realen.
NRC 02 maart 1887114
Rotterdam, 1 maart. Kapt. W.J. Alberda, gezagvoerder van het driemast schoenerschip REIZIGER, van Santa Cathalina te Queenstown aangekomen, is de 30e januari over boord gevallen en verdronken.
NRC 27 juni 1888114
Rotterdam, 26 juni. Het schip J.H. HENKES, kapt. Van Heuveln, vertrok volgens ontvangen telegram uit Londen van Maracaibo 28 april en het schip REIZIGER, kapt. Alberda, 26 mei van Montevideo, beide naar Het Kanaal.
EEN UITGEBREIDE LEVENSBESCHRIJVING STAAT IN EEN ARTIKEL
VAN RINZE K.MAST IN
“JAN DERKS KUIPER. HET ZEEMANSLEVEN VAN EEN PEKELDER KAPITEIN”
Jaarverslag 2008 Kapiteinshuis Pekela. Stichting Westers, p.6-20
HIERIN UITVOERIG VERSLAG VAN ZIJN KAPITEINSREIZEN
Familiegegevens en opleiding
Jan Derk Kuiper werd geboren op 20 september 1844 om 10.00 uur te Oude Pekela als zoon van de zeeman Aaldrik Jans Kuiper en Anna Margrietha Grevenstuk.
Jan trouwde op 19 december 1869 als zeeman met Meike Hazewinkel, geboren 14 juli 1847 te Oude Pekela als dochter van de leerlooiersknecht Sebo Alberts Hazewinkel en Stijntje/Stientje Oosterveld Buss. Meike overleed op 15 april 1935 te Oude Pekela, 87 jaar, weduwe Zij werd aldaar begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Wedderweg.
Jan was vrijgesteld van de Nationale Militie 1864 nr. 30 “uit hoofde van te zijn eenige wettege zoon”.
Jan Derk overleed op 20 juni 1917 te Oude Pekela en werd begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Wedderweg te Oude Pekela.
Portretten van Jan Derks en Meike Hazewinkel staan in voormeld artikel van Mast.
“Kapitein Geert Dubben, vanaf 1874 schipper op de schoenerkof ALIDA ELISABETH, houdt het zeemansleven voor gezien en gaat in 1882, wanneer zijn schip in het najaar strandt bij Arensberg en wrak slaat, definitief aan de wal. Hij wordt kastelein in het logement Harmonie, dat gelegen is op het adres Feiko Clockstraat 214 in Oude Pekela. Hij verkoopt het logement Harmonie in 1901 uit de hand aan kapitein Jan Derk Kuiper. In 1912 is een tweetal foto’s van dit etablissement gemaakt. Eén daarvan is opgenomen in het boekje Oude Pekela in oude ansichten, terwijl de ander zich in het fotoarchief van het Kapiteinshuis bevindt. In het kadaster worden als beroepen van Kuiper opgegeven: rustend scheepskapitein, kastelein en caféhouder. Hij verkoopt het logement, na het 14 jaren te hebben uitgebaat, in de loop van 1915 – wanneer zijn vrouw en hijzelf respectievelijk 67 en 70 jaar oud zijn – aan Ruurd Lubertus Vonk, tot dan melktapper van beroep. … Kapitein Jan Derk Kuiper heeft definitief gekozen voor het rentenierschap.”120
Burgerlijke Stand akten uit de provincie Groningen vermelden Jan Derks als zeeman in 1869. 1870, 1874, 1876, 1877, 1878, 1880, als logementhouder in 1907 en zonder beroep in 1917.
Lidmaatschap van zeemanscollege(s)
J.D.Kuiper was effectief lid van het zeemanscollege “Voororg” te Nieuwe Pekela met vlagnummer 70 in de periode 1901 t/m 1917.
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.D.Kuiper als gezagvoerder gedurende:
* 1892 t/m 1894 van de brik “Geziena & Thecla”, ex Abraham, ex Sirius, gebouwd in 1863 te Nieuwendam, 347 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Pekela. Het schip is in 1894 op Borkum gestrand en wrak geraakt;
Het schip werd in 1892 vernoemd naar de twee kleinkinderen van reder F.L.Drenth en wel Gesina Adeleida Nicolai Tecla Drenth en Thecla Catharina Helena Maria Drenth.
* 1895 t/m 1900 van de bark “Concordia” ex Margareth Knight, gebouwd in 1871 te Blyth, 346 ton o.m., varend voor F.L.Drenth te Pekela. Het schip werd in 1900 te Kalviken binnengesleept en afgekeurd.
De collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen vermeldt:
17 februari 1860, schip “Jan Fresemann”, kapitein Geert T. de Jonge, kajuitwachter Jan Derk Kuiper uit Oude Pekela.
25 februari 1870, brik “Martin Bensen”, kapitein Israel B. de Groot, stuurmn J.D.Kuiper uit Oude Pekela.
02 februari 1871, brik “Martin Bensen”, kapitein Israel B. de Groot, stuurman Jan Derk Kuiper, 26 jaar uit Oude Pekela.
23 september 1873, schoener “Tobia”, kapitein Hinderikus Bernardus Wortelboer, stuurman Jan Derks Kuiper, 28 jaar uit Oude Pekela.
02 februari 1876, schoenerbrik “Helena Anna”, kapitein Henderikus Hokkelman, stuurman Jan Derk Kuiper, 31 jaar uit Oude Pekela.
25 juni 1878, schoener “Unie”, kapitein Klaas Franken, stuurman Jan Derk Kuiper, 32 jaar uit Oude Pekela.
02 april 1881, schoener “Zele”, kapitein Okko Staal, stuurman Jan Derk Kuiper, 36 jaar uit Oude Pekela
21 maart 1887, schoener “Reiziger”, kapitein J.D.Kuiper uit Oude Pekela.
11 februari 1891, schoener “Reiziger”, kapitein Jan Kuiper uit Oude Pekela.
16 februari 1893, brik :Gesina en Tecla”, kapitein Jan Derks Kuiper uit Oude Pekela.
29 september 1894, brik “Gezina Tecla”, kapitein J.D.Kuiper, 50 jaar uit Oude Pekela.
06 augustus 1896, bark “Concordia”, kapitein Jan Kuiper, 51 jaar uit Oude Pekela.
26 maart 1900, bark “Concordia”, kapitein J.D.Kuiper, 55 jaar uit Oude Pekela.
11 april 1903, bark “Concordia”, kapitein Jan Kuiper uit Oude Pekela.
Overige bijzonderheden
In de permanente tentoonstelling van het Kapiteinshuis in Nieuwe Pekela hangt het olieverfportret van de “Concordia” in de periode 1895-1900 onder gezag van Jan Derks Aaldriks Kuiper en geschilderd door Reuben Chappell. Zwart-wit afbeelding in referentie 120.
“Geziena en Thecla”, kapt./eigenaar J.D.Kuipers
Mulder085 meldt:
“Dec.1894 De brik ‘Gesina en Thecla’ uit O.P. is bij Borkum vergaan.”
In de krant (Rotterdams Nieuwsblad [RN]en NRC) staan achtereenvolgens de volgende berichten:
RN 12 10 1900
De Nederlandse bark CONCORDIA (kapitein J.D.Kuiper) heeft gestoten en is op 9 oktober lek aangekomen te Kallviken gesleept door de loodsboot van Lulea.
NRC 14 10 1900
Lulea, 9 oktober. De Nederlandse bark CONCORDIA, kapt. Kuiper, is, na stranding te Bjuroklubb, door de stoomloodsboot LULEA vol water op de lading drijvende te Kallviken binnengesleept.
NRC 19 10 1900
Skelleftea, 12 oktober. De na stranding te Kalviken binnengebrachte Nederlandse bark CONCORDIA is door het stoomschip INDUSTRIE naar Ochviken gesleept om aldaar te repareren.
NRC 18 08 1901.
Delfzijl, 16 augustus. Het barkschip CONCORDIA is gisteren te Skelleftea in publieke veiling voor 6670 kronen verkocht.
Bron: Mast-Delfzijl per e-mail dd 09 juli 2006
Provinciale Groninger Courant 8 april 1896
Falmouth 2 april. De gezagvoerder van het schip CHIMEA van Jamaica hier aangekomen, rapporteert op 3 maart bij Florida te hebben aangetroffen het Nederlandse schip CONCORDIA, kapt. Kuiper, van Jamaica naar Goole bestemd. De kapitein van de CONCORDIA was ziek en de stuurman van de CHIMEA ging over naar de CONCORDIA om het schip te besturen. Na drie dagen was kapt. Kuiper echter in zoverre hersteld, dat hij het bevel weer over kon nemen en genoemde stuurman keerde weeer naar de CHIMEA terug.”
Provinciale Groninger Courant 15 november 1899
Veendam 13 november. Volgens alhier ontvangen bericht van kapt. J.D.Kuiper, voerende de Nederlandse bark CONCORDIA, van Hernösand naar Delfzijl, lag hij de 10de dezer in de Sond wegens tegenwind geankerd. Op den 24e oktober werd het schip op de hoogte van Gothland door een orkaan uit N.W. en N.N.W. overvallen, waardoor het schip in een zeer gevaarlijke positie kwam maar geen schade werd belopen. Aan boord der CONCORDIA is alles wel. De reis zal per eerste gunstige gelegenheid worden voortgezet.
Volgens het Register van Aanmonstering Oude Pekela monsterde Jan Derk Kuiper op 21 maart 1887 , rolnummer 10/1887, als kapitein voor de REIZIGER, van Liverpool naar zee op avontuur.
Volgens Knijpinga's aantekeningen liep de REIZIGER in 1889 op een reis van Demerara naar Nederland, na verlies van zeilen en een gebroken roer, Falmouth als noodhaven aan.
Bron: Mast-Delfzijl per e-mail dd 25 novembei 2006. Zie ook bij W.J.Alberda.
In de verzameling van het Kapiteinshuis in Nieuwe Pekela bevindt zich een een aantal Reder-cedulen en rederij-contrachten. Daarin de volgende:
“Reder-cedule
Voor 1/40ste aandeel in het barkschip “Concordia”, in 1872 gebouwd te Denemarken, thans liggende te Hamburg en bevaren door kapitein J.D.Kuipers.
Volgens meetbrief groot 364 registertonnen.
Afgegeven te Oude Pekela op 24.4 1895 aan B.G.Drenth voor 1/40ste deel kosten bouw en uitrusting à f 8000,- = f 200,-.
Ondertekend door F.L.Drenth, boekhouder, en J.J.van der Werf, assistent.
inv.nr.SW 1998-51.”
Navolgende scheepsverklaring verkregen van R.Mast, Delfzijl, november 2008
Rep.nr. 2 Scheepsverklaring van Kapitein J.D. Kuiper inzake de stranding van
de brik GESINA & THECLA op Borkum op 24 December 1894.
Heden den tweeden Januari 1800 vijf en negentig verscheen voor mij Mr. Egbertus Roelinus Borgesius, kantonrechter te Appingedam, arrondissement Groningen, Koninkrijk der Nederlanden, geadsisteerd door onzen griffier Mr. Joan Diderik Wichers in het gewoon locaal onzer terechtzittingen:
Jan Kuiper: 50 jaar gedomicilieerd te Oude Pekela, kapitein van het Nederlandsche brikschip Gesina Thecla, op reis van Methil naar Emden met eene lading steenkolen d.d. 24 December 1894 bij Borkum gestrand.
Welke comparant vergezeld van:
1e. Hendrik Uuldriks, 26 jaar, stuurman, gedomicilieerd te Blijham
2e. Wicher Visser, 23 jaar, kok, gedomicilieerd te Veendam
3e. Karel van Gemmingen, 38 jaar, matroos, gedomicilieerd te Veendam
4e. Thomas Schotema, 19 jaar, matroos, gedomicilieerd te O. Pekela
5e. Jan Hesseling, 22 jaar, matroos, gedomicilieerd te Oude Pekela
6e. Geert Pott, 18 jaar, ligtmatroos, gedomicilieerd te Oude Pekela
ons te kennen gaf, dat hij voor ons verscheen en onder vertooning van zijn scheepsjournaal overeenkomstig de desbetreffende bepalingen der wet een van hem als schipper gevorderd wordende verklaring af te leggen van de omstandigheden welke op gezegde reis hebben plaats gehad en daarop heeft verklaard als volgt:
Zondag 9 December arriveerde het schip te Methil, het was hecht, dicht en in goeden staat om koopmansgoederen over zee te voeren. Daar wij op torn moesten laden, bleven wij wachten tot Woensdag 19 December, pomp verder lens. Woensdag ’s morgens 8 uur kregen wij order om onder de spui te halen en begonnen met het overladen eener lading steenkool, om 4 uur waren wij beladen en haalden weg van onder de spui. Wij schalkten de luiken met kantkleeden en dubbele presennings en voorzagen …….en pompen van dubbele kragen en maakten het schip geheel zeilklaar, waarmee ’s avonds om 10 uur klaar waren. Pomp lens.
Donderdag 20 December ’s morgens om 8 uur kregen we een loods en sleepboot en sleepten buiten de pier toen de loods en sleepboot ons verlieten. Wij zetten koers op St. Abbi head, wind N.W., gladde koelte, heldere lucht. ’s Morgens om 10 uur passeerden wij Abey eiland en om 12 uur het vuur van St. Abbi head. Tegen den avond betrok de lucht en ging de wind naar N.N.O. Zwaar slingerend schip, hooge door elkaar loopende zee. Pomp lens
Vrijdag 21 December wind N.N.O. steeds toenemende, de lucht was buiig en het schip werkte en slingerde zwaar tengevolge der steeds hooger wordende zeeën. De wind sloeg om tot storm en werden wij genoodzaakt zeil te minderen. Wij bevonden dat het schip water maakte en pompten zoo goed mogelijk lens. Voortdurend kregen wij water over en waren wij soms bijna onder de zee bedolven. ’s Middags bevonden wij ons op 54° N.Br. en 1° 30’O.L. De wind ging ’s namiddags naar N.N.W. en nam nog steeds toe. De zee stond hoog, het schip werkte zwaar en nam veel water op en over dek. Wij moesten aanhoudend pompen.
Zaterdagmorgen ging de wind van N.N.W. over tot N.W. De storm ging over in een orkaan en nam nog steeds toe. De zee was wild. Om 2 uur liep een zware breker over het voorschip waardoor kluiverboom met zeilen en stagen wegsloeg en de vaste boeg werd ingeslagen. Wij moesten uit alle macht aanhoudend pompen, alles (aan flarden) dreigde te vergaan, de marszeilen vlogen aan flarden, steeds nam de storm toe, de pompen moesten aanhoudend gaan, alles wat aan dek stond sloeg overboord. De kapitein sloeg door een breker van achter het stuurrad over boord, doch werd gelukkig gered doordat hij met zijne beenen in de loodlijn verward raakte. Wij waren bijgedraaid over bakboord, het volk was afgemat door de vele vermoeienis, soms gelukte het de pomp slingerlens te krijgen. Door den vliegenden storm konden wij geen koers meer bepalen. Alles schudde en stootte, de lucht was wild, wij konden geen eten of drinken meer krijgen, moesten steeds maar pompen. De briksboom werd door een breker verbrijzeld, waardoor het brikzeil onbruikbaar werd. De barometer bleef steeds dalende. Gedurig lieten wij het lood vallen en peilden (12 tot 15 vadem) boven 20 tot 23 meter water. Wij bemerkten dat de kluiverboom nog voor de boeg hing en kapten deze zoo spoedig mogelijk tot behoud van schip en lading. Wij dreven voor top en takel wijl de zeilen of onbruikbaar of weggeslagen waren. Het scheepsvolk kon niets meer, afgemat als het was, steeds aangespoord door kapitein en stuurman. Hevig brak de zee steeds over het schip, wij trachtten andere zeilen aan te slaan, doch nutteloos, ze waaiden weg of scheurden aan stukken. Wij bleven voortdurend looden en peilden nog (13-15 vadem) circa 21-23 meter water en zand en slikgrond. Wij dreven zonder zeil.
Zondagmorgen 4 uur zagen wij het vuurschip van Borkum, dreeven zoo goed mogelijk; door verlies van kluiverboom, groote boom en zeilen, was het schip bijna niet te regeeren. Wij zetten de loodsvlag op en zetten de resterende zeilen zoo goed mogelijk bij. Tot behoud van schip en lading waren wij genoodzaakt naar binnen te zeilen, zetten koers op de Westereems, de loodsvlag steeds van top, doch zagen noch de Duitsche noch de Hollandsche kotter. Wij loodden gedurig van 8 tot 12 vadem, alzoo 15 tot 20 meter water, om 3 uur zagen wij de aanzeilingston van de Westereems, om 4 uur merkten wij dat de vloed ons naar binnen zette. De zee was hoog, het schip slingerde zwaar, wij moesten tot behoud van schip en lading zonder loods naar binnen. Om 04.30 uur zagen wij het inzeilingsvuur van Borkum, brachten het in de aangegeven peiling en stuurden naar binnen. Om 7 uur ’s avonds waren we genoodzaakt wegens scharrelende wind en tegenstroom te ankeren. Wij ankerden onder Borkum in 4 vadem water, circa 7 meter, en gaven noodsignalen. De kapitein vreesde het schip met laag water aan den grond zou komen. Om elf uur ’s avonds kwam de reddingsboot langszijde en ofschoon hulp zeer noodig, wenschten we eerst een loods aan boord. Tegelijkertijd stootte het schip op Borkum strand. De loods commanderende een ketting in te hieuwen en zoodoende van den grond vrij te zwaaien en andere zeilen aan te slaan, wijl het schip vreeselijk begon te stooten; niemand waagde zich meer naar boven. Wij pompten steeds, doch kregen geen lens meer.
Intusschen hadden wij pompen aan boord gekregen en trachtten een ander anker uit te brengen, doch ook dit mislukte. De zee brak zwaar over het schip heen, het volk wilde niet langer aan boord blijven, daar het te gevaarlijk was nog langer te wachten. De kapitein wilde het schip niet verlaten, doch toen de luiken reeds begonnen open te slaan en het schip vol water was, ging de kapitein, die reeds door het water moest waden, daartoe gedwongen door den loods, van boord.
’s Morgens om 6 uur landden wij met de reddingsboot op Borkum, waar wij liefderijk door den inwoners werden verpleegd. Tegen ’s middags laag water oordeelde de kapitein nog te redden wat te redden was. Het scheepsvolk was echter uitgeput en ziek van vermoeienis en niet in staat eenig werk te verrichten, zoodat de strandvonder aannam voor de berging te zorgen.
De kapitein en de equipage bovengenoemd hebben daarop de waarheid der daadzaken aangaande bovenstaande reis in deze verklaring vervat en in het journaal ingeschreven in handen van ons kantonrechter onder eede bevestigd, waarop wij ge… vertoond journaal sub exhibitum hebben gesteld.
Voorts verklaarde de kapitein om nog te protesteeren van alle kosten, schaden en interessen, welke het gevolg van deze reis zijn of zullen worden, teneinde dezelven te verhalen daar en aan wien het bekend.
Van welk een en ander is opgemaakt dit proces verbaal, hetwelk door ons kantonrechter met den griffier is geteekend.
(get.) J.D. Wichers (get.) E.R. Borgesius
griffier kantonrechter
Geregistreerd te Appingedam den vijfden Januari 1800 vijfennegentig. Deel 72 folio 13 verso vak 6. twee bladen geen renvooi: Ontvangen voor recht eenguldentwintig cent. De ontvanger (get.) swavink
Afgegeven copieën:
7 Jan 1895: afschrift aan den Heer Barends, scheepsmakelaar te Delfzijl
9 Jan 1895: afschrift aan den Heer Barends, scheepsmakelaar te Delfzijl
14 Jan 1895: afschrift afgegeven aan der Vorsitzender der Königlichen Seeamte zu Emden
(Bron: Groninger Archieven Toegangsnummer 149, inventarisnummer 420, Repertorium Nr. 2/1895)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aanmonsteringen Jan Derks Kuiper
|
|
|
|
Bijlage 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
jaar
|
datum
|
rolnr.
|
naam
|
leeftijd
|
domicilie
|
rang
|
gage / mnd
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., 2-m schoener JAN FRESEMANN, 84 lasten, bj 1856, van Harlingen op avontuur
|
|
|
Kleurenfoto van aquarel Jacob Spin, A'dam
|
|
Reder: B. Haitsma Viëtor, Winschoten
|
|
|
|
|
in bezit Kap.huis OP
|
|
1860
|
17-feb
|
3
|
Geert T. de Jonge
|
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Tonnis R. de Jonge
|
|
Oude Pekela
|
stuurman
|
32
|
oomzegger van de schipper; volgt later
|
|
|
|
|
Hinderikus Plaatje
|
|
Nieuwe Pekela
|
matroos
|
22
|
GTdJ op als schipper
|
|
|
|
|
Jacob Uitvlugt
|
|
Nieuwe Pekela
|
kok
|
26
|
|
|
|
|
|
Albertus J. Mulder
|
|
Winschoten
|
ligtmatroos
|
15
|
|
|
|
|
|
Jan Derk Kuiper
|
|
Oude Pekela
|
ligtmatroos
|
11
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., 2-m schoener MARTIN BENSON, 161 ton - 85 lasten, bj 1852, van Gent op avontuur
|
|
|
|
Reder: H.T. Kranenborg, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1870
|
25-feb
|
9
|
Israel B. de Groot
|
|
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Jan D. Kuiper
|
|
Oude Pekela
|
stuurman
|
36
|
|
|
|
|
|
Reint Sarker
|
|
Oude Pekela
|
matroos
|
27
|
|
|
|
|
|
Stoffer H. Leeuw
|
|
Stadskanaal
|
kok
|
16
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., 2-m schoener MARTIN BENSON, 161 ton - 85 lasten, bj 1852, van Papenburg op avontuur
|
|
In 1871 in zinkende toestand verlaten
|
|
Reder: H.T. Kranenborg, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1871
|
2-feb
|
4
|
Israel B. de Groot
|
|
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Jan D. Kuiper
|
26 jaar
|
Oude Pekela
|
1e stuurman
|
36
|
|
|
|
|
|
Egbert N. Mulder
|
47 jaar
|
Winschoten
|
matroos
|
28
|
|
|
|
|
|
Eltjo ten Kate
|
24 jaar
|
Finsterwolde
|
ligtmatroos
|
18
|
|
|
|
|
|
Berend L. Frey
|
17 jaar
|
Landsch.polder
|
ligtmatroos
|
18
|
|
|
|
|
|
Franz Sleutel
|
50 jaar
|
Meeden
|
kok
|
24
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., sch.brik FENNECHIENA, 194 ton, bj 1865, op avontuur
|
|
6 koppen
|
|
In 1873 gestrand in de Golf van Mexico
|
|
Reder: H.T. Kranenborg, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1871
|
12-dec
|
26
|
Israel Jans Peper
|
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Jan D. Kuiper
|
27 jaar
|
Oude Pekela
|
1e stuurman
|
38
|
|
|
|
|
|
Jan Sprik
|
27 jaar
|
Oude Pekela
|
2e stuurman
|
32
|
|
|
|
|
|
Willem Kuiper
|
21 jaar
|
Oude Pekela
|
matroos
|
28
|
|
|
|
|
|
Klaas Derks Besseling
|
21 jaar
|
Winschoten
|
kok
|
25
|
|
|
|
|
|
Tjalling de Weerd
|
20 jaar
|
Winschoten
|
l.matroos
|
18
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., 2-m schoener TOBINA, 150 ton, bj 1857, van Londen naar zee, op avontuur
|
|
|
|
|
Reder: P.P. Kolk, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1873
|
24-jan
|
50
|
Hinderikus Bernardus Wortelboer
|
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Jan Derk Kuiper
|
28 jaar
|
Oude Pekela
|
stuurman
|
34
|
|
|
|
|
|
Jan Draai
|
29 jaar
|
Oude Pekela
|
matroos
|
30
|
|
|
|
|
|
Klaas Derks Besseling
|
22 jaar
|
Winschoten
|
matroos
|
24
|
|
|
|
|
|
Albert E. Edens
|
24 jaar
|
Winschoten
|
matroos
|
24
|
|
|
|
|
|
Roelf Kolkman
|
24 jaar
|
Beerta
|
kok
|
90/jaar
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register Dz., 2-m schoener TOBINA, 150 ton, bj 1857, van Delfzijl naar de Oostzee
|
|
|
In 1876 bij Dungeness gestrand
|
|
Reder: P.P. Kolk, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1873
|
23-sep
|
133
|
Hinderikus Bernardus Wortelboer
|
27 jaar
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Jan Derks Kuiper
|
28 jaar
|
Oude Pekela
|
stuurman
|
40
|
|
|
|
|
|
Koert J. Weber
|
21 jaar
|
Stadskanaal
|
kok
|
18
|
|
|
|
|
|
Jan Draai
|
30 jaar
|
Oude Pekela
|
matroos
|
37
|
|
|
|
|
|
Klaas Derks Besseling
|
23 jaar
|
Winschoten
|
ligtmatroos
|
27
|
|
|
|
|
|
Otto Rijnbergen
|
34 jaar
|
Delfzijl
|
matroos
|
40
|
|
|
|
|
|
Samson Knudsen
|
28 jaar
|
Bergen
|
matroos
|
38
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register Dz., 3-m schoener UNIE, 234 ton, bj 1878.
|
|
|
|
|
Zwart/wit foto van een olieverf (62x92 cm)
|
|
Reder: J.J. Koerts & Zn., Pekela
|
|
|
|
|
|
van de UNIE in bezit Kap.huis
|
|
1878
|
25-jun
|
94
|
Klaas D. Franken
|
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
Zw/wit foto jul 1926 KDF+ega in Kap.huis
|
|
|
|
|
Jan Derks Kuiper
|
32 jaar
|
Oude Pekela
|
1e stuurman
|
44
|
Groene zeem.kist KDF in Kap.huis
|
|
|
|
|
Adam Hindrik Bracht
|
20 jaar
|
Oude Pekela
|
2e stuurman
|
36
|
|
|
|
|
|
Willem Main
|
22 jaar
|
Noordbroek
|
kok
|
34
|
|
|
|
|
|
Renje Boersma
|
25 jaar
|
Warffum
|
matroos
|
34
|
|
|
|
|
|
Berend Schoonbeek
|
21 jaar
|
Farmsum
|
matroos
|
32
|
|
|
|
|
|
Wieke de Boer
|
16 jaar
|
Oude Pekela
|
ligtmatroos
|
16
|
|
|
|
|
|
Harm Meijer
|
15 jaar
|
Oude Pekela
|
ligtmatroos
|
16
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., 2-m schoener ZÈLE, 176 NT, bj 1876, van Oude Pekela naar Hamburg in ballast, dan naar Porto Alegre
|
In 1886 te Fremantle geabandonneerd
|
|
Reder: F.L. Drenth, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1881
|
2-apr
|
6
|
Okko H. Staal
|
|
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Jan Derks Kuiper
|
36 jaar
|
Oude Pekela
|
stuurman
|
40
|
|
|
|
|
|
Meindert Alberts
|
25 jaar
|
Winschoten
|
kok
|
30
|
|
|
|
|
|
Engelko Eimers
|
42 jaar
|
Oude Pekela
|
matroos
|
27
|
|
|
|
|
|
Hendrik Salomons van der Veen
|
40 jaar
|
Wildervank
|
matroos
|
27
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., 3-m schoener REIZIGER, 176 ton, bj 1864, van Liverpool naar zee, op avontuur
|
|
|
|
|
Reder: F.L. Drenth, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1887
|
21-mrt
|
10
|
Jan Derks Kuiper
|
42 jaar
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
J. Schippers
|
35 jaar
|
Veendam
|
stuurman
|
40
|
|
|
|
|
|
Evert Borg
|
51 jaar
|
Veendam
|
kok
|
28
|
|
|
|
|
|
Berend de Jonge
|
25 jaar
|
Nieuwe Pekela
|
matroos
|
26
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., 3-m schoener REIZIGER, 167 RT, bj 1864, van Papenburg naar zee, op avontuur
|
|
|
|
|
Reder: F.L. Drenth, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1890
|
5-feb
|
1
|
Jan Derks Kuiper
|
45 jaar
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
45
|
|
|
|
|
|
Geert Orsel
|
40 jaar
|
Stadskanaal
|
stuurman
|
40
|
|
|
|
|
|
Jan Addens
|
24 jaar
|
Annerv.kanaal
|
kok
|
12
|
|
|
|
|
|
Carel Frederik van Gemmingen
|
30 jaar
|
Wildervank
|
matroos
|
26
|
|
|
|
|
|
Frederik Willem Harm Nieland
|
17 jaar
|
Oude Pekela
|
ligtmatroos
|
12
|
|
|
|
|
|
Arend Schipper
|
40 jaar
|
Stadskanaal
|
matroos
|
30
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., 3-m schoener REIZIGER, 167 RT, bj 1864, van Emden, op avontuur
|
|
|
Op 12 October 1891 in het Skagerrak
|
|
Reder: F.L. Drenth, Pekela
|
|
|
|
|
|
aangevaren door Engels stoomschip
|
|
1891
|
11-feb
|
1
|
Jan Derks Kuiper
|
46 jaar
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
Op 18 October in Tönsberg (N) binnen
|
|
|
|
|
Jacob K. Bergman
|
31 jaar
|
Nieuwe Pekela
|
stuurman
|
40
|
gebracht, en op 21 November als CTL afgekeurd.
|
|
|
|
|
Fokko Bruninck
|
17 jaar
|
Oude Pekela
|
kok
|
10
|
|
|
|
|
|
Carel Frederik van Gemmingen
|
31 jaar
|
Wildervank
|
matroos
|
28
|
|
|
|
|
|
Jan Gankema
|
22 jaar
|
Veendam
|
matroos
|
22
|
|
|
|
|
|
Klaas Klad
|
18 jaar
|
Stadskanaal
|
matroos
|
20
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register O.P., brik GEZIENA & THECLA, 347 RT, bj 1863, van Rochester, op avontuur
|
|
|
vertrekt 4 mrt 1893 naar Methil
|
|
K/E: J.D. Kuiper, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1893
|
16-feb
|
1
|
Jan Derks Kuiper
|
48 jaar
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Harm (Jacobs) Duit
|
49 jaar
|
Nieuwe Pekela
|
stuurman
|
45
|
overlijdt OP 16 feb 1894
|
|
|
|
|
Hendrik Uuldriks
|
24 jaar
|
Blijham
|
bootsman
|
32
|
|
|
|
|
|
Jan Smit
|
25 jaar
|
Nieuwe Pekela
|
matroos
|
30
|
|
|
|
|
|
Lubbertus de Bruin
|
39 jaar
|
Veendam
|
matroos
|
30
|
|
|
|
|
|
Hendrik Wegener
|
19 jaar
|
Oude Pekela
|
ligtmatroos
|
18
|
later Gezagvoerder ter Koopvaardij, overlijdt
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13 mrt 1917 a/b ss Neptunus te Montevideo
|
|
|
|
|
Henricus Luitjen Pott
|
20 jaar
|
Oude Pekela
|
dekjongen
|
4
|
|
|
|
|
|
Johannes Oldenburger
|
40 jaar
|
Oude Pekela
|
matroos
|
30
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Register Dz., brik GEZIENA & THECLA, 347 RT, bj 1863, van Delfzijl bestemd voor Kopenhagen
|
|
|
|
|
K/E: J.D. Kuiper, Pekela
|
|
|
|
|
|
|
|
1894
|
29-sep
|
100
|
Jan Derks Kuiper
|
50 jaar
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
|
|
|
|
|
Hindrik Uuldriks
|
25 jaar
|
Blijham
|
stuurman
|
40
|
|
|
|
|
|
Wicher Visser
|
23 jaar
|
Veendam
|
kok
|
25
|
|
|
|
|
|
Carel Frederik (van) Gemmingen
|
28 jaar
|
Veendam
|
matroos
|
30
|
|
|
|
|
|
Friedrich Wilhelm Pietsohmann
|
25 jaar
|
Emden
|
matroos
|
30
|
|
|
|
|
|
Thomas Schotema
|
19 jaar
|
Oude Pekela
|
matroos
|
30
|
|
|
|
|
|
Jan Hesseling
|
21 jaar
|
Oude Pekela
|
ligtmatroos
|
26
|
|
|
|
|
|
Geert Sterenberg
|
16 jaar
|
Oude Pekela
|
deksjongen
|
4
|
niet meer a/b bij stranding op 24 dec
|
|
|
|
|
Geert Pott
|
18 jaar
|
Oude Pekela
|
ligtmatroos
|
?
|
vervangt Geert Sterenberg volgens de
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
scheepsverklaring van 2/1/1895
|
|
Register Dz., bark CONCORDIA, 356 NM, bj 1871,
|
|
|
|
|
|
|
Reder: F.L. Drenth, Pekela
|
|
|
|
|
|
De CONCORDIA loopt op 11 October 1900
|
|
1900
|
26-mrt
|
28
|
Jan Derks Kuiper
|
55 jaar
|
Oude Pekela
|
kapitein
|
|
bij Bjuroklubb (S) op de stenen en wordt op
|
|
|
|
|
Hindrik Uuldriks
|
32 jaar
|
Blijham
|
stuurman
|
45
|
16 Aug 1901, liggend te Skelleftea, publiek
|
|
|
|
|
G. Aaldring
|
50 jaar
|
Defzijl
|
kok
|
36
|
verkocht.
|
|
|
|
|
H. Postema
|
31 jaar
|
Warffum
|
zeilmaker
|
34
|
|
|
|
|
|
F. Veltmann
|
18 jaar
|
Emden
|
ligtmatroos
|
18
|
|
|
|
|
|
H. Zoutman
|
17 jaar
|
Winschoten
|
deksjongen
|
6
|
|
|
|
|
|
A. Brakke
|
24 jaar
|
Defzijl
|
matroos
|
32
|
|
|
|
|
|
Tj. De Weerd
|
49 jaar
|
Winschoten
|
matroos
|
32
|
|
|
|
|
|
B. Blint
|
45 jaar
|
Winschoten
|
matroos
|
32
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Usance was dat men vaak "…één maand gagie op de hand…." kreeg uitbetaald bij aan monstering.
|
|
|
|
Bronnen: Registers van Aanmonstering: Gem. Oude Pekela en Gem. Delfzijl.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
RKM - 14 nov 2006
|
|
|
|
|
|
|
|
|