Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt H.Bowbijes (sic) als gezagvoerder gedurende:
- 1854 t/m 1857 van de 2/m sch. “Dolphijn”, geen bouwgegevens vermeld, varend als kapitein/eigenaar vanuit Vlissingen;
- 1857 t/m 1861 van de 2/m schoener “Alma”, ex Fragment, gebouwd in 1842 te Littlehampton, 87 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Vlissingen;
- 1862 t/m 1866 op hetzelfde schip, maar nu varend vanuit Zierikzee. In 1866 opgegeven als “vermist”.
Overige bijzonderheden
“Het schoenerschip Alma werd in 1842 gebouwd, echter evenmin op een Zierikzeese werf. Het had een grootte van 46 lasten of 87 ton en was bestemd voor kleinere transporten. Kapitein tevens reder van het schip was Henry Walker Bowbyes.
Bowbyes was geboren in het Engelse Deal in 1813 en gehuwd met Mary Fox, geboren in 1817 in Folkstone. In 1860 kwam het gezin - het echtpaar kreeg tien kinderen - vanuit Vlissingen naar Zierikzee waar Bowbyes’ jongere broer William Austin , kapitein was van de reddingskotter Willem van Houten.
Met zijn Alma voer kapitein Bowbyes regelmatig naar Engeland, in het bijzonder New Castle om steenkolen naar Zierikzee te brengen. Op 3 november 1865 vertrok de schoener opnieuw naar deze plaats in opdracht van H.A. van IJsselsteijn met graan aan boord. Kapitein Bowbyes had zijn oudste zoon, de 17 jarige James Joseph, aan boord als matroos. Verder waren er nog drie bemanningsleden. …
Was de heenreis voorspoedig verlopen, de terugreis ging allesbehalve vlot. Het schip kwam, met zijn lading steenkolen, in een zeer zware storm terecht en raakte uit koers. De Alma belandde op de buitengronden van Ameland.
Toen de Amelanders het schip in de vroege ochtend van de 12e januari 1866 ontdekten bleken de masten overboord te zijn geslagen en waren er geen schepelingen meer te bespeuren. Drie dagen later vond men aan de oostelijke punt van het eiland, vier uur gaans van het gestrande schip, twee lijken. Het ene was van kapitein Bowbyes. De burgemeester schreef op 16 januari aan zijn ambtgenoot te Zierikzee, dat het lijk zwaar van postuur was, rossig haar had en een ringbaard en knevels. Zijn kleding was gemerkt: H.W.B.. Het andere lijk bleek de zoon van de kapitein te zijn. Zijn kleding was gemerkt: I.I.B. (James Joseph Bowbyes). Aangezien de beide lijken reeds in staat van ontbinding verkeerden werden ze dadelijk begraven op de algemene begraafplaats van Ameland. De lijken van de drie andere opvarenden werden niet gevonden.
De Zierikzeeënaren leefden reeds in spanning. Het schip was al 24 dagen uit New Castle onderweg en nog had men niets van de Alma bespeurd. De brief van de burgemeester van Ameland bevestigde de bange vermoedens. De Zierikzeese burgemeester. mr. B.C.Cau, moest het droeve nieuws gaan vertellen aan de weduwe.
Mar Bowbyes-Fox was te verslagen: De weduwe van den kapitein is nog niet in staat den omvang van haar verlies als echtgenoot en moeder te beseffen, schreef burgemeester Cau aan zijn Amelandse collega.
Kapitein Bowbyes had al zijn geld in zijn schoener geïnvesteerd en was niet verzekerd. Het gezin had geen eigendommen, behalve de inboedel van hun huis. De weduwe, met haar negen kinderen, bleef zonder middel van bestaan achter.
De Alma was geheel verloren. Slechts een gebroken mast en enig sloophout spoelden op Ameland aan. Alleen bij laag water kwam nog een deel van het wrak boven water. De burgemeester van Zierikzee had naar Ameland geschreven dat de kapitein altijd een horloge bij zich had en een gouden ring aan één van zijn vingers. Die ring werd niet aangetroffen op het lijk. De Amelandse burgemeester Van Heekeren vermoedde diefstal en liet een onderzoek instellen. Hij wist de dief te achterhalen, die ook de laarzen en een paar kousen van de lijken had geroofd. De voorwerpen werden naar Zierikzee teruggezonden.
De opdrachtgever van kapitein Bowbyes, H.A.van IJsselsteijn, trok zich het lot aan van de weduwe en haar kinderen en besloot tot een hulpaktie. In samenwerking met een aantal vooraanstaande Zierikzeese burgers onder wie de reders Jhr.J.L.de Jonge en M.C.Crane Jr lieten zij intekenlijsten door de stad rondgaan om financiële steun. Zij schreven in een cirkulaire aan hun medeburgers onder meer: Echtgenoot en kind werden door deze ramp aan eene waardige vrouw en liefdevolle moeder ontrukt. De dooden beweenend, kan de aanblik harer overgebleven negen kinderen, in stede van haar te vertroosten, slechts hare smart tot angst en vertwijfeling doen stijgen. Naar den striksten zin des woords is zij immers tot den bedelstaf gebragt nu het vaartuig, de vrucht van volhardende arbeid en eerlijke pligtsbetrachting, vernield is, nu de hand, welke het bestuurde, door den dood is verstijfd en de oudste harer zonen het lot zijns vader deelde. Hoe te voorzien in de behoeften harer negen kinderen, waarvan de jongste nog slecht drie jaren telt? Het is waar, eene der oudste dochters is er reeds in geslaagd hare diensten in eene familie te doen aannemen, maar de acht andere kinderen, zij kunnen bijna nog geene hulp bieden, maar behoeven in tegendeel zelve nog geheel.
De initiatiefnemers van de aktie hadden reeds enig geld ingezameld, maar dat was onvoldoende. Weinig nadenken behoeft om te begrijpen dat die som, luttel op zich zelve, toch niet evenredig is aan de middelen, waarover de liefdadigheid in eene Gemeente van naauwelijks zeven duizend inwoners kan beschikken. Het bewustzijn, dat liefdadigheid ten onzent eene nationale eigenschap is, leidt tot het vertrouwen, dat ook elders medelijden met het gezin van wijlen den gezagvoerder Bowbyes zich zal openbaren, Vooral dáár is het te verwachten, waar men bij ervaring het lot van zeevarenden kent.
De aktie zal onetwijfeld succes hebben gehad. In 1874 vertrok de weduwe met haar gezin naar Den Haag.”074.
NRC 12 februari 1866
HET VERONGELUKKEN
van de
ALMA, Gezagvoerder H.W.Bowbyes.
Bij de hevige stormen, welke in het begin dezer maand woedden, is het SCHOONERSCHIP ALMA, gezagvoerder H.W.BOWBYES, te Zierikzee ’t huis behoorende op reis van Newcastle naar die plaats een prooi der golven geworden. Gezagvoerdere en bemanning verloren bij de schipbreuk het leven. In het gezigt van Ameland vonden in de onstuimige branding hun graf.
Is het lot der omgekomenen te betreuren, niet minder deerniswaardig is dat hunner achterblijvende betrekkingen. In het bijzonder verdient de toestand, waarin thans het gezin van wijlen den gezagvoerder BOWBYES verkeert, medelijden.
Echtgenoot en kind werden door deze ramp aan eene waardige vrouw en liefdevolle moeder ontrukt. De dooden beweenend, kan de aanblik harer overgebleven negen kinderen, in stede van haar te vertroosten, slecht hare angst tot smart en vertwijfeling doen stijgen. Naar de striksten zin des woords is zij immers met de haren tot den bedelstaf gebragt, nu het vaartuig, de vrucht van volhardenden arbeiden eerlijke pligtsbetrachting, vernield is, nu de hand, welke het bestuurde door den dood is verstijfd en de oudste harer zonen het lot zijns vaders deelde. Hoe te voorzien in de behoeften harer negen kinderen, waarvan de jongste nog slecht drie jaren telt? Het is waar, eene der oudste dochters is er reeds in geslaagd hare diensten in eene familie te doen aannemen maar de acht andere kinderen kunnen nog bijna geene hulp bieden, maar behoeven die integendeel zelve nog geheel.
Diep bewogen met het lot der zwaar beproefde weduwe, vervuld van achting voor het kordaat en eerlijk karakter van den man, dien zijn beweent, hebben eenigen dezer gemeente zich vereenigd tot een beroep op de liefdadigheid hunner medeburgers. Algemeene belangstelling heeft dit ondervonden, maar toch is het er nog verre van af dat de som ingezameld zou zijn, benoodigd om dit belangwekkend gezin zoodanig te ondersteunen, dat het in bescheiden stand kunne leven.
Weinig nadenken behoeft het om te begrijpen, dat die som, luttel op zich zelve, toch niet evenredig is aan de middelen, waarover de liefdadigheid in eene Gemeente van nauwelijks zeven duizend inwoners kan beschikken.
Het bewustzijn dat liefdadigheid ten onzent eene nationale eigenschap is, leidt tot het vertrouwen, dat zich ook elders medelijden met het gezin van wijlen den gezagvoeerder BOWBYES zal openbaren. Vooral daar is het te verwachten waar men bij ervaring het lot van zeevarenden kent.
Zoo zij dan een beroep op liefdadigheid in deze, het eerst gerigt op den Handelstand en de Zeevarenden. Het gaat vergezeld van de verzekering, dat de bijeengebragte gelden op de meest voordeelige wijze zullen worden aangewend door de Comissie, welke zich alhier tot inzameling daarvan heeft gevormd.
De Commissie voornoemd
H.A.VAN IJSSELSTIJN Jonkh. J.H. DE JONGE
Zierikzee S.G.NAUTA VAN DER GRIJP H.G.MULOCK HOUWER
23 Januari 1866 J. VAN DER VLIET J.A.VAN DER HALEN
D.Q.MULOCK HOUWER J.LANGOUMOIS DE DOES
M.C. DE CRANE, Jr D. VAN DER VLIET,Dz
De HH. Ph VAN OMMEREN, Cargadoor, Wijnhaven, en P.M.BAZENDIJK, Boekhandelaar, Zeevischmarkt te Rotterdam, zijn bereid de giften, die men voor de ongelukkigen zou willen afzonderen, in ontvangst te nemen en hebben dat tot dat einde te hunnen kantore een BUS geplaatst.
Zierikzeesche Courant dd 30 januari 1864
Van Brouwershaven op 26 januari 1864 uitgezeild de “Alma”. Kapitein H.Bowbyes, bestemming New Castle.
Zierikzeesche Courant 01 april 1864
Te Zierikzee uitgezeild op 31 maart 1864 de “Alma”, kapt. H.Bowbyes, bestemming New Castle.