Inloggen
TWEE JEANNES - ID 14800

Kroniekberichten

Datum 31 augustus 1853
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Dordrecht, 29 augustus. Heden werd alhier van de werf van de scheepsbouwmeesters Jan Schouten met het beste gevolg te water gelaten de bark JAN SCHOUTEN, groot 381 gemeten lasten, gebouwd voor rekening van een rederij onder directie van de heer G. Mauritz alhier, en zullen gevoerd worden door kapt. J.C. Meijer.
Onmiddellijk daarna werden de kielen gelegd van twee schepen a 350 gemeten lasten, welke genaamd zullen zijn DE EERSTELING en de TWEE JEANNE’S; het eerste voor rekening van een rederij onder directie van de heren A. Dubois en Zoon, en het tweede voor rekening van een rederij onder directie van de heren Sandberg en Co. Zullende de TWEE JEANNE’S gevoerd worden door kapt. J.W. Noordziek.
Door genoemde bouwmeester zal heden middag aan heren reeders, die door het eerst-genoemde schip de nagedachtenis zijns afgestorven vaders een hulde brengen, een prachtig diner worden aangeboden, hebbende zich de broederen van de orde van vrijmetselaren in deze niet onbetuigd gelaten, daar de grootste, zo niet de gehele, inschrijving door hen is geschied. Zoals men weet, was de waardige Jan Schouten gedeputeerd groot-meester nationaal van die orde, en bekleedde hij die hoge waardigheid sinds vele jaren.

Afbeelding
Datum 29 oktober 1854
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Dordrecht, 28 oktober. Heden morgen ruim 9.30 uur is van de werf van de scheepsbouw- meester Jan Schouten met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwd en gekoperd barkschip TWEE JEANNE’S, groot ruim 350 gemeten lasten, gebouwd voor rekening ener rederij onder directie van de heren Sandberg & Co alhier en gevoerd zullende worden door kapt. J. W. Noordziek. Onmiddellijk daarna is de kiel gelegd voor een schip (opm: fregat), hetwelk de naam zal voeren van ARY SCHEFFER.

Afbeelding
Datum 26 januari 1856
Krant JB - Javabode

Batavia, 23 januari. Heden is hier aangekomen de Nederlandse bark TWEE JEANNES, kapt. J.W. Noordziek, met 47 Chinezen, de 10e januari vertrokken van Macao.

Afbeelding
Datum 16 november 1856
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 15 november. Door de Nederlandsche Handelmaatschappij zijn bevracht de navolgende drie schepen:
Voor Amsterdam: PRINS MAURITS, kapt. J.J. Bart, en GRAAF VAN LIMBURG STIRUM, kapt. M. van Holdinga.
Voor Dordrecht: TWEE JEANNES, kapt. J.W. Noordziek.

Afbeelding
Datum 12 december 1857
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Amsterdam, 11 december. Het schip TWEE JEANNE`S (opm: bark TWEE JEANNES), kapt. J.W. Noordziek, van Batavia naar Dordrecht, in Brouwershaven binnen, is zwaar lek en heeft daardoor schade aan de lading bekomen.

Afbeelding
Datum 15 april 1860
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 14 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 24 schepen:
Voor Rotterdam: JAN VAN GALEN, kapt. P.H. De Boer; BILITON, kapt. H. ten Zeldam Ganswijk; BEATRIX, kapt. C.A.L. van der Wijk; CONSTANCE, kapt. M. Kimmerer; VOORWAARTS, kapt. E.L. Kerkstra; MR. ISAÄC DA COSTA, kapt. H.C. Löschen; NOORD- BRABAND (opm: NOORD BRABANT), kapt. H.R. Bok.
Voor Amsterdam: JOHANNA MARIA CHRISTINA, kapt. C.N. Gorter; WILLEM EGGERTS, kapt. H. Faber; KIJKDUIN, kapt. S.C.T. Oldendorp; AMICIA, kapt. D. Gaaff; MARIA CATHARINA, kapt. J.A.F. Bertrand; POLLUX, kapt. H.P. Cruys; ZEELUST, kapt. J.A. Knaap; WILHELMINA MARIA, kapt. W. Postma q.q; PAULINE CONSTANCE ELEONORE, kapt. W.P. Pijbes; RESIDENT VAN SON, kapt. D. van der Hoff; CATHARINA WILHELMINA, kapt. F.H. Popken; ELISABETH, kapt. W.C. Veenstra; HERMAN, kapt. M. van Velthoven; de laatste vier van Rotterdam.
Voor Dordrecht: JONKHEER MR. VAN DE WALL VAN PUTTERSHOEK, kapt. K.F. Lammers; TWEE JEANNES, kapt. A. van de Windt.
Voor Middelburg: HAAMSTEDE, kapt. H.H. de Boer; BURGEMEESTER VAN MIDDELBURG, kapt. K. Hoek.

Afbeelding
Datum 17 oktober 1860
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hongkong, 25 augustus. Het alhier van Shanghai gearriveerde Nederlandse schip TWEE JEANNES, kapt. Van der Windt, heeft gedurende de reis twee typhonen doorgestaan, de eerste op 28º N.B. en 122º O.L. en de tweede op 22º N.B. en 115º O.L. Het schip bekwam daarin veel schade aan de zeilen.

Afbeelding
Datum 21 november 1860
Krant JB - Javabode

Op dinsdag de 16e oktober j.l. is bij Poeloe Lihat (opm: Pulau Liat, 2º52’ Z.B. 107º4’ O.L.) in Straat Gaspar (opm: Gaspar Straat, tussen Pulau Liat en Pulau Mendanau, 2º45’ Z.B. 107º15’ O.L.) gestrand de Nederlandse bark TWEE JEANNES, gezagvoerder A. van der Windt. Na 4 dagen op het wrak en 2 dagen op Poeloe Lihat te hebben doorgebracht, is de bemanning op Billiton aangekomen. Nadere bijzonderheden in ons eerstvolgend nummer (opm: zie JB 241160).

Afbeelding
Datum 24 november 1860
Krant JB - Javabode

De 16e oktober ongeveer 2½ uur in de middag strandde op het Middeneiland het Nederlandse barkschip TWEE JEANNES, gezagvoerder A. van der Windt, met ballast zeilende van Hongkong naar Batavia, ten einde aldaar voor Nederland door de Nederlandsche Handel-Maatschappij te worden bevracht. Onmiddellijk is alle mogelijke hulp verleend. De schipbreukelingen zijn voorlopig ter hoofdplaats gehuisvest. Op verzoek van de gezagvoerder is de geredde inventaris publiek verkocht. De veiling heeft ruim NLG 4.000 opgebracht. Tot overmaat van ramp is het gestrande schip in de avond van de 18e, terwijl de gezagvoerder met nog enige opvarenden en vijf orang djoeroes (opm: Maleiers van de wal) zich aan boord bevonden, in brand geraakt en tot de waterlijn afgebrand. Er werd onderzocht of daarbij moedwil heeft plaats gehad.

Afbeelding
Datum 24 november 1860
Krant JB - Javabode

De kapt. A. van der Windt, gezagvoerder van de TWEE JEANNES, bestemd van Hongkong naar Java, rapporteerde bij aankomst op Billiton het volgende:
Op dinsdag de 10e oktober was het weer flauw en stil, overdrijvende lucht, die tegen de middag buiig werd. Op de middag peilden wij Gaspar eiland NNW en de Zuidhoek van Middeneiland of Poeloe Lihat ZZW½W, en de Noordhoek ZW tot W (opm: Gaspar Straat, tussen Pulau Liat en Pulau Mendanau, 2º45’ Z.B. 107º15’ O.L.)
De geobserveerde zuiderbreedte was 2º24’, chronometerlengte 107º13' O.L. Wij stuurden vervolgens tot een uur west ten noorden en bevonden een zware stroom om de zuid te hebben; de voortgang was 1½ mijl. Vervolgens stuurden wij west tot een uur veertig minuten met één mijl voortgang en vervolgens west ten zuiden tot twee uur dertig minuten, driekwart mijl voortgang volgens de peiling van twaalf uur. Wij kregen een zware donderbui met dikke verstopte lucht en de wind van het zuiden tot het noordoosten lopende. Aldus waren wij verplicht, zeilen te bergen, en terwijl dit geschiedde en wij niets konden zien, ontving het schip een zware stoot, waarop de klippen en koraalgrond onmiddellijk door het schip zaten en het water ogenblikkelijk als een sluis in het schip stroomde.
Wij zetten onmiddellijk de pompen aan, doch te vergeefs, maar hielden zolang mogelijk de pompen aan de gang, bevonden achter bij het roer drie en een halve vadem water, zagen bij het opklaren weer de klippen en koraalgrond; peilden het eiland Gaspar N½O en het Westeiland van Poeloe Lihat Z¼W; Tandjong Bricat NW¼N, en het Noordereiland Poeloe Lepar (Kalapan) WZW½W; bevonden op deze peilingen, dat de klippen en koraalgronden verder uitstaken, dan deze peilingen aangeven. Bij het opklaren van de lucht zagen wij een 3-mastschip, en onmiddellijk toonden wij de vlag om hulp te bekomen, ten einde de inventaris te bergen, doch te vergeefs: het zeilde door. Wij hielden ons bezig zoveel mogelijk van de inventaris op het voorschip te bergen, daar het schip des avonds te 6 uur met het achtereind geheel onder water zat. 's Avonds kregen wij verscheidene boten aan boord, waarvan wij ogenblikkelijk een naar Billiton, naar de assistent resident, zonden om hulp te vragen, en een naar het genoemde schip, het welk doorzeilde, en maakten alles gereed, om als het nodig was, toch nog zoveel mogelijk van de inventaris te bergen.
's Morgens bij het aanbreken van de dag kwamen verscheiden boten om goederen te bergen, welke op Poeloe Lihat aan wal werden gebracht, waartoe wij met de scheepsboten hielpen, en enige manschappen aan land lieten om het stelen van de goederen te voorkomen.
De andere dag (donderdag) werd hiermede voortgegaan, en een poging door de tweede stuurman met vier man gedaan, om een om de zuid sturende bark te bereiken, was vruchteloos. Des nachts hielden wij enige Maleijers aan boord van ons schip, dat tot aan de grote mast aan dek onder water lag; doch omstreeks te negen uur 's avonds kwamen de Maleijers al schreeuwend aanlopen, dat er vuur in het schip was. Ogenblikkelijk waren wij met water bij de hand om de brand te blussen, maar de vlam sloeg gelijkertijd het voorgroot luik uit, waarop de Maleiers direct over boord sprongen en vluchttten, en wij des avonds te elf uur genoodzaakt waren het schip te verlaten. Toch bleven wij in de nabijheid van het wrak tot 's ochtends zes uur, totdat alles was verbrand en overboord gevallen.
's Vrijdags kwam de kruisschoener van de assistent resident, en wij bekwamen boten ter overbrenging van de goederen naar Billiton. Des morgens van de volgende dag scheepten wij het restant van de geborgen goederen in en vertrokken met de boten naar Billiton, waar wij des zondags de 21e oktober te elf uur aankwamen, en de assistent resident ons ogenblikkelijk alle hulp verleende.

Afbeelding
Datum 13 januari 1861
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 november. Het Nederlandse schip TWEE JEANNE’S, kapt. van der Windt (opm: bark TWEE JEANNES, kapt. A. van der Windt), van Hongkong in ballast naar Batavia, is op het eiland Poelo Liat (Straat Gaspar) gestrand en totaal verongelukt. De equipage is gered en alhier aangekomen.
Nopens deze ramp behelst de Javasche Courant het volgende:
De 16e oktober, ongeveer 2½ ure des middags, strandde op het Midden-eiland het Nederlandse barkschip TWEE JEANNE’S, kapt. Van der Windt, in ballast zeilende van Hongkong naar Batavia, ten einde aldaar voor Nederland door de Nederlandsche Handel-Maatschappij te worden bevracht. Onmiddellijk is alle mogelijk hulp verleend. De schipbreukelingen zijn voorlopig ter hoofdplaats gehuisvest. Op verzoek van de gezagvoerder is de geredde inventaris publiek verkocht. De veiling heeft ruim NLG 4.000 opgebracht. Tot overmaat van ramp is het gestrande schip in de avond van de 18e, terwijl de gezagvoerder met nog enige opvarenden en vijf inlanders zich aan boord bevonden, in brand geraakt en tot de waterlijn afgebrand. Er wordt onderzocht of daarbij moedwil heeft plaats gehad.
(N.B. het arrivement van bovengenoemd schip, dat men ons per telegraaf bericht had, blijkt dus onwaar te zijn)

Afbeelding