|
Rotterdam, 28 januari. Wij namen gisteren een bericht uit Le Précurseur (opm: een Antwerpens dagblad) over, betreffende het te Delfzijl thuis behorende kofschip CAROLINA, kapt. Kip, van Hamburg naar Rouaan bestemd – zie ons vorig nommer. Blijkens een bericht, voorkomende in de Shipping and Mercantile Gazette van 26 dezer, was de mededeling van Le Précurseur niet geheel juist en wij laten daarom nogmaals het bericht uit het Engelse blad hier in zijn geheel volgen: Boulogne, 25 januari. Kapt. Pearce, voerende het schip JUDY, rapporteert dat hij de 24e dezer, op de hoogte van Dungeness, een kof in het gezicht kreeg met alle zeilen bij. De kluiverschoot was los en dewijl dit voor enige tijd zo bleef, kwam hij tot het vermoeden dat het schip verlaten moest zijn; hield er naar toe, en nabij gekomen zijnde, praaide hij, doch bekwam geen antwoord. Hij bracht toen zijn boot te water en daarmee begaven zich drie man aan boord van de kof, welke werkelijk bleek verlaten te zijn. Men peilde onmiddellijk de pompen en vond daarbij 8 duim water, pompte daarop lens en bracht het schip in de haven van Boulogne, waar het nu behouden aan de wal vast ligt en geen water meer maakt. Het schip is zeker in aanzeiling geweest, daar de verschansing in de midscheeps aan stukken is. De gehele schade kan echter met 5 sh. gerepareerd worden. De bemanning moet het schip in de grootste haast verlaten hebben, daar men niets mede genomen heeft. De kaarten en octant van de kapitein lagen nog op de kajuitstafel; twee horlogiën hingen aan het beschot met een kanarievogel en enige vrouwenkledingstukken. Het schip, dat nog geheel nieuw schijnt te zijn (opm: bouwjaar 1854), is genaamd CAROLINE, behoort te Delfzijl thuis, en werd gevoerd door kapt. Kip. Het was met een kostbare lading spelter (opm: spiauter, mengsel van lood en tin) en krenten van Hamburg naar Rouaan bestemd.
|