Inloggen
ANNA - ID 14368


Kroniekberichten

Datum 15 december 1849
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Kiellegging, bouw en stapelloop van schepen

Schiedam, 14 december. Heden is alhier op de werf De Nijverheid door de scheepsbouw- meesters C. Gips & Zonen de kiel gelegd van een brikschip, genaamd ANNA, groot ruim 200 lasten en geschikt voor de vaart op Oost-Indië onder boekhouderschap van de heer M. Kerdel.

Afbeelding
Datum 17 december 1849
Krant AH - Algemeen Handelsblad
Type bericht Kiellegging, bouw en stapelloop van schepen

Schiedam, 14 december. Heden is alhier op de werf van de Nijverheid door de scheepsbouwmeester C. Gips en Zonen de kiel gelegd van een brikschip, genaamd ANNA, groot 200 lasten en geschikt de vaart op de Oost-Indien onder boekhouderschap van de heer M. Kerdel.

Afbeelding
Datum 18 december 1849
Krant DC - Dordtsche Courant
Type bericht Kiellegging, bouw en stapelloop van schepen

Vrijdag ll. is te Schiedam op de werf De Nijverheid door de scheepsbouwmeesters C. Gips en Zonen, de kiel gelegd van een brikschip, genaamd ANNA, groot ruim 200 lasten en geschikt voor de vaart op Oost-Indië, onder boekhouderschap van de heer M. Kerdel.

Afbeelding
Datum 21 september 1850
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Kiellegging, bouw en stapelloop van schepen

Rotterdam, 20 september. Heden is van de werf De Nijverheid te Schiedam door de scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen met het beste gevolg te water gelaten het nieuw gebouwde brikschip ANNA, groot 328 tonnen, gevoerd zullende worden door kapt. P.A. Klevenberg, onder directie van de heer M. Kerdel.

Afbeelding
Datum 12 februari 1852
Krant DC - Dordtsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Dordrecht, 11 februari. Directeuren van het zeemans-collegie te Dordrecht ontvingen dezer dagen een bericht van kapt. P.A. Kleinberg, voerende het schip ANNA, van Schiedam, meldende, dat hij 12 oktober 1851, kruisende in de Chinese Zee, van Shanghai naar Rotterdam bestemd, twee boven water uitstekende klippen ontwaarde, welke niet op de kaart van Norie geplaatst waren. Volgens zijn peilingen der omliggende eilanden en observaties, bevond hij dat deze klippen lagen op 3º28’ NB 107º43’ OL; er scheen veel branding in de omtrek daarvan. Hij zeilde er op drie vierde mijl afstands voorbij, doch de gelegenheid ontbrak om van boord te gaan ter afloding.

Afbeelding
Datum 21 februari 1852
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 20 februari. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de volgende vijftien schepen als:
Voor Rotterdam: MAASSTROOM, kapt J.F. Hoogeveen Heymans; AMBOINA, kapt. R.J. Rijken; VAN OLDEBARNEVELD, kapt. J.W. Verberne; DOELWIJK, kapt. D.H. Kramer; JACOBUS, kapt. A van der Kolff; PANTALON, kapt. M.F. Remmers; SOUBURG, kapt. J. van Delft Cz.
Voor Amsterdam: VICE-ADMIRAAL RIJK, kapt. J. Bakker qq; DOCTRINA ET AMICITIA, kapt. F.C.H. Wijnandts; ST. MICHAEL, kapt. P.J. Plinzenga; JOHANNES ALBERTUS, kapt. J.C. Londt Hz; GEBROEDERS, kapt. B. G. Flik; GRAAF VAN LIMBURG STIRUM, kapt. H.H. Smit; NEDERLAND EN ORANJE, kapt. L. van der Plas.
Voor Schiedam: ANNA, kapt. P.A. Kleijnenberg.

Afbeelding
Datum 11 januari 1854
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Hellevoetsluis, 10 januari. De schepen, welke door de vorst verhinderd zijn hun respectievelijke reizen te vervolgen, zijn: HENDRIKA, kapt. T.H. Plukker; RICHARD COWLE, kapt. B.A. Kalf; FRANZISKA, kapt. C. Hamann; FENNECHINA, kapt. L.H. Puister; AGNARIUS, kapt. G.D. Douwes; CATHARINA TYPKENS, kapt. G.M. Menkema; CHARLOTTE, kapt. A.P. Ronning; ANNA, kapt. P.A. Kleinenberg; AMALIA, kapt. J.P. Alroe; VICTOR, kapt. J.C. Bergstrom; ARGO, kapt. H. Lenger, allen naar Schiedam. WILLEM III, kapt. C. v.d. Burg; BERNARDUS, kapt. B.M. Olthaus; ANDREAS, kapt. E.W. Haggblum; PHOENIX, kapt. J. Bolwien; JOY’S, kapt. R. Shapman; BRANCH, kapt. D. Galloway; GEZINA, kapt. J.G. Postema; JOHANNA ELISABETH, kapt. W.J. Bakker; HARMONIE, kapt. H.J. Zegelken; JONGE JAN, kapt. A. Hoogstraten; MARIA ADRIANA, kapt. C. Ouwehand; MARIE JEANNETTE, kapt. R.H. Barrels; RUDOLF, kapt. M.A. Walison; DUPING, kapt. J. Warboys; ALPHA, kapt. A.J. Zijl; ROTTERDAM, kapt. R. Mercer; PORT DUNDAS, kapt. H. McLaren; JOHANNES HERMANUS, kapt. J.E. Boekhout; SCHOONDERLOO, kapt. J.M. Marmelstein; l’ÉTÉ, kapt. J.G. Radenack; MARACAIBO, kapt. C. Ouwehand; HERMANUS, kapt. J.H. Hazewinkel; PICTURA, kapt. R.J. Scholten; PANTALON, kapt. M. Remmers, allen naar Rotterdam. FRONS DEACK, kapt. J.T. Borg; ADRIANA, kapt. J. Stoorvogel; GEERTRUIDA, kapt. J.R. Tunteler; IDA BERENDINA, kapt. J.L. Hensema; JEANNE AGATHA, kapt. T. Jager, allen naar Dordrecht. JONGE JACOBUS, kapt. P. van Rijn; DE MAAS, kapt. G.C. Bagges; THETIS, kapt. W. de Zeeuw Bagges, allen naar Vlaardingen. EENDRAGT, kapt. J.D. Douwes, naar Dantzig (opm: Gdansk). ARDINA, kapt. T. v.d. Borden, zonder bestemming.

Afbeelding
Datum 03 maart 1854
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 2 maart. De 28e februari is van de sleephelling te Schiedam afgelaten het brikschip ANNA, van de rederij van de heer M. Kerdel. Naar wij vernemen, zal opgehaald worden het barkschip SOLOO van de rederij der heren De Groot, Roelants & Cie.
(opm: voor herstellingen)

Afbeelding
Datum 25 maart 1854
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 24 maart. Als een bijzonderheid mag vermeld worden dat het brikschip ANNA, gevoerd door kapt. P.A. Kleynenberg en toebehorende aan de reder M. Kerdel, te Schiedam, de reis van Hellevoetsluis tot in het St. Catharina’s Dock te Londen, in de korte tijd van 23 uren heeft volbracht, zijnde hij de 19e dezer, des avonds ten 6 ure van Hellevoetsluis naar zee vertrokken en de 20e daaraanvolgende, des avonds ten 5 ure, reeds in het St. Catharina’s Dock op zijn plaats aangekomen, alwaar hij de lading in moet nemen.

Afbeelding
Datum 29 maart 1854
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 28 maart. In de voorgaande week is als een bijzonderheid gemeld, dat het brikschip ANNA, kapt. Kleinenberg, van de heer M. Kerdel in 23 uur van Hellevoetsluis naar Londen was gezeild. Als een ander voorbeeld van snelle vaart delen wij thans mede, dat het barkschip H. VINCENTIUS VAN PAULO, kapt. De Groot, van de heer J.H. van Gent te Schiedam, in nog betrekkelijk kortere tijd zijn reis heeft volbracht, namelijk van Hellevoetsluis naar Hartlepool in 33 uren.

Afbeelding
Datum 26 april 1855
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 25 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 27 schepen, als:
Voor Rotterdam: KLAZINA, kapt. D. Wels Browning, VIER GEBROEDERS, kapt. C. Vonck; JACOBA HELENA, kapt. D.C. Rietbergen; HOLLANDS TROUW, J.C. Kreije; JONGE JAN, kapt. A. Hoogenstraten; ALCOR, kapt. F.J. van Oppen; GENERAAL DE STUERS, kapt. F. Fokkens, en KONING EN VADERLAND, kapt. B.A.F. van Bruggen.
Voor Amsterdam: LEWE VAN NEIJENSTEIN, kapt. R.H. Borgers; ANJER, kapt. H. Biesthorst; WASSENAAR, kapt. A. Hofstee; OOST INDIA PACKET, kapt. B. Bakker Gz; DANKBAARHEID, kapt. W. Postma; CHRISTINA AGATHA, kapt. H. de Visser; KONING WILLEM II, kapt. G. van Eyk Menkman; SARA ALIDA MARIA, kapt. H.A. Tekelenburg; AGNETA, kapt. W.N. Crap Hellingman; en MARIA ELISE, kapt. M. van der Putte.
Voor Dordrecht: JEANNETTE EN CORNELIA, kapt. T.K. Veldman; FLORA, kapt. A.A. van der Wijk; J.C. SCHOTEL, kapt. J.P. van Beest Holle, en HELLEVOETSLUIS, kapt. W. J. Vos.
Voor Middelburg: WILHELMINA CATHARINA, kapt. N.M.O. de Groot Stiffry; PHOENIX, kapt. J.E. Verhulst.
Voor Schiedam: ANNA, kapt. P.A. Kleynenberg, FORMOSA, kapt. M.A. Smits, en TRIJNTJE FENNA, kapt. J.F. des Ruelles, de beide laatste van Rotterdam.

Afbeelding
Datum 12 september 1855
Krant JB - Javabode
Type bericht Berichten uit het buitenland incl havens

Batavia, 11 september. De 9e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse barken J.C. SCHOTEL, kapt. J.P. van Beest Holle, de 31e mei vertrokken van Amsterdam, HOLLANDS TROUW, kapt. N.H. Henker, de 2e juni vertrokken van Rotterdam, WILHELMINA CATHARINA, kapt. N.M.O. de Groot Stiffry, de 5e juni vertrokken van Rotterdam, VAN BOSSE, kapt. W. van der Hoeven, de 7e juni vertrokken van New York, en JULIA, kapt. A. van der Kolff, de 28e juli vertrokken van Port Adelaide, en de dito brik ANNA, kapt. P.A. Kleinenberg, de 5e juni vertrokken van Rotterdam.
Gisteren zijn hier aangekomen de dito schepen INDIA, kapt. d´Armond Jerkens, de 20e mei vertrokken van Rotterdam, en VIER GEBROEDERS, kapt. C. Vonck, de 6e juni vertrokken van Rotterdam, en de dito bark ZWALUW, kapt. Uitermark, de 4e augustus vertrokken van Geelong.
Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip JACOBA HELENA, kapt. Wagtendonck, komende van Rotterdam.

Afbeelding
Datum 31 januari 1856
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Schiedam, 30 januari. De stoomboot BORDEAUX, welke om op de sleephelling gerepareerd te worden, hedenmiddag van Rotterdam komende alhier aankwam, gesleept door de sleepboot RESERVE, kwam door het wenden om het gat van de sleephelling binnen te lopen in aanraking met het op stroom liggend brikschip ANNA, waardoor dit schip, ondanks alle aangewende pogingen om het te weerhouden, mede gevoerd werd. Na veel moeite mocht het eindelijk gelukken de ANNA vrij te krijgen, na evenwel een eind ketting verloren en enige averij belopen te hebben.

Afbeelding
Datum 24 september 1856
Krant JB - Javabode
Type bericht Berichten uit het buitenland incl havens

Batavia, 21 september. Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse brik ANNA, kapt. H. Harmsz, de 31e mei vertrokken van Schiedam, de dito bark JACOB CATS, kapt. Van der Windt, de 30e mei vertrokken van Amsterdam, de dito bark AMERIKA, kapt. Meermans, de 21e mei vertrokken van Boston, de dito bark TONIA, kapt. C.F. Leeman, de 9e juni vertrokken van Amsterdam, de dito bark JOHANNA MARIA, kapt. M.A. Overgaauw, de 5e juni vertrokken van Rotterdam, de dito bark BENGALEN, kapt. T. Keus, de 11e mei vertrokken van Rotterdam, de dito bark CATHARINA MARIA, kapt. J.A. Ballot, de 18e mei vertrokken van Zierikzee, en het dito schip BURGEMEESTER HOFMAN, kapt. Dickman, komende van Rotterdam.
Heden zijn hier aangekomen de dito bark JAVA PACKET, kapt. J.A. Heykoop, de 3e juni vertrokken van Rotterdam, de dito bark KINDERDIJK, kapt. D. Zwanenburg, de 6e juni vertrokken van Hamburg, en de dito bark ANJER, kapt. N.N. , komende van Amsterdam.

Afbeelding
Datum 03 oktober 1857
Krant JB - Javabode
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Door een welwillende hand werden wij in staat gesteld het volgende bericht, gedagtekend Shanghai 2 september, van de gezagvoerder van het Nederlandse koopvaardijschip de DOROTHEA, kapt. A. van den Kolk, omtrent het vergaan van die bodem (opm: zie NRC 011057) en de lotgevallen der bemanning mede te delen.
De 14e juli, schrijft die kapitein, vertrok ik met de DOROTHEA van Macao met een lading thee en zijde voor Samarang en Batavia. De 16e des avonds, mij volgens vrij nauwkeurige waarnemingen op 21º05’ N.B. en 116º40’ O.L. bevindende met goed weer, gene inkleuring in het water, noch branding bespeurende, kreeg het schip onverwachts een hevige schok. Niemand wist wat er gaande was. Het schip schoot, daar er een stevige koelte woei, een weinig vooruit, maar bleef al spoedig onbeweegbaar vastzitten. Het voorschip zwaaide gedurig heen en weder, liggende het ene ogenblik west en aan het andere N.O. en zo weder terug. Daardoor ontwarende dat alleen het achterschip vastzat, werd er eenparig besloten hetzelve te lichten, waarop vooreerst alle watervaten van het achterdek ledig gestort, de lading uit het achterruim en de ballast onder dezelve overboord geworpen werden, waarmede de ganse nacht, onder aanhoudend stoten van het schip, werd doorgebracht. Het schip bleef dicht, wordende er, niettegenstaande het aanhoudend op dezelfde plek stootte en slechts weinig of niets vooruit schoot, niet meer dan 4 duimen water gepeild. Des nachts ten 3 ure nam het water een weinig toe, namelijk van 4 tot 6 duimen en werden de pompen uitgezet. De 17 juli des morgens ten 5 ure kreeg het schip een allergeweldigste schok en bevonden we al zeer spoedig 1½ voet water in hetzelve. In weerwil van aanhoudend pompen wies het al meer en meer, het roer was gebroken en, op een klein gedeelte na, geheel weg van het schip, dat nu zwaarder begon te werken. De masten schudden en kraakten, en ten 6 ure kregen wij opnieuw een zware schok, waardoor het water in het ruim nog meer toenam, stijgende tot 3 voeten, ofschoon de pompen niet stil stonden, waarop besloten werd de boten in gereedheid te brengen en over boord te zetten.
Omstreeks ten 8 ure ontving het schip weder een buitengewoon hevige schok en hoorden we van het dek het water met verschrikkelijk geweld het ruim binnen stromen. Ook liep in één ogenblik het achterruim bijna vol. De steeds schuddende en krakende masten dreigden nu op ons te zullen storten, terwijl het gehele dek zich gelijk een golvende zee bewoog, zodat we tussen beide nauwelijks op de benen konden staan. Aan redding of behoud van het schip viel niet meer te denken en de ganse bemanning wendde zich tot mij om hetzelve te verlaten en, mocht het zijn, een veilige haven te zoeken.
In alle haast werden er nu van ieder enige kledingstukken, benevens wat brood en drinkwater in de boten geworpen. Ik nam het dekkompas, het azimuthkompas, scheepskijker, chronometer en verdere instrumenten, het kajuitzilver, het scheepsjournaal, enige kaarten, al de scheeps- en mijn eigen papieren mede. Onder dit alles deed het schip niet dan stoten en kraken en dreigde ieder ogenblik op zijde te zullen vallen. Na van al het bovenstaande behoorlijke verklaring opgemaakt en die door de meesten te hebben laten ondertekenen, was ieder slechts op redding van zijn leven bedacht. Allen sprongen in de boot en sloep en riepen mij spoedig neder te komen, daar die lichte vaartuigen het, door het verschrikkelijke stoten, hetgeen trouwens ook waar was, niet lang op zijde van het wrak zouden uithouden.
Aan dat roepen gehoor gevende, klom ik ook af en nu werden de slepers afgesneden, de bootzeilen bijgezet en stevenden we, daar de wind vrij zuidelijk was, westwaarts op, hopende Macao of Hongkong weder te bereiken.
Na vier dagen met afwisselend goed en slecht weder in de boten gedobberd te hebben, kregen we land te zien. Het werd stil en we roeiden westelijk op, vertrouwende in de nabijheid van Hongkong te zullen komen. Diezelfde dag (21 juli) klaarde het weder zoveel op dat we zo ten naaste bij een breedte kregen, waaraan wij bespeurden veel oostelijker te moeten staan, dan wij gegist hadden. Wij zagen land van het N.W. tot N.O. en verder niets dan enige Chinese vissers. De volgende morgen was het zeer mooi weder, doch stil. Ten 8 ure des ochtends, ontwaarde ik door twee verschillende observatiën, aan de chronometer en de gegiste breedte, dat we hoe langer zo verder oostelijk afdreven, hebbende toen reeds nagenoeg 117º O.L. Thans kwam ik met mijn stuurman overeen om niet langer westelijk op te werken, maar daar we water en brood genoeg in de boten hadden, voor de wind naar Amoy af te houden, hopende die plaats spoedig te zullen bereiken. Het bleef echter dood stil en daarom besloten we tot op de middag te wachten en eerst nauwkeurig te zien, wat breedte wij hadden. Reeds sedert de vroege morgen, hadden we vele vissersvaartuigen gezien, enige zelfs zeer dicht in onze nabijheid, doch geen derzelven scheen acht op ons te slaan. Juist op de middag (22 juli) lichtten echter verscheidenen, na elkander in een voor ons onverstaanbare taal te hebben toegeroepen, te gelijktijdig hun ankers en kwamen, roeiende en zeilende, op ons aan. Wij deden, dit ziende, ons best, om hen met roeien en tevens zeilende te ontlopen, doch dit mocht ons niet gelukken, en maar al te spoedig ondervonden we, wat zij in hun schild voerden. Meer dan vijftig grote vissersvaartuigen, ieder met tien à twaalf koppen bemand, waren in een ogenblik rond onze boten. Een derzelven, liep de grote boot recht van achteren in, onmiddellijk sprongen 8 à 10 met grote messen gewapenden in dezelve en sloegen, recht en links, hoewel met het platte, tussen ons in. Inmiddels liepen enige anderen langs beide zijden der boot, zodat ze met rovers als overdekt was. Toen ging het aan een plunderen; al onze goederen, instrumenten, provisiën, water, enz waren in een ogenblik overgemand, de buikdelling der boot opengehakt, alle hoeken en gaten onderzocht en ons werd niets overgelaten, zelfs geen dronk water, hoewel we allen op de knieën hierom smeekten. De trommel met alle scheepspapieren, waarin mede de getekende verklaring van het verongelukken van het schip, lang door mij met de rechterhand vastgehouden, smekende die te mogen behouden, was ik echter genoodzaakt over te geven, daar mij het scherpe van een mes op de pols gezet en gedreigd werd de hand te zullen afkappen, indien ik niet onmiddellijk losliet. Alles uit de boot zijnde, klom een dier onmensen naar boven, sneed de zeilen van de mast en nam vervolgens ook al het touwwerk mede, latende letterlijk niets in de boot dan twee riemen en een handspaak. Ook onze sloep waarin 8 man met de opperstuurman, onderging hetzelfde lot; niets, ook zelfs geen dronk water, mochten zij, in weerwil van al hun smeken behouden. In de grote boot was ik met 18 personen, waaronder mijne vrouw en kind, benevens twee passagiers.. Daarop hielden de rovers van ons af en we dankten God dat we tenminste ons leven tot hiertoe hadden mogen behouden.
Dan onze betrekkelijke vreugde was van korte duur.
Spoedig kwamen enige dier rovers terug en dwongen ons met het mes op de keel onze klederen uit te trekken en af te geven. Moedernaakt werden wij uitgeschud en die klederen meegenomen, latende dezen een oude broek, dien een oud hemd enz. Ook mijn vrouw en kind hadden zeer veel van die onverlaten te lijden. Alle kledingstukken, die hun aanstonden, werden haar van het lichaam getrokken of gesneden. Daarop verlieten de rovers ons, doch het gezicht in de beide uitgeplunderde boten was allerakeligst, zittende de meesten onzer in hun blote lijf, blootshoofds in de gloeiende zon, en geen drop water tot lafenis. Buitendien hadden we het verlies te betreuren van een onzer lotgenoten, namelijk de matroos F. Sacklee, die, waarschijnlijk door schrik bevangen, bij de eerste aanklamping der boot over boord sprong en ongetwijfeld in de golven zijn dood vond. Een andere matroos, Poetsma, die evenzo handelde, werd echter weder binnenboord getrokken en was zodanig door schrik bevangen, dat hij ijlende onder in de boot lag en zich thans nog hier in het hospitaal bevindt, hoewel merkelijk in beterschap toenemende.
Uit allen was nu voor een ogenblik de moed geweken en hopeloos zaten we bij elkander, op Godsgenade ronddrijvende. Spoedig echter ontwaakten wij uit die moedeloze toestand en besloten, daar het land in ’t gezicht was, recht op hetzelve aan te roeien en de boten op strand te zetten, dewijl we noch eten noch drinken hadden. Dit mocht ons echter niet gelukken, alzo het te vroeg donker werd en we dus geen geschikte plaats tot landing konden vinden. We hielden derhalve die nacht langs de wal. Te middernacht herleefde alle hoop, daar we voor ons uit een stoomboot in ’t gezicht kregen, kunnende duidelijker derzelver gekleurde lichten onderscheiden; alle krachten werden ingespannen om ze te bereiken, doch vruchteloos, aangezien plotseling alle lichten verdwenen en we in den donker niets meer konden onderkennen. Met het aanbreken van de dag (23 juli) hielden we weder recht naar de wal toe, Op de middag naderden we een ten anker liggende visserspraauw, waaraan wij door tekenen te verstaan gaven, dat we honger en dorst hadden. Waarschijnlijk met ons lot begaan, liet men ons op zijde van dat vaartuig komen en kregen wij allen, 25 personen sterk, vol op rijst en water. Ik kon echter uit de opvarende dier praauw volstrekt niet te weten komen, op welk gedeelte der kust van China we ons bevonden. Met de hand wezen zij mij evenwel een plaats aan de wal aan, waar ik moest landen, zullende als dan volgens hun verzekering in goede handen vallen en waarschijnlijk verder geholpen worden.
Na enige tijd op zijde van die praauw uitgerust te hebben, aanvaardden we, naar omstandigheden welgemoed, de tocht naar de ons aangewezen plaats.
Dicht onder de wal komende, werden we aangeklampt door twee Chinese vaartuigen en van ons begrepen hebbende, dat we een veilige haven zochten, bood de schipper van een derzelven aan, ons aldaar te brengen, mits ik vooraf een schuldbekentenis van 200 Spaanse matten tekende, waaraan door mij, niet anders kunnende handelen, voldaan werd. Toen namen ze ons op sleeptouw en brachten ons tegen de avond in een kleine baai of inham om aldaar tot de volgende morgen te wachten, aangezien de stroom tegen was. Ook van hem kregen we rijst en water, waarop wij ons onder in de boten ter ruste legden. Ten 2 ure des nachts werden we gewekt, op nieuw op sleeptouw genomen en westelijk opgeroeid naar de haven van Shantou (Swatow), alwaar we tegen de middag aankwamen. Daar vonden wij, behalve enige Engelse, ook twee Nederlandse schepen, namelijk het Nederlandse barkschip FORMOSA, kapt. A.C.F. Krull en de brik ANNA, kapt. H. Harmsz, bij welke laatste wij op zijde schoten. Met de meeste hartelijkheid werden wij door genoemde kapiteins en hun bemanningen ontvangen en zij besloten dadelijk ons te verdelen en ieder op zijn schip de helft onzer te bergen en voedsel te verlenen (opm: zie NRC 080458).
Later bood kapitein Harmz mij met vrouw en kind en gehele equipage vrije overtocht naar de plaats zijner bestemming, Shanghae (opm: Shanghai), aan, hetwelk ik gretig aannam, dewijl ik voorzag, dat mijn matrozen daar spoedig geplaatst konden worden. De 29e juli vertrokken wij met de brik ANNA van Swatow en bereikten, na een door stilte zeer lange reis Shanghae op de 16e augustus. Zo spoedig mogelijk begaf ik met de bemanning naar de consul, die haar een plaats aanwees in het sailors-home en mij met mijn huisgezin in het zogenoemde Commercie hotel.
Van het vergaan van de DOROTHEA en onze lotgevallen is procesverbaal opgemaakt en na gedane voorlezing door de gehele aanwezig zijnde equipage ondertekend. Thans zijn de meesten van mijn volk reeds op verschillende Engelse en Amerikaanse schepen geplaatst en zal ik, volgens mededeling van de consul, naar Hongkong overgezonden worden, om van daar over Java naar Nederland te vertrekken.

Afbeelding
Datum 18 maart 1858
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 17 maart. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 32 schepen, als:
Voor Rotterdam: LUCONIA, kapt. C.J.D. Hulshoff; WILHELMINA, kapt. J.F. Ihnen; JULIE, kapt. R. Brem; ZWERVER, kapt. D.A. Koekelis; MARIA DIEDERIKA, kapt. A. van Marion; KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. F.L. Zack; CORNELIS ANTHONIE, kapt. D.R. Kleve; JOSEPHA LOUISA, kapt. A. Muijzon; HENDRIK IDO AMBACHT; kapt. L. Bijl; KAREL EN HENRICUS, kapt. A. van de Geer.
Voor Amsterdam: HENRIETTE, kapt. J. van Loenen; GEBROEDERS, B.G. Flik; GRAAF VAN HEIDEN REINESTEIN, kapt. J. Wamsteker; ALBATROS, kapt. K.P. Haasnoot; HERCULES, J.F. Detering; JACOBA CHRISTINA, kapt. J.C. Berk; ELIZE HENRIETTE, kapt. P.J. Detering; WASSENAAR, kapt. A. Hofstee; AMSTEL, kapt. H.H. Rademaker; MATHILDA, kapt. J.H. Fekkes; IJSTROOM, kapt. A. Hansen; KANDANGHAUER, kapt. W. Zeelt; HENRICA, kapt. R. Strackholder; STAD DOCKUM, kapt. N. v.d. Werff; AGATHA EN MARIA, kapt. W.B. van Zijp, MARIA CATARINA, kapt. H.C. de Bos.
Voor Schiedam: ANNA, kapt.H. Harms; CORNELIA MATHILDA, kapt. P. Snoeij; HELLEVOETSLUIS, kapt. W.J. Vos (van Dordrecht).
Voor Dordrecht: JAN VAN HOORN, kapt. B. Molls.
Voor Middelburg: LUCTOR ET EMERGO, kapt. J. Hakker; WILHELMINA CATHARINA, kapt. N.M.O. de Groot Stiffrij.

Afbeelding
Datum 08 april 1858
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Advertentie. Dankbetuiging. De ondergetekende, gevoerd hebbende het, op de 17e juli 1857 op een onbekende klip in de Chinese Zee verongelukt fregatschip DOROTHEA (opm: zie o.a. NRC 011057), thans door Gods goedheid, met vrouw en kind weder in ‘t vaderland gearriveerd, brengt door deze, ook namens zijn echtgenote en equipage, zijn hartelijke dank toe, aan de onder te melden gezagvoerders en hun equipage, die hen allen, na zeven dagen zwerven in zee met twee open boten, en na op de kust van China door zeerovers geheel te zijn uitgeplunderd, uitgekleed en van alle voedsel en drinkwater beroofd, eindelijk door een Chinese visser te Swatow (opm: Shantou, 23º21’ N.B. 116º41’ O.L.) op de kust van China binnengesleept zijnde, zo liefderijk hebben ontvangen, onmiddellijk allen van de hoogstnodige kledingstukken voorzien, niet alleen, maar hem gezagvoerder, nog bovendien een som van 175 Mexicaanse dollars ter hand stelden om onder zijn manschappen (20 personen) te verdelen. De beide eerst te noemen kapiteins, Nederlanders zijnde, verdeelden ons ogenblikkelijk in twee partijen, en gaven ons elk op zijn bodem provisioneel voeding en huisvesting, terwijl de derde, Engelsman zijnde, in geldelijke bijdragen, en in het uitreiken van klederen niet achter bleef. Bovenbedoelde kapiteins zijn:
A.C.F. Krull, voerende het Rotterdamse barkschip FORMOSA,
H. Harmsz, voerende het Schiedamse brikschip ANNA,
…..Andrew, voerende het Engelse fregatschip LEONIDAS.
Nimmer zal ik, noch mijn vrouw, noch een mijner equipage, de hartelijke hulpvaardigheid vergeten, waarmee gemelde kapiteins ons op hun schepen hebben verpleegd, en als tolk van al mijn lotgenoten breng ik gemelde gezagvoerders en hun manschappen thans nogmaals de betuiging onzer erkentelijkheid voor hun menslievende behandeling toe, terwijl ik Gods beste zegen over deze edele mensenvrienden afsmeek.
Amsterdam, 7 april 1858 A. van den Kolk

Afbeelding
Datum 15 september 1859
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Verkoop schepen

Advertentie. Openbare vrijwillige verkoping in het gebouw Musis Sacrum te Schiedam van het snelzeilend Brikschip genaamd ANNA.
De makelaar J. Bakker te Schiedam is voornemens als daartoe last en order hebbende van zijn principalen, op dinsdag de 27e september 1859, des namiddags ten 4 ure, te veilen en op dinsdag de 4e oktober daaraanvolgende, mede des namiddags ten 4 ure, te verkopen het snelzeilend, gekoperd en kopervast Brikschip, genaamd ANNA, laatstelijk gevoerd door kapt. P. v.d. Valk, volgens meetbrief lang 32 el 60 duim, wijd 5 el en 68 duim, hol 3 el en 99 duim, en alzo groot 331 ton, met al deszelfs rondhouten, staand en lopend want, geschut, ankers, kettingen, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, zodanig als hetzelve is liggende in de buitenhaven te Schiedam.
Nadere inlichtingen zijn te bekomen zowel ten kantore van bovengenoemde makelaar als van de boekhouder van gemeld schip, de heer M. Kerdel en de notaris Lechner, beide mede te Schiedam.

Afbeelding