Inloggen
GRAAFSTROOM - ID 14099


Kroniekberichten

Datum 09 maart 1849
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar New York voor goederen en passagiers het nieuw gebouwd, gekoperd en kopervast Nederlands barkschip GRAAFSTROOM, kapt. C. Kraan, om ten spoedigste te vertrekken. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam & Smeer en Van Wambersie & Crooswijck.

Afbeelding
Datum 19 mei 1849
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam, 18 mei. Uit New York wordt onder dagtekening van 1 mei het volgende gemeld: Gisteren kwam alhier binnen het paketschip la DUCHESSE d’ORLEANS, van Havre, aan boord hebbende kapitein D.B. Houwink met vijf man equipage van de Nederlandse kof HARMANNA, te Winschoten te huis behorende. Dit schip, met een lading rozijnen van Samos naar Amsterdam bestemd, was in de nacht tussen 30 en 31 maart bij de Eddystone in het Kanaal door gemelde paketboot overzeild, zodat alleen de kapitein en de vijf man equipage hebben kunnen worden gered, zonder iets meer dan de klederen aan het lijf. In stede van de geredde personen in een of andere haven in het Kanaal aan wal te zetten, heeft de kapitein der Havre-paket hen naar Amerika medegenomen. Er liggen op dit ogenblik juist twee Nederlandse schepen in de haven: de bark GRAAFSTROOM en de bark ANNA, beide van Rotterdam, met welke of een van welke de bedoelde kapitein en schepelingen door tussenkomst van de Nederlandse consul de terugreis naar het vaderland zullen doen. (opm: zie NRC 050449, 070449 en 100449)

Afbeelding
Datum 22 mei 1849
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Men schrijft ons uit Oude Pekela d.d. 19 mei:
Aangaande de equipage van het kofschip HARMANNA, kapt. B.D. Houwink, in de nacht van de 31e maart in het Kanaal aangezeild en sedert masteloos en door het volk verlaten te Plymouth binnengebracht, en over wier lot men steeds in bange verwachting verkeerde, zijn heden alhier berichten ingekomen uit New York, in Noord-Amerika.
Volgens een eigenhandig schrijven van kapt. Houwink, dato New York 2e deze maand, was hij aldaar, benevens zijne manschappen, de 1e aan boord van een pakketboot, van Havre naar New York bestemd, aangekomen. Dit vaartuig had de HARMANNA in bovengenoemde nacht zo hevig aangezeild dat de beide masten, met al wat zich daaraan bevond, tegelijk overboord gingen en meer andere schade te weeg brachten. Niets anders denkende, of hun bodem moest door deze geweldige schok onmiddellijk te gronde gaan, was de equipage in allerijl, en zonder iets te kunnen meenemen, op genoemde boot gevlucht. In de hoop evenwel van met de dageraad nog iets van hun bodem te ontwaren, of hun aan land te zetten, had de pakketboot zich die gehele nacht op de hoogte van de plaats des onheils gehouden. Bij het aanbreken van de dag evenwel, van de HERMANNA niets meer bemerkende, en geen gelegenheid ziende om aan land te komen, waren zij alzo genoodzaakt geweest de reis naar New York mede te maken, temeer daar het groot aantal passagiers, op de pakketboot aanwezig, er bij de gezagvoerder op aandrong, zijn reis zonder verwijl voort te zetten. Kapt. Houwink bevond zich met zijn equipage in volmaakte welstand, en hoopte weldra gelegenheid te vinden over Liverpool, Havre of Bremen in het vaderland terug te komen.
Te New York lagen de 1e mei juist twee Nederlandse schepen in de haven: de barken GRAAFSTROOM en ANNA, beiden van Rotterdam, met een van welke de bedoelde kapitein en schepelingen, door tussenkomst van de Nederlandse consul, de terugreis naar het vaderland zullen doen.

Afbeelding
Datum 12 december 1849
Krant JC - Javasche Courant

Batavia, 10 december. De 8e dezer zijn hier aangekomen het Nederlandse schip PASSAROEANG, kapt. C.C.B. Tullbrun, met drie passagiers, de 5e september vertrokken van Texel, de dito schoener PIO NONO, kapt. J. van der Meijden, de 1e september vertrokken van Antwerpen, en het dito schip RESIDENT VAN SON, kapt. F.C. Bauditz, met vijf passagiers, de 26e augustus vertrokken van Londen.
Gisteren is hier aangekomen het dito schip WASSENAAR, kapt. A. Hofstee, met twee passagiers, de 24e augustus vertrokken van Amsterdam.
Heden is hier aangekomen het dito schip GRAAFSTROOM, kapt. J.H. van Santen, de 4e september vertrokken van Nieuwediep.
NRC 131249
Rotterdam, 12 december. Betreffende de reis van H.K.H. Prinses Marianne deelt men nog de volgende bijzonderheden mede. De ongesteldheid, welke H.K.H. verplicht had een geruime tijd op Sicilië te verblijven, was geheel geweken, zodat de reis was vervolgd geworden naar Syracuse. Deze stad was in de avond van de 13e november door H.K.H. aan boord van het stoomschip WILLEM I verlaten en na een vaart van 12 uren arriveerde hetzelve te La Valette op Malta. Het stoomschip, waarvan het met de 1e december geëindigde huurcontract door H.K.H. was verlengd geworden, was naar het vaderland teruggekeerd. Genoemd stoomschip is de 8e december te Plymouth aangekomen.
(opm: bekort)

Afbeelding
Datum 19 december 1850
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 28 oktober. Scheepsvrachten. In weerwil van de vele scheepsruimte, welke in het begin der maand werd aangeboden, heeft de koers der vrachten geen vermindering ondergaan en neigt zelfs op dit moment naar enige verhoging, hebbende meest alle schepen een bestemming bekomen. De ARDJOENO laadt voor Amsterdam 105 leggers arak (opm: rijstwijn) à NLG 110, huiden voor NLG 115, rijst voor NLG 75 en suiker voor NLG 80. De GRAAFSTROOM laadt te Samarang 5.000 pikols koffij, zo men wil voor rederij-rekening, en suiker, te leveren in Amsterdam à NLG 85. De MARIA laadt voor Amsterdam rijst en tabak à NLG 75, koffij en suiker à NLG 80. De DANKBAARHEID moet lossen te Samarang en Sourabaya en is, zo verre ons bekend, nog zonder bestemming. De CATHARINA MARIA laadt te Samarang koffij en suiker à NLG 80. De MAXIMILIAAN THEODOOR, de CLAUDIUS CIVILIS en het Bremer schip LEONTINE vertrekken naar China. De VIER GEBROEDERS, in ons vorig bericht gemeld als in lading naar Nederland, vertrekt ten gevolge der in Nederland gesloten charterparij naar Triëst. De SARA ALIDA MARIA laadt voor eigen rekening. De MARGARETHA IDA wordt grotendeels voor rederij-rekening beladen. De RIFFLEMAN is ter bevrachting aangeboden. Het Amerikaanse schip ALKMAAR ligt in lading voor Rotterdam. Het is de eerste vreemde bodem, die, in de hoop dat bij deszelfs arrivement in Nederland de nieuwe scheepvaartwetten reeds zullen in werking zijn, een verchartering heeft gesloten volgens Nederlandse usance en de afladers het verschil in rechten waarborgt bij een onverhoopte teleurstelling desaangaande. Tot heden werden aangenomen 250 leggers arak à NLG 112 en 4.000 pikols rijst à NLG 73, zonder meer. Het Zweeds schip AURORA en de Engelse schepen PANTHEA en EMPRESS zijn zonder bestemming. Het Deens schip FYLLA laadt voor Kopenhagen en het Nederlands schip d’ELMINA voor Nederland.

Afbeelding
Datum 04 mei 1851
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rotterdam 3 mei. Door de Nederlandsche Handel Maatschappij zijn bevracht geworden de navolgende 44 schepen als:
Voor Rotterdam: MARIE JULIE, kapt. L. van Dijcke; MARGARETHA IDA, kapt. H. Hagers; GERTRUDE, kapt. A. Schaap; AUSTRALIE, kapt. R. A. Tange; WHAMPOA, kapt. W.C. Kuyk; PICTURA, kapt. A. Lupcke; CATHARINA MARIA, kapt. G.L. Gortmans; HUGO GOTIUS, kapt. J. Glazener; PIO NONO, kapt. J.D. Nordlohne; MOZAMBIQUE, kapt. T.J.J. Bouman; KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE YACHTCLUB, kapt. G.F. Bus; GRAAFSTROOM, kapt. J.H. van Santen; LUCONIA, kapt. A. Pronk; LOUIS, kapt. P.A. Honig; VERTROUWEN, kapt. H.G. Pott; JOHANNA MARIA, kapt. L. Keus; JUNO, kapt. L.W. van Rijn van Alkemade.
Voor Amsterdam: KOOPHANDEL, kapt. H. de Boer; JOHANNA CATHARINA, kapt. D.C. Claus; MAXIMILIAAN THEODOOR, kapt. K. Latjes; THETIS, kapt. H.H. Rademaker; LUCIPARA’S, kapt. J. Kloppenburg; MARIA, kapt. H.D. van Wijk; IMMAGONDA SARA CLASINA, kapt. H. Zoetelief; CHRISTOPHORUS COLUMBUS, kapt. G. Groenewoud; NASSAU, kapt. J.L. ten Boekel; PRINCES SOPHIA, kapt. P.S. Matzen; KONING WILLEM II, kapt. G. van Eijk Menkman; URANIA, kapt. E.K. de Boer; PRINS MAURITS, kapt. J.J. Bart; PASSAROEANG, kapt. C.C.B. Fullbrun; DOGGERSBANK, kapt. P.J. van Kerkhoven; LEWE VAN NYESTEIN, kapt. R.H. Borchers; PRINS HENDRIK, kapt. J. Goedkoop; CESAR, kapt. S. Hooglandt; TWEELING ZUSTERS, kapt. W.P. Carst; IJSTROOM, kapt. T. Meester.
Voor Schiedam: H. VINCENSIUS DE PAULO, kapt. A. Leeflang; VICE ADMIRAAL LUCAS, kapt. J.K. de Weerd; NAGASAKI, kapt. F.A. Bunnemeijer (van Rotterdam); ARLEQUIN, kapt. C.A. Malbrane, (van dito).
Voor Dordrecht: KONINGIN DER NEDERLANDEN, kapt. E. Groeneveld Cadée; FLORA, kapt. M.F. Tydeman.
Voor Middelburg: MINERVA, kapt. N.N.

Afbeelding
Datum 20 december 1852
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Batavia, 27 oktober. Scheepsvrachten. In het begin der maand werd de PRINSES SOPHIA naar Rotterdam bevracht met suiker voor NLG 85, rijst NLG 75 en arak NLG 110 en later de GRAAFSTROOM NLG 87,50 voor suiker en NLG 80 voor 2000 pikols koffij, echter onder beding om het grootste gedeelte te Samarang te gaan laden, terwijl men dezer dagen voor de VAN DER WERFF naar Amsterdam bedong NLG 87,50 voor suiker en NLG 80 voor rijst.
De MARGARETHA IDA en MARIA laden te Soerabaija suiker voor NLG 85 en huiden voor NLG 115. De nu aangekomen schepen AMSTEL, MARGARETHA JOHANNA en DE SCHELDE zijn nog onbevracht, moetende beiden eerstgenoemde de aangebrachte ladingen te Samarang en Soerabaija gaan lossen. Van Engelse schepen werd voor de EDEN GBP 3.15/- voor suiker naar Amsterdam geweigerd, en verzeilde dit schip naar Singapore; de JACATRA werd voor GBP 4.2/6 naar Australië bevracht, en de GLENHUNTLY met een lading koffij naar Boston voor GBP 4.
Aan disponibele scheepsruimte bestaat gebrek. De talrijke bevrachtingen in Europa gesloten tot overbrenging van landverhuizers naar Australië, deed en in Europa en hier vermoeden, dat een groot tal dier schepen, ter bekoming ener retourlading op hier zou komen. Op grond hiervan dacht men in oktober, november en december de vrachten per vreemde vlag te zien dalen op GBP 2. Belangrijke inkopen van product zijn in dat vooruitzicht gedaan, vooral op order uit Engeland en Duitsland. Nu melden de jongste berichten, dat in Australië de equipages van meer dan 200 schepen naar de mijnen zijn vertrokken, die bodems zijn dus verlaten. Aangenomen, dat daarvan vermoedelijk een vierde naar Java zou zijn gestevend, kan men zich de misrekening alhier voorstellen, door dit wegblijven veroorzaakt. De pakhuizen zijn alom opgepropt vol; en de nieuw afgevoerde producten vinden geen kopers, omdat niemand geneigd is verdere orders uit te voeren alvorens zeker te zijn van scheepsruimte. De vrachten zullen echter niet belangrijk rijzen, omdat er geen hoge vrachten kunnen worden betaald van die producten, waarvan de inkoop was gebaseerd op een afscheping tegen lage vracht.

Afbeelding
Datum 05 maart 1853
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Hellevoetsluis, 4 maart. Het schip GRAAFSTROOM, kapt. J.H. van Santen, van Batavia, laatst van Brouwershaven komende, zit op het Krammer bij de vlakte aan de grond. Er zijn van hier schuiten derwaarts vertrokken om te lichten.

Afbeelding
Datum 28 februari 1855
Krant JB - Javabode

Batavia, 27 februari. De 24e dezer zijn hier aangekomen de Nederlandse barken VOORWAARTS, kapt. G.F. Bus, de 12 januari vertrokken van Melbourne, REMBRANDT VAN RHIJN, kapt. Van Wijngaarden, de 15e januari vertrokken van Sydney, en PER ASPERA AD ASTRA, kapt. J. Admiraal, komende van Rotterdam.
Gisteren zijn hier aangekomen de Nederlandse barken AZIA, kapt. C. Abrahams Jr., de 15e november vertrokken van Amsterdam, PALEMBANG, kapt. J. Hoekstra, de 17e november vertrokken van Rotterdam, CORNELIS GIPS, kapt. Van Ryn van Alkemade, de 26e januari vertrokken van Melbourne, LAURA EN ADELE, kapt. J.F. Donema, de 11e november vertrokken van Amsterdam, JAVA KOERIER, kapt. J.G. Kunst, komende van Liverpool, TAGAL, kapt. J.F.H. Göbel, komende van Australië, en WILHELMINA, kapt. J.C. van der Zweep, komende van Rotterdam.

Afbeelding
Datum 15 maart 1856
Krant JB - Javabode

Batavia, 13 maart. Heden is hier aangekomen het Nederlandse schip LAURA EN ADELE, kapt. T.J. Donema, de 3e december vertrokken van Amsterdam.

Afbeelding
Datum 05 maart 1875
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Bij onderhandse verkoop is het barkschip JOHANNES, groot 529 tonnen, door tussenkomst van de makelaar Ed.C.A. Koli aan de heer J. H. Rottinghuis te Delfzijl overgegaan.

Afbeelding
Datum 29 oktober 1875
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Rönne, 22 oktober. Het schip JOHANNES, kapt. Rottinghuis, van Nieuwediep naar Riga, ligt hier buiten ten anker wegens tegenwind.

Afbeelding
Datum 15 februari 1877
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 12 februari. Het Nederlands barkschip JOHANNES, kapt. Rottinghuis, door de storm van 30 op 31 januari gedeeltelijk alhier op de dijk gedreven, is heden ochtend weder vlot geworden; het heeft voor zoverre men zien kan weinig geleden en is dicht gebleven.

Afbeelding
Datum 16 maart 1878
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Delfzijl. 14 maart. Het Nederlandse barkschip JOHANNES, kapt. Rottinghuis, van Londen naar Frederikstad, is op het Borkumer rif totaal verongelukt. Het volk is gered.

Afbeelding
Datum 17 maart 1878
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Delfzijl, 15 maart. Kapt. Brumm, voerende het schip CARL, rapporteert, dat hij één man der equipage van het op 13 dezer gestrande barkschip JOANNES, kapt. Rottinghuis, heeft gered; de boot was langszij, doch kon wegens de holle zee de andere manschappen niet redden. Door kapt. Bakker, voerende het schip HOFFNUNG, is heden alhier aangebracht de overige bemanning van het schip JOANNES, kapt. Rottinghuis, bestaande uit elf man.

Afbeelding
Datum 19 maart 1878
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Schiermonnikoog, 16 maart. Heden is aangespoeld de spiegel van een schip met naambord gemerkt: C.G.Ph.R. Delfzijl, vermoedelijk afkomstig van de bark JOHANNES (ex LAURA EN ADÈLE), kapt. C.G.P. Rottinghuis, reder A.J. Bes, Bierum.

Afbeelding
Datum 19 maart 1878
Krant AH - Algemeen Handelsblad
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Amsterdam, 18 maart. Dezer dagen kwam te Delfzijl binnen het Duitse brikschip CARL, kapt. C. Brumm, van Wyborg met een lading delen naar Cette bestemd. Dit schip vertrok 28 oktober des vorigen jaars van Wyborg, had in de Oostzee met veel slecht weder te kampen, waardoor men genoodzaakt was de deklast over boord te werpen. Op 14 december liep de CARL te Kleven (Noorwegen) binnen ten gevolge storm en tegenwind. De 28 februari zeilde het schip van Kleven naar de bestemmingshaven, maar in de Noordzee leed het zware schade; de boten sloegen weg en het werd ten gevolge zware stortzeeën zeer lek. Men werd eindelijk genoodzaakt naar de Eems af te houden en had het geluk, hoewel zonder loods, de rivier op te zeilen tot binnen het eiland Borkum, waar men ankerde. Toen kwam een loods aan boord en nam de kapitein nog twee loodsen tot assistentie, om de afgematte equipage te helpen. De volgende dag kwam de CARL in de haven van Delfzijl binnen. Inmiddels had het water in het schip een hoogte van 13 voet bereikt, zodat het vaartuig als het ware op de lading dreef.
Verder wordt nog gerapporteerd, dat, toen de CARL de Eems inzeilde, men in de buitengronden een in gevaar verkerend barkschip zag. Spoedig daarna kwam een boot met de bemanning van dat barkschip op de CARL af. Toen de boot langszijde van de CARL kwam, sprong een man over. Men wierp touwen aan de manschappen in de boot toe; maar de zeegang was zo hoog, dat de boot niet langszijde kon blijven. Een reddingboei werd de schipbreukelingen toegeworpen, in de hoop dat men daarmede een voor een zou kunnen ophalen, waaraan zich echter niemand waagde. Uit de boot werd kapt. Brumm toegeroepen: bak te brassen, dit echter was onmogelijk, uithoofde de CARL te na aan het strand was, en men zodoende allen in groter gevaar zoude brengen, daar toch de CARL de boten verloren had en er dus bij stranding aan geen redding te denken viel.
Hoewel kapt. Brumm de mannen in de boot toeriep zich zolang mogelijk aan het schip te houden, liet men eindelijk het touw uit de boot slippen en konde toen niet meer voor de schipbreukelingen worden gedaan, en was de boot weldra uit het gezicht verdwenen, zodat men vermoedde, allen met de boot in de golven omkwamen. Gelukkig echter werd de boot op het Borkumer strand geworpen, en de bemanning van een bijna wisse dood gered.
Het is later gebleken, dat de verongelukte bark was de JOHANNES, kapt. Rottinghuis, te Delfzijl thuisbehorende.

Afbeelding
Datum 20 maart 1878
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Amsterdam, 18 maart. Op Schiermonnikoog is vrijdag de spiegel van een schip aangespoeld, waarop een naambord was gespijkerd met het opschrift: C.G.PH.R. Delfzijl, waarschijnlijk afkomstig van de bark JOHANNES (ex LAURA EN ADÈLE), kapt. C.G.P. Rottinghuis, reder A.J. Bos te Bierum, volgens het jaarboekje van Neerlands Vloot en Reederijen in 1848 uitgehaald. Het strand is bezaaid met drijfhout.

Afbeelding
Datum 22 maart 1878
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant

Ameland, 17 maart. Eergisteren zijn hier aan strand gespoeld enige kleine stukken wrakhout, vermoedelijk van het op het Borkumerrif uiteengeslagen barkschip JOHANNES, kapt. Rottinghuis, benevens een kist met kledingstukken, toebehorende, volgens daarin gevonden papieren, aan Warner Jansonius, te Appingedam.

Afbeelding
Datum 27 maart 1878
Krant AH - Algemeen Handelsblad

Advertentie. Mr. J.V.C. Wichers, notaris te Loppersum, zal, op donderdag 4 april 1878, des avonds te 7 uur, ten huize van S.J. de Vries, kastelein te Delfzijl, en ten verzoeke van zijn principalen, publiek te koop presenteren het Engelse tweemast kotterschip GLORIANA, thans liggende in de haven te Delfzijl, met al zijn staand en lopend touwwerk, ankers, ketting, koksgereedschap enz. enz., voorts vistuig enz. enz., een en ander nader bij aanplakbiljetten omschreven.
Tevens zal worden verkocht een grote scheepsboot met toebehoren, 1 werpanker met lijn, een kompas, een reddingsboei, afkomstig van het gestrande barkschip JOHANNES, kapt. Rottinghuis.

Afbeelding