Inloggen
HOOP (DE) - ID 13869


Kroniekberichten

Datum 14 januari 1848
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Berichten uit het buitenland incl havens

Harwich, 10 januari. De HOOP, kapt. Van der Zee, van Sunderland naar Amsterdam, is hier binnengebracht met verlies van zeilen en aanmerkelijke schade, zijnde door het ijs genoodzaakt geworden om terug te komen. Ook heeft dit schip zware stormen doorgestaan.

Afbeelding
Datum 30 maart 1849
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Terschelling, Het schip de HOOP, kapt. Van der Zee, van Tonningen naar Amsterdam, is alhier met zware schade binnengelopen en is in de haven gehaald.

Afbeelding
Datum 01 november 1850
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Dover, 27 oktober. Het schip (opm: tjalk) de HOOP, kapt. J.A. van der Zee, van Aarhuus (opm: Ǻrhus) naar de Maas, is op de Jutse kust verongelukt, doch het volk gered en alhier aangebracht. (opm: zie NRC 051150 en 161150)

Afbeelding
Datum 05 november 1850
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Rotterdam, 4 november. Op de 24e oktober l.l. is in de Noordzee gezonken het Nederlandse tjalkschip de HOOP, kapt. J.A. v.d. Zee, van Aarhuus naar Rotterdam bestemd. De bemanning is gered en te Dover aangebracht. (opm: zie NRC 011150 en 161150)

Afbeelding
Datum 16 november 1850
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Rotterdam, 15 november. Blijkens een bij het departement van buitenlandse zaken onder dagtekening van 9 november 1850 van Zr.Ms. gezant te Parijs ontvangen bericht, is door de Nederlanse consul te Caen ingezonden het navolgend, door de vice-consul te Honfleur van de Zweedse vice-consul aldaar ontvangen verslag van de kapitein Fermann, voerende het Noorweegse schip AMPHITRITE wegens de redding op de Noorweegse kust der bemanning van het in zee gezonken Nederlandse schip de HOOP:
“De 24e oktober j.l. mij op nagenoeg 20 mijlen afstand van de Noorweegse kust bevindende, heb ik de manschap gered – kapitein en drie man – van het Nederlandse schip de HOOP, van Horndijk, kapt. J.A. van der Zee, komende van Aarhus met een lading rogge, bestemd naar de Maas. Gemeld schip had de vorige avond een aanmerkelijk lek bekomen. Met veel inspanning was het zinken verhoed tot aan de volgende dag, wanneer wij gelukkig genoeg zijn geweest de opgehesen vlag te ontdekken en de manschap te kunnen opnemen, niettegenstaande de storm en hoge zee. Toen de bemanning het schip had verlaten, is hetzelve bijna onmiddellijk gezonken. De 27e oktober heb ik de vier schipbreukelingen te Dover aan wal gezet.” (opm: zie NRC 011150 en 051150)
Get. H.P. Fermann, commandant van het Noorweegse driemastschip de AMPHITRITE, van Kragero, de 1e november te Honfleur binnengelopen, komende van Umea (Zweden).
De lofwaardige handeling van kapt. Fermann verdient eens te meer vermelding, daar hij volgens de ontvangen berichten geen beloning hoegenaamd voor zijn menslievend gedrag heeft gevorderd.

Afbeelding
Datum 22 februari 1851
Krant DC - Dordtsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Bij besluiten van den 3 dezer heeft het Z.M. behaagd als blijk van hoogstdeszelfs goedkeuring en tevredenheid zilveren medailles te verlenen aan de navolgende personen, als: aan G. van Rijn, voerman te Katwijk aan Zee, wegens zijn met goed gevolg bekroonde pogingen tot redding der equipage van het op 29 december 1849 nabij Katwijk gestrand Nederlands scheepje de VROUW ELISABETH; aan H. van Rooijen, aan W. Minderhoud, aan P. Verstraate, dijkwerkers, en aan A. Dingmans, stuurman ter koopvaardij te Westkapelle, wegens de door hun medewerking volbrachte redding der equipage van het nabij Westkapelle, de 7de februari 1850, gestrand Frans brikschip l’ AFRICAIN; aan J.T. de Kinder, schipper bij het Belgische loodswezen te Vlissingen, wegens zijn welgelukte pogingen tot het redden van de manschappen van een op 9 augustus 1850 nabij het hoofd van Vlissingen omgeslagen schuitje en vele door hem reeds vroeger volbrachte reddingen; aan de matroos der 1ste klasse Jochems en de vuurstoker J. Petersen, dienende op het stoomschip PHOENIX, wegens de door hen op 17 november 1849 met levensgevaar volbrachte redding van een over boord gevallen matroos in de baai van Soerabaya.
Voorts heeft Z.M., bij besluit van den 3 dezer, no. 64, aan de kapitein Fermann, van het Noorse schip AMPHITRITE, als een blijk van hoogstdeszelfs erkentelijkheid wegens de door hem volbrachte redding van de bemanning van het op de Noorse kust gestrande Nederlandse schip de HOOP, de gouden medaille verleend; en bij besluit van den 3 dezer, no. 63, heeft Z.M. aan T. van den Akker, stadsarbeider en klapwaker te Breda, ter beloning van de door hem op 3 september 1850 met levensgevaar volbrachte redding van een nabij de stadspoort in het water gevallen persoon, als een blijk van goedkeuring en tevredenheid, toegekend een gratificatie van NLG 10,- en een loffelijk getuigschrift.

Afbeelding