Inloggen
HENRIETTE - ID 13782


Kroniekberichten

Datum 11 januari 1848
Krant PGC - Provinciale Groninger Courant

Te Hamburg zijn in de haven liggende, onder meer andere, de volgende Nederlandsche schepen:
ALBERDINA, kapt. Hazewinkel; ALBERDINA EDZINA, kapt. Naatje; ALIDA GIEZEN, kapt. Boon; ALIDA JANTINA, kapt. Klasen; CORNELIS; kapt. Folkertsma; FENNEGINA, kapt. Puister; GEERDINA, kapt. Boonstra; GESINA, kapt. Pronk; HENDRIKA, kapt. De Boer; HENDRIKA, kapt. Stuurman; HENDRIKA ANNECHIENA, kapt. De Boer; HENRIETTE, kapt. Dik; HILLECHIENA CATHARINA, kapt. Mooij; de JONGE PIETER, kapt. De Jong; NIESSINA SCHURINGA, kapt. Engelsman; ULRIKA, kapt. Bekkering; ZWAANTINA, kapt. Bakker; en 2 GEBROEDERS, kapt. De Vries.

Afbeelding
Datum 26 juli 1857
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Rotterdam, 25 juli. Te Harlingen is gisteren gearresteerd zekere kof-kapitein, beschuldigd van in het laatst des vorigen jaars zijn stuurman, in de Middellandse Zee, met hulp van de matrozen overboord te hebben geworpen. Deze beschuldiging geschiedt ingevolge de verklaring van de scheepsjongen, welke zich toen aan boord bevond en die aan de bevoegde autoriteiten medegedeeld heeft, dat gemelde stuurman zich nog aan de klampen van het schip vasthield, maar dat men door schoppen tegen zijn handen de vermiste genoodzaakt heeft zich los te laten, zodat deze daarop een prooi der golven werd. De politie meende de gehele bemanning te arresteren, doch de equipage bleek sedert het vorig jaar verwisseld te zijn, en er was een Sleeswijk-Holsteinse scheepsjongen aan boord. (opm: de kof HENRIETTE, zie volgend bericht, NRC 270857 en 260358)

Afbeelding
Datum 27 juli 1857
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Amsterdam, 25 juli. Gisteren is onder geleide van twee gerechtsdienaren uit Harlingen alhier aangekomen en terstond naar het cellulaire huis van arrest en justitie overgebracht de gezagvoerder van het dezer dagen te Harlingen binnengekomen kofschip HENRIETTE, die verdacht wordt ten vorige jare op de terugreis van Galatz, in de Middellandse Zee de stuurman van genoemde bodem (opm: Sjoerd Zeelt) over boord te hebben doen werpen en verdrinken. Naar men verneemt, heeft de gehele equipage tot het volvoeren van deze gruweldaad meegewerkt. De scheepsjongen echter heeft alleen uit vrees, dat hem bij weigering hetzelfde lot beschoren was, aan de misdaad deelgenomen en heeft, ondanks de eed van geheimhouding, welke men hem had doen zweren, het ijzingwekkende voorval aan de justitie geopenbaard, zodra zich daartoe de geschikte gelegenheid voordeed. De ongelukkige stuurman was een Fries van geboorte. Daar de gezagvoerder en de schepeling van de HENRIETTE voor de reis ter dezer stede zijn aangemonsterd, zo zal deze treurige, doch belangrijke zaak bij de arrondissements-rechtbank alhier behandeld worden.

Afbeelding
Datum 27 augustus 1857
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Amsterdam, 26 augustus. Dezer dagen heeft men de persoon gearresteerd, die verdacht wordt gehouden de gezagvoerder van het schip HENRIETTE te hebben bijgestaan in het vermoorden van één der schepelingen van die bodem door hem in zee te werpen (opm: zie o.a. NRC 260757 en 260358).

Afbeelding
Datum 26 maart 1858
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Amsterdam, 25 maart. De 7e april a.s. zal voor het provinciale gerechtshof behandeld worden de zo treurige zaak van Hendrik Bulder, Jan Top Vegter, Alexander Lorenz Eeck (niet aanwezig) en Pieter Storm, zeelieden die beschuldigd worden de 21e augustus 1856, terwijl het kofschip HENRIETTE, waarop zij zich – de eerste als gezagvoerder, de laatsten als schepelingen – bevonden, in de nabijheid van Gibraltar zeilende was, de stuurman Sjoerd Zeelt overboord te hebben geworpen, die in zee liggende, nog de rust van het want greep, doch genoodzaakt werd die los te laten, ten gevolge van enige trappen met de voet, hem door de 2e beschuldigde moedwillig toegebracht, zodat genoemde stuurman de dood in de golven heeft gevonden. Terwijl zij tevens beschuldigd worden van vroeger op onderscheidene tijdstippen, gedurende dezelfde reis, moedwillig schoppen en slagen aan genoemde stuurman te hebben toegebracht, en mitsdien van doodslag, met voorbedachte rade gepleegd (moord) en van het moedwillig toebrengen van slagen of stoten. (opm: zie o.a. NRC 260757, hieronder volgend bericht en 08045, 280458 en 010558)
Mr. L.H. Kuhn is met de verdediging van de beschuldigden belast.

Afbeelding
Datum 27 maart 1858
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Rotterdam, 26 maart. Het Handelsblad deelt mede de acte van beschuldiging tegen Hendrik Bulder, oud 35 jaren, scheepsgezagvoerder, Jan Fop Vegter, oud 25 jaren, zeeman, Alexander Lorenz Eeck, vermoedelijk oud 23 jaren, voortvluchtig, en Pieter Storm, oud 21 jaren, wonende te Amsterdam, van beroep zeeman. Uit dit stuk blijkt o.a:
- dat op 10 december 1855 uit het Nieuwe Diep is uitgezeild het Nederlandse kofschip HENRIETTE, toebehorende aan de rederij van de heren A. Poort & Comp. te Amsterdam, en bestemd naar Genua en Galatz en terug;
- dat op 5 januari daaraanvolgende de gezagvoerder A. Icke te Dover uit hoofde van ziekte ontslagen zijnde, het bevel over het schip is opgedragen aan de 1e beschuldigde, bestaande alstoen de equipage verder uit Sjoerd Zeelt van IJst, als stuurman, de 2e en 3e beschuldigde als matrozen, de 4e beschuldigde als scheepsjongen en de 18-jarige Borgert Geerts Dijken, als kok;
- dat met deze equipage de reis gemaakt is naar Genua en verder naar Galatz, van welke plaats op 16 mei de terugreis is aangevangen;
- dat, toen deze bodem zeilende was in de Middellandse Zee en zich bevond in de nabijheid van Gibraltar, de stuurman Sjoerd Zeelt in de golven is omgekomen, wordende omtrent de dood van deze persoon, in het door de eerste beschuldigde gehouden en eigenhandig geschreven scheepsjournaal, op de datum van 21 augustus 1856, woordelijk het volgende vermeld: “Om 8 uur `s avens met het bezaan reefven valt de stuurman S.Z. Zeelt over boord, gooijen dadelijk een ent touw over boor maar heeft het niet kregen, hoorden hem nog eenmaal roepen, en zagen hem toen niet meer, dat het door ons geene mogelijkheid was om hem te redden, draaijen het roer in lij maar het schip wou niet wenden,” aan de zijde van welke verklaring de naamtekeningen van de 1e, 2e en 3e beschuldigde worden gevonden (opm: het aangehaalde gedeelte is door de rechtbank letterlijk overgenomen met alle in het journaal gemaakte schrijffouten; dit is ook in deze kroniek-tekst curieusheidshalve weer zo overgenomen);
- dat, nadat de terugreis was volbracht, dit journaal op de 3e oktober van dat jaar door de eerste beschuldigde aan de kantonrechter in het vierde kanton te Amsterdam is vertoond;
- dat in de maand november de HENRIETTE onder bevel van de eerste beschuldigde. naar zee is gegaan, aan boord hebbende als kok de reeds genoemde Borgert Geerts Dijken, die echter na een vergeefse poging om de bodem te Bayonne te verlaten, te Cardiff daarin geslaagd is en in de maand juli 1857 met het schip MARIA, kapt. H. Klein, aldaar is teruggekeerd;
- dat Dijken op de 15e dier maand zich bij de waterschout aangemeld en alstoen de navolgende verklaring heeft afgelegd:
- dat op de terugreis van de HENRIETTE van Galatz naar het vaderland, op zekere dag, toen het schip zeilende was in de Middellandse Zee, de stuurman Zeelt woorden heeft gekregen met de vierde beschuldigde, zonder dat hem de oorzaak daarvan bekend is;
- dat deze beide personen gedurende de gehele reis met elkaar altijd wel waren geweest en zich steeds te samen hadden bevonden, doch dat na die woordenwisseling, de vierde beschuldigde aan de eerste beschuldigde is gaan vertellen, dat Zeelt diens zusters voor h….. had uitgemaakt;
- dat de 1e beschuldigde, zo als deze later heeft gezegd van de 4e beschuldigde ook nog moet hebben vernomen, dat Zeelt meer kwaad van hem gesproken had;
- dat bovendien de derde beschuldigde aan de eerste heeft overgebracht, dat Zeelt een gulden zou hebben geboden om de tweede beschuldigde een pak slaag toe te brengen;
- dat het gevolg van dit alles geweest is, dat Zeelt door de eerste beschuldigde als stuurman afgezet en vooruit gezonden is;
- dat Zeelt daarna, zowel door de eerste beschuldigde als door de drie andere beschuldigden onophoudelijk is mishandeld, geschopt en met touwen geslagen, zodat hij menigmaal blauwe plekken had en zelfs kreupel was, hebbende hij getuige menigmaal de eerste met de andere horen afspreken om Zeelt te mishandelen, welke mishandelingen gedurende ongeveer een maand zijn voortgezet;
- dat na verloop van die tijd op zekere avond, toen hij getuige aan het roer stond, de eerste beschuldigde hem is komen aflossen en hem gelast heeft vooruit te gaan;
- dat hij aldaar komende, Zeelt heeft zien zitten met de rug tegen de kettingkist, omringd van de 2e, 3e en 4e beschuldigde en hem heeft horen zeggen: “och Jan, vergeef mij toch al wat ik heb misdreven”;
- dat de tweede beschuldigde daarop geantwoord heeft: “wij zullen je alles vergeven”;
- dat op datzelfde ogenblik, terwijl de 1e beschuldigde aan het roer stond, de 2e, 3e en 4e beschuldigde Zeelt gezamenlijk hebben aangegrepen en, niettegenstaande deze zich met alle kracht verweerde, hem opzettelijk over de reling in zee hebben geworpen;
- dat Zeelt in zee liggende, de rust van het want nog heeft gegrepen, doch dat de 2e beschuldigde hem als toen twee trappen met de voet heeft toegebracht, waardoor hij moest loslaten en uitroepende “ach God” in de golven is weggedreven;
- dat hij getuige, toen hij zag dat Zeelt over boord zou worden geworpen, zich herinnerde, dat de 2e beschuldigde die middag tegen hem gezegd had: “dat zijn misschien de laatste aardappelen die je eet” en toen vrezende, dat men hem ook zou willen verdrinken, om de schijn van zich te weren als zou hij met Zeelt het eens zijn, zelf bij die verschrikkelijke gebeurtenis zijn handen aan Zeelt geslagen en in zijn angst hem een paar slagen op de rug gegeven heeft, zonder echter in het minst te helpen, waartoe hij niet eens de kracht had.
- dat na het gebeurde hij, getuige, naar zijn kooi is gegaan, doch de eerste beschuldigde met de drie anderen is gaan jenever drinken en zingen, hetwelk een gedeelte van de nacht heeft aangehouden;
- dat daags daarna de 1e beschuldigde gezegd heeft: “wij zijn allen aan de zaak schuldig, een ieder past nu op er niet van te spreken”;
- dat later de 2e beschuldigde tot hem gezegd heeft: “dat het goed was, dat hij ook had geholpen, vermits hij anders genoodzaakt was hem over boord te werpen”;
- dat ongeveer een maand na het over boord werpen van Zeelt, hij door het herhaalde praten der beschuldigden angstig geworden, een eed heeft afgelegd, nimmer iets van het gebeurde te zullen vertellen;
- dat bij het daarop gevolgd gerechtelijk onderzoek Dijken, meermalen door de rechter commissaris ondervraagd, steeds bij de afgelegde verklaring heeft volhard en zelfs eenmaal in tegenwoordigheid van de 1e beschuldigde die heeft herhaald.
Voorts behelst de akte van beschuldiging onderscheidene omstandigheden en daadzaken, waardoor de door Dijken afgelegde verklaringen in gewicht toenemen, terwijl bovendien deze verklaringen door bekentenissen der beschuldigden in zeer vele opzichten bevestigd en versterkt worden.
Dien ten gevolge zijn bovengenoemde personen beschuldigd: 1º. van doodslag met voorbedachten rade gepleegd (moord), en 2º. van het moedwillig toebrengen van slagen of stoten.

Afbeelding
Datum 08 april 1858
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Amsterdam, 7 april. Heden stonden voor het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland terecht de personen van H. Bulder, J.F. Vegter en P. Storm, beschuldigd van moord met voorbedachten rade, gepleegd aan boord van het Nederlandse kofschip HENRIETTE. Op het requisitoir van het O.M. is, niettegenstaande de conclusie van de verdediger Mr. L.H. Kuhn, de zaak uitgesteld tot de 27e dezer, ten einde de voortvluchtige 3e beschuldigde A.L. Eck, die aan boord van een schip van Kopenhagen naar Kroonstadt moet vertrokken zijn, ten tweede maal op te roepen. Die dag zal echter de zaak verder worden behandeld. Mocht de 3e beschuldigde dan niet zijn verschenen, dan zal hij weerspannig tegen de wet worden verklaard.

Afbeelding
Datum 01 mei 1858
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Binnenlandse berichten, diverse

Amsterdam, 30 april. Het provinciaal gerechtshof van Noord Holland heeft heden uitspraak gedaan in de meermalen door ons besproken zaak van het Nederlandse kofschip HENRIETTE, en de beschuldigden Hendrik Bulder, Jan Fop Vegter en Pieter Storm bij een breed gemotiveerd arrest vrijgesproken. Zij zijn daarop onmiddellijk in vrijheid gesteld.

Afbeelding
Datum 13 oktober 1858
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Berichten uit het buitenland incl havens

Deal, 10 oktober. Het Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Stams (opm: kof, kapt. W. Stam), van Amsterdam naar Nantes, heeft hier ter rede anker en ketting moeten slippen om daardoor aanzeiling te voorkomen en is naar Ramsgate gezeild.

Afbeelding
Datum 29 oktober 1859
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Berichten uit het buitenland incl havens

Ramsgate, 26 oktober. Het Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Stam, van Marseille naar Eu (opm: haventje aan de noordwestkust van Frankrijk) is hier lek en met verlies van zeilen binnengelopen.

Afbeelding
Datum 30 oktober 1859
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Berichten uit het buitenland incl havens

Ramsgate, 29 oktober. Het alhier lek binnengelopen Nederlandse schip HENRIETTE, kapt. Stam, van Marseille naar Clay, - zie ons nommer van gisteren – moet de lading raapkoeken lossen om te repareren.

Afbeelding
Datum 14 december 1861
Krant NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Type bericht Strandingen, verongelukking en vermissing

Liverpool, 12 december. Het Nederlandse schip (opm: kof) HENRIETTE, kapt. L. Brons, van hier met klipzout naar Harlingen bestemd (opm: PGC 171261 geeft als bestemming Dordrecht), is bij Point Lynas (opm: 53º25’ N.B. 4º17’ W.L.) verongelukt. De equipage is gered en alhier aangebracht.

Afbeelding