|
Harlingen. Den 15 juli binnen gekomen de smakschepen de JONGE JAN, kapt. P.G. Reinders, DIANA, kapt. W.J. Stuit, de VROUW LAMMEGINA, kapt. Otto Pieters Smit, alle 3 met hout van Noorwegen. Den 16 dito binnen gekomen het kofschip de JONGE JAN, kapt. Jan E. Bart; het tjalkschip de VROUW HELGINA, W.J. Panman; het smakschip GESINA CHARLOTTE, kapt. G. van Veen, alle met hout van Noorwegen. Den 17 dito binnen gekomen de smakschepen METTA GESINA, kapt. B.E. Juister, van Dantzig (opm: Gdansk), de VROUW LAMMEGINA, kapt. G.J. Hoetjer, van Noorwegen, beide met hout. Den 18 dito binnen gekomen de brikschepen WILHELM FREDRIK, kapt. E.P. Horn, NORGE, kapt. S.A. Giertsen; het smakschip de JONGE CORNELIS DE HAAN, kapt. Jan J. Siedses; de kofschepen de VROUW ANNEGINA, kapt. J.P. Hergens, ALIDA CLASINA, kapt. K.L. Tiktak, EENDRACHT, kapt. E.M. de Jonge, alle met hout van Noorwegen. Uitgezeild de kofschepen de JUFVROUW HENDRICA, kapt. H.H. Scholtens, en de VROUW JACOBA, kapt. Jan J. Rink, beide met ballast naar Liverpool. Den 19 dito binnengekomen het smakschip HILLEGINA, kapt. H. Kleeve; het tjalkschip de VROUW FENNEGINA (opm: tjalk), kapt. A.C. Ruiten, beide met hout van Noorwegen. Uitgezeild het sloepschip WALTER MATTHEWS, kapt. A. Gallaway; het schonerschip SARA JANE, kapt. H. Clark, beide met boter naar Londen; het galjasschip NOORDSTERN, kapt. M.O. Rod; het kofschip HERSTELLING, kapt. A.P. Schuringa, beide met ballast op avontuur.
|