Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
In het Amsterdamse Stadsarchief is in inventaris 5181/7150-1815-35 een akte van onderhandse koop/verkoop dd Emden 22 februari 1803 van de fluit de “Jonge Jacob” gevoerd door kapitein Freerk Pieters. De verkoper was D.J. van Camminga, koopman te Emden en de koper voor f 50.000,- was Dirk Visser te Zaandam.
In dezelfde inventaris nr. 35b is een eigendomsverklaring dd 13 juli 1815 met als eigenaren:
Dirk Visser, Zaandam (28/64e), Jacob Hoom (8/64e), Cornelis Visser (4/64e), J. Middelhorn (2/64e), Roos Boerink (4/64e), firma P. & S. Nandorp (?) (2/64e), B. Kooij (2/64e), De Wolff Wed. N.S. Kops (4/64e)
Boekhouder was Hendrik Simonsz, Zaandam (hij had kennelijk geen aandeel in het schip)
In het Archief van de Amsterdamse Waterschout011a bevinden zich de volgende monsterrollen:
38-57 25 augustus 1800, schip “Jonge Jacob”, kapitein Fredrik Pieters, varend onder Pruisische vlag, bestemming Nerva, correspondent D.Visser, 16 bemanningsleden i.c. stuurman, timmerman, bootsman, ondertimmerman, kok, 9 matrozen, koksmaat en en kajuitwachter.
38-59 27 juni 1801, schip “De Jonge Jacob”, kapitein Vreerik Pieters, varend onder Pruisische vlag, bestemming Narva, correspondent Pieter Everhart, 14 bemanningsleden i.c. stuurman, timmerman, bootsman, kok, 9 matrozen en een koksmaat.
38-62 10 april 1802, schip “Jonge Jacob”, kapitein Frerik Pieters, varend onder Pruisische vlag, bestemming Oostzee, correspondent Gerrit Visser, 15 bemanningsleden i.c. stuurman, timmerman bootsman, kok, 9 matrozen, koksmaat en een kajuitwachter.
38-64 13 augustus 1802, schip “Jonge Jacob”, kapitein Fredrik Pieters, varend onder Pruisische vlag, bestemming Nerva, correspondent D.Visser, 15 bemanningsleden i.c. stuurman, timmerman, bootsman, kok, 9 matrozen, koksmaat en een kajuitwachter.
38-68 04 mei 1803, schip “De Jonge Jacob, kapitein Fredrik Pieterd, varend onder Hollandse vlag, bestemming Nerva, correspondent Dirk Visser, 16 bemanningsleden i.c. stuurman, timmerman, bootsman, kok, 9 matrozen, ligtmatroos, koksmaat en een kajuitwachter.
Bouma025 vermeldt F.Pieters als gezagvoerder gedurende:
* 1822 van de smak “Neptunus”, geen vermelding van bouwgegevens, thuishaven en eigenaar, 1 keer geregistreerd te Harlingen, komend met hout uit de Oostzee.
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
In het Archief van de Waterschout op het Stadsarchief van Amsterdam bevinden zich monsterrollen op naam van kapitein Rijntje Wijbrands als gezagvoerder van de:
“Susanna Christina”, dd 19 april 1782 (Pruisische vlag); 25 september 1783 (Pr.); 16 april 1784; 15 april 1786; 22 juli 1786; 20 april 1787; 09 juli 1787; 07 april 1788; 25 juli 1788; 08 april 1789;
“Boomvrugt”, dd 15 mei 1798; 11 mei 1798; 07 mei 1802; 11 mei 1805 (Pruisische vlag;
“Jonge Jacob”, dd 13 juli 1815; 10 april 1816;14 april 1817; 21 juli 1817; 18 augustus 1818; 31 maart 1819; 10 juli 1819;
“Goede Hoop”, 10 april 1821; 22 juli 1821; 29 maart 1822.
Overige bijzonderheden
In: “Roeiend Redden. Het roeireddingwezen van Texel tot Rottum” 1976, 86 pp, uitg. AR-SEE, te Hallum.
p.36: Handelend over Terschelling
“Reeds zes dagen na de oprichting van de reddingmaatschappij verzocht het hoofdbestuur oud-gezagvoerder Reijntje Wijbrands of hij de leiding op zich wilde nemen van het reddingstation West-Terschelling. Wijbrands ging hiermee akkoord en er werd een Groenlandse sloep geplaatst, die f 300,- kostte en plaatselijk was gebouwd.
De eerste tien jaren was er weinig enthousiasme voor het werk van de maatschappij. Wel werden enkele reddingspogingen ondernomen, maar alle zonder resultaat.
In 1834 kwam de kentering. Oud-kapitein Gerrit Siebes Rotgans nam de leiding over. Hij was het die door zijn bezieling weer leven in de brouwerij wist te brengen. Zij eerste eis was het plaatsen van een tweede boot op het Oosteinde en reeds op 24 oktober 1834 vond de eerste redding plaats. Onder uiterst moeilijke omstandigheden werden onder zijn leiding acht opvarenden gered van het Noorse fregatschip “Industrie”, in ballast varend van Londen naar Tonsberg. Bij de laatste poging viel de grote mast op de reddingsboot waardoor deze werd verbrijzeld. Drie schipbreukelingen vonden hierbij de dood.
In 1834 kwam de boot van Oosterend gereed. In 1836 werd eerst de redding met deze boot verricht. Negen man werden van de Russische schoener “Wolga” gehaald. ….”
Rotterdamsche Courant 18 mei 1822114
Amsterdam, 16 mei. ….
De bij Dragoe aan de grond geraakte fluit de GOEDE HOOP, kapt. R. Wijbrands, van Amsterdam naar Nerva, is, volgens brief van Elseneur, van den 7 mei, met assistentie in vlot water gekomen en heeft den 4 dito de reis voortgezet.
Rotterdamsche Courant 04 juli 1822114
Amsterdam, 2 juli. Den 24 juni zijn weder verscheiden schepen, welke sedert den 20 dito in de Sond gelegen hadden, van daar naar de Noordzee gezeild, waaronder de volgende Nederlandse, als: de GOEDE HOOP, kapt. R. Wijbrands, van Nerva; JACOBA HENRIETTE, J.G. Bart, van Petersburg, en de VROUW ALIDA, kapt. T. Swiers, van Dantzig (opm: Gdansk), alledrie naar Amsterdam; de JONGE ADRIANA, kapt. H.J. Bon, van Koppenhagen naar Rotterdam; ALIDA, kapt. H.J. Benes, van Koppenhagen naar Jersey, en de WAAKZAAMHEID, T.J. Smit, van Dantzig naar Duinkerken.