|
Harlingen, 11 juni. Den 8 dito is van hier uitgezeild het smakschip (opm: tjalk) MARIA SOPHIA, kapt. Rinse D. Lovius, met granen naar Londen, en zijn binnen gekomen het kofschip de VROUW LUBBEGINA, kapt. Claas H. de Weerd, met hout van Droback (opm: Drøbak), het kofschip de VROUW ALIDA, kapt. Jan Klasen, met hout van Kragroe (opm: Kragerö), het tjalkschip de TWEE GEZUSTERS, kapt. Hendrik Jurriens Duintjer, met hout van Hamburg, en het kofschip de VROUW ANNEGINA, kapt. Rente Wessels Huisman, met zout van Liverpool. Den 9 dito zijn uitgezeild het kofschip de VROUW GRIETZINA, kapt. Claas J. de Groot, het smakschip de VROUW REINERA, kapt. B.J. Bondrager, en het tjalkschip de VROUW JELTJE, kapt. Jan H. Lieven, alle drie met ballast op avontuur, en het kofschip EENDRAGT, kapt. Hendrik C. de Jong, met ballast naar Riga. Den 10 dito zijn binnen gekomen het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. Pieter J. Carst, met hout van Dantzig (opm: Gdansk) en het tjalkschip de JONGE SIEBRAND, kapt. A. Hasewinkel, met zout en rum van Liverpool.
|