|
Rotterdam, 9 september. De 8e dezer, des morgens, arriveerden te Helvoetsluis DORDRECHTS WELVAREN, kapt. M. Muller, naar Bergen en PERSEVERANTIA, kapt. H. Ludders, naar Archangel. De 7e dezer, des namiddags, zeilde uit de Maas DE JONGE CAROLINA, kapt. N. Zeplien, naar Newcastle; CONCORDIA, kapt. N. Voss en DE JONGE JOHANNIS, kapt. M. Nenzon (opm: mogelijk M. Metzon), naar de Oostzee. De 8e, des morgens, zeilden DE JONGE JAN SCHOON, kapt. M.J. Schoon, naar Rochefort; HERMANUS, kapt. H. van Veen, naar Bordeaux; DE JONKVROUW ELIZABETH, kapt. W.K. de Wyk, DE VREEDE, kapt. J.J. Greeve, DE HOOP, kapt. P.G. Lesstuyver en DE DRIE GEBROEDERS, kapt. G. van der Borden, naar Liverpool; CHRISTINA, kapt. D.C. Bartels, naar Elseneur; DE VROUW GERBERDINA, kapt. E.P. Drent, naar de Oostzee en arriveerde DE JUFVROUW MARIA, kapt. C. Wapenear, van Nantes. De 7e, des namiddags, zeilde van Maassluis AURORA, kapt. H.C. van der Wall, naar de Oostzee. De 8e dezer, des namiddags, arriveerde te Helvoetsluis ALBERDINA, kapt. A.C. Hazewinkel, van Kadix. Kapt. Hazewinkel, boven gemeld, rapporteert, dat hij de 6e dezer heeft gezien een hoeker, voerende de Rotterdamsche nommervlag 124, welke was kruisende met een westenwind, Goudstaart 4 mijlen N.W., zijnde kapt. H. den Breems. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild DE HOOP, kapt. F.J. Boiten, CATHARINA, kapt. H.G. Lever, naar Yarmouth; DE HARMONIE, kapt. B.D. Rabe en MARTHA ANNA, kapt. M.J. Klassen, naar de Oostzee en DE VROUW CATHARINA, kapt. G. Nieland, naar Honfleur. Te Antwerpen zijn gearriveerd MAAGD MARIA, kapt. Thekles, van Nice; MERCURIUS, kapt. de Groot, van Liverpool en HONSTER, kapt. Holst, van Memel.
|