|
Harlingen. Den 16 november uitgezeild het tjalkschip TWEE GEZUSTERS, kapt. H.J. Duintjer, ledig op avontuur. Den 16 dito binnen gekomen het smakschip VIJF GEZUSTERS, kapt. Popke E. de Jong, met ballast van Ostende, het kofschip JONGE CORNELIS, kapt. Jelle H. van der Laan, ledig van Amsterdam. Den 17 dito binnen gekomen het kofschip NEPTHUNUS, kapt. H. Harmens, met loodaarts (opm: waarschijnlijk loodaarde) van Christiaanstad (opm: mogelijk Kristinestad, Finland). Den 19 dito binnen gekomen het smakschip VROUW HENDRIKA, kapt. L.K. de Jong, ledig van Amsterdam; de tjalkschepen DAGERAAD, kapt. J.A. Smid, ledig van Edam, VROUW CAROLINA, kapt. G. Pot, ledig van Amsterdam, VROUW ALIDA, kapt. J.J. Leij, ledig van Amsterdam. Den 20 dito uitgezeild het smakschip NEPTHUNUS, kapt. John Dehne, met stukgoederen naar Hamburg, eerst van Amsterdam. Binnen gekomen het kofschip de JUFVROUW JOHANNA VAN LETTEN, kapt. Hendrik P. Klatter, met balken, pijpestaven (opm: einden pijp), brandewijnstaven en oxhoofdstaven (opm: mogelijk ijzeren trekstaven [beslag] voor houten vaten) van Dantzig (opm: Gdansk). Den 21 dito uitgezeild het galjasschip PROVESTEENEN, kapt. Adeles T. Tinne, met ballast naar Arendahl (opm: Arendal).
|