|
Harlingen. Den 14 oktober uitgezeild de schonerschepen LIVELY, kapt. Wm. Bayes, SPRIGHTY, kapt. Charles Warren, beide met boter naar Londen. Den 15 dito binnen gekomen de kofschepen ALIDA CLASINA, kapt. E.L. Tiktak, de VROUW IKINA, kapt. G.J. Posthuma, beide met hout van Noorwegen; het smakschip de VRIENDSCHAP, kapt. Jan H. Schipper, met hout van Memel (opm: Klaipeda), het tjalkschip de VROUW CATHARINA, kapt. H.G. Kuiper, met granen van Lübeck, het smakschip de VROUW MARTHA, kapt. D.C. de Groot, met hout van Noorwegen. Uitgezeild het sloepschip UNION, kapt. John Davy, met kaas &c, naar Londen. Den 16 dito binnen gekomen de kofschepen de VROUW ELISABETH, kapt. J.J. Arends Jr, HOOP EN VREES, kapt. Y.P. Piebes, beide met hout uit de Oostzee.. Den 18 dito binnen gekomen de smakschepen de VROUW GESINA, kapt. T. Joosten (opm: Fokke Joosten), de DAGERAAD, kapt. Jan A. Smith, de VROUW CATHARINA, kapt. H. Sleehuis, de TWEE GEBROEDERS, kapt. H.H. Hulst, alle met hout van Noorwegen; de sloepschepen WALTER MATTHEWS, kapt. A. Gallaway, WILLIAM, kapt. William Nazeby, beide met ballast van Londen. Uitgezeild de kofschepen EENDRAGT, kapt. H.J. Korter, NEPTHUNUS, kapt. H. Harmens, beide met ballast op avontuur. Den 20 dito uitgezeild het smakschip de VROUW ETTINA, kapt. A.J. Seeman, met ballast op avontuur. Den 21 dito uitgezeild de sloepschepen WALTER MATTHEWS, kapt. A. Gallaway, MARIA, kapt. Robert Cubith, beide met boter naar Londen.
|