|
Amsterdam, 16 september. In brieven van Texel, van den 13 en 14 september, wordt gemeld, dat het schip de VROUW ANNA, kapt. R.J. Saaghoorn, van Lübeck naar Amsterdam gedestineerd, tussen Vlieland en Terschelling op lager wal met harde noordelijke wind bezet (opm: aan de grond) geweest zijnde, zwaar had moeten zeilen, waardoor het zeer lek geworden was, een zwaard, topzeil en touwwerk verloren had, en die ochtend door hulp van volk, onder gestadig pompen, in de haven van Texel gebragt was; daar hetzelve 1 en 1 halve voet water in had gehad, was de lading, inzonderheid de weedasch (opm: potas van wede; werd destijds gebruikt bij de bereiding van verven, zepen enz.) en hennep, zwaar beschadigd.
|