|
Amsterdam, 24 april. In het Vlie zijn binnengekomen J.J. Kortrijk (opm: VROUW ZWAANTJE) van Liverpool, J. Schultz en L.B. Kuijper van Memel (opm: Klaipeda), J.H. Nolandt, J.P. Fehling en S.J. Weltzien van Rostock, J.C. Alwardt en H.C. Witt van Wismar, C.H. Gothilf van Bandholm, J.H. Rick en J.H. Busch van Callundborg (opm: Kalundborg), B.D. Wichbold van Holbeck, J. Giersoe van Oudsoen, H. Sleehuis van Osterrisoer, R. Michelsen van Nijburg, J.F. Frädlandt van Corsoer (opm: Korsør), W.G. Stuit van Bogensee, L.M. Damsgaard van Arensdahl (opm: Arendal), E.L. Tiktak van Christiansand en J.F. Otzen van Aalborg. Uitgezeild J. Byrne en S. Bisschop naar Londen, R.L. Kok naar Callundborg en M.P. Gronbeck naar Kopenhagen. Te Terschelling zijn binnengekomen T. Buck van Rostock, J. Wendt, J.F. Kroplin en L.J. Krahn van Wismar, H. Döllner en J.G. Breitsprecher van Kopenhagen, D.D. Visser van Lübeck, C. Siepen en J.H. Eggers Sz. van Heiligenhaven, H.R. Roelfsma, O.G. Sap, J.H. Eggerts, J. Engellandt, S.L. Pinksterboer, R.C. Hazewinkel, W.J. Mellema en H.H. Siemsen van Kiel, de eerste met gebroken giek en het overgaan der lading, L.M. Hoekstra van Holtena, H.A. Hansen van Laaland, H.H. Bruun en M. Christensen van Nakskov, M. Bronck van Faaborg, E.H. de Groot en G.J. Bossinga van Holbeck, J. Hermansen en R. Hermansen van Skjelskjör, J.J. Kiers van Assens, J.J. Arends Jr. van Drobach (opm: Drobak), D.H. Puister en A.G. Jonkhoff van Oudsoen, A.J. Seeman, J.E. Bart, E.P. Vos, R.G. Oostraen H.F. Taaks van Osterrisoer, C.A. Monradt van Aalborg, S.J. Svensen en C. Linau van Ripen (opm: Ribe), A.P. Andesen van Tonningen (opm: Tönning), P.J. Colle van de Eider, F.R. Coerkamp van Busum, K. Pedersen van Kiertemunde (opm: Kerteminde), C.C. Dreijer van Varel, H.A. Bleeker en H.B. Swart van Tonningen (opm: Tönning), J.F. Duhr en L. Duhr van Sonderburg, H.G. Lever van Nijburg, J. Matthiessen van Graudiep (opm: Graa-Tief), G.J. Manoe van Randers, E.A. Oldenburger van Hamburg, F.R. Feijes (opm: tjalk MARIA) van Altona, H.R. Stutvoet van Neustadt en J.G. Hoetjer van Lübeck; de laatste (opm: voerende de galjoot MARTINA ALETTA) heeft bij zich aan boord de door hem geborgene equipagie van het tjalkschip de VROUW MARIA, gevoerd geweest door kapitein W.J. Stuit (opm: Willem Jans Stuut), welk vaartuig in de storm van den 18 april, op de hoogte van het eiland Juist, gezonken is.
|