1805
RC 171005
In ’t Vlie is gearriveerd W. Jacobs van Stettin.
1807
VC 250407
Den 18 april in Texel binnengekomen W. Jacobs van Tonningen.
VC 090507
Voor Amsterdam den 4 mei, W. Jacobs van Tonningen.
1808
OHC 160108
Te Lubeck, W. Jacobs van Stettin.
1814
Op 14-04-1814 wordt voor de VROUW ROELFINA door Wijpke Jacobs de Lange uit Veendam een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
OHC 070714
Te Swinemunde W.J. de Lange van Veendam.
OHC 151014
Van Tonningen zijn vertrokken W.J. de Lange en H.A. Jongbloed, beide van Stettin naar Amsterdam.
1815
OHC 070115
Den 31 december 1814 is binnengekomen W.J. de Lange en wegens ijsgang in de Ras van Terschelling gehaald.
LCO 130215
Terschelling, 5 februari. Voorts zeilde opwaards RERTZINA (opm: ROELFINA), kapitein W.J. de Lange.
OHC 010615
Den 27 mei is te Terschelling binnengekomen W.J. de Lange van …(opm: Niet vermeld.)
OHC 101015
Amsterdam, den 7 oktober. Aan de stad gearriveerd W.J. de Lange van Koningsbergen.
1816
Op 21-05-1816 wordt voor de VROUW ROELFINA door Wijpke Jacobs de Lange uit Veendam een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
1817
RC 150417
Te Rendsburg W.J. de Lange van Amsterdam naar Elbing.
RC 240517
Amsterdam, 22 mei. Te Terschelling binnengekomen W.J. de Lange van Elbing.
RC 240617
Arrivementen: Te Rendsburg W.J. de Lange van Amsterdam.
OHC 041017
Den 1 oktober dezer is in Texel binnengekomen W.J. de Lange van Londen met schade en lekagie en is in de haven van Texel gekomen.
1818
Op 18-09-1818 wordt voor de VROUW ROELFINA door Wijpke Jacobs de Lange uit Veendam een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
1820
RC 160320
Advertentie. Verkoping, op Regterlijk Gezag, van een Tjalkschip, genaamd ROELFINA, lang binnenwerks 48½ voeten, wijd 9½ voeten, hol 6½ voeten binnenwerks, groot 26 lasten, liggende in de Korte Haven te Schiedam, met deszelfs toebehoren, volgens inventaris; behorende aan Wipke Jacob de Lange, en door dezelve als schipper gevoerd wordende; ten verzoeke van Jacob Geerts Boiten, schippers-knecht, wonende te Veendam, provincie Groningen, thans verblijf houdende te Schiedam, domicilie kiezende ten huize van de Procureur Isaac Jacobus Rochussen, wonende te Rotterdam, aan de Wijnhaven, wijk B, No. 198, die voor hem is occuperende, mitsgaders (opm: alsook) ten huize van de Deurwaarder Nicolaas Jansson, wonende te Schiedam, wijk C, No. 579, Requirant, in krachte van een vonnis, gewezen bij de Regtbank van Koophandel, zitting houdende te Rotterdam, den 15 februari 1820, behoorlijk geregistreerd, bij welk vonnis gemelde Wipke Jacob de Lange is gecondemneerd (opm: veroordeeld) om aan de Requirant te betalen de somma van 200 guldens, met de interessen en kosten, ter zake bij het voorschreve vonnis vermeld.
De Executant heeft het voorschreve schip en toebehoren ingezet om 100 guldens. De eerste opbieding zal geschieden op woensdag den 22 maart 1820, de tweede op woensdag den 29 der gemelde maand, en de derde of laatste op woensdag den 5 april daaraanvolgende, respectievelijk des middags te twaalf uren, in het Lokaal der Zittingen van de Regtbank van Eersten Aanleg te Rotterdam, in de St. Joris Doele aldaar, ten overstaan van de Wel-Edel Gestrenge Heer Mr. Arnoldus van Gennip, Regter in gemelde Regtbank, en daartoe door dezelve gecommitteerd (opm: opgedragen).
De Memorie van Lasten is gedeponeerd ter Griffie van gemelde Regtbank, en copie derzelve ligt ter visie ten kantore van gemelde Procureur, bij wie ook nadere informatie te bekomen is.
De verachte inlevering van de zeebrief is niet gevonden en evenmin de koper van dit schip.