1825
Op 01-02-1825 wordt voor de JONGE JACOB door kapitein/ eig. Laurens Jurrien Witkop uit Groningen een eerste zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
RC 290325
Arrivementen: Te Rendsburg L.J. Witkop van Groningen.
OHC 210425
Arrivementen: Te Flensburg L.J. Witkop van Groningen.
1826
OHC 050126
Den 30 december 1825 bij Terschelling binnengekomen L.J. Witkop van Koningsbergen.
OHC 300326
Amsterdam, 28 maart. Den 23 maart uit het Vlie gezeild L.J. Witkop naar Hamburg.
LCO 140826
Zeetijdingen. In het Vlie binnengekomen L.J. Witkop van Petersburg.
AC 010926
Texel, 30 augustus. Uitgezeild: MARGINA, kapt. D.J. Oortjes, naar Bordeaux; de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, naar Hull.
OHC 120926
Arrivementen: Te Hull L.J. Witkop van Amsterdam.
AC 061026
Texel, 4 oktober. Binnengekomen: JONGE JACOB, kapt. L.J. J.L. Witkop, van Hull.
1827
Op 27-01-1827 wordt voor de JONGE JACOB door kapitein/ eig. Laurens Jurrien Witkop uit Groningen een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
OHC 240427
Arrivementen: Te Gravesend L.J. Witkop van Groningen.
OHC 300627
Arrivementen: Te Gravesend L.J. Witkop van Groningen.
OHC 110827
Terschelling, 7 augustus. Binnengekomen L.J. Witkop van Drammen.
OHC 041027
Terschelling, 29 september. Binnengekomen L.J. Witkop van Rostok.
1828
RC 270328
Rotterdam, 26 maart. De 25e, des morgens, zeilden van Brielle, de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop en de VIJF GEBROEDERS, kapt. R.L. Roelfsema, naar Koningsbergen.
RC 130528
Arrivementen: Te Pillau L.J. Witkop van Rotterdam.
RC 100628
Rotterdam, 9 juni. De 7e dezer, des morgens, arriveerden in de Maas de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Koningsbergen en de ZEEMEEUW, kapt. E. Reints, van Libau.
RC 010728
Rotterdam, 30 juni. De 2e, des morgens, zeilde van Den Briel de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, naar Lynn en URANIA, kapt. C.F. Maas, naar de Oostzee.
AH 011128
Carga-lijsten. Amsterdam, 30 oktober. De JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop en KINDERLIJKE LIEFDE, kapt. H.W. Ketelaar; VROUW ANNA REBEKKA, kapt. B. Molenaar, van Wismar.
1829
Op 20-02-1829 wordt voor de JONGE JACOB door kapitein/ eig. Laurens Jurrien Witkop uit Groningen een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
RC 140429
Amsterdam, 12 april. Uit het Vlie gezeild L.J. Witkop naar Hull.
PGC 170729
30 juni - 11 juli Gearriveerd: Te Rendsburg: A.G. Sap, de TREKVOGEL, van Neustadt, C.G. Schrader, CATHARINA, en H.H. Houwes, de VIER GEBROEDERS, beide van Delfzijl, D.H. Duit, MARIA MARGARETHA, van Schiedam, L.J. Witkop, de JONGE JACOB, van Duinkerken.
OHC 060829
Arrivementen: Te Memel L.J. Witkop van Duinkerken.
1830
RC 150530
Rotterdam, 14 mei. De 12e dezer, des namiddags, arriveerden in de Maas de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, ANNA MARIA, kapt. H.H. Boye en DE TWEE GEBROEDERS, kapt. H.A. Hermansen, van Koningsbergen (de laatste als bijlegger op order).
AH 190530
Carga lijsten Rotterdam, 17 mei. De JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop van Koningsbergen met 32 last lijnzaad.
RC 030630
Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading: Naar Hamburg, het Nederlands scheepje de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop.
RC 150730
Rotterdam, 14 juli. De 13e dezer, des morgens, vertrok van Maassluis DE BATAVIER, kapt. D. Dunlop, naar Londen en de 14e, des morgens, zeilde de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, naar Hamburg.
OHC 270730
Arrivementen: Te Hamburg L.J. Witkop van Rotterdam.
OHC 161030
Arrivementen: Te Pillau L.J. Witkop van Hamburg.
1831
AH 120331
Terschelling, 5 maart. Vertrokken: De JONGE JACOB, kapt. Witkop, (van Koningsbergen) naar Bremen.
AH 260431
Te Rendsburg, 20 april. Binnengekomen JONGE JACOB, kapt. Witkop van Bremen.
OHC 011031
Arrivementen: Te Oostmahorn L.J. Witkop van Rostok.
RC 081131
Rotterdam, 7 november. De tjalk de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, met raapzaad van Rostock naar Amsterdam, is, volgens brief van Brake van den 29 oktober, de vorige dag lek en met verlies van zeilen, boegspriet, boot enz., door twee evers op de Wezer binnengebracht en naar Brake gezeild, alwaar de lading gelost werd.
RC 191131
Amsterdam, 17 november. Kapitein L.J. Witkop, voerende het schip de JONGE JACOB, van Rostock naar Amsterdam, te Brake binnen, meldt van daar van den 9 dezer, dat hij, na den 21 september van de Eider uitgezeild te zijn, den 24 dito te Oostmahorn en vervolgens den 7 oktober, te Delfzijl binnengelopen was; den 20 dito van daar weer vertrokken zijnde, werd hij den 5 dezer door een hevige storm uit het ZW tot W belopen, waardoor hij genoodzaakt was de boegspriet en kluiffok te kappen, de boot als ook het nachthuis met het horologie en de kompassen sloegen overboord en het schip werd zwaar lek; ten einde niet op het strand te moeten lopen, had hij twee evers voor 350 daalders aangenomen, welke het schip in de Wezer en vervolgens te Brake binnen brachten, alwaar hij toen bezig was met de geleden schade te herstellen.
1832
PGC 270332
Het schip (opm: tjalk) de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Rostock naar Amsterdam, te Brake binnen, volgens brief van daar van 24 maart, gereed zijnde om de reis voort te zetten, heeft door aanzeiling van een groot schip andermaal schade bekomen, doch na zulks hersteld te hebben, de reis vervolgd.
RC 030432
Rotterdam, 2 april. Het schip de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Rostock naar Amsterdam, te Brake binnen (bevorens reeds gemeld), heeft, volgens brief vandaar van den 24 maart, gereed zijnde om de reis voort te zetten, door aanzeiling van een groot schip, opnieuw schade bekomen, doch, na die hersteld te hebben, de reis vervolgd.
AH 100432
Texel, 7 april. Binnengekomen: ANNA CATHARINA, kapt. J. Larssen, van Drammen; de JONGE JACOBA, kapt. L. Witkop, van Bremen.
Op 25-04-1832 wordt voor de JONGE JACOB door kapitein/ eig. Laurens Jurrien Witkop uit Groningen een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
AH 240532
Vlie, 21 mei. Vertrokken: UNION, kapt. A. Galleway, naar Londen; JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, naar Hull.
AH 270732
Terschelling, 23 juli. Binnengekomen: De VROUW CATHARINA, kapt. N.J. Boomgaard, van Oosterrisoer; de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Oosterrisoer.
AH 220832
Vlie, 21 augustus. Uitgezeild JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, naar Newcastle.
AH 290932
Terschelling, 25 september. Binnengekomen JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Newcastle.
1833
AH 210533
Vlie, 17 mei. Uitgezeild: CHRISTINA ELISABETH, kapt. J.P. Meinders, van Hull; JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Newcastle.
RC 270633
Rotterdam, 26 juni. Het schip DE JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Newcastle naar Kampen, is met enige schade te Oostmahorn binnengelopen.
PGC 280633
Het schip de JONGE JACOB, kapitein L.J. Witkop, van Newcastle naar Kampen is met enige schade te Oostmahorn binnengelopen.
RC 110733
Rotterdam, 10 juli. Het schip de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Newcastle, laatst van Oostmahorn, te Zwolle gearriveerd, heeft in de storm van de 12e juni een hevige stortzee in het grootzeil gekregen en gedurende twee etmalen op zijde gelegen, waardoor men genoodzaakt was dit zeil met toebehoren enz. te kappen, om het schip te doen rijzen, hetwelk overigens in de stuurboordboeg van de steven tot aan het wand zeer geramponeerd was en veel water in het achteronder en meer andere schade bekomen had.
AH 310833
Scheepstijdingen. Binnengekomen: Texel, 29 augustus. JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Newcastle.
AH 011133
Binnengekomen: Terschelling, 28 oktober. De JONGE MARGARETHA, kapt. J.H. Drent en de JONGE JACOB, kapt. L.I. Witkop, van Heiligenhafen.
1834
AH 110434
Uitgezeild: Texel, 9 april. FENNEGINA, kapt. G. Dedmers, naar Havre de Grace en Rouaan; DE VERWACHTING, kapt. J.H. Schipper, naar Cardiff; JONGE JACOBA, kapt. L.J. Witkop, naar Hull.
AH 290534
Terschelling, 24 mei. Binnengekomen de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Oosterisoer.
Op 30-05-1834 wordt voor de JONGE JACOB door kapitein/ eig. Laurens Jurrien Witkop uit Groningen een zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
LC 060634
Harlingen. Binnengekomen: Den 27 mei, het brikschip HAABETS ANKER, kapt. C. Haagensen; het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. N.J. Witkop, met hout van Noorwegen.
LC 100634
Harlingen. Uitgezeild: Den 6 dito, het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. N.J. Witkop, met ballast op avontuur.
AH 040734
Binnengekomen: Vlie, 29 juni. CLASINA MARGARETHA, kapt. J.R. Schippers, JUFVROUW JOHANNA, kapt. J.G. Seiffers en JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, alle drie van Oosterisoer.
AH 310734
Binnengekomen: Terschelling, 27 juli. JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Oosterisoer.
LC 080834
Harlingen. Binnengekomen: Den 27 juli, het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. N.I. Witkop, met hout van Noorwegen. Uitgezeild Den 1 augustus, het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. N.I. Witkop, met ballast op avontuur.
LC 020934
Harlingen. Binnengekomen: Den 24 augustus, het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. N.I. Witkop, met hout van Noorwegen.
LC 120934
Harlingen. Uitgezeild: Den 31 augustus, de schoenerschepen HOPE, kapt. W. Cousins, en LIVELY, kapt. S.H. Finch, beide met boter naar Londen; het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. N.I. Witkop, met ballast op avontuur.
AH 181134
Binnengekomen: Terschelling, 13 november. MIJN GENOEGEN, kapt. A.G. Veenstra, de VROUW JOHANNA, kapt. G.C. Schoemaker, SUSANNA, kapt. W.J. Muller, ONS GENOEGEN, kapt. M. Douwens en de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, alle vijf van Wismar.
1835
AH 140935
Kroonstad, 28 augustus. Uitgezeild JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop naar Groningen.
GRC 131135
Te Rendsburg, 4 november. JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop van Wismar naar Rotterdam.
AH 241135
Volgens bericht van Tonningen dd. 14 dezer is de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Wismar naar Rotterdam bestemd, op de Fiehenplaat (opm: Fiegenplate) verongelukt. De equipage is gered.
RC 261135
Rotterdam, 25 november. Het schip DE JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, met erwten van Wismar naar Rotterdam, is, volgens brief van Tonningen van de 14e dezer, op de Fiegenplaat (opm: Fiegenplate) verongelukt, doch het volk is gered.
PGC 011235
Aangaande het schip de JONGE JACOB, kapt. L.J. Witkop, van Wismar naar Rotterdam, op de Fiegen Plate verongelukt, meldt men van Tonningen van den 22 november, dat zes manschappen, welke den 19 dito met het bergen der lading bezig waren, in de hevige storm van die dag zijn verdronken. Nog een aldaar te huis behorend kustvaartuig met drie man, en een Helgolandsche visschuit met vier man, zijn mede met al het volk verongelukt.