|
Harlingen. Binnengekomen: den 11augustus het brikschip BRODRENE, kapt. K. Pallesen, van Riga; het barkschip TRENDE BRODRE, kapt. N.S. Bjonnes, van Holstrand. Den 13 dito het kofschip de VROUW LUBBEGINA, kapt. T.K. de Weerd, van Droback. Den 14 dito de kofschepen de HOUTHANDEL, kapt. D.K. de Grooth, van Christiaansand en NIMPHIA, kapt. H.K. de Weerd, van Droback. Den 15 dito het schoenerschip FRIENDS, kapt. W. Cousins, van Londen. Den 17 dito de schoenerschepen UNION, kapt. A. Gallaway, van Londen en TRAVELLER, kapt. J. Boyce, van Liverpool. Uitgezeild: den 11 augustus het kofschip de DRIE GEZUSTERS, kapt. P.P. Dijkstra, naar Noorwegen. Den 12 dito het tjalkschip ALIDA, kapt. J. Prins, naar Hamburg. Den 13 dito het kofschip ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonkhoff, naar Liverpool; het motschip de OOSTERLING, kapt. B. Obbes, naar Carolinerzijl (opm: Carolinensiel); het schoenerschip MARY & ROSE, kapt. T. Tervit, naar Schotland. Den 14 dito de galjootschepen ENIGHEDEN, kapt. C. Lie en JOHANNA GEORGINA, kapt. D. Anthonissen, beide naar Noorwegen; het brikschip HENRIETTE, kapt. J.F. Domanskij, naar Dantzig (opm: Gdansk); de kofschepen ELIZABETH MARIA, kapt. J.A. Keun, WILLEM OLIVIER, kapt. G.J. Korter en EMMA, kapt. S. Thue, alle drie naar Noorwegen; het motschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. A. Pekeler, naar Hamburg. Den 15 dito de schoenerschepen NORTHAM, kapt. C. Carter en ORWELL, kapt. R. Cubitt, beide naar Londen; het galjasschip MARIA LOUIZA, kapt. J.F. Schmidt, naar de Oostzee; het barkschip ARGO, kapt. C. Haagensen en het kofschip JAN FREDRIK, kapt. H.H. Kok, beide naar Noorwegen. Den 16 dito de smakschepen VERWACHTING, kapt. J. Eilers, naar Newcastle en de VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen, naar Noorwegen. Den 17 dito het kofschip de WILLEM, kapt. H.W. Kiers en het barkschip TRENDE BRODRE, kapt. N.S. Bjonnes, beide naar Noorwegen.
|