Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.Lourens als gezagvoerder gedurende:
* 1816 t/m 1819 van de brik “Dijkzicht” ex Drie Gezusters, bouwjaar en -plaats niet vermeld, 287 ton o.m., varend voor A.van Hoboken te Rotterdam.
Overige bijzonderheden
J.Laurens verzorgde per 19 mei 1818 vanuit Hellevoetsluis met de “Dijkzigt” een troepentransport van 4 officieren en 50 manschappen naar Nederlands Oost Indië065.
“In 1818 zond Anthony (van Hoboken) slechts één schip naar Java. Dat was de Dijkzicht, die eind mei van Helvoet vertrok en binnen tien maanden weer retour was: de snelste van de zes reizen die zijn schepen tot dan toe hadden kunnen maken. … Op 22 oktober 1818 begon het door kapitein Jan Lourens gecommandeerde sccheep vanuit Batavia aan een reis naar de thuishaven; met een lading koffie, suiker en tamarinde aan boord.” De overtocht had met veel slecht weer te kampen en leed schade door grote lekkages. “De brik was op 2 maart 1819 bij Helvoet en op de 18e van die maand begon bij ’s Gravendeel de lossing.” 069 – p.111.
Rotterdamsche Courant 09 juli 1816114
In Rotterdam liggen in lading, naar:
Batavia: het gekoperd Brikschip DIJKZIGT, kapt. Jan Lourens. …
Rotterdamsche Courant 15 november 1817 114
Rotterdam, 14 november. Extract uit een brief, geschreven den 18 mei 1817, aan boord van Zijner Majesteits schip de PRINS FREDERIK, liggende op de rede van Batavia.
…. Daar het Brikschip DE DIJKZIGT, dat uit de Grote-Oost terug komt, de reize naar het vaderland aanneemt, kan ik niet nalaten u enig berigt van mij toe te zenden, mij vlijende, dat gij mijn brieven, welke ik u van de Kaap de Goede-Hoop, in welstand zult ontvangen hebben. Den 1 maart, des avonds te 7 uren, ligten wij het anker en zeilden naar zee. De wind was ons weinig gunstig, en wij hielden dus de Zuidhoek van Afrika lang in het gezigt. Den 6e keerde dezelve, en gaf ons dus gelegenheid van om de Zuyd te komen; wij zeilden toen op 37 en 38½ graden zuiderbreedte. Wij liepen daarop in de Passaat, die meest altoos fris doorwaaide, en kregen al spoedig, en wel op den 26 maart, des namiddags ten 3 uren, het eiland Amsterdam in het gezigt. Den 9 april, kregen wij des nachts zwaar weder, hetwelk met het aanbreken van de dag hand over hand toenam, en eerst nademiddag bedaarde; nogtans heeft noch het schip noch het tuig enig nadeel geleden. Eindelijk zagen wij den 23 april de Westkust van Sumatra, zijnde het hoge land van Pongon (opm: was slecht keesbaar, mogelijk Lampung ?) en daar wij door schrale winden beneden de Straat vervallen waren, moesten wij in de wind opwerken, hetwelk tot den 29ste voortduurde; alstoen zeilden wij de Straat Sunda in, en ankerden des nachts in de Bogt van Bantam (opm: noordkust Java). De volgende ochtend gingen wij wederom vroegtijdig onder zeil, en kwamen tot onzer aller blijdschap des nademiddags ten vier uren voor de Stad Batavia ten anker. De troepen debarkeerden nog diezelfde nacht en trokken naar Wel te vreden, alwaar zij verders hunne verdere bestemming vernamen. (opm: de naam van de geadresseerde en de ondertekening ontbraken)
Rotterdamsche Courant 21 maart 1818114
Te Rotterdam liggen in lading naar: …
Batavia: het Nederlands gebouwd eiken Brigantijnschip DYKZIGT, kaptein Jan Lourens; nieuw gekoperd en ook zeer goed ingerigt voor passagiers, en zullende in de loop der maand maart van deze stad vertrekken.