Inloggen
Gezagvoerder

Kraay, Pieter

Naam: Kraay, Pieter
Schepen waarop deze gezagvoerder heeft gevaren

Aantal gevonden schepen: 5
Naam Bouwjaar Type Voortstuwing Ship id
NEPTUNUS 1835 Fregat Sailing Vessel 9992 Bekijk schip
ADMIRAAL JAN EVERTSEN 1838 Fregat Sailing Vessel 10424 Bekijk schip
JAVAAN 1824 Fregat Sailing Vessel 9999 Bekijk schip
VREEDENRIJK 1811 Fregat Sailing Vessel 12236 Bekijk schip
DORTENAAR 1831 Fregat Sailing Vessel 9679 Bekijk schip

Overige informatie van deze gezagvoerder:

Er zijn op zijn minst twee personen met deze naam. Dit blijkt ook uit het volgende gegeven:

In een een Journaal van de “Dordtenaar” gedurende de reis van Mei 1832-oktober 1833 onder de gezagvoerders van Ginkel, Kraay en v/d Koppel. Gemeentearchief van Dordrecht, nr. 124-18, rederij Blussé van Oud Alblas.

Van Blokland-Visser064 ontleende hieraan de volgende opmerkingen:

Eind februari 1831 vertrok het fregat “Dordtenaar”, varend voor A.Blussé van Oud Alblas te Dordrecht naar Batavia onder gezag van kapitein Dirk van der Koogh. Deze overleed op weg naar de oost op 16 mei 1831 waarna zijn plaats werd ingenomen door de 1e stuurman Frans van Ginkel. Deze vertrok voor een 2e reis op 19 mei 1832 vanuir Hellevoetsluis naar Batavia en overleed op 01 december 1832 te Semarang aan boord van zijn schip. (zie bij Frans van Ginkel). Hij werd op zijn beurt opgevolgd door de 1e stuurman Pieter Kraay, 33 jaar. Het schip vertrekt naar Philadelphia. Op 16 februari 1833 wordt St.Helena aangedaan en daar wordt het schip aan de ketting gelegd vanwege de blokkade van Hollandse schepen. De kapitein gaat zaken regelen aan de wal en komt op 23 februari te vallen van zijn paard. “Op 6 maart 1833 is de kapitein erg zwak en wist hij niet anders te zeggen dan dat hij voelde dat de tijd naderde om van ons (scheepsarts Petersen en 1e stuurman Samuel v/d Koppel te moeten scheiden. Na mij het beheer van het schip aanbevolen te hebben , is hij gaan liggen en om half 6 ’s avonds blies hij de laatste adem uit. Kapitein Pieter Kraay werd 34 jaar. De volgende dag werden de vlaggen halfstok gehangen en om 12 uur ging de gehele equipage naar de wal en ook de gehele equipage van het  fregat “Marco Bozzaris” uit Amsterdam (dit schip lag ook in blokkade) met kapitein Jacob Gerrits Adriaan en werd het lijk van de kapitein met alle scheeps en lands ceremonieën ter aarde besteld. Door het overlijden van de kapitein werd de 1e stuurman Samuel v/d Koppel 26 jaar de nieuwe kapitein”

 

Familiegegevens en opleiding

Pieter Kraay werd geboren te Zandvoort op 27 september 1788.

Hij was gehuwd met Vrouwtje Bakker, geboren te 't Vlie op 03 mei 1791. Het echtpaar had ten tijde van de inschrijving in het WZF een: zoon (30 december 1819), dochter (26 december 1821), zoon (29 maart 1824).

P.Kraay is overleden in 1854 of 1855 (AAKZ 30, p.256).

 

Pieter Kraay werd volgens doopcedul nr.1188 op 23 november 1799 gedoopt te Steenbergen. Hij was gereformeerd. Zijn ouders waren Hendrik Kraay uit Amsterdam en Adriana Maria Veuge "bij de Leek", beiden ten tijde van de inschrijving van Pieter aan de Kweekschool te Amsterdam nog in leven en wonende te Amsterdam. Pieter werd aan de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam aangenomen op 20 oktober 1814. Hij was toen 14 jaar, 5 voet-1 duim lang en gevaccineerd.

Van zijn vorderingen werden 3.maandelijkse aantekeningen gemaakt met de eerste op 01 januari 1815: "Kt (kent) de streeken van het kompas". Het laatste verslag was op 01 juli 1817: "heeft op de reis weinig vergeten". Opmerkelijk is de aantekening op 01 oktober 1815: "... is gedurende deze 3 Maanden op de Ziekekamer geweest". Voorts staan er de volgende aantekeningen:

januari 1815                "bij den Teekenmeester"

6 februari 1816           "als Ledemaat aangenomen"

01 augustus 1816       geplaatst als kajuitwachter op de "Susanna Maria met kapitein Doets" (dit is Cornelis Doets011)

7 juni 1817                  terug van de reis "met goede attestatie"

25 juni 1817                "bij de Eng.meester"

08 oktober 1817         geplaatst als ligtmatroos op de "Surinaamsche Vrienden" onder kapitein P.Kraay voor een reis naar Suriname

28 mei 1818                terug met goede attestatie

30 juli 1818      "op zijn verzoek ontslagen met honorabele attestatie en Certificaat van Vrijstelling van de Nationale Militie afgegeven"004-532/1589

Vanwege het bestaan van een kapitein Kraay van de "Marco Bozzaris" en "De Surinaamsche Vrienden" is het niet uit te sluiten dat deze Kweekschoolleerling P.Kraay nooit de rang van gezagvoerder heeft bereikt. Nader genealogisch onderzoek moet hierover uitsluitsel geven.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

P.Kraay werd zonder datering ingeschreven als effectief lid van het Amsterdams zeemanscollege "Zeemanshoop". Bij de inschrijving was zijn schip de "Nepthunus". Toegevoegd is "overleden"002.

In de Algemene Ledenvergadering van het college op 02 juni 1824 werd Pieter Kraay, oud 36 jaar, wonende op de Korte Prinsengracht nr.53 aangenomen als effectief lid op voordracht van kapitein Koert. Hij kreeg vlagnummer 53023.

 

“Op 17 augustus 1825 besloot het bestuur, dat de vlag met het nummer 1, vrijgekomen doordat kapitein J.Theunisse in 1823 bedankt had, zou gevoerd worden door de kapitein van het toen op de werf van H.Booy en Zoon in aanbouw zijnde fregatschip Zeemanshoop van de heren M.Udink en Comp. Kapitein was eerst P.Kraay, die zelf nummer 53 had019.

In de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 17 augustus 1825 is besloten om de kapitein van het thans in aanbouw zijnde schip “Zeemanshoop” vlagnummer 1 te geven.042.

Hij werd deelnemer in het Weldadig Zeemans Fonds van Zeemans per 16 mei 1826. Van beroep veranderd. Bedankt in 1850003.

Kraaij was in 1830 en van 1832-1854 bestuurslid van het College Zeemanshoop019.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

“Op 17 augustus 1825 besloot het bestuur, dat de vlag met het nummer 1, vrijgekomen doordat kapitein J.Theunisse in 1823 bedankt had, zou gevoerd worden door de kapitein van het toen op de werf van H.Booy en Zoon in aanbouw zijnde fregatschip Zeemanshoop van de heren M.Udink en Comp. Kapitein was eerst P.Kraay, die zelf nummer 53 had019.

In de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 17 augustus 1825 is besloten om de kapitein van het thans in aanbouw zijnde schip “Zeemanshoop” vlagnummer 1 te geven.042.

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 27 juni 1833 staat een bericht van kapitein Pieter Kraaij, dat hij naar Indië zal vertrekken.042.

In de notulen van de Bestuursvergadering dd 27 februari 1834 staat vermeld: “Eene Missive van den Heer P.Kraaij do 14 febr. j.l. verslag doende zijner verrichtingen en gemeenschap met de Heeren H.Beth en K.A.Vinze te Java om middelen te beramen tot aanwinst van Honoraire Leden op Java … “042.

In de notulen van de Bestuursvergadering dd 29 november 1838 wordt een brief gemeld van P.Kraaij dat hij naar NOI zal afreizen en derhalve afscheid neemt.042

In de notulen van de Bestuursvergadering dd 30 november 1843 staat een verzoek om uitkering van de wed. P.Kraaij, geb. Spliet.

 

In de Algemene Vergadering van 09 november 1830 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop doet kapitein P.Kraaij de mededeling dat hij naar Indië zal vertrekken en zich derhalve genoodzaakt ziet zijn commissarisfunktie neer te leggen 023.

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop van 28 februari 1837 staat de volgende mededeling: “De Voorzitter brengt ter kennis van de Leden dat door tusschenkomst van het Effectief medeLid den Heer P.Kraaij het Bestuur bekend is geworden met het bestaan van een nachtseinLantaarn bij de Engelsche Zeevaarders in gebruik. En dat hetzelve vermeend heeft om met den Mr. Koperslager H.Wellinghuisen te handelen over het vervaardigen van den gelijke Lantaarnen naar het daarbij voorgestelde Model.- Die dan ook daartoe octrooy heeft gevraagd van Z.M.den Koning hetwelk aan hem is verleend geworden … “023.

In de notulen van de Algemene Vergadering dd 31 oktober 1854 staat de volgende mededeling:

“De Voorzitter deelt hierop aan de Vergadering mede het overlijden van wijlen den Heer P.Kraay sedert verscheidene jaren commissaris uit de effectieve leden van dit Collegie en thans plaatsvervangend commissaris, op den 25 October jl, hulde doende aan ’s mans verdiensten in het algemeen en voor het Collegie in het bijzonder.”023

 

De schepen van de kapitein

In het Stadsarchief van Amsterdam is in inventaris 5181/7150-1815-5b een akte van aan-/verkoop dd Archangel 01 juli 1814 van de “Anna en Margaretha”,  door de kopers nu te noemen “Vredenrijk”. De verkoper is Wassiley Baschenoff, koopman te Onega. De aankopers voor 17.000,- roebel zijn Rodion van Brienen Zoonen & Co, koopman van de eerste klasse te St. Petersburg.

 

Het Archief van de Waterschout011a bevat de volgende monsterrollen:

38-115      11 september 1820, fregat “Vredenrijk”, kapitein Pieter Kraaij, bestemming Berbice, correspondent Udink & Co, 19 bemanningsleden i.c. opperstuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 6 matrozen, 5 ligtmatrozen, koksmaat, jongen en een hofmeester.

38-116      04 mei 1821, fregat “Vredenrijk”, kapitein Pieter Kraaij, bestemming Archangel, correspondent Udink & Co, 14 bemanningsleden i.c. stuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 6 matrozen, 2 ligtmatrozen en een kajuitwachter.

38-117      28 november 1821, fregat “Vredenrijk”, kapitein Pieter Kraaij, bestemming Berbice, correspondent Udink & Co, 19 bemanningsleden i.c. stuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 7 matrozen, 4 ligtmatrozen, ligtmatroos/schrijver en 2 jongens.

38-119      12 november 1822, pink “Vrederijk”, gezagvoerder Pieter Kraaij, bestemming Berbice, correspondent Udink & Co, 19 bemanningsleden i.c. opperstuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 11 matrozen, koksmaat en 2 kajuitwachters.

38-121      21 oktober 1823, fregat “Vrederijk”, gezagvoerder Pieter Kraaij, bestemming Berbice, correspondent Udink & Co, 18 bemanningsleden i.c. stuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 12 matrozen en een hofmeester.

 

lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer                  jaren             type                  scheepsnaam                                        naam reder/boekhouder

         53                           1825             fregat               Marco Bozzaris                                    Udink & Co

 

Volgens Bouma025 was P.Kraay gezagvoerde gedurende:

*    1826 op het fregat “Marco Bozzaris”, gebouwd in 1825, 376 ton o.m., varend voor M.Udink & Co te Amsterdam;

*    1827 t/m 1830 op het fregat “Zeemanshoop”, gebouwd in 1826 te Amsterdam, 438 ton o.m., varend voor M.Udink & Co te Amsterdam;  

In de Algemene Ledenvergadering van Zeemanshoop van 02 mei 1826 wordt er melding van gemaakt dat "a.s. Zaterdag (d.i. 06 mei 1826) de "Zeemanshoop" van stapel zal lopen bij de werf van de heer Booy in de Bikkerstraat (te Amsterdam)023. Uit Bouma025 is af te leiden dat P.Kraaij de eerste kapitein is geweest.

 

Dordrecht 23 juli 1841

Heden is van de werf van de scheepsbouwmeester Jan Schouten met goed gevolg van stapel gelopen het fregat Philips van Marnix, groot 800 lasten/1201 ton, gebouwd voor de heer B. Kooy Jzn. te Amsterdam, zullende gevoerd worden door kapitein P. Kraay, bestemd voor de vaart op Oost-Indië.

Het fregat werd in 1862 verkocht aan P. de Boer, Rotterdam die het fregat Catharina Jacoba Henriette noemde. 

In 1868 werd het schip verkocht naar Engeland.

Bron: www.grotezeilvaart.nl

 

Bouma025 is af te leiden dat P.Kraaij de eerste kapitein is geweest.

*    1831 t/m 1834 op het fregat “Admiraal de Ruyter”, gebouwd in 1830, 530 ton o.m., varend voor M.Udink & Co te Amsterdam;

*    1835 van het 3/mschip “de Javaan”, gebouwd in 1826 te Rembang, 740 ton, (het schip was tot 1833 een oorlogsfregat), varend voor M.Udink & Co te Amsterdam;

*    1836 t/m 1837 van het 3/mschip “Neptunus”, gebouwd in 1835 te Dordrecht, 770 ton o.m., varend voor M.Udink & Co te Amsterdam;

*    1838 t/m 1839 op het 3/m schip “Admiraal Jan Evertsen”, gebouwd in 1838 te Dordrecht, 1077 ton o.m., varend voor M.Udink & Co te Amsterdam;

*    1841 t/m 1844 van het 3/mschip “Philips van Marnix”, gebouwd in 1841 te Dordrecht, 1201 ton o.m., varend voor B.Kooy Jz te Amsterdam.

      vaarperiode klopt niet met de vorige. Twee personen?

 

Overige bijzonderheden

Engel van der Valk werd per 12 november 1830 vanuit de Amsterdamse Kweekschool voor de Zeevaart als ligtmatroos geplaatst op de “Admiraal de Ruiter” onder kapitein Kraaij voor een reis van Amsterdam naar Batavia. Hij keerde op school terug op 26 september 1831004-532/1619.

 

De "Astrea" voor anker iets ten W. van Batavia057:

27 oktober 1833         " ...om 4u passeerden ons het schip de admiraal de Ruiter kapt P.Kraaij beladen en gaande naar het vaderland ...".

Het fregat de "Admiraal de Ruiter" onder gezag van kapitein Pieter Kraaij en met 33 manschappen dateerde de monsterrol op 18 oktober 1831 met bestemming Batavia. Boekhouder de heren Udink & Comp.011.

Het fregat de "Admiraal de Ruiter" onder gezag van kapitein Pieter Kraaij en met 33 manschappen dateerde de monsterrol op 05 juni 1833 (!) met bestemming Batavia. Boekhouder de heren Udink & Comp.011.

Eén van deze twee monsterrollen, en vermoedelijk de tweede, maakte de ontmoeting met de “Astrea” mogelijk. Maar dan is het schip 4½ maand na vertrek uit Amsterdam alweer op de terugweg en dat lijkt me supersnel

 

P.Kraay verzorgde per 19 november 1826 vanuit Texel met de “Zeemanshoop” een troepentransport van 5 officieren en 125 manschappen. Hij arriveerde op 24 februari 1827 te Batavia na 97 dagen, waarbij onderweg 2 militairen waren overleden.

Hij vertrok met hetzelfde schip op 23 december 1827 vanuit Texel. met 1 officier en 100 manschappen. Hij kwam te Batavia aan op 26 april 1828 na 125 dagen

Tenslotte vertrok hij op 16 april 1829 wederom vanuit Texel met de “Zeemanshoop” en 130 manschappen, waarna hij op 27 juli 1829 na 102 dagen te Batavia aankwam. . Onderweg was 1 militair overleden065

 

In: A.Brugmans 1872  Feestrede bij de herdenking van het vijftigjarig bestaan van het collegie “Zeemanshoop”.

Amsterdam, Erven H.van Munster & Zn, 31 pp. GAA Toegang 957 nummer 005.

“Wel hadden inzonderheid de Engelsche zeehavens een Zeemanshuis; maar nog was Amsterdam niet in het genot van zoodanige Inrigting, waar de zeeman, bij zijn korstondig verblijf aan den wal, een gewenschte toevlucht kon vinden buiten de gewone slaapsteden. … Het voegt mij, de namen niet te verzwijgen van hen, die tot de oprigtings-commissie benoemd, zich die taak lieten welgevallen en ijverig ten uitvoer bragten. Het waren de Heeren N.Trakranen, W.C. van Vollenhoven, C.P.van Eeghen, met de Scheeps-gezaghebbers S.G.Veening, P.Kraay en P.Huidekoper; de laatstgenoemde tevens eerste Directeur van het Gesticht.

 

Volgens een monsterrol in het Gemeentearchief van Dordrecht was P.Kraay (50 jaar, uit Amsterdam), per 24 oktober 1838 gezagvoerder op het fregat “Admiraal Jan Evertsen”, voor een reis naar Batavia met een equipage van 41 man.064

 

Zaturdag den 18den (1814) kon ik (Gerrit Metzon) door den sterken en aanhoudenden Oostenwind met mijn eigene boot niet aan wal varen maar wierd met die van kapt. KRAAIJ aan land en weder aan boord teruggebragt.”

(een ander in de haven van Cadiz)

Uit: “DAGVERHAAL VAN MIJNE LOTGEVALLEN gedurende eene gevangenis en slavernij van twee jaren en zeven maanden te Algiers” hetgeen is gepubliceerd in Memoria 1 “Tussen zeerovers en christenslaven” door Dr. G. van Alphen & Mr. H.Hardenberg, H.E.Stenfert Kroese’s Uitgevers-Mij N.V. Leiden, 1950, 195 pp. (Nederlands Scheepvaartmuseum 2729. Cat.nr.Mi 84-291 K IIa)

 

Rotterdamsche Courant 15 juli 181914

Amsterdam, 13 juli. Kapitein S. Kraaij, voerende het schip VREDENRIJK, van Berbice in Texel binnen, heeft den 9 dezer bij Bevesier (opm: Beachy Head) in goede staat gepraaid W.P. de Jong, naar Antwerpen.

 

Rotterdamsche Courant 26 februari 1820114

Advertentie. R. Hoyman, J. van Ouwerkerk de Vries, T. van Olivier, J.E. Lublink en J.H.A. Balwé, makelaars, zullen, op maandag den 13 maart 1820, des avonds te zes uren, te Amsterdam, in het Nieuwezijds Heeren-Logement, op de Haarlemmerdijk, verkopen: een extraordinair wel bezeild Brikschip, genaamd AURORA, gevoerd bij kapitein Pieter Kraay, lang 83 voet, wijd 21 voet 6 duim, hol 13 voet; breder bij de inventaris en berigt bij de makelaars en bij Van den Bey en Comp.

 

Rotterdamsche Courant 05 april 1821114

Amsterdam, 3 april. Kapt. P. Kraaij, voerende het schip (fregat) VREDENRIJK, van Berbice den 1 april in Texel binnen, meldt dat hij den 23 februari onder St. Eustatius zijnde, vernomen heeft dat het schip de EENDRAGT, kapt. H.A. Balmer, veertien dagen daarna met troepen van daar naar Amsterdam zou vertrekken.

 

Rotterdamsche Courant 24 juli 1821114

Amsterdam, 22 juli. Het schip NEPTHUNUS, kapt. O. Olferts, van Amsterdam naar Archangel, is den 2 juni bij Hitland (opm: Shetland) in goede staat gepraaid door kapt. P. Kraaij, van Amsterdam den 24 dito te Archangel gearriveerd.

 

Rotterdamsche  Courant 22 januari 1822114

Amsterdam, 20 januari. Volgens brief van kapt. P. Kraaij, voerende het schip (opm: fregat) VREDENRIJK, den 31 december 1821 uit Texel gezeild naar Berbice, in dato 3 januari, was hij toen op de hoogte van Douvres; aan boord was alles wel.

 

Javasche Courant 11 juni 1833

Uit berichten van St. Helena, lopende van de 1e januari tot de 18e maart j.l. blijkt, dat aldaar waren aangeweest de onderstaande Nederlandse schepen:

De 23. januari het schip ANTHONY, kapt. H. Bruhn, van Canton naar Rotterdam.

De 26. januari het schip GEZUSTERS, kapt. J. Ingerman, van Batavia naar Amsterdam.

De 27. januari het schip TWEE CORNELISSEN, kapt. J. Reinhardt, van Batavia naar Amsterdam, en het schip WILLEM, kapt. A. Plug, van Batavia naar Rotterdam.

De 28. januari het schip ASIA, kapt. J. Boot, van Batavia naar Middelburg.

De 30. januari het schip VASCO DA GAMA, kapt. P. de Boer, van Batavia naar Rotterdam.

De 16. februari het schip DORTENAAR, kapt. P. Kraaij, van Batavia naar Dordrecht.

De 16. februari het schip DORTENAAR, kapt. P. Kraaij, van Batavia naar Dordrecht.

De 28. februari het schip MARCO BOZZARIS, kapt. J.G. Adriaan, van Batavia naar Amsterdam.

De DORTENAAR en de MARCO BOZZARIS waren ten gevolge van orders uit Engeland onder embargo gelegd. Kapt. P.Kraaij van de DORTENAAR was ten gevolge van een val van zijn paard op de 23 februari, 11 dagen later overleden

 

Rotterdamsche Courant 13 juni 06 1837114

Rotterdam, 12 juni. Kapitein J. Admiraal rapporteerde, den 15 februari, bij Soeloe Balie, gepraaid te hebben het barkschip JAVAAN, kapt. J.P. Meyer, van Amsterdam, hebbende 120 dagen reis, en dat met hem van St. Helena zijn vertrokken de schepen STAD SCHIEDAM, D.H. de Boer, en NEPTUNES, P. Kraay, naar Amsterdam, welke laatste bij Lezard (opm: Lizard), 3 mijl ten N.W. van zich, weder door hem is gezien. Nog is gemelde kapitein den 10 dezer, bij Wight, 5 mijlen ten N.W. van zich, gepasseerd een schoonerkof, tonende witte vlag met DL no. 10.

 

Ontleend aan van Blokland-Visser064:

MRD = monsterrol in het Gemeentearchief van Dordrecht:

Op 1 juli 1835 (MRD nr 743) monsterde hij als de 1e kapitein op het nieuwe fregat “Nepthunis”, gebouwd op de werf van Jan Schouten te Dordrecht , varend voor de rederij Udink & Co te Amsterdam en vertrekt met 37 man naar Batavia.

Op 24 oktober 1838 (MRD nr 904) is hij 1e kapitein op het nieuwe fregat “Admiraal Jan Evertsen, gebouwd op de  werf van Jan Schouten , varend voor reder Udink & Co te Amsterdam en vertrekt met 41 man naar Batavia.

Op 12 mei 1842 (MRD nr 1124) is hij 1e kapitein op het nieuwe fregat “Philips van Marnix” ook weer gebouwd op de werf van  Jan Schouten en met als reder J Kooy  te Amsterdam en vertrekt met 47 man naar Batavia.