Familiegegevens en opleiding
Jan Engelhard werd geboren op 22 september 1847 te Harlingen als zoon van schipper Joris Engelhard en Hillechien Bierling.
Hij trouwde op 14 januari 1875 te Groningen met Jaapkien Speelman, geboren te Groningen op 03 maart 1848 als dochter van schipper Jacob Speelman en Grietje Derks
Het echtpaar kwam om bij de ramp met de koftjalk Willemina” in september/oktober 1888.
Provinciale Groninger Courant 17 december 1888
Advertentie. Na gedurende 12 week tusschen hoop en vrees geleefd te hebben, zijn wij eindelijk tot de treurige zekerheid gekomen, dat het koftjalkschip WILLEMINA, kapt. Jan Engelhard, van Groningen, met de geheele bemanning een prooi der golven is geworden. Het schip is den 23sten September j.l. van Rotterdam met ballast vertrokken met bestemming naar Bergen in Noorwegen en sedert dat vertrek is nog niets weer van het schip of de equipage vernomen en moeten dus allen hun graf in de golven hebben gevonden.De equipage bestond uit den kapitein Jan Engelhard , 40 jaar en zijne vrouw Jaapkien Speelman, 40 jaar en hun zoontje Joris, 5 jaar, terwijl hun oudste zoontje van 9 jaar hier was achtergebleven. De stuurman W. Dorenbos, 28 jaar, van Uithuizen, de matroos D. Vloedman, 22 jaar, van Eenrum, en de kok Okke E. Engelhard, 15 jaar, neef van den kapitein. – God zij hun allen genadig. Ten diepste betreurd door ons, hun zoontje, broeders, zusters en aangehuwde broeders en zusters.
Groningen, 15 december 1888. Uit aller naam: C.H. Boer, G. Boer-de Vries
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
J.Engelhard was lid voor de vlag van het Groningeer zeemanscollege “de Groninger Eendracht” met vlagnummer 2 in de periode 1886 t/m 1888
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.Engelhard als gezagvoerder gedurende:
* 1887 van de tjalk “Jacoba”, gebouwd in 1875 te Martenshoek, 64 ton o.m., geen vermelding van thuishaven en reeder. Het schip is in 1887 in de Noordzee gezonken;
* 1888 van de kof “Willemina”, gebouwd in 1874 te Martenshoek, 74 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen. Het schip werd vermist gaande van Rotterdam naar Bergen.
Opmerking Parma
In Bouma was Koning gezagvoerder van 1875-1887 terwijl in1887 kapitein G.Kramer als gezagvoerder staat vermeld en dan varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen. In 1888 wordt dan Jan Engelhard genoemd met de vermissing van het schip. De acte is duidelijk wat betreft de verkoop van Koning naar Engelhard, maar moet ik nu concluderen dat Koning een jaartje als reder is opgetreden en dat hij in die hoedanigheid het schip heeft verkocht? Zo ja dan moet de vermelding in Bouma worden aangepast.
Aanvullende informatie van de heer Mast te Delfzijl per e-mail dd 13 oktober 2004.
Uw conclusie is juist. G. Kramer was zetkapitein, en L.J. Koning was eigenaar van het schip. Of hij het zelf reedde is mij onbekend.
Zie ook hierna
Overige bijzonderheden
Op 01 april 1875 wordt in het RSV een zogenaamde ‘Verklaring van Eigendom’ ingeschreven..Een bijlbrief of een stuk van de notaris ontbreekt daarbij.
De verklaring luidt als volgt:
‘Ik ondergeteekende Jan Engelhard wonende aan scheepsboord te Groningen verklaar dat het hektjalkschip genaamd Jacoba hebbende een dek en een mast gemeten op Eenenveertig lasten of zevenenzeventig zeetonnen en gevoerd wordend door mijzelven als schipper voor meer dan de helft aan mij toebehoort, dat ik Nederlander ben hier te lande woonachtig, dat het bestuur over hetgeen tot het onderhoud van het schip, de uitrusting en het victualiën of bevrachten van hetzelve verricht wordt te Groningen wordt gevoerd en dat genoemd schip niet op voet van oorlog is uitgerust, noch door mijn toedoen of gedoogen, in strijd met de onzijdigheid van den Staat op voet van oorlog uitgerust zal worden´
Het schip is gebrand: 2953 GRON 1875
(Bron: Kadaster Groningen AR dl 2 vak 21 en RSV dl 18 nr 2953)
Opmerking:
De bepaling omtrent het niet op voet van oorlog uitgerust zijn of worden hield waarschijnlijk verband met de Fr-Du oorlog. Bij het verloren gaan van het schip stond men sterker bij het verhalen der schade bij de belligerente partijen.
NRC 3 november 1875
‘Jacoba’, 2 november te Oostmahorn, van Fedderwardersiel
Bron: Zeetijdingen PGC
‘Jacoba’, 18 sept te Vlieree ex Bremen, 19 sept te Amsterdam
Bron: Zeetijdingen PGC)
‘Jacoba’, 10 aug te Varel, 11 aug te Holtenau, 14 aug te Tonningen, 11 sept te Tonningen v. Geestemünde n. Koningsbergen
Bron: NRC 24 september 1887
‘Jacoba’, 23 sept van Vlissingen naar Penrhyn
Bron: NRC 26 september 1887
‘Jacoba’, 26 sept te Plymouth binnen van Leuven naar Penrhyn [Wales]
Bron: Provinciaal Groninger Courant dinsdag 18 oktober 1887, jrg no 101, no 244
‘Groningen 17 Oct. Volgens een gisteren ontvangen telegram is de hier te huis behorende koftjalk Jacoba, kapt. J. Engelhardt, in de Noordzee gezonken; het volk is gered en te Ostende aangebracht’
Bron: NRC 19 oktober 1887
De opvarenden van de ‘Jacoba’ zijn door een vissloep te Ostende geland. Het schip is in de Noordzee gezonken.
Noot:
Om meer te weten te komen is wellicht de Antwerpse Precurseur of de Lloyd Anversois interessant daar de opvarenden door een visser te Ostende zijn geland. In de Stadsbibliotheek van Antwerpen zijn beide couranten aanwezig; in beide bladen is dagelijks een zeer uitvoerige scheepvaartrubriek opgenomen.
In het Register van het jaar 1888 van de “Nederlandsche Vereeniging van Assuradeuren” wordt voor de ‘Jacoba’ voor 1887 het volgende genoteerd:
Kapitein J. Engelhardt woont te Groningen, zelf reder, eikenhouten ijzervaste tjalk met lange luiken en twee zwaarden en strijkbare mast, in 1875 gebouwd in Martenshoek, 60 tonnen groot, geschikt voor de Kleine Kustvaart, in 1879 gehellingd en verbreeuwd, in april 1880 voor het laatst geïnspecteerd
Volgens kadastrale gegevens dd 18 januari 1888 verklaart scheepskapitein L.J. Koning, wonende te Groningen, te verkopen aan scheepskapitein Jan Engelhard, wonende te Groningen, die door ondertekening van het koopcontract in eigendom verklaart aan te nemen:
‘…het kofschip Willemina, groot 66,58 tonnen van 2.83 kubieke meter, ingevolge Meetbrief dd Groningen 24 November 1876; in 1874 van de werf van den scheepsbouwmeester G.G. Bodewes Martenshoek te water gebracht, zijnde alzoo een vaartuig in het Koningrijk der Nederlanden tehuis behoorende, ten Kantoor van hypotheken te Groningen teboek gesteld den 09 April 1874…’
De koop en verkoop werd aangegaan voor f 100 ‘… welken koopprijs de verkooper erkent naar genoegen te hebben ontvangen… ‘
Het schip is gebrand: 2838 GRON 1874
(Bron: Kadaster Groningen AR dl 2 vak 21 en RSV dl 24 nr 4219)
Opmerkingen
-
De verkoopprijs was voor de boeken. In werkelijkheid lag de verkoopsom aanmerkelijk hoger en werd de rest contant ondershands betaald
-
Scheepsbouwmeester Gerhardus Geert Bodewes te Martenshoek had de bijlbrief bij het Kadaster te Groningen laten inschrijven op 09/04/1874. Uit die inschrijving kunnen nog de maten van de kof worden ontleend zoals die in de eerste Meetbrief van 27/03/1874 no. 15 waren genoteerd: L 22.53 m; B: voor: 4.18/4.11 m, midden 3.93/4.11 m, achter 3.48/4.37 m; H: voor 1.96, midden 2.07, achter 2.12 m; geijkt op 74 tonnen.
(Bron: Kadaster Groningen RSV dl 18 nr 2838)
In 1888 wordt kapitein J. Engelhard wordt met zijn kof ‘Willemina’ vermist op de Noordzee op een reis van Rotterdam naar Bergen.
Op 23 september 1888 is de ‘Willemina’ vertrokken van de Nieuwe Waterweg op een reis van Rotterdam naar Bergen en in de NRC van 18 dec 1888 vermist gemeld . In deze krant staat ook een apart artikel over deze vermissing dat als volgt luidt:
“Te Groningen is men tot de treurige zekerheid gekomen, dat het koftjalkschip ‘Willemina’, kapitein Jan Engelhard, van Groningen, met de geheele bemanning eene prooi der golven is geworden. Het schip vertrok 23 September van Rotterdam met ballast met bestemming naar Bergen (Noorwegen). Sedert dat vertrek is van het schip noch van de equipage iets vernomen. De bemanning bestond uit den kapitein, 40 jaar, zijne vrouw Jaapkien Speelman, 40 jaar, en hun zoontje Joris, 5 jaar (terwijl hun oudste zoontje [Jacob] van 9 jaar te Groningen was achtergebleven); den stuurman W. Dorenbos, 28 jaar, van Uithuizen; den matroos D. Vloedman, 22 jaar, van Eenrum, en den kok O.E. Engelhard, 15 jaar, zoon van den kapitein.”
(Bron: NSM: GN Bouma pag 1164 en boekje van Sweijs 1889 – Zeetijdingen 23 dec / Bericht in de NRC van 18 dec 1888 [Tweede Blad 45e jaargang no. 350] en Registers van Geboorten Stad Groningen)
Noot: O.E. Engelhard is niet te vinden in de Geboorte Registers van de Stad Groningen.
1875 / 1888 Overzicht van schepen van kapitein / eigenaar Jan Engelhard (JE III)
|
type
|
naam
|
bj / ton /werf
|
periode
|
kap / bijz.
|
domicilie
|
|
hektjalk
|
Jacoba
|
1875 / 64
Martenshoek
|
1875-1887
okt 1887
|
JE III
In de N’zee
gezonken
|
Groningen
|
|
kof
|
Willemina
|
1874 / 67
G.G. Bodewes
Martenshoek
|
1888
dec 1888
|
JE III
Vermist van
R’dam naar
Bergen
|
Groningen
|
Voorgaande gegevens zijn ontleend aan een overzicht van J.J.Engelhard, Ossenweg 28, 99431 TB Delfzijl en door mij verkregen per e-mail dd 22 september 2004 van de heer Mast te Delfzijl.092.