Familiegegevens en opleiding
Hendrik/Hindrik werd geboren 18.01.1807 te Harlingen. Zijn gegevens zijn niet op Tresoar teruggevonden.
Hij was gehuwd met Aaltje Piebes/Pybus, geboren 31 december 1805, plaats onbekend. Huwelijksgegevens en overlijden van Aaltje niet op Tresoar teruggevonden. Zij zou zijn overleden op 22 januari 1893
In Tresoar komen de volgende geboorten voor als kinderen van Hendrik Hendriks Ebes en Aaltje Jetsens Piebes:
Harlingen Jantje dochter 11 mei 1840; Jetsina dochter 31 oktober 1842 en Klaas zoon 04 maart 1847.
Hendrik Hendriks Ebes overleed te Harlingen op 06 juli 1858, oud 51 jaar, en gehuwd.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
H.H.Ebes, adres Dirk Beth, werd met nr.533 effectief lid van hetAmsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop per 26 mei 1840 op voorspraak van B.J.Doornik. Zijn schip was de "Maria"002. Ten tijde van de inschrijving waren Ebes en zijn vrouw 33 resp. 34 jaar. Ingeschreven staan 4 zoons uit 1828, 1830, 1834 en 1847 en 3 dochters uit 1838, 1840 en Gezina uit 1842. Toegevoegd staat “overleden” 002a.
In de Algemene Vergaderingen van 19/26 mei 1840 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop werd als effectief lid voorgedragen/benoemd Hindrik Hindriks Ebes, oud 33 jaar, voerend de kof “Maria”, wonend te PekelA, adres bij D.Beth te Amsterdam, op voordracht van kapitein B.J.Doornik en met vlagnummer 533.023
H.H.Ebes werd op 01 juli 1851 met vlagnummer 1 ingeschreven als lid van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Zijn schip was de "Grietje", boekhouders Braams & Schaafsma te Harlingen. Zijn contributie werd betaald door zijn vrouw Aaltje IJ.Piebes, geboren 01 januari 1806. Het echtpaar had ten tijde van de inschrijving de volgende kinderen: Hendrik (02 augustus 1828); Yestsen (12 oktober 1830); Pieter (01 september 1834); Maria (26 februari 1838); Jantje (11 mei 1840); Geziena (31 oktober 1842) en Klaas (04 maart 1847) allen geboren te Harlingen. 028-fol.001.
H.H.Ebes was lid van het College in de periode 1851-1858034.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 05 augustus 1858 vraagt de wed. H.H.Ebes, geb Pybes om een uitkering welke haar in den vergadering dd 26 augustus 1858 wordt toegekend voor haar en 2 kinderen ingaande 01 augustus 1858.042
In de notulen van de Algemene Vergadering dd 21 september 1858 staat vermeld dat aan de weduwe van kapitein H.H.Ebes geb. Pijbes per 01 augustus 1858 een uitkering is toegekend voor haar en 2 kinderen. 023.
H.H.Ebes overleed op 14 juli 1858 te Harlingen, laatstelijk gezagvoerder van de kof "Grietje". Zijn weduwe maakte aanspraak op een uitkering uit het fonds van ¦500,- uit te betalen in halfjaarlijkse termijnen. Zijn kinderen Geziena en Klaas kregen ieder een uitkering van ¦10,- ineens028-fol.001.
Het College verzond op 15 maart 1888 een brief aan mevr.H.H.Ebes-Piebes te Harlingen waarin een extra uitkering van ¦50,- werd toegezegd033.
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van het College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
533 1840-1846 kof Maria Braams & Schaapsma te Harlingen
1848-1849 kof Alida geen opgave
1850 geen opgave van schip en boekhouder
1851-1853 sch.kof Grietje Braams & Schaapsma te Harlingen
222 1854-1857 sch.kof Grietje idem
lid van het Harlinger zeemanscollege Zeemansvoorzorg036
vlagnummer periode type naam van het schip boekhouder/reder
H1 1851-1858 sch.kof Grietje Braams & Schaafsma, Harlingen
Bouma025 vermeldt H.H.Ebes als gezagvoerder gedurende:
* 1838 van de smak “het Toeval”, bouwjaar en –plaats niet vermeld, 84 ton o.m., varend voor Braams & Schaapsma te Harlingen;
* 1840 t/m 1847 van de kof “Maria”, gebouwd in 1840 te Harlingen, 90 ton o.m., varend voor Braams & Schaapsma te Harlingen;
* 1848 t/m 1849 van hetzelfde schip maar nu varend als kapitein/eigenaar vanuit Schiermonnikoog;
* 1848 t/m 1850 van de kof “Alida”, geen bouwgegevens vermeldt, varend voor Braams & Schaapsma te Harlingen. Het schip is gestrand op weg van Christiansand naar Harlingen met hout. De bemanninge werd gered;
* 1852 t/m 1857 van de sch.kof “Grietje”, gebouwd in 1851(?), bouwplaats en tonnage niet genoemd, varend voor Braams & Schaapsma te Harlingen.
Overige bijzonderheden
Swart082 vermeldt de stranding bij Zanddijkshuis-Texel op 02 mei 1850 van de Nederlandse smak “Alida” onder kapitein Ebes (geen initialen)op weg van Christiansand naar Harlingen geladen met hout. De equipage werd gered.
Gegevens verkregen van de heer R.K.Mast te Delfzijl.092.
- Het kofschip Catharina, kapit. G.F. Waterborg, van Groningen, komende van Hadersleben en bestemd naar Amsterdam, is zondagmiddag l.l., ongeveer te zes uur des avonds, met een fellen N.O. wind op 10 mijlen afstands van Terschelling gezonken. De kapitein, het gevaar ontdekkende, had naauwelijks den tijd, om de boot te kappen en zich met den matroos daarin te begeven, of reeds dreven zij met hunne in wrakken toestand verkeerende boot van de luiken af en moesten de Catharina en de twee manschappen, die zich nog daarop bevonden, voor hunne oogen zien zinken.
Ontzettend was voor hen dit oogenblik, waarin zij verkeerden; binnen vijf minuten in zulk een toestand geplaatst en zonder eenige levensmiddelen; de zon ging onder en reeds werd het duister; onophoudelijk waren zij bij beurten bezig, om het water uit hunne boot te scheppen, want steeds verkeerden zij in zinkenden toestand. In deze positie werd de nacht doorgebragt; de morgen verscheen en welke middelen tot redding zij ook bleven aanwenden, alles was op dat oogenblik nog vruchteloos. Reeds hadden zij hun bovenkleed tot zeil en noodsein opgehangen, toen zij omstreeks des middags te 1 uur werden gezien door kapit. H.H. Ebes, van Harlingen, die hen dadelijk met de grootste bereidvaardigheid heeft opgenomen en van al het noodige voorzien en hen vervolgens te Harlingen aan wal heeft gebragt. (vet door S.Parma)
De Harlinger Courant van half april 1853 (preciese datum niet vermeld op de fotokopie) vermeldt het volgende bericht onder de rubriek SCHEPEN WELKE ALHIER ZIJN BINNEN GEKOMEN.096:
“13 April H.H.Ebes Grietje, Hout, Noorwegen.”