Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt G.J.Boon als gezagvoerder gedurende:
- 1815 t/m 1817 van de kof “Goede Hoop”, gebouwd in 1807, bouwlocatie niet vermeld, 101 ton o.m., varend voor Hoffman & Co, thuishaven niet vermeld.
-
Het Archief van de Amsterdamse Waterschout11a bevat monsterrollen op naam van kapitein Gerben/Germs Jans Boon op de:
“Goede Hoop”, dd 11 mei 1815; 11 oktober 1815; 08 augustus 1817; 24 maart 1819; 26 april 1820; 20 augustus 1822 en 22 oktober 1823.
Overige bijzonderheden
Rotterdamsche Courant 06 april 1816114
Wegens het schip de GOEDE HOOP, kapt. G.J. Boon, van St. Ubes (opm: Setubal) naar Amsterdam gedestineerd, wordt in een brief van den kaptein, in dato Mountsbaay den 26 maart, gemeld, dat hij, door storm en dik weer in de bogt van Mountsbaay (opm: Cornwall) vervallen zijnde, een loods aangenomen had, om hem te Mountsbaay binnen te brengen; doch door zware branding was het schip bij het inkomen der haven, tussen de rotsen, vol water gezonken. Slegts zeer weinig van de lading zout was geborgen; het schip zoude egter behouden worden.
Rotterdamsche Courant 22 december 1821114
Amsterdam, 20 december. Kapt. H. Jansonius, voerende het schip CONCORDIA, van Bordeaux den 15 dezer in Texel binnen, heeft den 12 dito af en aan Portland in goede staat gepraaid kapt. G. Boon.
Rotterdamsche ourantC 15 januari 1822114
Amsterdam, 13 januari. Van de schepen, sinds enige tijd in Engelse havens binnen, hebben derzelver reizen vervolgd, als:
van Plymouth: alle de aldaar liggende, uitgezonderd de HARMONIE, R.K. Platte, van Bilbao naar Amsterdam; de GOEDE HOOP, G.J. Boon, van Amsterdam naar Bilbao, en WINDLUST, G.R. Engelsman, van Palermo naar Antwerpen, welker reparatie nog niet afgelopen is (opm: zie RC 160222);
van Falmouth, den 4 dito: de VROUW ELISABETH, F.B. Nepperus, van Rouaan naar Palermo.
Rotterdamsche Courant 19 december 1822114
Amsterdam, 17 december. Kapt. G.J. Boon, voerende het schip de GOEDE HOOP, van Amsterdam naar Livorno en Genua gedestineerd, meldt van Genua, den 5 dezer, dat hij den 25 november vertrokken zijnde, de volgende dag te Genua gearriveerd was, doch den 2 dezer (opm: 2 december) aldaar op een, hem door de havenmeester aangewezen doch niet zeer gunstige plaats liggende, door storm uit het Z.Z.W. en zware zee belopen werd, waardoor alle de schepen sterk slingerden en hevig tegen elkander stootten, zes van denzelven verongelukten en het zijne, hetwelk nog slechts 25 kisten kaas gelost had, vele schaden aan de zijden bekwam, de beide boorden aan stukken geraakten, en hij zijn boegspriet, jagerstok (de jagerboom of jagerspier, waarop de bolgesneden jager [spinaker] wordt uitgehouden), boot, sloep en zwaarden moest kappen.
(opm: Zoals bij vele mediterrane havens bestond de haven van Genua destijds uit een natuurlijke baai waarin, achter een aantal artificiële havendammen, enige beschutting wordt geboden tegen de elementen. Men ligt veelal ‘in de laag’, d.w.z. vóór vertuid ten anker en achter trossen kruislings op bolders op de havendammen.
Het behoort tot de verantwoordelijkheden van de kapitein om de ligplaats te accepteren, c.q. tijdelijk te verlaten of te weigeren. Helaas heeft de scheepsnaam niet bijgedragen aan een goed verloop van het havenverblijf.)