Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt B.H.Schipper als gezagvoerder gedurende:
-
* 1820 t/m 1829 van de smak “Vrouw Geziena”, gebouwd in 1819, bouwplaats niet vermeld, 76 ton o.m., varend voor J.Hall te Groningen. Het schip werd 2 maal te Harlingen geregistreerd, 1 maal komend met rogge van Elbing, en 1 maal leeg van Rotterdam.
Overige bijzonderheden
Leeuwarder Courant 01 september 1820114
Harlingen. Den 21 augustus binnengekomen …. Den 23 dito binnengekomen de tjalkschepen de VROUW GESINA, kapt. J.H. Sprik, met rogge van Memel (opm: Klaipeda), GEERTRUIDA, kapt. J.H. Juister, met tarwe van Dantzig (opm: Gdansk), het kofschip de VROUW REBECCA, kapt. J.R. Brans, met ballast van Amsterdam; de smakschepen de VROUW GESINA, kapt. B.H. Schipper, met rogge van Elbing (opm: Elblag), de VROUW ITINA (opm: waarschijnlijk VROUW ETTINA), kapt. A.J. Zeeman, met hout van Noorwegen, de JONGE JOHAN, kapt. J.W. Reinders, met tarwe van Rostock, komt de laatste alhier binnen door zware lekkagie, om te repareren (opm: smak, zie ook LC 171020); het schonerschip MARTHA, kapt. Jens Larsen, met hout van Noorwegen, het kofschip WINDLUST, kapt. N. Jacobs, met koper, olie &c (opm: etc.) van Petersburg, komt alhier binnen door zware lekkagie, om te repareren (opm: zie RC 290820).
Leeuwarder Courant 01 december 1820114
Harlingen. …….Den 23 dito (november) binnengekomen de smakschepen de VROUW JANTJE, kapt. A.J. Jonkhof, van Amsterdam; de VROUW GESINA, kapt. B.H. Schipper, van Rotterdam, beide ledig, het schonerschip HARLINGEN, kapt. L.L. Buisman, ledig van Amsterdam; het tjalkschip de DRIE GEZUSTERS, kapt. D. Martens, met potaarde en veren van Carolinerzijl (opm: Carolinensiel); het sloepschip de WALVISCH, kapt. J. de Jong, terug uit zee, gedestineerd naar Noorwegen met rode en witte kool. Niets uitgezeild…..
Leeuwarder Courant 16 maart 1821114
Harlingen…..Den 10 dito Uitgezeild de smakschepen de VROUW ENGELINA, kapt. P.H. de Groot, met ballast, de JONGE CORNELIS DE HAAN, kapt. J.J. Siedses, met dakpannen, de VROUW GESINA, kapt. H.J. Kruier, de VROUW LAMMEGINA, kapt. O.P. Smit, de VIJF GEZUSTERS, kapt. D.L. de Jong, de VROUW MARTHA, kapt. D.K. de Groot, het kofschip de VROUW ALIDA, kapt. Jan Klaasen, alle met ballast, de VROUW ZWAANTJE, kapt. Jan C. Hazewinkel, de VROUW GESINA, kapt. B.H. Schepper, beide ledig, alle op avontuur; en na gedane reparatie het smakschip GESINA JOHAN, kapt. J.R. Sap, met haring van Bergen naar Litau (opm: mogelijk Lütau [bovenstrooms van Lauenburg a/d Elbe]), alhier met schade binnen geweest.
Rotterdamsche Courant 24 april 1821114
Rotterdam, 23 april. Van Den Briel wordt den 23 gemeld: Den 22 zeilden THE ACTIVE, W. Whitnell, naar Rochester; LE EMILIE, A. Berneval, naar Duinkerken; LE LOUIS MARIE, J. Herve, naar Rouaan, en arriveerden de VROUW GEZINA, B.H. Schippers, van Odense; ZELDEN RUST, T.T. Tijssen, en de GUTE HOFFNUNG, J. Eijgers, van Kiel; de VROUW GEZINA, J.D. Donema, van Heiligenhaven, en de VROUW ROLFINA, J.K. Bolhuis, van Neustad; de wind Z.O.
Rotterdamsche Courant 22 mei 1821114
Rotterdam, 21 mei. Den 19 dezer zeilden uit de Maas de schepen de KOOPHANDEL, B.G. Harkema, en die HOFFNUNG, S. Kreeft, naar Riga; de CLARA MARGARETHA, P.D. Dik, naar Bristol; ZELDEN RUST, P. Gorter, naar Bergen; de PRINCE OF SAXEN-COBURG, J. Ladd, naar Londen; de DIANA, F. Popken, en INDUSTRIE, L. Spaanderman, naar Petersburg; de TWEE ZUSTERS, F.H. Nielsen, naar Kopenhagen; de LOUISA, D. Guijt, naar Jerseij; de CERES, J. Cook, naar Stockton; de ELIZABETH AND ANN, W. Ridlee, en de AQUATIC, W. Wood, naar Hull; de VROUW GEZINA, H.J. Kreuiter, naar Oleron; de MARIA DOROTHEA, J.F. Schults, de NEPTHUNUS, J. Peters, en de ZEEBLOEM, J.P. Beekman,naar de Oostzee; de OCTO, E.J. Carst, naar Stettin (opm: Szczecin); de GEZINA JOHANNA, J.R. Sap, naar Elseneur (opm: Helsingör); de VROUW ANNAGINA, J.J. Boon, de JONGE DUIJF, H.A. Fijn, en de VROUW GEZINA, B.H. Schippers, naar ….; de BEAVER, R. Wartle, naar Newcastle; de BROEDERLIJKE LIEFDE, J.A. van der Wal, naar Stettin (opm: Szczecin)…..